Buren, Johanna Frederika van (1881-1962)

 
English | Nederlands

BUREN, Johanna Frederika van (geb. Hellendoorn 20-12-1881 – gest. Ommen 17-1-1962), thuisnaaister, telefoniste en dichteres. Dochter van Frederikus van Buren (1854-1883), timmerman, en Hendrika Willemina Stokkers (1855-1919). Johanna van Buren bleef ongehuwd.

Johanna van Buren werd geboren in de Dorpsstraat (nr. 83, nu nr. 4) van Hellendoorn, als enige dochter en tweede kind van Frederik van Buren en Riek Stokkers. Ze had één oudere broer, Jan (1880-1945). Haar vader stierf toen ze één jaar oud was. Na zijn dood verhuisde het jonge gezin naar het ouderlijk huis van moeder Riek aan de Smidsstraat (nr.2/2a). Daar heeft Johanna van Buren tot 1909 gewoond. Vanaf haar achttiende werkte ze als thuisnaaister. In 1909 verhuisde ze met haar moeder naar het ‘Corbachshuusien’ aan de Dorpsstraat. Na de dood van haar moeder ging ze werken op het postkantoor van Hellendoorn: ze bediende de telefoonapparatuur, deed administratief werk en zat achter het loket.

Dichteres in dialect

Van jongs af aan koesterde Johanna van Buren haar poëziealbum en maakte ze zelf liedjes en gelegenheidsgedichten. Rond 1911 schreef ze enkele gedichten in het Nederlands (ABN) die ze nooit publiceerde. Als dichteres in dialect debuteerde ze pas op haar 45ste: haar eerste publicatie dateert van 5 december 1926, toen het later beroemd geworden ‘An oonzen oalen tooren’ verscheen in het Twentsch Volksblad. Vanaf die tijd is Van Buren zich als lokale dichteres in de volkstaal gaan profileren. Haar gedichten noemde ze ‘leedties’ [: liedjes]. Ze schreef in het dialect van haar geboortedorp Hellendoorn: een dorp in het oosten van Salland, grenzend aan Twente. Omdat het een taal zonder schriftelijke traditie was, ontwierp ze zelf een consequente spelling. Wekelijks schreef ze een gedicht in dialect voor het Twentsch Zondagsblad, later het Nieuwsblad van het Oosten en ten slotte het Dagblad van het Oosten. Haar gedichten waren vaak geïnspireerd op de verhalen van mensen die ze op haar fietstochten door de regio had ontmoet. Ook schreef ze veel natuurgedichten. Een strofe uit een van haar vroegste en meest bekende gedichten ter illustratie: ‘Groten peppel, ‘k zag oew argens/ Eenzaam an een weilaand stoan/ En toew dacht ik: mut den ook al/ Zoo alleent deur ’t leaven goan?’ (1927).

Toen Johanna van Buren in 1942 een tijdlang vanwege gezondheidsklachten was opgenomen in een herstellingsoord in Lunteren, lieten lezers de krant weten dat ze haar gedichten zo misten. Hierna nam Van Buren haar werk weer op. Ze was ook een getalenteerd voordrachtskunstenares en trad veel op – soms wel vier keer per week – in de regio, waarbij ze uit het hoofd voordroeg uit eigen werk. In 1944 verscheen de eerste gedichtenbundel van Johanna van Buren: Zunnebloome, met een inleiding van H. Greven, hoofdredacteur van Dagblad van het Oosten. Hij noemt haar talent vergelijkbaar met dat van Guido Gezelle en prijst haar werk als belangrijke verrijking van het dialect. Tijdens haar leven verschenen nog de bundels Krönnenzommer (1948) en Keur uut heur gedichten (1961).

Tot 1954 schreef Johanna van Buren haar wekelijkse ‘leedtie’, en tot 1959 ging ze door met haar publieke optredens. Ze bleef gedichten schrijven, al stond haar slechte gezondheid haar daarbij steeds meer in de weg: ‘Het riemen wil neet meer’, schreef ze in januari 1959 aan een vriend – ze was toen 77 jaar oud (Webbink, 82). Johanna van Buren was een zeer geziene inwoonster van Hellendoorn. Haar 70ste verjaardag werd aangegrepen voor een uitgebreide huldiging. Bij die gelegenheid werd ze ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 1961 verhuisde ze naar een verzorgingstehuis in Ommen, waar haar 80e verjaardag werd gevierd met feestredes en een taart met tachtig kaarsjes. Enkele weken later, in de nacht van 16 op 17 januari 1962, stierf Johanna van Buren. Ze werd onder grote belangstelling begraven in Hellendoorn.

Reputatie

Ook na haar dood bleef het werk van Johanna van Buren populair. Diverse bundels werden postuum uitgegeven, en in 1981 promoveerde letterkundige Jan Bouwhuis op haar oeuvre. Opmerkelijk, aldus Bouwhuis, is de algemene waardering voor deze volksdichteres: ‘Johanna van Buren was een dichteres die ‘in alle eenvoud en eerlijkheid de meest uiteenlopende groepen van mensen wist te boeien’ (p. 143). Ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag (december 1981) werd een standbeeld onthuld bij de oude kerk van Hellendoorn. In datzelfde jaar werd de Stichting ‘Johanna van Buren’ opgericht, die om de drie jaar de Johanna van Buren Cultuurprijs uitreikte aan iemand die zich inzet voor de streekcultuur in Oost-Nederland. In 2010 is de stichting gefuseerd met de stichting ‘Oald Heldern De Noaberschop’. In museum De Valkhof in Hellendoorn was het Johanna van Buren Museum gevestigd. Vanaf 2015 is er een permanente expositie over de dichteres  te zien in de museumboerderij Erve Hofman. Ook komt haar naam voor in het volkslied van Hellendoorn: ‘Oons dorp is bekend deur Johanna van Buren’. Journalist Nees Westerhout noemde Johanna van Buren in 2004 ‘de grootste streekdichteres die ons land heeft gekend’.

Publicaties

Behalve de in tekst genoemde titels:

  • De dinge van vrogger (Enschede 1980).
  • Verzamelde gedichten, H. Entjes ed. (Enschede 1981).
  • De beste bleumpjes. Keuze uit de gedichten van Joh. F. van Buren, H. Entjes en J. Bouwhuis ed. (Hengelo 2002) [met illustraties van Annet Schippers].

Voor een overzicht, zie Webbink, Oonze Jehanna’ (2013) 123-125.

Literatuur

  • Jan Bouwhuis, Johanna F. van Buren. Dichterschap en dialect (Enschede 1981) [proefschrift].
  • Nees Westerhout, ‘“Leedties” vol van eenvoud’, de Stentor, 4-11-2004.
  • Dinand Webbink en Merith Lebbink red., Hommage aan Johanna. Tentoonstelling Johanna van Buren Kunstprijs (Hellendoorn 2008).
  • Dinand Webbink, ‘Oonze Jehanna’. Johanna van Buren en haar lezers (Nijverdal 2013).

Illustratie

Johanna van Buren, door onbekende fotograaf, ca. 1910 (particuliere collectie).

Auteur: Redactie (met dank aan Dinand Webbink)

 

laatst gewijzigd: 05/10/2017