Boort, Maria Clasina van (1904-1983)

 
English | Nederlands

BOORT, Maria Clasina van (geb. Zaltbommel 23-7-1904 – gest. Oisterwijk 22-12-1983), poppenspeelster. Dochter van Ludovicus van Boort (1868-1942), aannemer en wijnhandelaar, en Antonia Lamberdina Boelen (1872-1952) wijnhandelaarster. Cia van Boort bleef ongehuwd.

Clasina (Cia) van Boort werd als een na jongste van vijf geboren in een bemiddeld katholiek gezin in Zaltbommel – ze had drie zussen en een broer. Haar vader was aannemer, maar nam in 1905 samen met zijn vrouw een wijnhandel en slijterij aan de Waterpoort over. Al vroeg werd duidelijk dat Cia muzikaal en kunstzinnig was: ze speelde cello bij het Zaltbommelse Symphonieorkest, ging bij de lokale toneelvereniging en dirigeerde een mandolineorkest. Daarnaast vermaakte ze anderen met haar geïmproviseerd poppenspel. Na de rijks-hbs ging ze cello studeren aan het Tilburgse conservatorium, maar ze kon haar draai niet vinden. Haar liefde voor muziek, toneel, tekenen en boetseren leidde haar echter ‘regelrecht naar ’t poppenspel’, zo zou ze zelf later verklaren. Al deze vaardigheden, van de muziek tot het zelf maken van de poppen, had ze ‘broodnodig voor ’t poppenspel’ (Timmermans, 37).

De Poppenboerderij

Vanaf 1934 trad Cia van Boort vanuit Zaltbommel in het hele land op als reizend poppenspeelster. Ze was de eerste vrouw in Nederland die haar geld met het poppenspel verdiende. Met haar vaders auto-met-chauffeur trok ze door het land, bijgestaan door verschillende assistentes – onder anderen Fiep Westendorp hielp haar bij het poppenspel. Begin jaren veertig verliet Van Boort het ouderlijk huis voor Den Haag. Toen pas ontdekte ze dat er ook een zakelijke kant aan haar vak zat. Ze besloot lessen tekenen en boetseren op de kunstacademie te volgen en ging actiever voorstellingen verkopen. Bij toeval ontmoette ze in Den Haag de weefster Ria Van Gorp, een oude bekende van het conservatorium. Samen betrokken ze in het voorjaar van 1941 een kleine boerderij in Voorschoten, waar ze op zolder een theater begonnen. Alles deden de vrouwen zelf. Van Gorp maakte de poppen en decors, terwijl Van Boort ook het schrijven van de teksten en het poppenspel voor haar rekening nam. In de stukken werd de werkelijkheid literair weergegeven, maar in een naturalistisch decor. Het directe contact met de kleine, beweeglijke handpop sprak Van Boort erg aan. Ze brak met de gewoonte om de poppen boven het hoofd te bespelen; ze zat ernaast en leunde met haar ellebogen op een werkplank. Van Boort wilde poppenspel in haar oervorm spelen, ‘begrijpelijk voor ieder, ballade-achtig en beleerend, ter vereedeling van een kunst’ (De Courant, 31-12-1942).

De Poppenboerderij was een groot succes. Van Boort en Van Gorp voerden tweewekelijks sprookjes op voor kinderen, en voor volwassenen maakten ze serieuze voorstellingen als Impromptu en De Faust-sage van Waardenburg. Enige tijd stopte er zelfs een tram voor de deur van het theater. Daarnaast bleef Van Boort rondreizen met haar poppen. Het drukke bestaan eiste zijn tol en Van Boort moest acht maanden lang zwijgen omdat ze letsel aan haar stem had opgelopen. Voor onderduikers uit het Voorschotens verzet was de landelijk gelegen poppenboerderij een veilige haven. Van Boort ‘verloor’ in 1944 opnieuw haar stem om niet voor de Duitsers te hoeven optreden.

