Boven, Geertruida Ebeldina van (1927-2014)

 
English | Nederlands

BOVEN, Geertruida Ebeldina van, vooral bekend als Truus Postma (geb. Assen 20-8-1927 – gest. Groningen 24-12-2014), huisarts, aangeklaagd in het ‘Friese euthanasieproces’. Dochter van Hermannus van Boven (1881-1961), onderwijzer, en Margina Grevelink (1893-1971), onderwijzeres. Truus van Boven trouwde op 22-4-1954 in Assen met Andries Postma (1926-2006), student, later huisarts. Uit dit huwelijk zijn 2 zoons en 3 dochters geboren.

Truus van Boven werd geboren als oudste van twee kinderen in een Asser onderwijzersgezin – haar vader werkte aan de openbare school. Als meisje schreef ze in haar dagboek dat ze ‘later iets wilde worden waarmee ik andere mensen kon helpen: verpleegster of dokter, maar daar zou ik niet knap genoeg voor zijn’ (gecit. Looijenga, 70). Toch werd ze arts. Tijdens haar studie in Groningen leerde ze de Friese kruidenierszoon Andries Postma kennen, met wie ze al vóór haar afstuderen trouwde. In juni 1955 werden beiden bevorderd tot arts, in oktober van dat jaar werd hun tweeling Hans en Ymkje geboren.

Na een paar jaar praktijkwaarnemingen konden de Postma’s in 1957 met een forse hypotheek de praktijk van dokter Lemain in het Friese Noordwolde overnemen. Het was een grote apotheekhoudende praktijk aan huis, met patiënten in Noordwolde en de naburige dorpen. De eerste jaren konden ze zich geen doktersassistente veroorloven. Truus Postma-van Boven bleef daarom volledig meedraaien in de praktijk, ook nadat nog drie kinderen waren geboren: Marga (1958), Jan (1962) en Inge (1968). Het voor dorpse begrippen wat rommelige doktershuishouden genoot enige plaatselijke faam, evenals de hazenpeper waarop Postma haar buren soms onthaalde. Haar omgang met buren en dorpsgenoten was hartelijk en informeel, haar sociale betrokkenheid was groot. Zo nam ze in de jaren zestig een Algerijnse kleuter uit een Parijse achterstandswijk een zomer lang in huis.

Euthanasieproces

In 1961 was de vader van Truus Postma na een lang ziekbed gestorven. Tien jaar later raakte haar moeder door een hersenbloeding in coma. Toen ze na twee weken bijkwam, was ze meervoudig verlamd en wilde ze dood. Vanuit het ziekenhuis in Assen ging ze naar een verpleeghuis in Oosterwolde, het katholieke Mariënhof. Na twee mislukte zelfmoordpogingen vonden de Postma’s en Geke van Boven, de zus van Truus, het in februari 1971 tijd om hun moeder met een overdosis morfine uit haar lijden te verlossen: een vorm van actief levensverkortend handelen (‘euthanasie’) die toen in Nederland strafbaar was als misdrijf. Truus Postma diende de morfine toe aan haar moeder, die hierop rustig insliep.

In goed vertrouwen meldde Truus Postma haar ingreep aan de geneesheer-directeur van het verpleeghuis. Die liet zijn geloofsovertuiging boven zijn beroepsgeheim gaan en deed aangifte bij de Inspectie voor de Volksgezondheid en bij het Openbaar Ministerie in Leeuwarden. De openbare strafzaak die hieruit voortvloeide, het ‘Friese euthanasieproces’, trok zoveel belangstelling uit binnen- en buitenland dat de zitting alleen met een toegangskaart kon worden bijgewoond. De Nederlandse, Duitse en Franse pers overspoelde Noordwolde. Klazien Sybrandy-Alberda, een maatschappelijk werkster uit het naburige Vinkega, verzamelde intussen 2300 handtekeningen in Noordwolde en omstreken om de Postma’s te steunen. Door alle media-aandacht kwamen daar nog 4000 binnen- en buitenlandse adhesiebetuigingen bij.

Op 7 februari 1973 diende de strafzaak tegen Truus Postma. Na een kort verhoor van haarzelf als verdachte kwamen vijf getuigen aan het woord: de inspecteur voor de Volksgezondheid en de verpleeghuisarts enerzijds en haar man Andries, haar zuster Geke en een verpleger anderzijds. De inspecteur stelde vast dat het standpunt dat het leven altijd zo lang mogelijk gerekt moet worden, voor het merendeel der Nederlandse medici inmiddels verleden tijd was. De openbare aanklager vroeg Van Boven of zij haar moeder ‘niet gewoon in huis had kunnen nemen’. Haar raadsman deed onder meer een beroep op het schulduitsluitingsartikel 40 (‘overmacht’).

