Bertha van Holland (ca. 1055-1094)

BERTHA gravin van HOLLAND, ook bekend als Bertha van Friesland en abusievelijk als Bertrada (geb. ca. 1055 – gest. Montreuil-sur-Mer, Frankrijk, 1094), door haar huwelijk koningin van Frankrijk. Dochter van Floris I, graaf van Holland (reg. 1049-1061) en Geertrui van Saksen (ca. 1033-1113). In 1072 trouwde Bertha van Holland met Filips I (1052-1108), koning van Frankrijk, die haar in 1092 verstootte. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren, en wellicht nog 1 zoon die vroeg gestorven is.

Bertha van Holland dankt haar plaats in de geschiedenis aan vier mannen: haar vader, Floris I van Holland, haar stiefvader, Robrecht de Fries van Vlaanderen (reg. 1071-1093), haar echtgenoot, Filips I van Frankrijk (reg. 1060-1108) en haar zoon Lodewijk VI van Frankrijk (reg. 1108-1137). Bertha’s ouders waren omstreeks 1050 getrouwd en kwamen beiden uit aanzienlijke families. Haar moeder, Geertrui, was de dochter van de hertog van Saksen en kwam uit het rijke en machtige geslacht der Billungen. Haar vader, Floris I, was graaf van Holland. Zijn heerschappij strekte zich uit ‘ten westen van het Vlie en rond de oevers van de Rijn’. In dit vaag omschreven gebied zal Bertha haar jeugd hebben doorgebracht.

In 1061 werd graaf Floris, vermoedelijk op instigatie van de bisschop van Utrecht, door een sluipmoordenaar gedood. Geertrui bleef met drie minderjarige kinderen achter: de latere Dirk V, Bertha en de jong gestorven Floris. In 1063 hertrouwde zij met Robrecht, de jongste zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Bertha kwam onder de voogdij van haar stiefvader te staan. Haar lot was nu verbonden met het zijne, een feit dat bepalend zou zijn voor de verdere loop van haar leven.

Huwelijk

In 1070 stierf Robrechts broer, Boudewijn VI, die vanaf 1067 graaf van Vlaanderen was geweest. Hoewel Robrecht zijn broer had beloofd geen aanspraak te zullen maken op het graafschap, greep hij zijn kans en versloeg in 1071 bij de slag van Kassel de wettige opvolger, de jonge Arnulf III. Hiermee schond hij niet alleen zijn belofte aan zijn overleden broer, maar schoffeerde hij ook de koning van Frankrijk, Filips I, die Arnulf in dit conflict gesteund had. Robrecht de Fries (zijn bijnaam dankte hij aan zijn huwelijk met Geertrui) was nu graaf van Vlaanderen, maar hij moest zich nog wel verzoenen met Filips. Een huwelijk was hiervoor het middel bij uitstek. Robrecht zou er meermalen gebruik van maken om zijn positie te versterken. In 1071 waren zijn eigen dochters nog te jong, maar zijn stiefdochter Bertha had de juiste leeftijd. Algemeen wordt aangenomen dat zij deel uitmaakte van de vredesregeling tussen Robrecht en Filips. In 1072 werd zij Filips’ vrouw en daarmee koningin van Frankrijk.

Bertha verhuisde dus naar het Franse hof, dat in de elfde eeuw nog weinig prestigieus was. Filips’ macht reikte niet veel verder dan een reeks gebieden tussen Parijs en Orléans en hier zal Bertha’s leven zich hoofdzakelijk hebben afgespeeld. Een vaste hoofdstad was er nog niet, al werd Parijs steeds belangrijker. Het huwelijk bleef lang kinderloos. Pas na negen jaar, in 1081, werd hun eerste zoon geboren, de latere Lodewijk VI, bijgenaamd de Dikke. Daarna werd dochter Constance geboren, en waarschijnlijk nog een zoon, Hendrik, die als kind gestorven zou zijn.

Koningin

Over Bertha’s optreden als koningin is in de bronnen weinig te vinden. In slechts drie schenkingsoorkonden komt zij als mede-ondertekenaar voor. Alleen in de Vita Arnulfi treedt zij onverwacht uit de schaduw. In dit heiligenleven, voltooid kort na 1108, vertelt de auteur, Lisiardus, over een gebeurtenis die zich afspeelde in het klooster Saint-Médard waar hij als monnik leefde.

In 1076 had koning Filips ervoor gezorgd dat een zekere Pontius hier abt werd. De koning had zich hiervoor door Pontius laten betalen, een gewoonte die juist in deze tijd door de Kerk scherp bekritiseerd werd. Toen bleek dat deze Pontius ook nog de bezittingen van het klooster voor eigen doeleinden gebruikte, smeekten de monniken Filips om zelf een nieuwe abt te mogen kiezen. Filips stemde toe en de monniken kozen Arnulf van Oudenburg (de latere heilige) tot abt. Helaas kwam Arnulf al spoedig in conflict met de koning en besloot hij te vertrekken en als kluizenaar te gaan leven. Om te voorkomen dat Pontius terug zou keren, zorgde hij ervoor dat de monniken een waardige opvolger kozen, een zekere Gerald.

