Cohen, Frederika Sophia (1903-1943)

 
English | Nederlands

COHEN, Frederika Sophia (geb. Amsterdam 11-8-1903 – gest. Hengelo, Overijssel 14-6-1943), sierkunstenares en grafisch ontwerpster. Dochter van Levie Cohen, diamantslijper, en Esther Sarlie (1883-1943). Frederika Cohen bleef ongehuwd.

Frederika (Fré) Cohen was de oudste van een socialistisch arbeidersgezin in Amsterdam. Na haar werden er nog twee kinderen geboren: Sophie (1906-1949) en Bernard Henri (1912-1945). De vader was diamantbewerker en vaak op zoek naar werk. Omdat er in Antwerpen meer werk was, verhuisde het gezin Cohen daar in Fré’s vroege jeugd heen – het jaar is onbekend. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914) keerde het gezin terug naar Amsterdam, waar het een woning vond in de Swammerdamstraat. Na de oorlog verhuisden ze naar de Zaaiersweg in Betondorp. Als meisje werd Fré lid van de in 1918 opgerichte Arbeiders Jeugd Centrale (AJC).

Na de mulo kwam Fré Cohen op een handelskantoor te werken. In de avonduren volgde zij een cursus tekenen en van de schilder Wim Schuhmacher kreeg zij les in modeltekenen. Haar tekentalent viel op en zo kwam ze in 1923 in dienst bij de NV Ontwikkeling, voorloper van De Arbeiderspers, waar zij naast kantoorwerk ontwerpen maakte voor boekbanden, vignetten en dergelijke, en de typografie verzorgde van boeken, brochures en krantjes. Vroege illustraties van haar zijn te vinden in het blad De Proletarische Vrouw en in verschillende AJC-uitgaven. Aan de Grafische School volgde zij als enige vrouw lessen in typografie. Vervolgens kon Cohen dankzij een studiebeurs naar de Amsterdamsche Kunstnijverheidsschool (1927-1929), waar zij als eerste leerling een medaille voor verdienstelijk werk verwierf. Zij was toen lid van de Socialistische Kunstenaars Kring en nam in 1928 met het door haar verzorgde Gedenkboek Troelstra Oord deel aan de tentoonstelling van deze Kring. Op 1 september 1929 trad ze part-time in dienst van de Stadsdrukkerij Amsterdam. Dit duurde slechts tot 1 februari 1932, toen ze wegens bezuiniging werd ontslagen. Ze bleef echter tot 1941 in opdracht voor de gemeente werken. Zo ontwierp ze in die jaren de huisstijl van de gemeente. Zij werkte voor tal van gemeentelijke diensten (Handelsinrichtingen, Energiebedrijf, Stadsschouwburg, Woningdienst, Stadsreiniging, Gemeentegiro) en als zelfstandige voor ondernemingen, uitgevers, de SDAP, vakbonden, ministeries, joodse instellingen en niet in de laatste plaats de AJC, waarvoor zij al vanaf 1922 vrijwel al het drukwerk verzorgde.

Het grafisch werk van Fré Cohen was aanvankelijk decoratief en romantisch. Onder invloed van de Nieuwe Kunst, het tijdschrift Wendingen – de zogenaamde lijnenrichting – en de Nieuwe Zakelijkheid ontwikkelde zij een eigen stijl. Zij kwam tot baanbrekende grafische inzichten die, ook door de toepassing van fotomontage, in het buitenland opvielen en in 1934 leidden tot de uitnodiging voor een serie voordrachten in Engeland. Zij maakte veel gelegenheidsgrafiek (toegangsbewijzen, vignetten, bladwijzers, ex-libris, geboorte- en huwelijkskaarten, oorkonden, kalenders), portretten, landschappen en ook koppen voor bladen en tijdschriften (onder meer voor Vrijheid, Arbeid, Brood). De enkele politieke prent die zij maakte, bleek weinig geslaagd. Wel succesvol waren haar boekomslagen voor De Arbeiderspers, Querido en de Wereldbibliotheek. Cohen huldigde de opvatting dat cultuur deel van het dagelijks leven van de werkende mens moet zijn en dat met weinig middelen de kwaliteit van eenvoudig drukwerk kan worden verbeterd. Haar forse stijl met een krachtige zwart-wit werking werd geleidelijk speelser.

