Canter, Ursula (voor 1489-voor 1516)

 
English | Nederlands

CANTER, Ursula (geb. Groningen? voor 1489 – gest. Groningen? voor 15-6-1516), geleerde vrouw. Dochter van Johannes Canter (1424?-1499?), geleerde en jurist, en Abel(e) (gest. na 15-6-1516). Een huwelijk van Ursula Canter is niet bekend.

Ursula Canter was een dochter van de bekende Groningse geleerde en advocaat Johannes Canter. Ook de moeder schijnt zeer geleerd te zijn geweest. In de literatuur bestaat onduidelijkheid over de precieze samenstelling van het gezin en met name over het aantal dochters. Sommige auteurs beweren dat er vier zoons waren en één dochter, Ursula, anderen hebben het over een tweede dochter: Ghebbe. Er zou zelfs nog een derde zuster, Agnula, geweest zijn die niet zo mooi was als de andere twee: zij zou reumatisch en mank geweest zijn, maar nog veel geleerder (Fertig, 54). Deze verwarring is onder andere te wijten aan de omstandigheid dat er toentertijd meerdere families Canter leefden in Groningen.

De vader stond erop dat er thuis Latijn werd gesproken: het hele huishouden, inclusief het dienstmeisje, converseerde in het Latijn, en zo spraken de kinderen die geleerdentaal vloeiender dan hun ‘duitse’ moedertaal. Alle zoons van Canter werden bekende geleerden: Jacob schreef een dialoog in prozavorm (Dialogus de solitudine) en gedichten, Andreas werd de officiële stadsdichter van Keulen en Johannes jr. werd in 1487 astroloog aan het hof van Frederik III en publiceerde twee Prognostica. De vroegste vermelding van Ursula is te vinden in de Probae faltoniae centones, het eerste werk van haar broer Jacob, gepubliceerd in 1489. Hij draagt dit werkje op aan zijn geleerde zus Ursula, nog een meisje (puella), want hij schrijft niet voor ‘zwaargebaarde mannen met angstaanjagende gezichten, maar voor jongens met blozend gelaat, voor ongerepte meisjes’ (gecit. Dirks, 5). Kennelijk was Ursula toen nog een jong meisje.

Over Ursula wordt in de Koelhoffsen Kroniek vermeld dat haar Latijn zeer ‘kunstig’ en ‘sierlijk’ was. De humanist Johannes Butzbach schreef over haar in zijn De illustribus mulieribus dat zij vanaf de wieg was onderricht door haar vader in alle disciplines van de filosofie, theologie en de artes liberales. In een discussie moesten zelfs de geleerdste mannen het onderspit delven voor de welbespraaktheid van dit ‘wonder der wereld’, dat volgens Butzbach niet alleen mooi en geleerd was maar ook eerzaam en deugdzaam. Ursula Canter heeft geen eigen werk nagelaten. Bekend is dat zij in 1499 nog bij haar ouders woonde. Zeker is dat zij overleden is voor 1516, want in dat jaar wordt zij in haar moeders testament genoemd als een overleden dochter.

Naslagwerken

Kok; Verwoert.

Literatuur

  • C. Kraft en W. Crecelius, Beiträge zur Geschichte des Humanismus am Niederrhein und im Westphalen, deel 1 (Elberfeld 1870).
  • J. Dirks, ‘Jacob Canter’, Groningsche Volksalmanak (1891) 1-10 [o.a. over de opdrachten van Jacob Canter aan zijn zusters Ursula en Ghebbe].
  • J.A. Feith, ‘De familie Canter, een geleerd geslacht’, Groningsche Volksalmanak (1891) 11-25.
  • Jacobus Canter,  Dialogus de solitudine, Bunna Ebels-Hoving ed. (München 1981).
  • H. Fertig, ‘Neues aus dem literarische Nachlasse des J. Butzbach’,  in: Programm des Gymnasiums zu Würzburg (1906-1911) 40-59 [met hierin De illustribus mulieribus].
  • Jacobus Canter, Dialogus de solitudine (c. 1591), Bunna Ebels-Hoving ed. en vert. (München 1981) 22-24 [over de kinderen Canter].
  • Karl A.E. Enenkel, Kulturoptimismus und Kulturpessimismus in der Renaissance. Studie zu Jacobus Canters ‘Dyalogus de solitudine’, mit kritischer Textausgabe und deutscher Übersetzung (Frankfurt am Main 1995).

Auteur: Astrid de Beer

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 75

laatst gewijzigd: 13/01/2014