Op dat moment verschijnt Bertha ten tonele. De Vita Arnulfi beschrijft hoe zij ‘met koninklijk geweld’ (vi regia) Pontius vergezelde om Gerald te verdrijven. Als Arnulf dat hoort verlaat hij zijn kluis en maant hij de koningin de kerkelijke wetten te respecteren en zich van Pontius te distantiëren. De koningin wordt woedend en weigert. Hierop voorspelt Arnulfus haar dat zij nog voor haar dood door Gods wraak getroffen zal worden. Zij zal uit het koninkrijk verdreven worden en ellendig en veracht, als balling sterven. Bertha hield echter voet bij stuk en Gerald moest vertrekken. Er wordt wel beweerd dat Bertha hiermee wraak wilde nemen op de heilige Arnulfus omdat zijn familie zich gekant zou hebben tegen de grafelijke ambities van Robrecht de Fries, maar dat lijkt nogal vergezocht.

Hoewel in alle overgeleverde versies van de Vita Arnulfi de naam Bertrada wordt gebruikt, lijdt het geen twijfel dat de auteur Bertha bedoelde. De hier genoemde gebeurtenissen speelden zich af in 1078 toen Bertha koningin was en er nog geen sprake was van een Bertrada. De naamsverwisseling is echter niet zo verwonderlijk wanneer men bedenkt dat toen het heiligenleven geschreven werd (tussen 1095 en 1108), het huwelijk van Filips en zijn tweede vrouw Bertrada een groot schandaal veroorzaakte. De naam Bertrada was op ieders lippen. Bertha was toen al dood en vergeten.

Verstoting

Afgezien van haar spectaculaire optreden in het klooster Saint-Médard, blijft Bertha op de achtergrond, totdat ze – overeenkomstig de profetie van Arnulf – na twintig jaar huwelijk door Filips verstoten werd. Bertrada, de echtgenote van de graaf van Anjou, nam haar plaats in. De geschiedschrijvers, allen geestelijken, maken er met afkeuring melding van. Volgens de Kerk was het huwelijk onverbrekelijk.

Voor Filips golden echter andere overwegingen. Zijn huwelijk met Bertha had hem maar één zoon opgeleverd, een wankele basis voor het voortbestaan van de monarchie. Het verstoten van echtgenotes terwille van het nageslacht of ter vergroting van het machtsgebied was bepaald niet ongebruikelijk in die tijd. Filips zal dus in het belang van zijn dynastie gehandeld hebben, hoewel de bronnen hem andere motieven toedichten. Ordericus Vitalis en Suger betichten hem van wellust en Willem van Malmesbury meent te weten dat Bertha verstoten werd omdat ze veel te dik was. Dat laatste zal vast niet de reden zijn geweest, maar opvallend is wel dat haar zoon Lodewijk de Dikke genoemd zou worden en haar neefje Floris II dezelfde bijnaam kreeg.

Zo verliet Bertha in 1092 het koninklijk hof en vestigde zich in het graafschap Ponthieu, in het kasteel Montreuil-sur-Mer, dat zij bij haar huwelijk van Filips als bruidsgift gekregen had. Lang heeft ze niet meer geleefd. In 1094 is ze daar ‘als iemand uit het volk’ (more plebeio), als we de Vita Arnulfi mogen geloven, gestorven en begraven.

Naslagwerken

Van der Aa; Biographie nationale.

Literatuur en bronnenuitgaven.

  • A. Fliche, Le règne de Philippe I, roi de France (1060-1108) (Parijs 1912).
  • C. Verlinden, Robert I. le Frison comte de Flandre. Etude d’histoire politique (Antwerpen 1935).
  • C. Brühl, Fodrum, Gistum, Servitium regis. Studien zu den wirtschaftlichen Grundlagen des Königtums im Frankenreich (Keulen 1968).
  • Ordericus Vitalis, The ecclesiastical history of Orderic Vitalis 59, M. Chibnall ed. (Oxford 1975).
  • E.M. Hallam, Capetian France 987-1328 (Londen/New York 1980).
  • G. Duby, Le chevalier, la femme et le prêtre. Le mariage dans la France féodale (Parijs 1981).
  • A.W. Lewis, Royal succession in Capetian France. Studies on familial order and the state (Cambridge Mass. Londen 1981).
  • B.K.S. Dijkstra, Een stamboom in been. Vier eeuwen graven en gravinnen van het Hollandse Huis (Amsterdam 1991).
  • Suger, The deeds of Louis the Fat. R. Cusimano en J. Moorhead ed.  (Washington 1992).
  • D.E.H. de Boer en E.H.P. Cordfunke, Graven van Holland. Portretten in woord en beeld (880-1580) (Zutphen 1995).
  • R. Nip, Arnulfus van Oudenburg, bisschop van Soissons (gest. 1087), mens en model. Een bronnenstudie (Groningen 1995).
  • William of Malmesbury, Gesta regum anglorum. The history of the English kings 1. R.A.B.Mynors ed. (Oxford 1998).
  • Th. de Nijs en E. Beukers red., Geschiedenis van Holland 1 (Hilversum 2002).
  • A. Woll, Die Königinnen des hochmittelalterlichen Frankreich 987-1237/38 (Stuttgart 2002).

Auteur: Marion van Bussel

laatst gewijzigd: 13/01/2014