Corver, Odilia Anna (1844-1921)

 
English | Nederlands

CORVER, Odilia Anna (geb. Amsterdam 30-8-1844 – gest. Hilversum 7-5-1921), directrice van kookschool en kookboekenschrijfster. Dochter van Johannes Corver (1814-1887), onderwijzer, en Hendrica Cornelia van Langelaar (1819–1906). Odilia Anna Corver bleef ongehuwd.

Odilia Anna Corver werd in 1844 geboren aan de Amsterdamse Lange Leidsedwarsstraat (nr. 129), waar haar ouders zich kort na hun huwelijk in het Gelderse Buren gevestigd hadden. Zij was het tweede van zeven kinderen. Een ouder zusje was als zuigeling overleden. Na Odilia Anna werden nog drie jongens en twee meisjes geboren. In het Waals-Hervormde onderwijzersgezin heerste naar verluidt een vrijzinnige sfeer, met aandacht voor muziek, letteren en de sociale kwestie. Zoals gebruikelijk in onderwijzersgezinnen werden de kinderen opgeleid in het vak van hun vader. Odilia Anna begon als hulponderwijzeres op bijzondere scholen en klom langzaam op. In 1880 haalde ze de MO-akte voor delfstof-, aard-, plant- en dierkunde, waarna ze in 1881 benoemd werd tot lerares plant- en dierkunde aan de HBS voor meisjes te Leiden. In 1884 behaalde ze bovendien de LO-akte Engels.

‘Mejuffouw Corver’ bleef als ongehuwde dochter thuis wonen, maar verbleef op doordeweekse dagen in de steden waar ze werkte: in 1866-1867 woonde ze in Utrecht en tussen 1873 en 1875 achtereenvolgens in Haarlem en Dordrecht. Nadien woonde ze weer bij haar ouders, eerst op de Lijnbaansgracht (nr. 291) en vanaf 1885 op de Vondelkade (nr. 65), de latere Palamedesstraat 7. In 1891 – haar vader was inmiddels overleden – verhuisde ze met haar moeder en eveneens ongehuwde zus Francina Gerarda naar de Nassaukade (nr. 505), waar ze tot 1912 woonde.

Kookonderwijs

Van huis uit kreeg Odilia Anna Corver ook een stevige huishoudelijke vorming mee. Haar moeder bestierde het achtkoppige huishouden ‘naar vaste wetten’ en betrok hierin niet alleen het inwonende dienstmeisje maar ook haar oudste dochters. Naar eigen zeggen leerde Corver vroeg ‘dat het een eer is een flinke, ferme huishoudster te zijn’ (Aaltje 1891, VI).

Haar didactische achtergrond en huishoudelijke kennis maakten Corver tot een geschikt boegbeeld voor de beweging in Nederland die ijverde voor het opzetten van huishoudonderwijs naar buitenlands model. Dit moest voorzien in de grote vraag naar goede dienstmeisjes en bovendien bijdragen aan de verheffing van de arbeidersklasse. In 1887 werd de 42-jarige Corver – inmiddels in bezit van een diploma van de Hannoverse kookschool van Auguste Kux – aangetrokken als directrice van een tijdelijke Amsterdamse kookschool. Deze was onderdeel van de ‘Tentoonstelling van voedingsmiddelen’, die in de zomermaanden van dat jaar op het Museumplein neerstreek. Samen met de van oorsprong Ierse mevrouw Alting Mees, geboren als Sara Helena Brady, was Corver verantwoordelijk voor de kooklessen.

Hun taakverdeling was ingegeven door het standsverschil tussen de vrouwen. Terwijl de elegante doktersweduwe Alting Mees in het Frans kooktheorie onderwees aan dames en meisjes uit de gegoede klasse, verzorgde Corver kookdemonstraties die bedoeld waren voor een publiek van arbeidersvrouwen en dienstboden (maar in de meer grillige praktijk ook door burgerdames bezocht werden). Kernbegrippen in het onderwijs waren eenvoud, degelijkheid, zuinigheid en reinheid: deugden die ook in de latere huishoudelijke beweging prominent figureerden.

