Berg, Marie Sophie van den (1907-1966)

 
English | Nederlands

BERG, Marie Sophia van den, vooral bekend als Mieke Bouman-van den Berg (geb. Bussum 24-7-1907 – gest. Ibiza, Spanje 17-6-1966), lerares, radioredactrice, nam als niet-geschoold juriste de verdediging op zich van Nederlanders in Indonesisch ‘showproces’. Dochter van Jacobus Petrus van den Berg (1881?-1936), essayeur, en Aaltje Veenstra (1881?-1959). Mieke van den Berg trouwde op 6-12-1934 met Herman Adriaan Bouman (1909-1968), jurist. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Mieke van den Berg was de oudste van drie dochters in een niet-gelovig gezin. In 1920 verhuisde het gezin vanuit Schoonhoven naar het Groningse Haren. Haar vader was in Groningen tot keurmeester van zilver en goud benoemd. Zeven jaar later viel het gezin uiteen doordat haar ouders van tafel en bed scheidden. Mieke studeerde toen, sinds 1926, klassieke talen in Groningen, maar woonde nog thuis. In haar studietijd bekleedde ze diverse bestuursfuncties bij de studentenvereniging waar zij lid van was. In november 1932 haalde ze haar kandidaats.

Nederlands-Indië

In 1934 trouwde Van den Berg met Herman Bouman, die rechten had gestudeerd in Leiden. Ze maakte haar studie niet af. In augustus 1935 vertrok het echtpaar naar Nederlands-Indië, waar Bouman een baan had gekregen op een advocatenkantoor in Semarang. Mieke Bouman-van den Berg, zoals ze zich voortaan noemde, werd lerares Latijn aan het plaatselijk lyceum. In de kolonie leidde het kinderloze echtpaar te midden van de Europese gemeenschap een geprivilegieerd, zij het onopvallend bestaan, met zeilen en Siamese katten als gezamenlijke passies.

De Japanse bezetting van Nederlands-Indië bracht Bouman-van den Berg vanaf december 1942 door in het interneringskamp Lampersari, een buitenwijk van Semarang. Hier toonde ze haar kordaatheid en onverschrokkenheid. Ze hield al de jaren van haar gevangenschap een radio verborgen. Na de capitulatie van Japan (augustus 1945) betrok ze weer haar woning, die door de Japanse bezetter geconfisceerd was geweest. Intussen was de Indonesische onafhankelijkheid uitgeroepen. Het was een chaotische en uiterst onveilige situatie, waarbij nationalistische jongeren het voorzien hadden op de uit de kampen komende Nederlanders. Mieke Bouman-van den Berg doorstond de bersiaptijd echter zonder kleerscheuren. Pas in december 1945 werd ze herenigd met haar echtgenoot, die tijdens de Japanse bezetting dwangarbeid had verricht in Birma en Japan. Hij was op dat moment werkzaam bij de Recovery of Allied Prisoners of War and Internees (RAPWI). Bouman was verantwoordelijk voor de evacuatie van hulpbehoevende ex-geïnterneerden naar Nieuw-Zeeland en Bouman-van den Berg ging hem daarbij assisteren.

In het najaar van 1946, toen het Nederlands gezag zich weer enigszins deed gelden, vestigde het echtpaar Bouman zich in Batavia. Bouman-van den Berg kreeg er een baan als chef-redactrice van de radionieuwsdienst, haar man begon een eigen advocatenkantoor. De Indonesische vrijheidsstrijd escaleerde in twee oorlogen en leidde uiteindelijk in december 1949 tot de soevereiniteitsoverdracht. Toen het echtpaar in 1950 van verlof uit Nederland in Indonesië terugkeerde, was haar baan opgeheven en ging zij op het advocatenkantoor van haar man werken. De betrekkingen tussen Nederland en Indonesië verslechterden. Oude koloniale rekeningen werden van Indonesische zijde vereffend, en dientengevolge had Bouman in geschillen tussen Indonesiërs en Nederlanders veel werk. Geregeld werden Nederlanders om onduidelijke redenen, soms ook uit regelrechte wraak gevangen gezet. Zo nam Bouman in 1954 de verdediging op zich van L.N.H. Jungschläger en H.C.J.G. Schmidt, die het koloniaal regime hadden gediend als respectievelijk hoofd van de geheime dienst en officier van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De mannen werden door de Indonesische openbaar aanklager ervan beschuldigd leiding te geven aan een criminele organisatie die de terugkeer van het Nederlandse gezag zou beogen. Al snel bleek dat niet Jungschläger of Schmidt terechtstonden, maar Nederland als vergelding voor al het aangedane onrecht tijdens de koloniale tijd. De rechtszaak verwerd tot een politiek showproces. Uiteindelijk werd ook Bouman beschuldigd van lidmaatschap van de verboden organisatie. Zijn leven niet zeker vluchtte hij in mei 1955 onder valse naam via Singapore naar Nederland.

