Scheffer, Cornelia (1830-1899)

SCHEFFER, Cornelia (geb. Parijs 29-7-1830 – gest. Parijs 20-12-1899), beeldhouwster, schilderes en tekenares. Dochter van Ary Scheffer (1795-1858), schilder, en ‘Maria Johanna de Nes’. Cornelia Scheffer trouwde in 1845 in Parijs met René Marjolin (1812-1895), kinderarts en chirurg. Het huwelijk bleef kinderloos.

Over de moeder van Cornelia Scheffer is niets bekend. Zelfs haar naam zoals opgegeven bij de burgerlijke stand in Parijs, Maria Johanna de Nes, is onzeker. Hij lijkt sterk op die van Ary Scheffers grootmoeder, Johanna van Es, en mogelijk gaf Ary die naam op om de natuurlijke moeder (volgens de overlevering iemand van koninklijke komaf) niet te compromitteren. Ook is wel verondersteld dat moeder kort na de geboorte van Cornelia overleed. Tot haar zevende werd het meisje in het geheim op het platteland grootgebracht door de ouders van een vriend van Scheffer. In 1837 kwam Cornelia onder de hoede van haar grootmoeder, de schilderes Cornelia Scheffer-Lamme (1769-1839), die toen pas hoorde van het bestaan van deze naar haar vernoemde kleindochter. Sindsdien woonde Cornelia in de stadsvilla aan de Parijse Rue Chaptal in de kunstenaarswijk Nouvelle Athène, waar haar vader met zijn moeder en broers in 1830 zijn intrek had genomen, en waar hij twee ateliers ter beschikking had.

Cornelia Scheffer vertoefde, zeker na het overlijden van haar grootmoeder in 1839, vaak in haar vaders ateliers, waar ze zich bekwaamde in de schilder- en beeldhouwkunst, af en toe poseerde voor portretten door haar vader, en mogelijk model stond voor enkele van zijn figuurstukken (bijvoorbeeld ‘Mignon verlangende naar haar vaderland’, 1839, Dordrechts Museum). Haar oom Arie Johannes Lamme schilderde Cornelia zittend aan de piano in het kleine atelier met links van haar een engelsculptuur van de hand van Marie-Christine prinses van Orléans (1813-1839), een leerlinge van Ary Scheffer (1851, Dordrechts Museum). Het is onbekend of Cornelia haar vader in 1844 vergezelde bij zijn bezoek aan Dordrecht; waarschijnlijk deed zij dat wel in juni 1854, toen hij daar de kunstverzamelaar Herman de Kat opzocht.

Huwelijk en werk

Op haar vijftiende trouwde Cornelia Scheffer met de 33-jarige René Marjolin, kinderarts en chirurg aan het Sainte-Margueritehospitaal. Hij had om haar hand gevraagd kort nadat hij haar in 1845 had genezen van tyfus. Hij was lid van de ‘Académie de Médecine’, en werd in 1860 voorzitter van de ‘Société Nationale de Chirurgie’.

Bij het overlijden van haar vader in 1858 kocht Cornelia Marjolin-Scheffer het huis met de ateliers in de Rue Chaptal, dat hij dertig jaar lang gehuurd had. Zij ging er met haar man wonen. Een jaar later organiseerde ze een overzichtstentoonstelling van haar vaders werk op de Parijse Boulevard des Italiens, die bezocht werd door diverse prominenten. In 1862 werd op het Schefferplein in Dordrecht een standbeeld van Ary Scheffer ingehuldigd. Het beeld is gesigneerd door Joseph Mezzara (1820-1901), maar het was Cornelia Marjolin-Scheffer, die in 1859 het ontwerp had gemaakt waarin zij ook het gelaat van haar grootmoeder verwerkte. Zoals Mezzara op 1 december 1859 aan Arie Johannes Lamme schreef: ‘Cette statue est toute de son inspiration’ (De inspiratie voor het beeld is geheel de hare). Was haar bescheidenheid de reden om haar inbreng te verzwijgen of wilde Cornelia vermijden dat men zou spreken van partijdigheid bij de opdracht? Bij de inhuldiging van het standbeeld kon Cornelia Marjolin wegens ziekte niet aanwezig zijn; haar man bracht toen de feestdronk uit. Op het moment van de inhuldiging verbleef ze in Rotterdam bij neef Arie Johannes Lamme. Daar kreeg zij een medaille met een afbeelding van het beeld overhandigd.

In de jaren 1860 werkte Cornelia Marjolin samen met de schilder Edouard Manet (1832-1883). Hij tekende bloemmotieven voor het aardewerk dat Cornelia ontwierp, en dat zij bakte in een oven bij het huis in de Rue Chaptal. Tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 werkte het echtpaar Marjolin-Scheffer in het hospitaal dat tijdelijk in Scheffers ateliers was ingericht.

Cornelia Marjolin-Scheffer werd 69 jaar oud. Ze werd in 1899 begraven in het familiegraf op de begraafplaats van Montmartre. Aan de voorkant van de kapel op het graf vindt men een bas-reliëf met een treurende engel op een graftombe met kruis, rustend op een wolkenbed. Het is een door Cornelia gemaakte, haast letterlijke vertaling in marmer van een schilderijtje van haar vader (Dordrechts Museum), waaraan ze een omlijsting met klimopranken had toegevoegd en het opschrift ‘Heureux ceux qui pleurent, ils seront consolés’ (Gelukkig zij die huilen, zij zullen getroost worden).

