Cornips, Thérèse Marie Sophie (1926-2016)

 
English | Nederlands

CORNIPS, Thérèse Marie Sophie (geb. Amby 18-12-1926 – gest. Amsterdam 4-3-2016), vertaalster. Dochter van Piet Cornips (1894-1988), zakenman, en Toos Hoogendoorn (1897-1993). Thérèse Cornips trouwde (1) in 1947 in het Méan (België) met Klaus Grünewald (geb. 1921), kunstenaar; (2) woonde na hun echtscheiding (1949) van 1952 tot 1962 samen met Chris van Geel (1917-1974), dichter; (3) trouwde in 2003 in Amsterdam met Herman Hendrik ('Carlos') van Regteren Altena (1927-2014), archeoloog. Deze verbintenissen bleven kinderloos.

Thérèse Cornips werd geboren in Amby, een dorp bij (en tegenwoordig een wijk van) Maastricht, maar groeide op in de Limburgse hoofdstad. Haar vader was katholiek, haar moeder niet. Thérèses oudere en enige zus Ernestine (1925) was nog wel gedoopt, zijzelf niet meer. De zusjes gingen naar de openbare lagere school en Thérèse, die goed kon leren, zat vervolgens op het stedelijk gymnasium van Maastricht, waar ze uitblonk in talen. In 1945 ging ze psychologie studeren in Amsterdam. Ze maakte de studie niet af omdat ze eind 1946 de Belgische kunstenaar Klaus Grünewald ontmoette, met hem trouwde en naar Wallonië vertrok. Ze tekende en schilderde er. In 1949 leed het huwelijk schipbreuk en keerde ze terug naar Amsterdam.

Proust

Tussen 1949 en 1952 was Thérèse Cornips vooral in Amsterdam als kunstschilder actief en maakte ze een lange reis naar Zweden. Ze kreeg in 1952 een verhouding met de dichter Chris van Geel, bij wie ze introk in het Noord-Hollandse Groet en bleef wonen tot ze in 1962 de relatie verbrak. Ze verdiende de kost onder meer met het vertalen van doktersromans en liefdesverhalen voor uitgeverij Spaarnestad. Vanaf 1962 ging Cornips serieuzer werk vertalen. Via Adriaan Roland Holst, met wie ze bevriend was, kreeg ze opdrachten voor de Zwarte Beertjes-serie van Bruna. Al snel hierna werd ze een veelgevraagd vertaalster. Zo vertaalde ze onder meer in 1963 Het derde boek over Achim van de Oost-Duitser Uwe Johnson, in 1964 Heksen en heksenprocessen van de Duits-Nederlandse socioloog Kurt Baschwitz, in 1966 In koelen bloede van de Amerikaan Truman Capote en in datzelfde jaar De bastaard van de Franse schrijfster Violet Leduc. In 1975 begon ze aan het vertaalkarwei dat haar verdere leven zou bepalen: het in het Nederlands overzetten van de monumentale zevendelige romanreeks À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. In opdracht van de Bezige Bij hadden Miep Veenis-Pieters en Nico Lijsen de eerste vier delen vertaald, maar de uitgever wilde de rest liever door één persoon laten doen en kende de kwaliteiten van Cornips.

Thérèse Cornips, die vanaf begin jaren zeventig in het Waalse Renouprez (iets ten zuiden van Maastricht) woonde, begon met het tweede deel van In de schaduw van de bloeiende meisjes, dat in 1976 verscheen. Proust vertalen was geen eenvoudige klus: hij schreef in lange, ongebreidelde zinnen, gebruikte tal van stijlmiddelen en schreef een eigen soort proza met veel bijzinnen en terzijdes, kleurrijke en gedetailleerde beschrijvingen. Hierdoor gold zijn werk als bijna onvertaalbaar. Bovendien was het vertalen geen lucratieve bezigheid: vaak werkte Cornips zestien uur per dag aan een enkele bladzijde tegen een woordprijs van 1,25 cent. Ze ging ook nog eens Prousts originele manuscripten in Parijs bestuderen en zocht voortdurend informatie op over door de schrijver genoemde gebruiken of voorwerpen. Zo poogde ze zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven.

Martinus Nijhoffprijs

Het vertaalproject van Proust vorderde langzaam, ook omdat Cornips tussendoor nog werk van auteurs als Herman Hesse en Marguerite Duras vertaalde. In 1999, bijna 25 jaar nadat ze ermee begonnen was, had ze de klus geklaard. Ze sloot af met De tijd hervonden. Tevreden was Thérèse Cornips echter niet. Ze besloot ook de eerder door Veenis-Pieters en Lijsen vertaalde delen opnieuw te vertalen en zo een complete en consequente Nederlandse editie van de romancyclus te verwezenlijken. De toekenning van de Martinus Nijhoffprijs voor vertalingen in 1999, waaraan een bedrag van honderdduizend gulden was verbonden, maakte het haar mogelijk dat plan uit te voeren.

Thérese Cornips had moeite met het besluit in 2013 van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep om Op zoek naar de verloren tijd in haar Perpetua-reeks in een geheel nieuwe, door Martin de Haan en Rokus Hofstede vervaardigde vertaling, opnieuw uit te brengen. In 2015 verscheen hun eerste proeve, getiteld Swanns kant op. In haar door Guus Middag opgetekende herinneringen, toonde ze zich daar ongelukkig over. ‘Het enige waarin ik dacht te zijn geslaagd in mijn leven, het vertalen, is nu ook al onder vuur komen te liggen’, verzuchtte ze (Middag, 191).

Thérèse Cornips overleed op 4 maart 2016, 89 jaar oud.

Publicaties

Vertalingen (behalve in de tekst genoemde):

  • Jean-Marie Gustave le Clézio, Het proces-verbaal (Amsterdam 1964).
  • Kobo Abé, De vrouw in het zand (Utrecht 1969).
  • Jules Renard, Peenhaar (Amsterdam 1969).
  • Georges Bataille, Het blauw van de hemel (Amsterdam 1972).
  • Johann Wolfgang Goethe - Het lijden van de jonge Werther (Amsterdam 1975).
  • Marcel Proust, Op zoek naar de verloren tijd (Amsterdam 1976-2009) [in dertien delen].

Literatuur

  • Diny Schouten, ‘Vertalen is onmogelijk, en tòch streef je naar perfectie. Dat is dus het onmogelijke willen’, Vrij Nederland, boekenbijlage 11-3-1989.
  • Adri Gorissen, ‘Cornips, Thérèse’, in: Limburgs Literatuur Lexicon. (Maastricht 2007) 74.
  • Robert Dulmers, ‘Steken in je hart’, De Groene Amsterdammer, 29-9-1999.
  • Guus Middag, Met een bevroren jas en een geleend tientje. Herinneringen van Thérèse Cornips (Amsterdam 2015).
  • Désirée Schyns, ‘Elly Jaffé en Thérese Cornips. Liefde voor de letteren en het vertalen’,  Filter, 22-9-2015.

Illustratie

in bestelling

Auteur: Adri Gorissen

laatst gewijzigd: 01/10/2016