Brink, Klaasje van den (1919-1997)

 
English | Nederlands

BRINK, Klaasje van den, vooral bekend als Klazien uit Zalk (geb. Zalk 13-3-1919 – gest. Zwolle 5-6-1997), kruidendeskundige en alternatieve genezeres. Dochter van Harm Jan van den Brink (1888-1944), landarbeider en winkelier, en Jentje de Velde (1892-na 1944), winkelierster. Klaasje van den Brink trouwde in 1946 met Samuel Rotstein (1910-2007), loodgieter. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren.

Klaasje van den Brink werd geboren als een van de zeven kinderen in een landarbeidersgezin aan de Zalkerdijk op de Ongelkamp in Zalk (tegenwoordig gemeente Kampen). Slechts drie kinderen bleven in leven: Evert, Klaasje (Klèùsien) en Arendje. Na de geboorte van een ziekelijk zusje verhuisde de tweejarige Klaasje naar haar grootouders Van den Brink. Haar ongetrouwd gebleven tante Geertje, die nog thuis woonde, groeide uit tot haar pleegmoeder. Klaasje wilde een verpleegkundige opleiding volgen, maar ze moest werken. Na de lagere school volgde ze een naaicursus in Kampen en ging als kostuumnaaister aan de slag. Al jong werd ze lid van de gereformeerde meisjesvereniging Deborah. Hoewel ze van huis uit hervormd was, besloot ze op haar dertiende om gereformeerd te worden.

Na de dood van haar grootmoeder in 1941 – de grootvader was in 1935 gestorven – bleef Klazien van den Brink bij tante Geertje wonen. Via een familielid in Epe kregen ze in 1942 een onderduiker in huis: Samuel (Sam) Rotstein, een joodse zionist uit Bitterfeld die in 1938 naar Nederland was gevlucht en bij dat familielid had gewerkt in de smidse. Klazien en Sam werden verliefd, en na de oorlog liet Sam zich gereformeerd dopen om met haar te kunnen trouwen. Het paar bleef in Zalk wonen en kreeg twee dochters: Ella en Jentiena. Ondanks zijn toetreding tot de gereformeerde kerk bleef Rotstein actief in de joodse gemeenschap in Zwolle. Samen voelden Sam en Klazien zich sterk betrokken bij Israël.

Praatjes en publicaties in dialect

Van jongs af aan had Klaasje grote belangstelling voor de geneeskrachtige werking van kruiden. Haar grootvader had haar kennis bijgebracht en ze was zich blijven verdiepen in kruiden en medische wijsheden. Door al die kennis werd ze een vraagbaak voor mensen in de regio. Ook zette ze zich in voor het verenigingsleven in Zalk. In 1967 trad Klaasje voor de eerste keer op bij de Gereformeerde Vrouwenvereniging, op een feest ter afsluiting van de ruilverkaveling. Haar feestrede bleek een succes en ze werd vaker als spreekster gevraagd op bruiloften en partijen. Tijdens haar voordrachten – soms in klederdracht – sprak ze over het vroegere boerenleven, huismiddeltjes, oude gebruiken, kruiden en geneeswijzen. Ze deed dat op een humoristische manier, zowel in het Nederlands als in het dialect. Haar vertellingen kregen de titel ‘Proaties om het vuur’. In het winterseizoen van 1982 gaf ze soms wel vier lezingen per week, vooral bij vrouwenverenigingen.

Vanaf 1967 zette Klazien Rotstein-van den Brink onder het pseudoniem ‘Klèùsien’ haar kennis over de natuur, weer, seizoenen en kruiden ook op papier, zowel in het Nederlands als in het dialect. Haar eerste artikel verscheen in De Garve, tijdschrift van een landbouwcorporatie. Begin jaren zeventig kreeg ze de wekelijkse rubriek ‘Op de proatstoel’ in het Kamper Nieuwsblad. Niet lang hierna werd ze de plaatselijke correspondente voor deze krant en voor het Nieuw Kamper Dagblad. Ook werkte ze mee aan De Moespot, een driemaandelijks tijdschrift van het Verbond van Neersasse Dialektkringen.

Met haar artikelen en voordrachten trok Klèùsien uut Zalk de aandacht van de IJsselacademie in Kampen. Deze instelling publiceerde in 1981 haar Regels veur ‘t weer en nog een heleboel meer, een verzameling zegswijzen, spreekwoorden en rijmspreuken. Het boekje werd meermalen herdrukt. Haar tweede publicatie bij de IJsselacademie was De spokende kleedwagen. Volksverhalen, anekdotes en nog wat (1984): 45 verhalen uit eigen kring, met uitleg en verklaring van het gebruikte dialect. Hierna vroeg de NOS haar medewerking voor Vonken onder de as, een radioprogramma over Nederlandse volksverhalen en volksgebruiken.

