Schmidt, Wilhelmina (1897-1998)

 
English | Nederlands

SCHMIDT, Wilhelmina Angela, vooral bekend als Willy Corsari, ook bekend als Wilhelmina Angela Douwens-Schmidt (geb. Sint-Pieters-Jette, bij Brussel 26-12-1897 – gest. Amstelveen 11-5-1998), cabaretière, schrijfster. Dochter van Cornelis Nicolaas Schmidt (1873-1942), diamantbewerker, zanger en beeldhouwer, en Elisabeth Christina Benit (1865-1950), pianiste. Wilhelmina Angela Schmidt trouwde (1) op 1-5-1919 in Amsterdam met Antoni Ewoud Sichterman (1895-?), kantoorbediende; (2) op 17-10-1928 in Den Haag met Hendrik Willem Cornelis Douwens (1898-1931), journalist. Uit huwelijk (1), dat op 24-3-1925 eindigde in een scheiding, werd 1 zoon geboren.

Willy Corsari trok graag een rookgordijn op rond haar privéleven. Zeker is dat zij in 1897 in Sint-Pieters-Jette ter wereld kwam als Wilhelmina Angela Schmidt, enig kind van Cor Schmidt, alias amateurzanger Corsari, en Lize Benit. Ze had geen gelukkige kindertijd, want haar vader wilde voor zijn dochter de carrière die hij zelf niet had gehad: Willy moest operazangeres worden. Daartoe kreeg ze zang- en pianoles. Tussen 1902 en 1906 woonde het gezin in Den Haag, waar Willy de lagere school bezocht. Daarna werd ze gedurende een twee jaar durende tournee van haar ouders door Nederlands-Indië achtereenvolgens ondergebracht bij een onderwijzersechtpaar en in een internaat op Java. Omdat ze malaria kreeg, ging ze er nauwelijks naar school. Thuis schreef ze haar eerste verhalen. Ze was nog maar tien jaar toen Het Volk een verhaal van haar opnam.

Na haar verblijf op Java woonde Willy enige tijd in Amsterdam en vervolgens in Berlijn, waar ze onder de hoede kwam van haar vaders zangdocente, mevrouw Ypes-Speet. Later noemde ze dat een gelukkige tijd. Door het vele verhuizen had ze geen enkele schoolopleiding afgemaakt. Rond 1910 begon Willy aan de Toneelschool in Amsterdam, maar haar stem bleek te klein voor de opera en ze maakte ook deze opleiding niet af. Wel had ze al vroeg succes als schrijfster: vanaf de Eerste Wereldoorlog publiceerde ze fictie in de Haagsche Post, De Groene Amsterdammer en het literaire tijdschrift Nederland.

‘Hollandse Agatha Christie’

Onder de artiestennaam Willy Corsari, overgenomen van haar vader, debuteerde ze in 1914 bij het cabaret De Kattebel van Jean-Louis Pisuisse. Ze zong Duitse, Franse en zelfgeschreven Nederlandse liedjes. In 1917 kreeg ze een vast contract bij Pisuisses gezelschap, dat onder meer optrad in Diligentia in Den Haag, het Centraal Theater in Amsterdam en het Cabaret van Scheveningen. Corsari werkte verder samen met Louis Davids en Rudoph Nelson en maakte in 1925 een solotournee door Nederlands-Indië. In 1919 trouwde ze met de kantoorklerk Antoni Ewoud Sichterman en nog datzelfde jaar kreeg ze een zoon: Paul Ewoud. Na hun scheiding in 1925 hertrouwde Sichterman en dreigde hij zijn zoon mee te nemen naar Indië. Om de voogdij te behouden huwde Corsari een vriend: Telegraafjournalist Hendrik Willem Cornelis Douwens. Hij overleed in 1931 aan een nierziekte, waarna Corsari nooit hertrouwde. Wel had ze verhoudingen, onder anderen met Jan Campert, met wie ze de eenakter Klokslag twaalf (1933) schreef.

Willy Corsari combineerde haar zangcarrière met een schrijversloopbaan. In Duitsland schreef ze – tussen de cabaretoptredens door – fictie en journalistieke artikelen voor de Berliner Zeitung. De Duitse cabaretwereld was het decor van haar roman Nummers (1932), die ze al aan het begin van de jaren twintig had geschreven. Haar eigenlijke debuut als schrijfster maakte ze in 1927 met het meisjesboek Bobbed en Shingled. Datzelfde jaar verscheen haar eerste detective, De misdaad zonder fouten, geschreven samen met Douwens. Diverse speurders figureren in haar eerste vier detectives, maar in Het mysterie van de Mondscheinsonate (1934, verfilmd in 1935) introduceerde ze de sympathieke inspecteur Lund, het hoofdpersonage tot in haar laatste detective: Spelen met de dood (1983). Deze Lund-romans bezorgden haar de bijnaam van ‘Hollandse Agatha Christie’. In 1929 publiceerde ze Chimaera, haar eerste literaire roman. Bekendheid verwierf ze met De man zonder uniform (1933), een roman over euthanasie. Naast romans, detectives en meisjesboeken schreef ze toneelstukken en hoorspelen en vertaalde ze fictie uit het Deens, Engels, Frans en Noors.

