Hameetman, Adèle Maria (1933-2017)

 
English | Nederlands

HAMEETMAN, Adèle Maria, vooral bekend als Adèle Bloemendaal (geb. Amsterdam 11-1-1933 – gest. Amsterdam 21-1-2017), actrice, cabaretière, zangeres. Dochter van Pieter Cornelis Hameetman (1902-1984), expeditieknecht, later vertegenwoordiger, en Marie Sophia Elizabeth Hündling (1911-1998). Adèle Hameetman trouwde (1) op 18-12-1951 in Amsterdam met Gijsbert Bloemendaal (1922-1960), bouwkundig vliegtuigconstructeur; (2) na echtscheiding (1957) op 18-9-1961 in Amsterdam met Donald Towe Jones (1932-2004), danser, zanger, acteur. Uit huwelijk (2) werd 1 zoon geboren.

Adèle Hameetman (Delleke of Dellie voor de buurtkinderen) groeide op in de Amsterdamse Jordaan. Ze was de oudste van twee in het gezin van een handelsreiziger met toneelambities en diens tweede vrouw. Delleke had een sterke behoefte aan autonomie. Zo wil het verhaal dat ze al op haar vijfde zelfstandig een autoped huurde om naar het Vliegenbos in Amsterdam-Noord te steppen. Het gezin verhuisde na de geboorte van zusje Yvonne (1941) naar de Groen van Prinstererstraat en in 1943 naar de Ceintuurbaan. Na de bevrijding ging de twaalfjarige Adèle naar de meisjes-hbs in de Gerrit van der Veenstraat. Ze las graag en leerde goed, maar werd wegens slecht gedrag van school gestuurd. De kantoorbaan die ze daarna kreeg hield ze niet lang vol – ze tekende liever.

‘Gekke juffrouw’

Vanwege haar tekentalent stuurden de ouders Hameetman Adèle naar de Reclameteken-, en Etalageschool (Rec’s), een particuliere opleiding. Daarnaast volgde ze danslessen. Bij Rec’s raakte ze bevriend met medeleerlingen Cor Pisuisse en Leen Jongewaard en op haar achttiende ging ze meedoen met hun amateurcabaretgroep de Kijkdoos. Ze speelde vooral ‘de gekke juffrouw in rare kleren’, maar oogstte ook lof voor serieus spel in een Tsjechov-eenakter (gecit. Van Gelder, 23). Hameetman kreeg een relatie met Ben Bloemendaal, een tien jaar oudere ‘edelfigurant’ die in het dagelijks leven vliegtuigconstructeur bij Fokker was. Ze trouwden in december 1951 en trokken in bij zijn ouders aan de Moerdijkstraat.

Adèle Bloemendaal-Hameetman bleef actief in de Kijkdoos en begon in 1953 als ‘Adèle Hamé’ ook bij de in kindertoneel gespecialiseerde toneelgroep Puck. Dit hield eind 1953 op: haar man kreeg een baan bij vliegtuigbouwer Lockheed en ze verhuisden naar Los Angeles. Daar volgde ze cursussen modeontwerpen en ballet en poseerde ze voor kunstschilders tot haar huwelijk strandde. In december 1957 keerde ze als gescheiden vrouw terug naar Amsterdam.

Na haar scheiding trok Adèle Bloemendaal – ze hield de beter klinkende achternaam van haar ex-man – weer in bij haar ouders en verdiende haar geld met het verzorgen van accessoires voor reclamefoto’s van modewarenhuis C&A en het naaien van jurkjes. Intussen volgde ze lessen beweging, spraak en zang. Vanaf oktober 1958 trad ze op met cabaretgroep Lurelei, waar ze excelleerde als pinnige, verzenuwde schooljuffrouw. In 1959 maakte Bloemendaal haar televisiedebuut in de AVRO-uitzending Van A tot Z. Meer opdrachten voor cabaret en televisie volgden. Bij theater Tingel Tangel ontmoette ze de Amerikaanse danser en zanger Donald Jones. Ze traden regelmatig samen op, gingen samenwonen aan de Leidsekade en trouwden in 1961. In 1963 beviel Bloemendaal, die kort daarvoor met slaande ruzie was vertrokken bij Tingel Tangel, van zoon John Arthur. Een jaar later gingen Jones en zij als vrienden uit elkaar en verhuisde Bloemendaal met haar zoontje naar een appartement boven een schoenenwinkel op de Nieuwendijk (nr. 125). Na de scheiding had ze af en toe kortlopende liefdesrelaties.

