Velde, Johanna Jacoba van de (1764-1846)

VELDE, Johanna Jacoba van de, vooral bekend als Johanna Borski (geb. Amsterdam 26-8-1764 – gest. Amsterdam 12-4-1846), bankierster. Dochter van Johannes van de Velde (1732-1787), koopman in vlas, en Bruna Jacoba Schouten (1729-1802). Op 19-12-1790 trouwde Johanna van de Velde in Amsterdam met Willem Borski (1765-1814), bankier en makelaar in fondsen. Uit dit huwelijk werden 10 kinderen geboren, van wie 5 dochters en 3 zoons de volwassen leeftijd bereikten.

Johanna Jacoba van de Velde stamde uit een Amsterdamse koopmansfamilie die in de textielhandel een zekere welstand verworven had. Mogelijk hebben haar ouders al vroeg Johanna’s zakelijke talenten onderkend en gestimuleerd. In ieder geval laten enkele bewaard gebleven correspondentiefragmenten zien dat zij later, na haar huwelijk met Willem Borski in 1790, uitstekend in staat was diens zaken waar te nemen als deze buitenslands vertoefde. Haar man werkte zich binnen een tiental jaren op van makelaar in onder meer graan en rijst tot een machtig commissionair in effecten, de vaste onderaannemer en raadsman van het handels- en bankiershuis Hope & Co. bij grote beurstransacties. In 1812 was Willem Borski de op één na rijkste inwoner van Amsterdam.

Toen haar man in 1814 plotseling overleed was de jongste van hun acht kinderen, Johannes (1807-1899), zes jaar oud. Johanna Borski besloot het bedrijf voort te zetten als de firma Wed. W. Borski, samen met de procuratiehouder Johannes Bernardus Stoop (1781-1856), die al sinds 1790 bij de firma werkzaam was. Het was allerminst ongebruikelijk dat weduwen hun man opvolgden in bedrijf of onderneming teneinde deze aan de volgende generatie te kunnen doorgeven. Dat gebeurde ook in koopmansfamilies als Van Eeghen of Insinger. Tussen laatstgenoemde familie en de familie Borski bestonden overigens nauwe banden: de oudste Borski-zoon, David (1793-1870), trouwde in 1816 met Anna Jacoba Insinger (1790-1854), terwijl de derde dochter, Wilhelmina Jacoba (1800-1894), in 1823 in het huwelijk trad met Albrecht Fredrik Insinger (1788-1872). Ook met Jerôme Sillem, vennoot van Hope & Co., bestond een familieband: hij was de schoonvader van Johanna Borski’s jongste zoon Johannes.

De firma Wed. W. Borski

Stoop vertegenwoordigde de firma Wed. W. Borski op de beurs, waar vrouwen alleen als toeschouwer toegang hadden. Het zakelijk beheer lag echter in handen van Johanna Borski zelf, die de firma tot haar tachtigste met ferme hand leidde. Spraken haar mannelijke collega-kooplieden en bankiers elkaar altijd bij hun (verplichte) dagelijkse bezoek aan de beurs, wie de weduwe Borski wilde spreken, moest bij haar thuis aan de Keizersgracht, bij de Spiegelstraat, belet vragen. Daar vertoefde zij overigens lang niet altijd: vaak verbleef zij in haar boomgaard in de Amsterdamse Plantage of op het landgoed ‘Elswout’ in de Kennemerduinen, door Willem Borski in 1805 gekocht en door zijn weduwe met flinke grondaankopen uitgebreid.

In samenwerking met Stoop leidde Johanna Borski het bedrijf naar de top van de Amsterdamse geldmarkt. De firma Wed. W. Borski was de vaste partner van de firma Hope & Co. bij onder meer het plaatsen van Russische leningen, die alleen al in de jaren 1820 ruim honderdtwintig miljoen gulden beliepen. De kracht van het bedrijf school in een al door Willem Borski georganiseerde kring van commissionairs en administratiekantoren, die plaatsing en ondersteuning van de emissies verzekerden. Daarnaast voerde de firma grootschalige transacties uit voor eigen rekening. De net opgerichte Nederlandsche Bank kon in 1816 aanvankelijk haar aandelenemissie niet voltekend krijgen. Een fiasco dreigde, totdat de weduwe Borski in maart de resterende veertig procent overnam en er een florerende markt voor schiep.