Aandachtig volgde politiek Den Haag het proces tegen Truus Postma, de tweede strafzaak over deze kwestie in Nederland. Toen de uitspraak op 21 februari werd bekendgemaakt, schorste de voorzitter van de Tweede Kamer zelfs het ochtenddebat zodat de Kamerleden deze via de radionieuwsdienst konden vernemen. De rechtbank vond dat levensverkortend handelen gerechtvaardigd kon zijn als aan bepaalde voorwaarden was voldaan, maar verwierp het verweer dat Truus Postma uit overmacht had gehandeld. Ze kreeg een week voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van een jaar. Noch zijzelf, noch het Openbaar Ministerie ging in beroep.

Na de storm

Na de uitspraak kreeg Truus Postma zoveel brieven en telefoontjes dat ze een waarnemer voor haar huisartsenpraktijk moest inschakelen: het waren vooral adhesiebetuigingen, maar ook verzoeken om euthanasie. In maart 1973 blikte ze met haar man in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde terug op het proces. Uit de vele brieven concludeerde ze ‘dat door zeer veel stervenden onmenselijk wordt geleden, zonder dat er enig uitzicht is. Dit moet anders kunnen. De eerlijkste weg zou een wetswijziging zijn’. Uit de plaatselijke handtekeningenactie voor het echtpaar ontstond nog in datzelfde jaar een initiatief daartoe: de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE), waarvan haar man bestuurslid en vertrouwensarts werd. Het dramatische verhaal van de Postma’s sprak ook radio- en televisiemakers aan. Voor de NCRV maakte Wim Ramakers er in 1974 een hoorspel over, dat in 1975 door de BBC is verfilmd.

De praktijk van Truus Postma en haar man verhuisde in 1978 naar een gezondheidscentrum elders in het dorp, waarin ook een fysiotherapeut en een wijkverpleegster werkten. In oktober 1987 droeg het echtpaar de praktijk over aan een jonger huisartsenechtpaar. Ze betrokken een bungalow buiten het dorp en later een appartement in Groningen, in de nabijheid van hun drie jongste kinderen. Bij het twintigjarig bestaan van de NVVE in 1993 kreeg Truus Postma een bescheiden bloemenhulde. In 2001 keek Andries Ophof van RTV Drenthe samen met de Postma’s terug op de gebeurtenissen. ‘Toen pas gingen ons de ogen open hoeveel mensen er aan toe waren’, merkte Truus Postma op.

Truus Postma en haar man hebben nog meegemaakt dat actieve euthanasie in 2002 bij wet werd geregeld. In 2006 overleed Andries Postma, thuis en ‘op een rustige en vredige wijze’. Truus schreef: ‘We hebben het goed gehad, het is goed zo…’. Zelf overleed Truus Postma-van Boven op kerstavond 2014, in de leeftijd van 87 jaar. ‘Geleidelijk aan en op haar eigen wijze’ nam ze afscheid van het leven en haar kinderen, klein- en achterkleinkinderen, aldus de rouwadvertentie. Er kwam geen openbare uitvaart. Het bewogen leven van ‘euthanasiepionier’ Truus van Boven was uiteindelijk weer privé geworden.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaarten en persoonslijsten.
  • Tresoar, Leeuwarden: archief Leeuwarder Courant (www.dekrantvantoen.nl).
  • Dorpsarchief Noordwolde (Fr): archief Truus en Andries Postma.

Publicatie

G.E. Postma-van Boven en A. Postma, ‘Euthanasie’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 117 (1973) 1133-1134.

Literatuur

  • Wim Ramaker, Het euthanasieproces [radiohoorspel, uitgezonden door de NCRV in 1974].
  • Mike Townson, A suitable case for killing? [docudrama, uitgezonden op BBC2 in 1975].
  • T. Indewey Gerlings-Huurman, Het Leeuwarder euthanasie-proces. Feiten en commentaren (Nijkerk 1977).
  • Lourens Looijenga, Over de drempel. Euthanasie van taboe tot wet (Vledder 2001).
  • Andries Ophof, Artsenechtpaar Postma uit Noordwolde praat over euthanasie in 2001
  • (www.youtube.com/watch?v=0PsF41PGnY0).
  • Heleen Weyers, Euthanasie. Het proces van rechtsverandering (Groningen 2002).

Illustratie

Truus Postma bij aankomst voor de rechtbank te Leeuwarden, door Bert Verhoeff, 1973 (Nationaal Archief/ANeFO).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 23/07/2015