Carnavalskrakers

Naast komedierollen voor toneelgroep Ensemble deed Bloemendaal talloze tv-schnabbels, bijvoorbeeld met het duo De Mounties. In 1966 zond de VPRO haar soloshow Aaah-dèle! uit, waarvan Phonogram de liedjes uitbracht. In 1969-1970 speelde ze, met vlinderbril en suikerspin, de rol van Doortje in ’t Schaep met de 5 Pooten. Deze KRO-televisieserie over een kroeg in de Jordaan – met bijbehorende muzikale hit – was een doorslaand succes. Tijdens het Holland Festival van 1970 kreeg Bloemendaal ook lof toegeworpen als zangeres van De meisjes van de suikerwerkfabriek van tekstschrijver Drs. P., die haar in 1972 voorzag van de – oorspronkelijk als persiflage bedoelde – carnavalskraker Wat heb je gedaan, Daan?. Tot 1981 zou ze ieder jaar een carnavalshit afleveren, die ze luid schreeuwend in het feestencircuit ten gehore gaf.

In 1973 trad Bloemendaal toe tot de cast van Citroentje met suiker, de opvolger van ’t Schaep. Ze deed wat kleine filmrollen en in 1975 schitterde ze met Wieteke van Dort als een van de gezusters Haai-Baai in het VARA-programma Dat ik dit nog mag meemaken. Privé ging het haar voor de wind: ze had het roken en drinken afgezworen en deed aan karate. Voor roddelblad Privé schreef ze vanaf 1977 een column, poseerde ze voor modereportages en maakte ze sterk persoonlijk getinte reisreportages, zoals in de zomer van 1978 over China. In 1981 speelde ze mee in de muzikale toneelkomedie Sam Sam, met enige tegenzin, want ze ambieerde een eigen theaterprogramma. Dat soloprogramma kwam er: Adèle’s keus (1981-1983), waarin ze zowel serieus als komisch repertoire zong.

Soloshows

In 1983 stond de inmiddels vijftigjarige Bloemendaal op de cover van de Playboy – ze had alleen rolschaatsen aan. Bijzonder open was ze over plastische chirurgie, zoals de facelift die haar afhielp van haar ‘kwabwangen’. Ook onthulde ze in Adèle’s fitness boek haar fitnessgeheimen en liet ze zich filmen in een bubbelbad voor chocoladefabrikant Bros. Ze raakte in conflict met haar impresario en zei fysiek te zijn ingestort, maar was in 1984 weer op de been: op kosten van weekblad De Tijd bezocht ze haar zoon, die in de VS zijn dienstplicht vervulde, en reisde ze door naar Tahiti en Indonesië. Thuisgekomen na haar sabbatical bedacht ze met Jacques Klöters de show Adèle in korte broek, waarin ze autobiografische verhalen vermengde met fictie en liederen. Eveneens in 1985 begon op tv de comedyserie De Brekers, waarin Bloemendaal wederom schitterde als Jordanese volksdame, de stelselmatig schel schreeuwende Trees.

