Bruyn, Anna Maria de (1708-1744)

BRUYN, Anna Maria de (geb. Zwolle ca. 1708 – begr. Amsterdam 28-5-1744), toneelspeelster en danseres. Dochter van Jan de Bruyn (gest. voor 1749), toneelspeler, en Elizabeth van Bleeck (1684-1751), toneelspeelster. Anna Maria de Bruyn trouwde op 8-11-1733 in Amsterdam met Jan Punt (1711-1779), toneelspeler. Uit dit huwelijk werd 5 kinderen geboren, van wie er 3 jong overleden.

Anna Maria de Bruyn werd in Zwolle geboren, mogelijk tijdens een toneeltour van haar ouders daar. Het grootste deel van haar jonge jaren woonde ze in Den Haag, waar het gezin De Bruyn met twee kinderen uitgebreid werd (een derde overleed jong). Waar en wanneer haar (oudere?) broer Jan geboren werd, is onbekend. In 1719 verhuisde de familie naar Amsterdam, waar ouders en twee kinderen – Anna Maria en Jan – aangenomen waren bij de Amsterdamse Schouwburg tegen een gezamenlijk speelloon van zeven gulden per optreden. Maria, zoals ze gewoonlijk genoemd werd, was dus ongeveer elf jaar toen ze voor het eerst op het Amsterdamse toneel optrad. De kneepjes van het vak zal ze thuis geleerd hebben.

Dit gezinsarrangement met de schouwburg lijkt standgehouden te hebben totdat in 1727 de schouwburgregenten het speelloon verhoogden tot negen gulden op voorwaarde dat Maria alle rollen zou spelen. In 1730 kreeg Maria de Bruyn, inmiddels zo’n 22 jaar oud, een eigen contract en vier gulden per optreden, terwijl haar moeder, vader en broer toen tezamen zes gulden kregen: een duidelijke indicatie voor de waardering die men voor haar als actrice had. Volgens de achttiende-eeuwse historicus Simon Stijl schitterde ze in die tijd ‘als de edelste parel aan de kroon van de Schouwburg. [...] Zij paarde de levendigste verbeelding met een gezond oordeel; haar allergevoeligst hart onderwierp zich altoos aan de rede’ (Stijl, 4).

Op 22 oktober 1733 ging Maria de Bruyn in ondertrouw met de 22-jarige Jan Punt, al wilden zijn ouders aanvankelijk geen toestemming voor het huwelijk geven. En er waren kennelijk ook andere perikelen. Het jaar voor hun huwelijk – tevens het jaar waarin Punt debuteerde – was De verlaten bruid verschenen, een blijspel over een meisje dat door haar minnaar wordt verlaten, maar dan een man ontmoet die met haar wil trouwen, ondanks de bezwaren van zijn ouders. Volgens een op het blijspel uitgegeven ‘sleutel’ zouden de dichter-schrijver Philip Zweerts en zijn broer medeminnaars van Punt zijn geweest (Albach, 46-47). Wat daarvan zij: het huwelijk ging door, de spelerstroep van de Schouwburg zette volgens gebruik de kleedkamers van bruid en bruidegom in het groen, en de weekbladschrijver Hermanus van den Burg maakte een bruiloftsgedicht voor hen.

Haar huwelijk met de toen al gevierde Jan Punt heeft Maria de Bruyn niet de positie van eerste actrice van de schouwburg opgeleverd. Die plaats werd voorlopig ingenomen door Adriana Maas. Gedrieëlijk behoorden ze, mét Izaak Duim, tot de topacteurs van de schouwburg. Een lovend gedicht over een opvoering van het treurspel Sertorius in december 1733 getuigt daarvan. Maria de Bruyn speelde toen ‘in houding, taal en zin, volmaakt’ voor Viriata, koningin van Lusetanië. Pas toen Adriana Maas na een ongelukkige val was uitgeschakeld – in op z’n vroegst 1740 – kreeg Maria de Bruyn echt rollen als eerste actrice toebedeeld. Lang kan dat niet geduurd hebben. Twee jaar later gaf het echtpaar Punt-de Bruyn te kennen minder te willen spelen. Volgens Marten Corver (126) stopte Maria de Bruyn rond 1742 als blijspelactrice en als danseres. In dat jaar ontvingen zij en haar man nog honderd gulden recognitie van de schouwburg. Maria moet verder gegaan zijn als treurspelactrice, want op 27 januari 1744 speelde ze nog Lucretia in Lucius Junius Brutus van Claas Bruin. Dat was niet één maand voor haar overlijden, zoals Corver (29) zich herinnerde, maar ruim drie maanden. Maria de Bruyn overleed in het kraambed van haar zesde kind en werd op 28 mei 1744 begraven in de Westerkerk, waar ook drie van haar kinderen begraven waren.