De Schelleboom

In 1951 vertrok Van Boort naar Oisterwijk (Heisteeg 4), een plaats die ze op een van haar reizen had ontdekt. Ook hier maakte ze furore met haar poppenspel, bijgestaan door haar nieuwe medewerkster Trudy de Ruyter. Op 15 april 1952 hadden ze prinses Beatrix te gast, met wie ze twee poppen maakten. Een jaar later viel Van Boorts oog op een bouwvallige boerderij aan de Burgemeester Cantserlaan, die ze van de sloop wist te redden. In 1954 opende ze hier haar poppentheater De Schelleboom, waar ze wederom haar eigen producties bracht. Het theater werd een ontmoetingsplaats voor haar grote kennissenkring. Van Boort speelde nog altijd sprookjes voor kinderen, maar ook kleine komedies, muzikale zangspelen en groteske vertellingen voor volwassenen, zoals Zó of zó? (1953) en De pianist naar een verhaal van Godfried Bomans (1963).

Toen begin jaren zeventig Van Boorts gezondheid achteruitging, verhuisde ze naar het bejaardentehuis Ten Bijgaerde in Oisterwijk. Daar bleef ze zoveel mogelijk actief; ze richtte er de kerststal in, maakte poppen, doceerde en schilderde. De Schelleboom werd overgenomen door haar toenmalige assistente Kien Timmermans. Cia van Boort kwam op 22 december 1983 bij een aanrijding om het leven, in de ouderdom van 79 jaar.

Betekenis

Cia van Boort was een van de ‘pioniers van het moderne handpoppenspel’ (Bulthuis, 30). In een tijd waarin het bijzonder moeilijk was om met poppenspel een inkomen te verdienen, volgde de volhardende Van Boort haar passie en vernieuwde zij het genre voor een publiek van volwassenen. Bezoekers, ook critici, waren aangenaam verrast door Van Boorts ‘artistieke poppenspel’ (Leidsch Dagblad, 26-7-1941). Ze inspireerde een nieuwe generatie poppenspelers, zoals Jeanne van Midde en Theo Andriessen, en werd wel de ‘moeder van het Brabantse poppenspel’ genoemd (Ketelaars, 126). Ze kreeg ook publieke erkenning: in 1961 werd ze onderscheiden met de VVV-prijs Hart van Brabant en in 1971 kreeg ze een koninklijke onderscheiding. In 1972 benoemde de Nederlandse Vereniging voor het Poppenspel haar tot erelid. In het Lindepark staat sinds 1995 een monument voor Van Boort, vervaardigd door Fred van Eldijk. Theater De Schelleboom sloot zijn deuren in 1986, maar bestaat nominaal voort in het in 1999 opgerichte Vestzaktheater in Oosterhout, waar ook de poppen van Van Boort worden bewaard. Amstelveen heeft sinds 1991 een Cia van Boortlaan en in Oisterwijk is sinds 2011 een Cia van Boorthof.

Naslagwerken

Brabants Erfgoed

Literatuur

  • ‘Boerderij “De Poppenkast”. Artistieke uitvoeringen’, Leidsch Dagblad, 26-7-1941.
  • ‘Twee meisjes in een poppenhuis’, Het Vaderland, 23-8-1941.
  • ‘Artistiek poppenspel’, Het Nieuws van den Dag, 31-12-1942.
  • Chiel Galjaard, ‘Boerderij de Poppenkast. Op bezoek bij Cia van Boort’, Strijdend Nederland, 1-1-1946.
  • ‘Poppen. Van hobby tot beroep’, De Maasbode, 22-12-1961.
  • Rico Bulthuis, De geschiedenis van het poppenspel in Nederland (Amsterdam 1966).
  • Kien Timmermans, Rond de plattebuis. Portret van Cia van Boort (Oisterwijk 1978).
  • Jeroen Ketelaars, ‘Cia van Boort (1904-1983). Een beknopte terugblik op haar leven, in het jaar waarin zij honderd zou zijn geworden’, De Kleine Meijerij 55 (2004) 121-129.
  • ‘Oisterwijk eert poppenspeelster Cia van Boort, in Brabants Dagblad, 29-6-2011.

Illustratie

Cia van Boort, door onbekende fotograaf, ca. 1950 (particuliere collectie).

Auteur: Eva Moraal

laatst gewijzigd: 07/10/2019

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.