Cornelia’s oeuvre is vrij onbekend. Het dateert merendeels uit de jaren 1840-1860 en bestaat vooral uit bustes, enkele religieuze stukken, en kopieën in steen, verf en potlood van werk van haar vader. Zo bevinden zich in de familiegrafkapel onder meer replica’s van vier van zijn schilderijen, door Cornelia uitgevoerd op grote rechtopstaande stenen (mogelijk lavastenen). In het Dordrechts Museum bevindt zich ook de in marmer gesculpteerde linkerhand van Cornelia Marjolin-Scheffer, waarvan de maker onbekend is.

Nalatenschap

In het leven van Cornelia Marjolin-Scheffer heeft haar vader een onuitwisbare rol gespeeld. Niet alleen is een belangrijk deel van haar werk als kunstenares te herleiden tot zijn schilderijen, ook legde zij zich toe op het behoud van haar vaders oeuvre: in 1862 zegde ze daartoe het legaat van een groot deel van haar vaders ateliernalatenschap toe aan de Vereniging Dordrechts Museum. Daardoor beschikt het museum sinds haar overlijden in 1899 over de grootste collectie kunstwerken van Ary Scheffer, met ruim honderd schilderijen, driehonderd tekeningen en tweehonderd gravures en litho’s. In 1895 al vermaakte René Marjolin het Dordrechts Museum een bedrag van tweehonderdduizend Franse francs, als de gemeente een geschikte ruimte beschikbaar zou stellen voor Scheffers werken, hetgeen gebeurde. Bij haar overlijden liet Cornelia nog tienduizend Franse francs na voor de inrichting van twee ‘Schefferzalen’. Ook het Musée du Louvre beschikt dankzij Cornelia Marjolin over enkele schilderijen van Ary Scheffer. Het huis aan de Rue Chaptal ten slotte legateerde zij aan Noémi Renan-Pischari, een achternicht van Scheffer, aan wie het te danken is dat er nu het Musée de la Vie Romantique in gevestigd is.

Naslagwerken

Bénézit; Petteys; Thieme-Becker.

Archivalia

  • Gemeentearchief Dordrecht: Dossier nr. 38 (m.b.t. het Scheffer-standbeeld, incl. brieven van Cornelia Marjolin-Scheffer); Dossier nr. 235 (Dordrechts Museum).
  • Collectie Dordrechts Museum: Brief van Joseph Mezzara aan Arie J. Lamme, 1-12-1859; brieven aan Cornelia Marjolin-Scheffer.

Werken

Voor een lijst van de weinige tot op heden bekende kunstwerken van Cornelia Marjolin-Scheffer, zie Museum Ary Scheffer, nrs. 232-237; zie ook www.dordrechtsmuseum.nl. Haar werken bevinden zich in het Dordrechts Museum en in het Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, op het Schefferplein in Dordrecht (naar haar ontwerp), en op de begraafplaats van Montmartre, Parijs. Tot haar zelfstandige sculpturen behoren onder andere een marmeren en een gipsen buste van haar vader met grote kraag (1846), een marmeren buste van Johann Wolfgang von Goethe, gebaseerd op diens door Ary Scheffer geschilderde portret in het Goethe-Museum, Frankfurt, het marmeren kinderhoofdje van Ariël Scheffer, een gipsen ‘ Madonna met kind Jezus staand op een wereldbol’, en een ‘Kruisdragende Christus’ en ‘Mater Dolorosa’ (1846), beide in marmer, in hautreliëf, en vervaardigd naar schilderijen van Ary Scheffer uit 1845. Enkele bewaard gebleven potloodtekeningen van haar hand zijn ‘Het vrome kind’,‘Augustinus en Monica’ (1846) en ‘Christus het kruis dragende’, alledrie kopieën naar schilderijen van haar vader, uit 1840 en 1845, en alledrie gesigneerd: ‘Cornelia Marjolin’. Een tekening van haar vader op zijn sterfbed signeerde ze met ‘Cornelia Marjolin née Ary Scheffer, 15 juin 1858’, de dag van zijn overlijden.

Literatuur

  • Harriet Grote, Ary Scheffer’s leven (Amsterdam 1861) 55.
  • Henry Jouin, ‘La sculpture dans les cimetières de Paris’, Nouvelles Archives de l’Art Français (1897) 266-267.
  • Museum Ary Scheffer. Catalogus der kunstwerken en andere voorwerpen, betrekking hebbende op Ary Scheffer en toebehoorende aan Dordrechts Museum (Dordrecht 1934) 85-86.
  • Leo Ewals, Ary Scheffer 1795-1858. Gevierd romanticus. Tentoonstellingscatalogus Dordrechts Museum (Zwolle 1995) 12, 16-21, 240-241.
  • Peter Schoon, ‘Een koninklijke aanwinst: Scheffers portret van Marie prinses van Orléans’, Bulletin Dordrechts Museum 24 (1999) 3, 35-40.
  • Website: www.vie-romantique.paris.fr

Illustraties

  • Portret van Cornelia met hond, door Ary Scheffer, olie op doek, 1840 (Dordrechts Museum).
  • Standbeeld van Ary Scheffer, door Cornelia Marjolin-Scheffer en Joseph Mezzara brons, 1859-1862, Dordrecht, Schefferplein (Foto: M. Sterckx, 2004).

Auteur: Marjan Sterckx

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 739

laatst gewijzigd: 13/01/2014