Bloemendaal moest in 1987 haar theaterprogramma vanwege stemproblemen staken – naar eigen zeggen veroorzaakt door het snerpende stemgeluid van haar tv-Trees. Ze speelde in 1989 de rol van wrede toverheks in de jeugdfilm Theo en Thea en de Ontmaskering van het Tenenkaas Imperium en kwam in december van dat jaar met de cabaretshow Adèle in Casablanca, met daarin het gezongen zelfportret De zwarte doos. Nu en dan verdween ze geheel van de radar – dan trok ze zich terug in haar buitenhuisje op Aruba of greep naar de fles. In 1993 zegde Bloemendaal een duoproject met collega-cabaretière Jenny Arean af vanwege haar gezondheid, maar ook omdat ze geen zin meer had. Wel maakte het tweetal een tv-special (Meisjes in de grote stad, 1995). Na een korte tournee met haar tekstschrijver Hans Dorrestijn ging in oktober 1997 Adèle’s Comeback nr 1 in première, dat niet goed werd ontvangen.

Op een treinreis door Duitsland in 1999 kreeg Adèle Bloemendaal een beroerte. Spraakproblemen tijdens een solo-optreden in 2000 – het publiek dacht dat ze dronken was – bleken het gevolg van opnieuw een licht herseninfarct. Ze moest stoppen met optreden. Vanaf 2007 had Bloemendaal helemaal geen werk meer – ze zong alleen nog in een amateur-seniorenkoor. Teruggeworpen op haar AOW en incidentele giften van vrienden leidde ze een karig bestaan, zonder haar stijl en humor te verliezen. In 2013 was Bloemendaal eregast op de première van de theatershow Adèle, waarin Sanne Wallis de Vries en Paul Groot haar teksten en liedjes ten gehore brachten. De regisseur, Maarten Mourik, maakte ook een weinig verhullende documentaire over Bloemendaal (Eens wil ik ervan af zijn, 2014). Ze werd vergeetachtig en verloor haar spraakvermogen. Vanaf 2014 woonde ze in woonzorgcentrum De Flesseman op de Nieuwmarkt.

Adèle Bloemendaal stierf op 21 januari 2017, kort na haar 84ste verjaardag. De kranten publiceerden paginagrote necrologieën. Bloemendaal werd gecremeerd op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

‘Schaamteloos en geraffineerd’

Hoewel ze ook serieuze rollen speelde en literaire liedteksten zong, zag Adèle Bloemendaal zichzelf vooral als comédienne. Ze genoot van het maken van nieuwe shows, maar hield minder van het artiestenbestaan met de eindeloze herhaling van programma’s. Ze stond bekend als ‘de wispelturigste artieste van Nederland’, maar was niettemin immens populair. In 1976 ontving ze een Gouden Harp voor haar gehele oeuvre en tien jaar later volgde de Scheveningen Cabaretprijs voor Adèle in korte broek. In 2006 kreeg Adèle Bloemendaal de Blijvend Applausprijs, een oeuvreprijs voor oudere artiesten. De jury omschreef haar als vat vol tegenstrijdigheden: ‘robbedoes en grande dame’, ‘avontuurlijk en boosaardig’, ‘literair en liederlijk’ en ‘schaamteloos en geraffineerd’ (gecit. Van Gelder, 260). In 2018 publiceerde journalist Henk van Gelder de biografie Adèle. Uit het rijke leven van Adèle Bloemendaal.

Naslagwerken

Honig; Muziekencyclopedie.

Werk

  • Overzicht theater- en televisiewerk in: Honig, 76.
  • Overzicht geluidsdragers en dvd’s in: Van Gelder, Adèle, 285-296.

Literatuur

  • Henk van Gelder, Adèle. Uit het rijke leven van Adèle Bloemendaal (Amsterdam 2018).
  • Henk van Gelder, Ons Amsterdam (2018) [te verschijnen].
  • Maarten Mourik, Eens wil ik ervan af zijn, 2014 [documentaire].

Illustratie

Adèle Bloemendaal, door onbekende fotograaf, 1963 (ANP Photo).

 

 

Auteur: Maarten Hell (met dank aan Henk van Gelder)

laatst gewijzigd: 19/03/2018