Bonger, Johanna Gezina (1862-1925)

 
English | Nederlands

BONGER, Johanna Gezina, vooral bekend als Jo van Gogh-Bonger (geb. Amsterdam 4-10-1862 – gest. Laren 2-9-1925), beheerde de nalatenschap van Theo en Vincent van Gogh. Dochter van Hendrik Christiaan Bonger (1828-1904), commissionair en assuradeur, en Hermine Louise Weissman (1831-1905). Jo Bonger trouwde (1) op 18-4-1889 in Amsterdam met Theo van Gogh (1857-1891), kunsthandelaar; (2) op 21-8-1901 in Bussum met Johan Cohen Gosschalk (1873-1912), kunstenaar. Uit huwelijk (1) werd 1 zoon geboren; (2) bleef kinderloos.

Jo Bonger groeide op als middelste van tien in een remonstrants, liberaal gezin uit de kleine burgerij van Amsterdam – drie broertjes stierven op jonge leeftijd. Haar jongste broer was de later bekende criminoloog Willem Adriaan Bonger (1876-1940). Jo volgde een beroepsopleiding tot lerares Engels, waarvoor ze in haar laatste studiejaar twee maanden in Engeland verbleef. Na haar studie werkte ze op een meisjesinternaat in Elburg en een meisjes-hbs in Utrecht.

Van Gogh

De beste band had Jo met broer Andries (1861-1936), die van eind 1879 tot 1892 in Parijs woonde. Hij was bevriend met Theo van Gogh, kunsthandelaar in Parijs. In de zomer van 1887 vroeg Theo haar ten huwelijk, maar Jo sloeg dit aanzoek in eerste instantie af omdat ze verliefd was op een ander. Die liefde bleef echter onbeantwoord en Jo raakte in een emotionele crisis. In november 1888 vertrok ze voor enkele weken naar Parijs, waar ze Theo weer ontmoette. In januari 1889 verloofden zij zich alsnog. Het huwelijk werd in april 1889 in Amsterdam voltrokken. Het echtpaar betrok een appartement in Cité Pigalle (Parijs), waar in 1890 hun zoon Vincent Willem werd geboren, vernoemd naar de broer van Theo. Na de zelfmoord van Vincent van Gogh (juli 1890) kreeg Theo een zware zenuwinzinking. Hij leed al jaren aan syfilis, en vanwege de bijbehorende lichamelijke en psychische klachten moest hij worden opgenomen in een inrichting, waar hij eind januari 1891 overleed.

De tekeningen, schilderijen en brieven van Vincent en de kunstcollectie van Vincent en Theo kwamen na de dood van Theo op naam te staan van de toen eenjarige Vincent Willem. Jo trad op als de beheerder van deze erfenis. Ze deed er alles aan om de kunst en het leven van haar zwager meer bekendheid te geven en zette daarmee het werk van haar overleden echtgenoot voort. Ze zag dit als haar plicht. In haar dagboek schreef ze: ‘Behalve het kind heeft hij [: Theo] mij nog een andere taak nagelaten – het werk van Vincent … zoveel mogelijk te laten zien en waarderen – al de schatten die Theo en Vincent verzameld hadden ongeschonden te bewaren voor het kind, ook dat is mijn werk’ (15-11-1891).

Na de dood van Theo verhuisde Jo met haar zoontje naar Bussum, waar ze een pension begon om in haar levensonderhoud te voorzien. Hiernaast werkte ze als vertaalster uit het Engels en Frans voor De Kroniek. Via haar jeugdvriendin Anna Dirks, die getrouwd was met de schilder Jan Veth, leerde ze veel schrijvers en kunstenaars kennen die tot de Tachtigers worden gerekend. Van 1894 tot mei 1897 had ze een relatie met een van hen: de schilder Isaac Israëls.

Als overtuigd socialiste werd Jo lid van de in 1894 opgerichte Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). In 1901 trouwde ze met Johan Cohen Gosschalk, kunstschilder en -criticus, waarna ze haar pension opgaf. Twee jaar later verhuisde het gezin naar Amsterdam. Daar was Jo in 1905 een van de oprichtsters van de Amsterdamse afdeling van de Sociaal-Democratische Vrouwenpropagandaclub (SDVC). In 1912 overleed haar tweede echtgenoot en voerde zij weer de naam Van Gogh. Van 1916 tot april 1919 woonde ze in New York, waar ook haar zoon en zijn vrouw verbleven.