Nadat de Nederlandsche Handel-Maatschappij in de loop der jaren 1830 in het nauw was gekomen door onvrijwillige voorschotten aan koning Willem I, verschafte de firma Wed. W. Borski het bedrijf in 1840 forse kredieten op onderpand van effecten. Het grootste deel daarvan nam Johanna Borski overigens voor haar persoonlijke rekening. Met een vermogen van ongeveer vier miljoen gulden moet zij in die jaren een van de rijkste personen van het Koninkrijk zijn geweest. Het onroerend goed – dat wil zeggen zes huizen in Amsterdam, waaronder het woonhuis annex kantoor aan de Keizersgracht, plus de landgoederen – kwam daar nog bij.

Laatste jaren

In de loop der jaren trok Johanna Borski zich steeds vaker op ‘Elswout’ terug en liet de zaken meer en meer over aan haar zoon, Willem Borski II (1799-1881), die in 1832 Stoop had opgevolgd toen deze naar de firma Hope & Co. overstapte. Verdere expansie van de firma was binnen de Amsterdamse verhoudingen niet meer mogelijk, maar evenals zijn ouders groeide de tweede Willem uit tot een sleutelfiguur aan de beurs en de feitelijke leider van het samenwerkingsverband met Hope & Co. In 1844 trad de weduwe Borski terug uit de naar haar genoemde firma. Twee jaar later overleed zij, op 81-jarige leeftijd. Op het aangifteformulier van haar overlijden staat achter ‘beroep’ ingevuld: ‘handelaar in fondsen’. Als gevolg van een testamentaire bepaling gingen enkele familieschilderijen met haar mee het graf in de Amsterdamse Nieuwe Kerk in, zodat het enige bekende portret van haar een kopie naar een schilderij van Nicolaas Pieneman (1809-1859) is.

De naam Borski hield nog ruim honderd jaar bekendheid. Pas bij de dood in 1884 van haar kleinzoon, Willem Borski III, kreeg het bedrijf bij ontstentenis van een opvolger met de naam Borski een andere naam: Van Loon & Co. Als firmanaam leefde Wed. W. Borski voort in de naam van een administratiekantoor en de daar beheerde effecten, totdat het kantoor in 1959 geliquideerd werd.

Archivalia

Zie de opgave bij Wiersma (1998) 130.

Literatuur

  • Brieven van, aan en over Willem Borski, W.J.J.C. Bijleveld ed. (Leiden 1943).
  • F.J.E. van Lennep, Een weduwe aan de Amsterdamse beurs. Borski-saga 1765-1960 (Groningen 1973).
  • I.H. van Eeghen, ‘Het voorgeslacht van Johanna Jacoba van de Velde, een weduwe aan de Amsterdamse beurs’, Maandblad Amstelodamum 62 (1975) 37-42.
  • J.P.B. Jonker, Merchants, bankers, middlemen. The Amsterdam money market during the first half of the 19th century (Amsterdam 1996).
  • Geertje Wiersma, Johanna Borski, financier van Nederland 1764-1846 (Amsterdam 1998).
  • Johan de Vries, ‘Elswout, Overbeek en Hartelust. De legendarische Borski-buitens (1765-1960)’, Maandblad Amstelodamum 89 (2002) 25-28
  • R.G. de Neve, 'Wij Borski's', Genealogie. Tijdschrift voor familiegeschiedenis (2009) 102-105.

Illustratie

Ongedateerd portret door Nicolaas Pieneman, alleen bekend van de hier afgebeelde kopie (Museum van Loon, Amsterdam).

Auteur: Joost Jonker

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 608

laatst gewijzigd: 13/01/2014