Radio en tv

Eind jaren tachtig begon Klazien Rotstein-van den Brink voor de VARA als weervrouw in een radioprogramma van Felix Meurders. Maar ze brak pas echt door toen Rik Felderhof van de NCRV haar had ontdekt. Als ‘Klazien uit Zalk’ trad ze eerst op in het NCRV-radioprogramma De tafel van vier, en in het seizoen 1989-1990 was ze samen met haar kat Shimon Peres vaste gast in het NCRV-televisieprogramma Passage. Wekelijks vertelde ze via allerlei spreuken en zegswijzen over kruiden, gezond eten en natuurmiddeltjes. Bekende uitspraken van haar zijn onder meer ‘Begint de kat te miauw’n, dan kun je de zon nie meer vertrouw’n’, en ‘Mensen die wat wille, stoppen gewoon wat dille tussen de bille’. In samenwerking met de NCRV publiceerde ze in de jaren 1990-1993 drie delen Allerhande dingen over de natuur. Ze waren zo succesvol dat ze op een gegeven moment alle drie tegelijk in de Libris Top 10 stonden. In 1993 maakte Felderhof vier afleveringen van het tv-programma Klazien uit Zalk. De eerste aflevering, waarin ze op bezoek ging bij modeontwerper Frans Molenaar, trok een miljoen kijkers. In 1995 zong ze met André van Duin het liedje Jas aan, jas uit in zijn televisieshow van 2 maart, en in datzelfde jaar nam ze de ‘après ski’-single Choco en kruidenthee op met de Drentse Dikdakkers. Ze werd zo populair dat er een parfum- en cosmeticalijn onder haar naam werd uitgebracht: Klaziens Kruiden-Kosmetica.

Klaasje Rotstein-van den Brink overleed op 5 juni 1997 in Zwolle aan de ziekte van Kahler (leukemie). Ze werd in Zalk begraven maar op eigen verzoek zonder grafsteen om te voorkomen dat haar graf een bedevaartsoord zou worden. Toen haar weduwnaar in 2007 stierf, is er alsnog een grafsteen geplaatst.

Reputatie ‘Klazien uut Zalk’ was niet onomstreden. In 1991 parodieerde Wim de Bie haar in het satirische VPRO-programma Keek op de week met het typetje Berendien uut Wisp, en in 1995 deed stemkunstenaar Robert Paul dat met zijn single Volgende Patiënt. Cees Renckens, voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, noemde haar een ‘ouderwets kwakzalvertype’. Ondanks protest van deze vereniging besloot het college van B & W van Kampen in 2009 om een erf in een nieuwbouwwijk in Zalk naar haar te noemen: het ‘Klaasje van den Brinkerf’.

Naslagwerken

Wie is wie in Overijssel.

Publicaties

Afgezien van de hierboven genoemde titels:

  • Regels veur et weer. En nog een heleboel meer (Kampen 1981).
  • Gedichten en versjes (Kampen 1983).
  • De spokende kleedwagen: volksverhalen, anekdotes en nog wat. Verteld door Klèùsien uut Zalk, Ph. Bloemhoff-de Bruijn en J. van der Kooi ed. (Kampen 1984).
  • Duizend dierendingen (Kampen 1991).
  • Alstublieft, dank u wel. Overdenkingen en mijmeringen over de zegeningen van de natuur (Kampen 1992).
  • Er was eens… er is (Kampen 1992).
  • Wie luistert (Kampen 1993).
  • Ga je of ga je niet (Kampen 1993).
  • Als de haan een ei legt, kraaien alle kippen. 200 oude spreuken en gezegden (Kampen 1995).
  • Winterlicht. Verhalen voor kerst (Wezep 1996).
  • Aarde, water, lucht en vuur (Wezep 1997).

Literatuur

  • De Spokende kleedwagen. Volksverhalen, anekdotes en nog wat. Verteld door Klèùsien uut Zalk, Ph. Bloemhoff-de Bruijn en J. van der Kooi ed. (Kampen 1984) [met levensbeschrijving door de vertelster].
  • Fred Lammers, ‘Koningin van het platteland’, Trouw, 17-8-1993.
  • Ed van Opzeeland en Pim Westerweel, De kat van…. 50 bekende Nederlanders en hun kat (Baarn 1993) 63-64.
  • Cees Renckens, Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij (Amsterdam 2004) 328.
  • Cees Renckens, ‘In Memoriam. Klazien uit Zalk (1919-1997)’, Nederlands Tijdschrift tegen de kwakzalverij 118 (2007) nr. 3, 9.
  • Marion Groenewoud en Dick Laning, ‘Klazien uit Zalk’, in: De IJssel, levende rivier (Zwolle 2007) 62.

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Lamberthe de Jong

laatst gewijzigd: 23/08/2015