De erfenis

Toen Jo Van Gogh-Bonger de erfenis onder haar hoede kreeg, werd het werk van Vincent van Gogh in kleine kring gewaardeerd, maar het genoot – zeker in Nederland – nog geen grote bekendheid. Jo zette verschillende Nederlandse critici ertoe aan over hem te schrijven, ze organiseerde tentoonstellingen, ze zorgde dat zijn werk te zien was op belangrijke exposities in binnen- en buitenland en ze verkocht werken aan verzamelaars, handelaren en musea. Als het nodig was, schakelde ze de hulp in van invloedrijke kunstenaars. In 1905 was zij de initiatiefnemer van de grote Van Gogh-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar meer dan 450 werken te zien waren. Johan Cohen Gosschalk schreef de inleiding van de catalogus. Jo ging strategisch te werk in haar contacten met handelaren en musea; heel bewust verkocht ze werk om ervoor te zorgen dat op veel plekken in de wereld Vincents kunst te zien zou zijn. In 1924 verkocht ze, na lang twijfelen en in overleg met haar zoon, een versie van De zonnebloemen aan de National Gallery in Londen. Het was een schilderij waar ze meer dan dertig jaar dagelijks naar had gekeken en dat ze nooit had willen verkopen. Waarom ze uiteindelijk toch door de knieën ging, omschreef ze treffend in een brief: ‘It is a sacrifice for the sake of Vincent’s glory’ (24-1-1924).

Om meer bekendheid te geven aan Vincents levensverhaal publiceerde Jo in 1914 Vincent van Gogh. Brieven aan zijn broeder. Voor deze omvangrijke uitgave, waar ze 22 jaar aan had gewerkt, schreef ze een uitgebreide biografische inleiding. Ook had ze zelf de redactie gevoerd en de uitgave uit eigen middelen bekostigd. Ze was begonnen met de Engelse vertaling van de brieven. Deze taak heeft ze echter niet kunnen voltooien: de ziekte van Parkinson maakte haar het schrijven onmogelijk. Op 2 september 1925 overleed Jo in Laren.

Reputatie en erkenning

Jo van Gogh-Bonger was op het gebied van de beeldende kunst een autodidact. Haar kundigheid werd meer dan eens onderschat door handelaren en critici en zelfs door haar eigen broer. Maar ze wist ook indruk te maken: ze was een goede zakenvrouw, ze was volhardend en ze sprak haar talen. Tegenwoordig wordt ze vooral herinnerd als de persoon die heeft gezorgd voor de nalatenschap van de broers Van Gogh. Op het moment dat zij als jonge alleenstaande moeder de erfenis in haar beheer kreeg, was Vincent van Gogh een nagenoeg onbekend kunstenaar. Toen zij in 1925 stierf, was hij wereldberoemd. Jo heeft daar een cruciale rol in gespeeld en kan worden beschouwd als de wegbereider van Van Goghs faam. Vincent Willem zette haar werk voort en in 1973 opende het Van Gogh Museum in Amsterdam zijn deuren. Hans Luijten, verbonden aan het Van Gogh Museum, werkt aan een biografie over Jo van Gogh-Bonger (te verschijnen in 2018).

Naslagwerken

RKD.

Archivalia

  • Van Gogh Museum, Amsterdam: Archief Johanna van Gogh-Bonger [Dagboeken en correspondentie].
  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: Archief Johanna G. Van Gogh-Bonger, ARCH00516 [Correspondentie en documentatie].
  • Atria, Amsterdam: Archief Jo van Gogh-Bonger [8 brieven van Anna Veth 1889-1890].

Publicaties

  • Vincent van Gogh. Brieven aan zijn broeder. Uitgegeven en toegelicht door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger, 3 delen (Amsterdam 1914).
  • Verzamelde brieven van Vincent van Gogh. Uitgegeven en toegelicht door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger, verzorgd door V.W. van Gogh, 4 delen (Amsterdam 1952-1954).

Literatuur

  • Henk Bonger, ‘Een dierbare herinnering’, Tirade (juli-aug. 1986) 484-489.
  • Han van Crimpen, ‘Johanna van Gogh: a legacy, a mission’, in: Tsukasa Kōdera red., The mythology of Vincent van Gogh (Tokyo en Amsterdam 1993).
  • Jan Hulsker, ‘De Van Goghs en de Bongers’, Jong Holland 2 (1996) 44-53.
  • Kort geluk. De briefwisseling tussen Theo van Gogh en Jo Bonger, Han van Crimpen, Leo Jansen en Jan Robert ed. (Amsterdam en Zwolle 1999).
  • The account book of Theo van Gogh en Jo van Gogh-Bonger, Chris Stolwijk en Han Veenenbos ed. (Leiden 2002).
  • Bas Heijne,Kunst en passie: het verhaal van Jo van Gogh-Bonger’, in: Van Gogh Museum: een portret (Zwolle 2003).
  • Irene Meyes, Johanna van Gogh-Bonger. Kunsthandelaar? (Deventer 2007).

Illustratie

Jo van Gogh-Bonger, door onbekende fotograaf, 1893 (Coll. Van Gogh Museum/Vincent van Gogh Stichting, Amsterdam).

 

Auteur: Linda Modderkolk

laatst gewijzigd: 29/05/2017