‘Een van Nederlands moedigste dochteren’

Een nieuwe Nederlandse strafpleiter werd door Indonesië niet geaccepteerd, en daarom gaf Den Haag volmacht aan Mieke Bouman-van den Berg om als interim-advocaat op te treden. De Indonesische rechter ging met dit voorstel akkoord in de veronderstelling dat zij van de verdediging weinig terecht zou brengen, maar dit was een misvatting: ze kende de dossiers als geen ander en bleek een scherp pleitbezorgster. In Nederland heerste grote verontwaardiging over de schending van de rechtsgang in de voormalige kolonie. Van de Indonesische intimidaties trok Bouman-van den Berg zich weinig aan: ze ontpopte zich als een deskundig en standvastig advocate. Omdat deze vrouw, een autodidact nog wel, het op durfde te nemen tegen de verafschuwde Soekarno en zijn regime, groeide ze in Nederland uit tot een nationale bekendheid. Het parlement betuigde haar hulde en De Telegraaf riep haar uit tot vrouw van het jaar 1955. Toen de aanklager in februari 1956 de doodstraf tegen Jungschläger eiste, kwam Nederland massaal in beweging met protestmarsen, handtekeningenacties en gebedsdiensten. Het damesweekblad Libelle zette een inzamelactie op touw zette om Bouman-van den Berg bij komst naar Nederland na afloop van het proces een zeilboot – haar liefste wens – te kunnen geven.

In april 1956 – twee weken voor de uitspraak – overleed Jungschläger aan een hersenbloeding, en had Bouman-van den Berg alleen nog Schmidt te verdedigen. De openbare aanklager eiste vijftien jaar gevangenisstraf. De radicale nationalisten waren woedend en organiseerden een campagne waarin ze de doodstraf eisten. In juli 1956 eiste de officier de aanhouding van Bouman-van den Berg omdat ook zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan staatsondermijnende activiteiten. Na begin september 1956 haar slotpleidooi – 75 pagina’s – te hebben gehouden, dreigde Bouman-van den Berg buiten het gerechtsgebouw te worden gemolesteerd. Ze wist aan haar belagers te ontkomen door het gerechtsgebouw in te vluchten, zich in een bezemkast te verstoppen en uiteindelijk over een muur aan de achterkant van het gebouw te klimmen.

Bouman-van den Berg verliet Indonesië incognito op 21 september 1956. In Nederland wachtte haar een grootse ontvangst. Het kabinet bracht haar in de Trêveszaal een staande ovatie voor haar kranig optreden, koningin Juliana ontving haar op paleis Soestdijk om haar persoonlijk te ridderen in de Orde van Oranje-Nassau. Tal van huldigingsbijeenkomsten in het hele land volgden. Begin 1957 maakte ze een lezingentournee door de Verenigde Staten om internationaal aandacht te vragen voor de tot levenslang veroordeelde Schmidt – in maart 1959 kwam hij onverwacht vrij – en de overige bij het geënsceneerde complot betrokken Nederlands-Indische arrestanten. Op 6 mei 1957 verleende de Rijksuniversiteit Groningen Bouman-van den Berg een eredoctoraat in de rechtsgeleerdheid. De erepromotor, de hoogleraar internationaal recht B.V.A. Röling, noemde haar bij die gelegenheid ‘een van Nederlands moedigste dochteren’.

Met de mede door Libelle-lezers gefinancierde zeilboot voeren de Boumans in 1958 naar de Middellandse Zee. Ze gingen wonen op Ibiza, waar ze een haciënda hadden gekocht. Verzoeken van uitgeverijen haar memoires te schrijven wimpelde Mieke Bouman-van den Berg af. Zij verkoos de anonimiteit en overleed in 1966 op 58-jarige leeftijd op het Spaanse eiland aan een hartaanval.

Naslagwerken

BWN.

Archivalia

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam: Collectie-Bouman.

Literatuur

  • H.C Beynon, Nederland staat terecht in Indonesië. Achtergronden bij de processen tegen de Nederlanders Jungschläger, Schmidt en anderen in Djakarta (Utrecht [1956]).
  • ‘Redevoeringen uitgesproken op 6 mei 1957’, Jaarboek der Rijksuniversiteit te Groningen (1957) 50-63.
  • H. Schmidt, In de greep van Soekarno. Achtergronden van een proces tegen een Nederlander (Leiden 1961).
  • ‘Mieke Bouman is boerin op Ibiza’, Televizier, 3-11-1962.
  • Gon Boissevain en Lennie van Empel, Vrouwenkamp op Java. Een dagboek (Amsterdam 1981) 102, 112, 114, 129, 145, 168-169.
  • Hans Meijer, Den Haag - Djakarta. De Nederlands-Indonesische betrekkingen, 1950- 1962 (Utrecht 1994).
  • Hans Meijer, ‘Leeuwin in Nederland’s wapenschild. Het vergeten eredoctoraat van Mieke Bouman’, Broerstraat 5. Magazine voor Alumni Rijksuniversiteit Groningen 15 (2000) nr. 4 (dec.) 14-15.
  • Ad van Liempt en Paul Ruigrok, ‘De Indonesische showprocessen’, in: Ad van Liempt red., Andere tijden (Amsterdam 2000) 92-99.

Illustratie

Met haar echtgenoot, september 1956. Foto door onbekende fotograaf (uit: Van Liempt, Andere Tijden, 2000).

Auteur: Hans Meijer

laatst gewijzigd: 18/12/2014