Fré Cohen was klein, donker, beweeglijk (op de Stadsdrukkerij werd zij wel Saartje Wip genoemd), zeer bedrijvig en veelzijdig begaafd: ze schilderde, tekende, lithografeerde en maakte veel houtsneden. Zij was een idealiste die op kunstzinnige wijze en met eenvoudige middelen het streven naar vrijheid, zelfontplooiing en gemeenschapsgevoel wist te verbeelden. Haar invloed en erkenning reikten tot ver buiten de arbeidersbeweging. In de oorlog dook zij onder, eerst in Amsterdam en vervolgens in Diemen, Winterswijk, Rotterdam en Borne, waar zij door verraad in Duitse handen viel. Door het innemen van pillen maakte zij een eind aan haar leven. Fré Cohen werd begraven op de joodse begraafplaats in Hengelo.

Naslagwerken

BWSA; Groot; Joden in Nederland.

Werk

  • Fré Cohen signeerde haar werk als: Fré Cohen of F.C. (al dan niet gestileerd) en in de oorlogsjaren: Freco. Soms gebruikte ze het pseudoniem Connie Frederichs. Niet al haar werk is gesigneerd.
  • Voor een overzicht van haar werk, zie de lijsten in: Boekcier (1946) 3-5 en 16 (alleen ex-libris) en Rond Paasheuvel en Prinsenhof (Amsterdam 1977) 54-57, en de publicaties van Van Dam en Van Praag. Onder eigen naam publiceerde ze:
  • Ic sie des Meyen schijn... Een nieu liedt-boecxken van Mey ende minne. Met een inleiding van Willem Pijper (Amsterdam 1938).

Literatuur

  • J. Schwencke, ‘Grafisch werk van Fré Cohen’, De Vrouw en Haar Huis (maart 1935).
  • A.H.G. Blankenstein, ‘Fré Cohen’, Ons Technisch Maandblad (winter 1937) 16-23.
  • Dick Dooijes e.a., Rond Paasheuvel en Prinsenhof. Fré Cohen (Amsterdam 1977).
  • B. Roodnat, ‘Fré Cohen, een vergeten kunstenares’, Nieuwe Rotterdamse Courant, 13-9-1977.
  • ‘Fré Cohen gaf Amsterdam een drukwerkgezicht’, De Waarheid, 14-9-1977.
  • H. van Zwol, Fré Cohen [televisiedocumentaire VARA], 4-5-1980.
  • Fré Cohen. Amsterdam 11.8.1903 - Hengelo 14.6.1943 (Hengelo 1985).
  • Voorwaarts! Elie Smalhout, Meijer Bleekrode, Fré Cohen, 3 joodse kunstenaars en de socialistische beweging 1918-1940. Tentoonstellingscatalogus Joods Historisch Museum (Amsterdam 1987).
  • M. van Soest, Vrij Nederland Bijlage, 20-2-1988.
  • G.M. Naarden, Onze jeugd behoort de morgen… De geschiedenis van de AJC in oorlogstijd (Amsterdam 1989).
  • J.W. van Dijk, Het socialisme spant zijn gouden net over de wereld. Het kunst- en cultuurbeleid van de SDAP (Montfoort 1990).
  • P. van Dam en Ph. Van Praag, Fré Cohen 1903-1943. Leven en werk van een bewogen kunstenares (Abcoude 1993).
  • Ph. van Praag en P. van Dam, Overzicht van de door Fré Cohen ontworpen boekbanden, omslagen en stofomslagen (Rotterdam 1993).
  • Ph. van Praag en P. van Dam, ‘Fré Cohen en haar relatie met Alkmaar’, Oud Alkmaar (sept. 1993) 3-11.
  • J. Meilof, Een wereld licht en vrij. Het culturele werk van de AJC 1918-1959 (Amsterdam 2000).
  • F.J. van Capelleveen, Haar laatste onderduikadres’, Boorn en Boerschap 19 (2009) nr.1, 6-7.

Illustraties

  • Portretfoto door onbekende fotograaf, ongedateerd (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis).
  • Amsterdams giroboekje, ontworpen door Fré Cohen, ca. 1930.

 

Auteur: Philip van Praag (tekst ontleend aan BWSA, 1988)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 905

laatst gewijzigd: 16/10/2017