Bruyning, Alexandrina Paulina (1896-1980)

 
English | Nederlands

BRUYNING, Alexandrina Paulina, ook bekend als Gowtu Missie [Gouden Dame] (geb. district Coronie, Suriname 7-10-1896 – gest. Paramaribo, Suriname 23-5-1980), goudzoekster en weldoenster. Dochter van Johanna Maria Bruyning (1871-1925). Paulina Bruyning trouwde (1) op 25-8-1932 in Paramaribo met Johannes Salomon Gever (1888-ca. 1935?), goudzoeker; (2) had na echtscheiding (1935) een relatie met Johannes Draaibaar (?-?), goudzoeker. Zij had 5 kinderen.

Paulina Bruyning groeide op als middelste van drie kinderen in het district Coronie in het noordwesten van Suriname. Ze werd opgevoed door haar moeder en moest na de lagere school gaan werken. Informatie over haar jonge jaren is beperkt. Bekend is dat zij twee dochters kreeg en op enig moment de acht jaar oudere goudzoeker Johan Gever leerde kennen, met wie ze vanaf ongeveer 1927 in de goudvelden van placer (groeve) De Jong Zuid ging wonen. Bruyning hielp Gever met het zoeken naar goud. Dit was tamelijk uitzonderlijk, omdat vrouwen meestal in de stad bleven als hun mannen in de goudvelden werkten.

Een zak vol goud

Het leven van Paulina Bruyning nam een cruciale wending toen Gever op 26 juni 1932 thuiskwam met een grote zak goudklompen. In de familie gaat het verhaal dat hun vaste kruidenier – een Chinees – hun toevallig juist op die dag geen krediet meer wilde verlenen omdat hun schuld te groot was. Johan Gever zou toen gezegd hebben dat ze niet alleen de hele winkel konden kopen, maar de winkelier erbij. Het werd de grootste goudvondst van handarbeiders in de Surinaamse geschiedenis. Verschillende kranten berichtten dat Gever, samen met zijn broer Jacob, in zijn tunnel zo’n veertig kilo vond. De gouverneur en andere hoogwaardigheidsbekleders kwamen de goudklompen bezichtigen en er werd al snel commercieel ingespeeld op de vondst: in nieuwsblad De West van 8 juli stond naast een paginagroot artikel over de goudvondst een advertentie waarin voor vijf gulden een treinexcursie naar placer De Jong Zuid werd aangeboden, compleet met buffet en strijk- en blaasorkest onderweg en ‘een ruim kamp met dansgelegenheid’ ter plaatse.

Johan Gever en Paulina Bruyning waren verplicht het goud aan de concessiehouders van het placer te verkopen en kregen er slechts twaalfduizend gulden voor – hoeveel Jacob Gever kreeg is niet bekend. Daarvan kochten ze een huis in de Prinsenstraat (nr. 83) in Paramaribo en vierden ze op 25 augustus 1932 een grootse bruiloft; veel mensen liepen uit om een glimp van de bruid op te vangen. Een groot deel van het geld gaven Gever en Bruyning weg. Zo schonken ze elektriciteit aan de Zuiderstadskerk van de Evangelische Broeder Gemeente, ter vervanging van de oude gasverlichting. Paulina Gever-Bruyning speelde een sleutelrol bij de besteding van het geld, dat bij velen zeer welkom was omdat Suriname in die tijd een economische recessie doormaakte. Aanvankelijk gaf ze armlastigen contant geld, maar toen de autoriteiten haar dat verboden, ging zij bonnen uitschrijven, die bij de winkel op de hoek en bij een kledingwinkel konden worden ingewisseld: zij rekende dan later voor hen af. Gever-Bruyning betaalde ook ziekenhuiskosten voor mensen die dat zelf niet konden – ze financierde verschillende levensreddende operaties.

