Cijs, Maria van (1656-1692)

 
English | Nederlands

CIJS, Maria van, ook bekend als Maria van Zijs (geb. Leiden? 1656 – gest. Parijs 16-6-1692), religieuze, oprichtster van congregatie ter ondersteuning van gevallen vrouwen in Parijs. Dochter van Jan van Cijs. Zij trouwde ca. 1675 in Leiden met Adriaan la Combé (gest. ca. 1678), vermogend edelman. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Het merendeel van de informatie over Maria van Cijs is afkomstig uit een bekeringsgeschiedenis die de priester H.J. Allard in 1872 over haar publiceerde. Maria zou in haar jeugd al belangstelling hebben gehad voor het katholieke geloof, maar groeide als dochter van een aanzienlijke Leidse familie op in het gereformeerde geloof. Zij had in ieder geval één zus. Haar ouders huwelijkten Maria op haar negentiende jaar uit aan de eveneens gereformeerde Adriaan la Combé. Deze echtgenoot behandelde Maria zo slecht, dat zij na anderhalf jaar reeds van hem scheidde. Haar man stierf kort daarna.

Als weduwe La Combé vertrok Maria van Cijs met haar zus en de broer van haar man naar Parijs, waar zij zich na enige tijd tot het katholieke geloof bekeerde. Dit zou onder andere het gevolg zijn geweest van een visionaire droom. Omstreeks 1680 legde zij haar geloofsbelijdenis af bij priester Traullé. Naar verluidt trokken haar familieleden toen hun handen van haar af en zocht zij steun bij een andere priester, De la Barmondière. Dankzij zijn bemiddeling kreeg Maria la Combé onderdak in een religieus genootschap. Daar wijdde zij zich geheel en al aan gebed en zelfverloochening.

Op een dag in 1686 stuurde De la Barmondière een ‘diepgevallen meisje’ naar Maria la Combé met het verzoek haar te redden uit ‘de diepe afgrond van zonde en zondebederf’ (Allard, 46). Het werd het begin van een genootschap dat hulp bood aan vrouwen van lichte zeden die berouw hadden en voor hun zonden wilden boeten: De Goede Herder (Le Bon Pasteur). Het initiatief werd opgemerkt door particuliere geldschieters, en ook de overheid steunde het groepje vrouwen rond Maria la Combé, die zodoende in heel Parijs bekend raakte. Zij kreeg de beschikking over een huis in Saint-Germain, en een geldbedrag van vijftienhonderd gulden om het pand op te knappen. Het aantal boetelingen telde na enkele jaren zo’n zeventig vrouwen, maar volgens sommige bronnen konden dat er ook tweehonderd zijn. De Goede Herder kreeg navolging: ook in Orléans, Angers, Troyes, Amiens, Nantes en Toulouse werden naar het Parijse voorbeeld huizen ingericht. De boetelingen werden begeleid door zusters die pas na een proeftijd van twee jaar hun gelofte aflegden en niet veel meer luxe genoten dan de ‘gevallen’ vrouwen. Als een ware martelares stierf Maria la Combé op jonge leeftijd; zij werd slechts 36 jaar oud. De Goede Herder bleef tot 1790 bestaan en werd in 1829 nieuw leven ingeblazen. Tegenwoordig heeft de congregatie internatonale vestigingen.

Genealogische zoektocht

Bovengenoemde genealogische gegevens, gebaseerd op Allards bekeringsgeschiedenis van 1872, konden in het Leidse archief niet worden bevestigd. Het meest in de richting komt het huwelijk van Maria Six (Cijs?) die op 19 augustus 1677 te Leiden in ondertrouw ging met Adriaan Danielsz. Kombij ( La Combé?) uit Heemstede. Deze Maria was de dochter van Jan Sixtus (gest. voor 1677), meester kleermaker, en Anna Tobiasdr. van der Tack (gest. 1678), vroedvrouw. Zij groeide op in Leiden met in ieder geval een zus Tanneke en een broer Sixtus, die in 1673 als vaandrig sneuvelde. Enigszins in lijn met de jeugdverhalen uit de bekeringsgeschiedenis is het feit dat deze Maria op 4 mei 1675 op verzoek van haar moeder werd opgesloten: ‘ten opzichte van haar oneerlijk ende ergerlijk leven’ (Regionaal Archief Leiden, Weeskamer, 3956i). Een meer specifieke reden werd niet vermeld, evenmin als de plaats van opsluiting. Twee jaar later was deze Maria Six weer vrij en liet zij huwelijkse voorwaarden opstellen, in aanwezigheid van haar moeder. In 1678 overleed de moeder, met achterlating van een testament waarin dochter Tanneke wel, maar dochter Maria niet werd bedacht – alleen Maria’s eventuele kinderen werden in het testament genoemd.

Tot zover lijken de genealogische gegevens overeen te komen met de Maria van Cijs uit de bekeringsgeschiedenis. Op 1 november 1679 echter werd uit het huwelijk van Maria Six en Adriaan Kombij een dochtertje Anna geboren. Zij werd gedoopt in de Pieterskerk te Leiden, maar het echtpaar woonde toen in Amsterdam. In datzelfde jaar hadden zij wel geregeld contact gehad met de Leidse Weeskamer vanwege de erfenis van Anna Tobiasdr. van der Tack. Adriaan Kombij en Maria de Vries – zoals zij zich toen noemde – stuurden beiden brieven, waaruit niet op te maken valt of zij nog bij elkaar woonden. Diverse stukken gingen over en weer, aangezien de moeder bepaald had dat haar woonhuis pas na tien jaar verkocht mocht worden. De boedel was echter bij lange niet toereikend om de uitstaande schulden te voldoen. Het huis werd in 1679 alsnog verkocht, en van het restant werd jarenlang administratie bijgehouden voor de eventuele kinderen van Maria. De rekening werd in 1736 gesloten, met een batig saldo van 1190 gulden. Het duidt erop dat dochter Anna de volwassen leeftijd niet bereikt heeft, en ook geen broers of zussen heeft gekregen. Van haar vader en haar moeder ontbrak na 1679 elk – archivalisch – spoor. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of deze Maria Six dezelfde was als de Maria van Cijs die als stichteres van de congregatie van De Goede Herder in Parijs naam zou maken.

 

Naslagwerken

Van der Aa; Kok; Regt.

François Halma, Tooneel der Vereenigde Nederlanden, deel 1 (Leeuwarden 1725) 212-213.

David van Hoogstraten, Groot algemeen historisch, geographisch, geneaologisch en oordeelkundig woordenboek, deel 1 (Amsterdam 1733) 430.

Dictionnaire encyclopédique de la théologie catholique, deel 8 (Parijs 1864) 423-424.

Archivalia

Regionaal Archief Leiden: toegang 518 (Weeskamer), inv. nr. 3956 (Anna Tobiasdr. van der Tack).

Literatuur

[Jean Jacques Boileau], Relation abrégée de la vie de Madame (Marij Cys) de Combé, institutrice de la maison du Bon Pasteur (Parijs 1700; herdr. 1732) [voorzover bekend niet aanwezig in een Nederlandse bibliotheek].

H.J. Allard, Petrus Engelraeve, predikant te Boskoop, en Maria de Combé geb. van Zijs (Den Bosch 1872).

 

Auteur: Ingrid van der Vlis

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 372

laatst gewijzigd: 13/01/2014