Waardering

Anna Maria de Bruyn moet een kundig toneelspeelster en danseres geweest zijn, getuige bijvoorbeeld haar hoge speelloon (vijf gulden in 1737, vijfenhalve gulden in 1738). Simon Stijl, die in 1781 een levensbeschrijving publiceerde van de door hem uitbundig bewonderde Jan Punt, nam in zijn idolatie meteen diens eerste vrouw, Maria de Bruyn, mee: ‘Gene uitspraak was ooit lieftalliger, gene ogen welsprekender, gene tranen bekoorlijker’ (Stijl, 4). Corver relativeert dit enige jaren later, of brengt het in ieder geval tot menselijke proporties terug: ze danste ‘zeer wel’, speelde ‘in het emplooi van de jeunes premières’ en als zodanig ‘de vertrouwden’ naast Adriana Maas in de hoofdrol (Corver, 126 en 6). Volgens Stijl (6) zou iemand ooit een portret van Maria de Bruyn hebben gemaakt, maar daarvan is niets bekend. Haar echtgenoot, die tevens beroepsgraveur was, heeft haar nooit geportretteerd omdat ze dat niet wilde: Punts voorstellen daartoe had ze altijd spottend van de hand gewezen (Corver, 29). In 1805 memoreerde Christian Haug haar als ‘ene der verdienstelijkste toneelspeelsters [...]. Deze voortreflijke kunstenares, welke bovendien ongemeen schone hoedanigheden van geest en hart bezat, was in iedere rol even groot, en toch in iedere weder anders en nieuw. [...] Zij was het die uitdrukking en zuivere manier van opzeggen in het Nederduits treurspel bracht, en daardoor de waarde der nationale stukken zo ongemeen verhoogde. [...] Van een zwerm van aanbidders omringd, bleef zij de deugd getrouw’ (Haug, 74-75). Haug, die haar nooit heeft zien spelen, verliet zich wellicht al te veel op het hagiografische geschrift van Simon Stijl.

Naslagwerken

Coffeng.

Archivalia

Stadsarchief Amsterdam: DTB, Dopen [kinderen]. DTB, Trouwen 575, p. 193. DTB, Begraven 1104 (Westerkerk), 3r, 12v en 26v [3 kinderen], 34v, en 1121, 55v [Anna Maria de Bruyn].

Rollen

Onder andere Maria de Luxan in Don Louis de Vargas (Stijl, 6; vgl. Corver, 11, die zegt dat deze rol van Adriana Maas was), Laonice in De dodelijke minnenijd van Willem van der Hoeven (vertrouwde-rol), Julia in Rotgans’ Eneas en Turnus (vertrouwde-rol), Monima in Mithridates, Porcia in Julius Cezar en Cato van Deschamps/Langendijk (in 1738, bij het eeuwfeest van de Schouwburg), en Cornelia in Pompejus van Corneille.

Literatuur

  • ‘Op de vertoning van het treurspel Sertorius, op den Amsteldamschen Schouwburg’, in: Negende vervolg van de Latynse en Nederduitsche keurdichten (Rotterdam 1734) 116-118 [gedicht gedateerd 12-12-1733].
  • H[ermanus] van den Burg, ‘Huuwlyks-vertooning op ’t echt-tooneel van monsieur Jan Punt, de zoon, en juffrou Anna Maria de Bruin, geopent binnen Amsteldam den 8sten van Slagtmaand 1733’, in: Idem, Aanhangsel van gedigten, of derde deel zyner mengel póezy (Amsterdam 1741) 309-312.
  • Simon Stijl, Het leven van Jan Punt = Levens van eenige voornaame meest Nederlandsche mannen en vrouwen, dl. 9 (Amsterdam/Harlingen 1781) 3-6, 17.
  • M[arten] Corver, Tooneel-aantekeningen vervat in een omstandigen brief aan den schrijver van het Leven van Jan Punt (Leiden 1786) 4-11.
  • C.F. Haug, Brieven uit Amsteldam over het nationaale tooneel en de Nederlandsche letterkunde. Uit het Hoogduitsch vertaald (Amsterdam 1805).
  • A. van Halmael, Bijdragen tot de geschiedenis van het tooneel, de tooneelspeelkunst en de tooneelspelers, in Nederland (Leeuwarden 1840) 38.
  • Ben Albach, Jan Punt en Marten Corver. Nederlandsch tooneelleven in de 18e eeuw (Amsterdam 1946) 21, 46-47, 62, 64, 71, 72.

Auteur: Anna de Haas

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 469

laatst gewijzigd: 13/01/2014