In 1932 vierde Willy Corsari een korte comeback op het toneel, maar daarna was haar zangcarrière voorbij. Na het vertrek van haar zoon naar Zuid-Afrika – in 1939 – woonde zij in een pension aan de Prins Hendriklaan in Amsterdam. Tijdens de oorlog liet ze daar een Duitse deserteur onderduiken. De onderduiker werd verraden, waarna Corsari in 1943 in de gevangenis in Scheveningen belandde, waar ze zong voor haar medegevangenen. Wegens gebrek aan bewijs kwam ze vrij, maar naar eigen zeggen greep deze ervaring haar zo aan dat ze sindsdien nooit meer heeft gezongen. Corsari’s uitgever, I.R. Leopold, pleegde aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zelfmoord. Hij werd opgevolgd door een Duitser, maar Corsari weigerde voor de bezetter te schrijven. Ze publiceerde niet meer totdat ze na de oorlog overstapte naar De Bezige Bij, waar ze uitgroeide tot een bestsellerauteur. Bert Schierbeek, redacteur bij de Bezige Bij, vond haar werk echter niet literair genoeg. Corsari was hierdoor gekwetst en beëindigde de samenwerking. In 1952 trad ze toe tot de katholieke kerk.

In 1961 verhuisde Corsari van Amsterdam naar Amstelveen. Ook verbleef zij regelmatig bij haar zoon in Kaapstad. Ze had kritiek op de apartheid, maar kon kleinerende, ongenuanceerde uitspraken over ‘negers’ doen (gecit. Vermij, 41-42). In 1972 verscheen de plaat Liedjes in de schemer, met daarop twaalf door Corsari geschreven en gecomponeerde liedjes. Naar aanleiding daarvan kwam in datzelfde jaar het boekje Liedjes en herinneringen uit, over haar cabarettijd. Begin jaren tachtig kwam er wegens ouderdomskwalen een einde aan haar loopbaan: typen deed haar pijn en ze werd doof en blind. Op 11 mei 1998 overleed Willy Corsari in het ziekenhuis van Amstelveen, als gevolg van lymfeklierkanker.

Ontvangst

Als cabaretière en als schrijfster van kinderboeken kreeg Willy Corsari goede recensies. In de literaire kritiek op haar fictie voor volwassenen is een tweedeling te zien: vóór de Tweede Wereldoorlog werd haar werk serieus genomen, maar in de jaren erna werd ze afgedaan als ‘verteller’ – en dat gold in die tijd als oppervlakkig en verouderd. Zelf had Corsari juist kritiek op de ‘bekentenisliteratuur’ van opkomende auteurs als Gerard Reve. Toch paste haar werk beter in de naoorlogse tijd dan zijzelf en de critici dachten, vanwege haar negatieve visie op de maatschappelijke normen, eenzaamheid als terugkerend thema en andere eigentijdse onderwerpen zoals euthanasie en homoseksualiteit. Bovendien schreef Corsari zelf ook over zaken die nauw aan haar persoonlijke leven raakten, zoals wonderkinderen, de man-vrouwverhouding en de botsing tussen carrière en gezinsleven, cabaret en geloof. Ook oorlog is een terugkerend thema in Corsari’s werk. Over haar eigen ervaringen in de Tweede Wereldoorlog gaat Die van ons (1947) en haar roman over de Eerste Wereldoorlog, Schip zonder haven (1938), werd veel gelezen. Zowel in haar romans als detectives draait het om een analyse van de drijfveren van haar personages. Noodlot en toeval spelen in het oeuvre een grote rol.

Literatuurhistorica Erika van Boven noemt Corsari 'een van de productiefste en populairste auteurs van de twintigste eeuw' (Schrijvende vrouwen, 87). In de jaren dertig en veertig kon ze als een van de weinige schrijvers leven van haar pen. Het toppunt van haar populariteit bereikte ze in 1958, toen uitgeverij de Arbeiderspers de Willy Corsari Omnibus uitbracht. Met een verkoop van meer dan tweehonderdduizend in één jaar brak dit boek alle verkooprecords. De waardering door het grote publiek bleek verder uit de vele herdrukken en de vertaling van haar werk in Afrikaans, Deens, Duits, Engels, Frans, Fries, Hongaars, Ivriet, Noors, Spaans, Tsjechisch en Zweeds. Corsari reisde rond voor signeersessies en interviews en was vooral in Scandinavië populair. Voor Het mysterie van de Mondscheinsonate kreeg ze een prijs van de Haagsche Post en in 1990 werd ze geridderd in de Orde van Oranje Nassau.

Naslagwerken

Kritisch Lexicon; Lexicon jeugdliteratuur; Schrijvende vrouwen.

Archivalia

  • Letterkundig Museum, Den Haag: brieven van en aan Wilhelmina Angela Schmidt/Willy Corsari en niet nader gecatalogiseerde archivalia.
  • Nationaal Archief, Den Haag: toegang 2.14.46, inv.nr. 96: Briefwisseling tussen de leden van de ereraad en leden van de voormalige Eereraad voor de Letterkunde betreffende Willy Corsari, A. Roothart en Anne de Vries, 1950.
  • NIOD, Amsterdam: toegang KB I (Knipselcollectie personen – Willy Corsari), inv.nr. 9734.

Publicaties/werken

Een volledige bibliografie is opgenomen in Lucie Th. Vermij, De verrukkelijke kunst van het verhaal. Leven en werk van Willy Corsari (Amsterdam 1993).

Literatuur

  • Henriëtte van Eyk, samenst., Over Willy Corsari (Amsterdam 1950).
  • Lucie Th. Vermij, De verrukkelijke kunst van het verhaal. Leven en werk van Willy Corsari (Amsterdam 1993).
  • Paul Arnoldussen en Hans Renders, ‘Willy Corsari. “Ik was helaas een wonderkind”’, in: idem, Jong in de jaren dertig (Soesterberg 1999) 173-181.
  • Erica van Boven, ‘Schrijven als beroep. Willy Corsari (1897-1998). Een broodschrijfster met literaire passie’, Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 23 (2003) 186-214.

Illustratie

Willy Corsari, door Jacob Merkelbach, 1922 (Prentenkabinet Universiteitsbibliotheek Leiden).

 

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 03/11/2016