Cornelius, Violette (1919-1998)

 
English | Nederlands

CORNELIUS, Violette (geb. Batavia, Nederlands-Indië 17-3-1919 – gest. Saint-Maximin, Frankrijk 23-1-1998), fotografe, actief in het verzet. Dochter van Marius Julius Cornelius (1884-1940), ambtenaar, en Constance Cornelia Barth (1886-?). Violette Cornelius trouwde (1) op 20-5-1942 in Amsterdam met Hendrik Jan Huckriede (1914-2002), concertpianist, orkestdirecteur; (2) had een langdurige relatie (1956-1964) met Jurriaan Willem Schrofer (1926-1990), grafisch ontwerper. Uit huwelijk (1), dat op 4-8-1953 in Amsterdam werd ontbonden, werd 1 zoon geboren.

Violette Cornelius groeide op als oudste van twee kinderen van Nederlandse ouders met Javaanse, Friese en Maleisische wortels. Het gezin Cornelius woonde tot 1929 in onder meer Singapore en Batavia (Djakarta) en ging toen op reis. Rond 1932 vestigde het gezin zich in Genève. Daar bracht Violette haar middelbareschooltijd door en kreeg ze op veertienjarige leeftijd haar eerste fototoestel: een Kodak klapcamera. In 1937 verhuisde het gezin naar Den Haag, waar familie van Violettes moeder woonde.

Violette Cornelius voelde geen enkele binding met Nederland. Ze wilde meteen na haar studie weer gaan reizen – een plan dat door de Tweede Wereldoorlog in duigen viel. Ze volgde aanvankelijk lessen aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, maar stapte na een half jaar over naar de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam, waar de principes van Bauhaus toonaangevend waren. Paul Citroen gaf er schilderlessen en Paul Guermonprez fotografie. In augustus 1940 overleed haar vader na een lange ziekte. Anderhalf jaar later, op 20 mei 1942, trouwde Violette Cornelius met concertpianist Jan Huckriede.

Verzetswerk

In het artistieke milieu waarvan ze deel uitmaakte, kwam Violette Cornelius al vroeg in de oorlog in aanraking met het kunstenaarsverzet en met het illegale tijdschrift De Vrije Kunstenaar. Een groep kunstenaars onder leiding van beeldhouwer Gerrit van der Veen vervalste vanaf 1942 persoonsbewijzen voor ondergedoken kunstenaars en verzetsmensen. Cornelius vormde samen met Walter Brandligt, Maarten (Mik) van Gilse, Nel Hissink, Dio Remiëns en Guusje Rübsaam de kern van de Persoonsbewijzen Centrale (PBC), die op grote schaal papieren vervalste. Ze maakte de foto’s voor de persoonsbewijzen. Daarnaast fotografeerde Cornelius het verzetswerk van de groep, van wie alleen zijzelf en Rübsaam de oorlog overleefden. De foto’s verschenen in het illegale blad De Vrije Kunstenaar. De negatieven werden uit voorzorg op een onbekende plek buiten de stad begraven en na de oorlog aan haar terugbezorgd. Die fotoserie van de PCB-medewerkers is nagenoeg het enige bekende beeldmateriaal van actief ondergronds verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog – in 1970 zijn ze heruitgegeven in een  facsimile-uitgave van De Vrije Kunstenaar 1941-1945.

Het verlies van haar vrienden van de PBC trok na de oorlog een zware wissel op de geestesgesteldheid van Violette Cornelius. In het verzetsrapport van de Stichting 1940-1945 vertelde ze dat ze voortdurend onder spanning stond, waardoor ze leed aan diepe depressies en geheugenstoornissen.

Architectuur, vluchtelingen en vormgeving

Direct na de oorlog richtte Violette Cornelius zich als fotografe voornamelijk op kinderportretten. Haar plannen om fotoreportages te maken in het Verre Oosten stelde ze uit vanwege de geboorte van haar zoon Florian (1946). Wel sloot ze zich aan bij de GKf, de beroepsvereniging voor fotografen.

Het huwelijk met Jan Huckriede liep rond 1949 op de klippen, maar werd pas in 1953 officieel ontbonden. In de tussentijd ontmoette Cornelius Jan Rietveld – zoon van Gerrit Rietveld – met wie zij van 1950 tot 1956 een relatie had. Via hem kwam ze in aanraking met het tijdschrift Forum en de architecten Aldo van Eyck, Sam van Embden en Herman Haan. Ze ontwikkelde zich tot succesvol architectuurfotograaf en bleef tot in de jaren zestig met deze architecten samenwerken.

