Boer, Francijntje de (1784-1852)

 
English | Nederlands

BOER, Francijntje de (geb. Harlingen 18-10-1784 - gest. Heerenveen 7-3-1852), dienstbode, schrijfster van kindergedichten. Dochter van Marten de Boer (gest. 1811), muziekmeester en schrijver op ’s lands werf te Harlingen, en Catharina Cramer (gest. 1807). Francijntje de Boer bleef ongehuwd.

Francijntje de Boer groeide op in een doopsgezind milieu. Zij was de op een na oudste van de dertien kinderen van Marten de Boer en Catharina Cramer. Tot haar negende of tiende jaar volgde zij onderwijs, maar daarna maakte het krappe gezinsinkomen verdere scholing onmogelijk. Vanaf haar dertiende werkte ze in Harlingen als naaister voor particulieren, op haar vijftiende begon zij haar lange loopbaan als dienstmeisje. In totaal vijf families heeft Francijntje tussen 1800 en 1852 gediend, achtereenvolgens in Leeuwarden (tot 1807), Sneek (tussen 1811 en 1828) en Heerenveen (vanaf 1828 tot haar dood). Haar lange leven in de dienstbare stand werd slechts eenmaal onderbroken: na de dood van haar moeder in 1807 keerde ze terug naar het ouderlijk huis om voor haar vader te zorgen.

Na de dood van haar vader in 1811 ging Francijntje de Boer werken in Sneek, waar een voor haar als dichteres uiterst vruchtbare periode aanbrak. In acht jaar publiceerde zij vier dichtbundels: twee voor volwassenen en twee voor kinderen. In Sneek maakte ze ook kennis met de schrijfster Fenna Mastenbroek, voor wie ze veel bewondering koesterde. Dat gold ook voor de schrijfsters Petronella Moens, die ze ontmoette, en Anna Barbara Schilperoort, met wie zij correspondeerde. 

De Boers gedichten voor volwassenen zijn eenvoudig van taal en draaien om huisgezin, deugdzaamheid en zuivere godsdienstzin. Haar werk oogstte bijval, zoals bleek bij de verschijning van haar Nieuwe dichtproeven (1821), waarop bijna vijfhonderd personen intekenden. Critici waardeerden haar ‘ongekunstelde’ toon en het feit dat zij in overeenstemming met haar nederige stand voor simpele thema’s koos. Volgens het Algemeen Letterlievend Maandschrift toonde ze ‘tevredenheid met hare levensstand, en deelneming in de vreugde en leed van geëerde en beminde vrienden’ (1822, 85).

Zelf was Francijntje de Boer zich zeer bewust van haar bescheiden positie. In haar eerste bundel voor kinderen, Gedichtjens voor kinderen (1817 of 1818) schrijft zij: ‘De onderwerpen, welke ik behandeld heb, zijn slechts eenvoudig; trouwens, wie wacht dit anders van mij?’ Haar verzen voor kinderen bevatten steeds, geheel in de trant van Hieronymus van Alphen, allerlei morele lessen. Van haar Gedichtjens verschenen tot 1860 minimaal zeven drukken, wat erop wijst dat ze redelijk populair waren. Zelf vertelde Francijntje dat sommige lezertjes haar persoonlijk kwamen opzoeken en dat andere haar dankbrieven schreven (Gedichtjes, 3e dr., 1841, ‘Voorberigt’). Vereerd voelde ze zich met de Franse vertaling van die bundel.

Na de verschijning van haar Gedichtjes voor behoeftige kinderen (1823) publiceerde De Boer nog maar één boek en dat meer dan een kwarteeuw later: Laat ons leven tot elkanders nut en vreugd (1850). Daarin stond niet alleen wat nieuwe poëzie, maar nu ook verhalend proza. Op 67-jarige leeftijd overleed Francijntje de Boer ten huize van haar laatste werkgever Cornelis Tuymelaar (1785-1846), koopman te Heerenveen. Acht jaar na haar dood verscheen er nog een herdruk van haar Gedichtjens voor kinderen, maar ondanks de verzekering van de uitgever dat ‘de belangstelling in dit bundeltje niet verminderd’ was, raakte ze al snel in de vergetelheid. Tegenwoordig herinnert een singel in Heerenveen nog aan haar bestaan. Haar graf is geruimd, maar de grafsteen is bewaard gebleven en bevindt zich thans in de collectie van het Museum Willem van Haren in Heerenveen.

Naslagwerken

Van der Aa; Frederiks/Van den Branden; Lauwerkrans; NNBW.

Archivalia

UB Amsterdam (UvA): Collectie Robidé van der Aa, map 2, Jf 200 [brief van FdB aan haar broer Tynes, 19-12-1834, waarin ze haar leven beschrijft].

Publicaties

  • Dichtproeven (Haarlem 1815).
  • Gezangen bij de plegtige viering van het derde eeuwfeest der hervorming, den 2den november 1817 (Sneek 1817).
  • Gedichtjens voor kinderen (Haarlem z.j. [1817 of 1818]) [Fr. vert. door Auguste Clavareau: Petits poèmes à l’usage de l’enfance (Maastricht 1835)].
  • Nieuwe dichtproeven (Amsterdam 1821).
  • Gedichtjes voor behoeftige kinderen (1823).
  • Laat ons leven tot elkanders nut en vreugd. Nederlandsche verhalen, en eenige nieuwe dichtproeven (Leiden 1850).

Literatuur

  • Wopke Eekhoff, ‘Fenna Mastenbroek en Francijntje de Boer’, Nieuwe Friesche Volksalmanak 12 (1864) 152-162.
  • Gerrit Komrij, Papieren tijgers (Amsterdam 1978) 215-219, 223.

Illustratie

Portret, door onbekende kunstenaar, ongedateerd (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag).

Auteur: Lotte Jensen.

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 632

laatst gewijzigd: 13/01/2014