Nederland en Suriname

In september 1932 werd het goud van Paulina Gever-Bruyning en haar man tijdens de 27ste jaarbeurs in Utrecht tentoongesteld op de ‘Koloniale afdeling’, ingericht door het Handelsmuseum van het Koloniaal Instituut te Amsterdam (de voorloper van het Tropenmuseum). Daar werd de goudvondst ingezet om het Nederlandse volk te tonen hoe winstgevend de kolonie Suriname was – het goud was een van de grootste attracties van de afdeling. Na de tentoonstelling werd het goud door de Surinaamsche Bank verkocht aan een Amsterdams raffinagebedrijf dat kort na elkaar in verschillende vrachten tachtig kilo goud binnenkreeg. Omdat al dat goud van dezelfde, zeldzaam hoge kwaliteit was, is het waarschijnlijk dat het allemaal uit dezelfde tunnel van Gever afkomstig was: de gebroeders vonden dus niet veertig, maar tachtig kilo. Net als de vinders zelf, ontving de bank een te laag bedrag voor het goud.

In 1935 was het geld van Gever-Bruyning en haar man op. Hun huwelijk eindigde datzelfde jaar in een scheiding. De kinderen bleven bij Bruyning, die een relatie aanging met de goudzoeker Johannes Draaibaar, met wie ze een dochter kreeg. Het gezin woonde soms in het oerwoud bij de goudvelden en soms in Paramaribo. Omdat Paulina’s oudste dochter naar school moest, keerde zij definitief naar de stad terug terwijl Johannes bleef wonen en werken in de goudvelden. Paulina verdiende voortaan haar geld als marktvrouw met de verkoop van zelfgemaakte cake en pindakaas en met fruit, loten en kranten. Alleen de vakanties bracht het gezin nog door bij de goudvelden. Vanaf 1949 keerde Paulina Bruyning daar helemaal niet meer terug.

Toen de gezondheid van Paulina Bruyning verslechterde, liet haar dochter Cornellie haar in 1968 overkomen naar Rotterdam. Het jaar daarop werd Bruyning getroffen door een hersenbloeding en keerde ze terug naar Suriname – naar eigen zeggen om te voorkomen dat ze ooit in Nederland zou sterven. In 1973 vertrok ze opnieuw naar Nederland, waar ze inwoonde bij haar dochter en kleinkinderen. In 1979 ging Bruyning samen met haar dochter en twee van de vier kleinkinderen weer naar Paramaribo. Daar overleed Paulina Bruyning een jaar later, op 83-jarige leeftijd. Ze werd begraven op de begraafplaats Nieuw Vrede & Arbeid te Paramaribo.

Radiodocumentaire       

Alexandrina Paulina Bruyning, of Gowtu Missie (Gouden Dame), zoals ze tot aan het einde van haar leven werd genoemd, herkend en herinnerd, gebruikte de ontvangen opbrengst van de goudvondst van haar man om hulpbehoevende landgenoten te steunen. Zelf stierf ze als een onbemiddelde vrouw – een halsketting gemaakt van het gevonden goud was haar enige tastbare herinnering aan de vondst. In 1997 maakte haar kleindochter, journaliste Hennah Draaibaar, een driedelige radiodocumentaire waarin ze het verhaal van haar grootmoeder en de goudvondst ontrafelde.

 

Literatuur

  • De West. Nieuwsblad uit en voor Suriname, 8-7-1932.
  • Amigoe di Curaçao, 23-7-1932.
  • De Banier, 7-9-1932.
  • Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 21-9-1932.
  • De West. Nieuwsblad uit en voor Suriname, 5-10-1951.
  • Gerard van Zuuren, ‘Moesje werd met “fooi” voor fikse partij goud afgescheept’, Algemeen Dagblad, 30-8-1969.
  • Hennah Draaibaar, Aardse zaken. Zoektocht naar het goud, 3 delen [radiodocumentaire VPRO, 16-09-1997; 23-09-1997; 30-09-1997 – voorjaar 2005 opnieuw uitgezonden door OVT (VPRO)].
  • Gesprekken Rosa de Jong met Hennah Draaibaar (16-8-2017) en Cornellie Bruyning (22-8-2017).

Illustratie

Paulina Bruyning en haar dochter Georgtina poseren met o.m. gouverneur Abraham Rutgers (links) bij een aantal goudklompen, door onbekende fotograaf, 1932 (particuliere collectie).

 

Auteur: Rosa de Jong (met dank aan Cornellie Bruyning, Hennah Draaibaar en Cherryl Ethard)

 

laatst gewijzigd: 27/11/2017