Boddaert, Elisabeth Caroline (1866-1948)

 
English | Nederlands

BODDAERT, Elisabeth Caroline (geb. Oostkapelle 24-9-1866 – gest. Amsterdam 22-2-1948), pedagoge en sociaal hervormster. Dochter van Jacques Phoenix Boddaert (1811-1885), rechter, en Elisabeth Carolina van Heeckeren van Brandsenburg (1822-1882). Elisabeth Boddaert woonde vanaf 1919 samen met Constance van Spengler (1891-1965), pedagoge.

Jonkvrouw Elisabeth Boddaert werd geboren als het eerste en enige kind van Elisabeth Carolina barones van Heeckeren en Jacques Boddaert. Via het eerste huwelijk van haar vader – met een zus van haar moeder – had ze zes halfbroers en -zusters, onder wie de maatschappelijk betrokken schrijfster en dichteres Marie Boddaert (1844-1914). Elisabeth groeide op in weelde. De adellijke Boddaerts bezaten twee huizen: in de winter verbleven zij in Middelburg, in de zomer op kasteel Westhove op Walcheren, tussen Domburg en Oostkapelle. Elisabeth genoot privéonderwijs op protestants-christelijke grond. In 1880 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar haar moeder twee jaar later stierf. Toen ook haar vader ernstig ziek werd, nam een gouvernante de opvoeding over. Elisabeth bracht enkele jaren door op Haagse kostscholen.

Boddaert-tehuizen

Na de dood van haar vader (in 1885) verhuisde de negentienjarige Elisabeth Boddaert naar Lausanne, waar ze eindexamen deed aan het meisjeslyceum en vervolgens haar verpleegstersdiploma haalde. In 1890 ging ze werken in het Royal Infirmery, een ziekenhuis in Edinburgh dat volgens de modernste eisen was ingericht door Florence Nightingale. Bij het verplegen van enkele misdadigers daar raakte zij onder de indruk van hun persoonlijke verhalen. Boddaert besefte dat hun levens heel anders hadden kunnen verlopen als de mannen in hun jeugd een betere start hadden gehad. Rond 1895 verhuisde zij naar Berlijn, waar ze zich als vrijwilligster ontfermde over ontslagen gevangenen. Haar ideeën over de invloed van armoede en verwaarlozing op kinderen kregen steeds duidelijker vorm. Met de hier opgedane ervaring vestigde Boddaert zich in 1902 in Amsterdam aan de Van Eeghenstraat, van waaruit zij een nieuwe jeugdzorg ging opzetten onder haar motto ‘voorkomen is beter dan genezen’.

Elisabeth Boddaert was overtuigd van het belang van vroeg reclasseringswerk. Met de uitvoering van de Kinderwetten – vanaf 1905 – kon de overheid in het gezinsleven ingrijpen en ouders uit de ouderlijke macht zetten als zij hun kinderen verwaarloosden. Boddaert stond pal achter deze verworvenheden voor kinderen, maar vond dat de kinderen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving moesten blijven. Ze pleitte voor hulp dicht bij huis en zag weinig heil in tuchtscholen of heropvoedingsgestichten. Veranderingen konden alleen bewerkstelligd worden met medewerking van de ouders. Daarom richtte Boddaert in 1903 een eigen instelling op met een huiselijk en ordelijk klimaat voor jongens en meisjes, betaald uit haar privévermogen. De kinderen sliepen thuis, maar konden overdag terecht in haar eenvoudige opvangtehuis, met plek voor maximaal 24 kinderen: het eerste Tehuis voor Schoolgaande Kinderen (Nicolaas Beetsstraat 124). Observatie was een belangrijk onderdeel van Boddaerts methode. Ze wilde de kinderen zowel in het gezin als op straat, op school en in het tehuis observeren om een persoonlijk plan voor hen te ontwikkelen. Met deze aanpak was ze haar tijd ver vooruit.