In 1954 ontmoette Violette Cornelius grafisch vormgever Jurriaan Schrofer, een bekende Nederlandse ontwerper van fotoboeken. Vanaf 1956 was Schrofer haar nieuwe partner, die grote invloed had op haar beeldtaal en activiteiten als fotograaf. Samen maakten ze onder meer de boeken Delft (1954), De letter op straat (1956), het befaamde Vuur aan Zee (1958) en PTT-De Verbinding (1962). Voor het bedrijfsfotoboek Vuur aan Zee gebruikte ze op advies van fotograaf Ed van der Elsken voor het eerst een kleinbeeldcamera, die ze sindsdien niet meer uit handen zou geven.

Toen de fotograaf Ata Kando in 1956 een partner zocht om de Hongaarse vluchtelingen na de Russische inval vast te leggen, zegde Violette Cornelius onmiddellijk haar medewerking toe. Tien dagen lang fotografeerden ze gezamenlijk de vluchtelingenstroom bij de Oostenrijkse grens. Een selectie van de foto’s werd opgenomen in een door Schrofer vormgegeven boekje, waarvan de opbrengst was bestemd voor Hongaarse kinderen. Met de aflopende foto’s en een minimum aan tekst ontwikkelden zij een nieuwe beeldtaal.

Koffers

Nadat haar relatie met Schrofer in 1964 was gestrand, raakte Violette Cornelius geïnteresseerd in antropologie, pakte haar koffers en vertrok naar Irak. Er volgden vele reizen en langdurige verblijven in het buitenland – onder meer in India, Peru, Jemen, Turkije, Koeweit, het Amazonegebied, Mali en andere landen in Afrika. Samen met haar Engelse reisgenoot Sean Wellesley concentreerde zij zich op het proces van verstedelijking in ontwikkelingslanden. Pas rond 1990 keerde Cornelius voor korte tijd in Nederland terug, om vervolgens geheel onverwachts naar Zuid-Frankrijk te vertrekken, waar ze in 1998 overleed. Violette Cornelius werd 78 jaar.

Violette Cornelius reisde haar leven lang en leefde uit een koffer. Haar complete archief nam ze erin mee toen ze naar Frankrijk vertrok. Na haar dood belandden de koffers bij haar zoon Florian, die ze jarenlang in zijn woonkamer liet staan. Uiteindelijk belandde het archief bij het Nederlands Fotomuseum en kwam een herwaardering van haar werk op gang. Cornelius is een belangrijke maar ‘vergeten’ Nederlandse fotografe, die door haar levensstijl en langdurige verblijf in het buitenland decennialang buiten beeld bleef. De fotoboeken die ze samen met Jurriaan Schrofer maakte, luidden destijds een nieuwe beeldtaal in. In 2008 besloot het Nederlands Fotomuseum tot een facsimile-uitgave van het titelloze boek waarin Cornelius en Kando Hongaarse vluchtelingen een gezicht gaven. In de Amsterdamse wijk IJburg is een straat naar haar vernoemd: het Violette Corneliushof.

Archivalia

Nederlands Fotomuseum, Rotterdam: persoonlijk archief Violette Cornelius en collectie in beheer van 454 foto’s.

Publicaties

  • [met Jurriaan Schrofer, Aad Greidanus e.a.], Delft (Wormerveer 1954).
  • [met Jan G. Elburg en Jurriaan Schrofer], De letter op straat (Wormerveer 1956).
  • [met Ata Kando en Jurriaan Schrofer], Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk, [Hongaarse vluchtelingen] (Amsterdam 1956).
  • [met Paul Rodenko, Jurriaan Schrofer, Ed van der Elsken e.a.], Vuur aan zee (Hoogovens-IJmuiden 1958).
  • [met Jurriaan Schrofer, Eddy Posthuma de Boer, Paul Huf e.a.], P.T.T. uitgave ‘De Verbinding’ (Den Haag 1962)
  • De Vrije Kunstenaar, 1941-1945, Leendert P.J. Braat ed. (Amsterdam 1970).

Literatuur

  • Ingeborg Th. Leijerzapf e.a., Fotografie in Nederland 1940-1975 (Den Haag 1978).
  • Flip Bool, ‘De vergeten fotografe’, Hollands Licht (2002) nr. 2, 18-23.
  • Wim van Sinderen red., Fotografen in Nederland – Een anthologie 1852-2002 (Den Haag 2002).
  • Merel Bem, ‘Een ontdekking in vliegtuigkoffers – Noorderlicht toont onbekende Violette Cornelius’, de Volkskrant, 4-9-2003.
  • Henny de Lange, ‘De koffers van Cornelius eindelijk open’, Trouw 6-9-2003.
  • Tijn Sadée, ‘Revolutie? Over een kwartier gaan we’ – De Hongaarse opstand in de ogen van Nederlandse kunstenaars, NRC Handelsblad, 4-11-2006.
  • Frits Gierstberg, Rik Suermondt red., Het Nederlandse fotoboek (Rotterdam 2012).

Illustratie

Violette Cornelius door Eva Besnyö, 1938 (Maria Austria Instituut, Amsterdam).

Auteur: Karen Duking

laatst gewijzigd: 02/05/2016