Het initiatief van Elisabeth Boddaert sloeg aan. In 1904 richtte zij de Vereeniging Tehuizen voor Schoolgaande Kinderen op om meer tehuizen te kunnen stichten, vanwege de specifieke methode de ‘Boddaert-tehuizen’ genoemd. Boddaert bleek een bevlogen pedagoge en was ook organisatorisch sterk. De kleine dame – ze was ongeveer 1 meter 55 – hield in binnen- en buitenland lezingen over haar manier van werken. Met wervingscampagnes wist ze geldschieters over de brug te krijgen voor uiteindelijk nog drie Amsterdamse tehuizen: Amaliastraat 3 in West (1906), Tweede Jan Steenstraat 102 in De Pijp (1915) en Zacharias Jansestraat 49 in Oost (1929). Vanaf 1911 schakelde Boddaert medische en psychiatrische specialisten in om ontluikende criminaliteit bij de kinderen voor te zijn. Nog eens zes jaar later, in 1917, werden de tehuizen ook opengesteld voor jeugdige delinquenten. Dit deed Boddaert samen met de 25 jaar jongere pedagoge jonkvrouw Constance (Onnie) van Spengler. Zij werd niet alleen haar naaste medewerkster, maar ook haar levenspartner.

In de jaren twintig en dertig bleef Boddaert zich inzetten voor de tehuizen. Ze had zich ten doel gesteld minstens twintig Boddaert-tehuizen te stichten, maar het bleef bij de vier Amsterdamse instellingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het werk door zolang het mogelijk was. Na de Hongerwinter gingen de kinderen en hun begeleiders enige tijd naar Friesland om aan te sterken; vanwege haar slechte gezondheid ging Boddaert zelf niet mee. Toen de kinderen in het voorjaar van 1945 terugkeerden, bleken de huizen geplunderd te zijn.

Na de oorlog maakte Elisabeth Boddaert nog wel de wederopbouw van de tehuizen mee, maar de grote sprong voorwaarts maakte ze niet meer mee. Op 22 februari 1948 stierf zij, op de leeftijd van 81 jaar. Haar vermogen liet zij na aan de Vereeniging Tehuizen voor Schoolgaande Kinderen, die werd voortgezet door Constance van Spengler.

Betekenis

Dat Boddaert haar tijd ver vooruit was, bleek toen de Boddaert-tehuizen in de jaren zeventig een tweede bloeiperiode beleefden. In 1978 waren er 35 centra, verspreid over twintig gemeenten. De traditionele instellingenzorg had afgedaan en de Boddaert-centra boden het juiste alternatief om de kinderen in hun eigen omgeving te ondersteunen. In 2003 vierde het Boddaert-werk het honderdjarig bestaan. Korte tijd later ging de organisatie na verschillende fusies op in Altra, onderwijs en jeugdhulp. Elisabeth Boddaert is opgenomen in de canon Sociaal Werk.

Naslagwerken

BWN; Persoonlijkheden.

Literatuur

  • Theo van Stegeren, De freule moest eens weten… 75 Jaar Boddaertcentra (Amsterdam 1979).
  • Cees van Dijk red., Boddaert 100 jaar. Ontwikkelingen in de dagbehandeling voor schoolgaande jeugd (Amsterdam 2003).
  • Lia de Kok, ‘Jonkvrouwe Elisabeth Boddaert (1866-1948). “Geen nadruk op het verkeerde, maar aandacht voor het goede”’, in: Tom Kroon en Bas Levering red., Grote pedagogen in klein bestek (Amsterdam 2008) 121-126.
  • Maarten van der Linde, ‘Elisabeth Boddaert. Wegbereider van de dagopvang voor schoolgaande jeugd’, Sozio 84 (2008) okt., 20-23.
  • Maarten van der Linde, ‘Redder van verwaarloosde jeugd. Freule Elisabeth Boddaert was haar tijd ver vooruit’, Ons Amsterdam 9 (2013) 40-45.
  • ‘1903 Elisabeth Boddaert en de pedagogische dagopvang’, De Canon Zorg voor de Jeugd [URL: http://www.canonsociaalwerk.eu/nl_jz/details.php?cps=10&canon_id=258; geraadpleegd 24-4-2016].

Illustratie

Elisabeth Boddaert. Atelier J. Merkelbach, ongedateerd (Stadsarchief Amsterdam).

Auteur: Ingrid van der Vlis

laatst gewijzigd: 17/08/2017