Publicaties en waardering

Volgens leerlingen oogstte Corver als directrice van de Tijdelijke Kookschool waardering vanwege haar kordate, opgewekte optreden en kennis van zaken. Toch keerde ze eind 1887 terug naar het reguliere onderwijs. Op culinair vlak liet ze pas enige jaren later weer van zich horen. In 1891 verscheen een door haar verzorgde nieuwe editie van het populaire receptenboek Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid, dat sinds 1804 zestien drukken had beleefd en geldt als het meest succesvolle kookboek van de negentiende eeuw. Dat de firma Van Holkema & Warendorf juist Corver had benaderd om een nieuwe editie te verzorgen, wekt geen verbazing. Sinds de Tijdelijke Kookschool beschikte zij over de naamsbekendheid en autoriteit die nodig waren om het boek tot een succes te maken. Corver van haar kant aanvaardde de opdracht alleen omdat zij carte blanche kreeg om het boek te herzien. Het nieuwe Aaltje was qua lay-out gemoderniseerd, besteedde aandacht aan nieuwe kooktoestellen en producten en was bovendien nog zuiniger dan vroeger.

Het nieuwe Aaltje kan worden beschouwd als het eerste moderne kookboek van Nederland (Van Eeghen, 57). In de pers werd het geprezen omdat het de kookkunst op wetenschappelijke wijze behandelde, dat wil zeggen: met oog voor hygiëne en de voedingswaarde van gerechten. Toch was het minder succesvol dan latere huishoudschoolkookboeken als Recepten van de Haagsche kookschool van A.C. Manden (1895), Eenvoudige en berekende recepten van Martine Wittop-Koning (1901) en Het kookboek van de Amsterdamsche Huishoudschool van C.J. Wannée (1910). Terwijl deze kookboeken herdruk na herdruk beleefden en een miljoenenpubliek bereikten, moest Corvers kookboek het doen met één enkele herdruk in 1893 en een totale oplage van tienduizend exemplaren.

Als verklaring hiervoor is geopperd dat Corvers kookboek onoverzichtelijk was en te streng van toon (Meijer, 21). Een index ontbrak, evenals een aparte opgave van de ingrediënten per gerecht. Bovendien lardeerde Corver haar recepten met schoonmaaktips, waarschuwingen voor ondeugdelijke producenten en producten en kritiek op culinaire frivoliteiten die strijdig waren met het door haar aangehangen matigheidsbeginsel. Naar aanleiding van de vele ontvangen mondelinge en schriftelijke reacties bracht Corver in de herdruk van 1893 wijzigingen aan. Ze voegde bijvoorbeeld een index toe en schrapte het ‘veel te profane’ hoofdstuk over feestdiners (Aaltje 1893, VII-VIII).

Na de twee drukken van Aaltje waagde Corver zich nog één keer aan een kookboek. In 1893 verscheen Onze aardappel. 300 recepten ter bereiding van aardappelen en aardappelresten, bedoeld om een verantwoord gebruik van dit volksvoedsel te propageren. Verder bleef Corver naar het schijnt actief in het geven van kookdemonstraties, bijvoorbeeld voor de sociaal-culturele vereniging Ons Huis. In 1900 droeg ze enige recepten bij aan het Goedkoop huishoudboek voor het gezin van Ons Huis-directeur J.A. Tours. Samen met haar broer Wouterus Johannes was Corver in 1904 betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Op de Hoogte: Maandschrift voor de Huiskamer (1904-1939).

Op 1 april 1912 verhuisde Corver met haar zus Francina naar de Waldecklaan (nr. 14) in Hilversum. Het lijkt er echter niet op dat de dames hier van hun pensioen gingen genieten: beiden stonden in het adresboek ingeschreven als lerares. Odilia Anna Corver stierf in 1921 in Hilversum.

Archivalia

DIEP Erfgoedcentrum, Dordrecht: archief 256 (BS Dordrecht), inv. nr. 384-431, deel Db 1874-1877, p. 95.

Publicaties

  • Aaltje: nieuw Nederlandsch kookboek. Zeventiende geheel opnieuw bewerkte druk van ‘Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid’ (Amsterdam 1891).
  • Aaltje: nieuw Nederlandsch kookboek. 18e geheel opnieuw bew. dr. van ‘Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid’ (Amsterdam 1893).
  • Onze aardappel: 300 recepten ter bereiding van aardappelen en aardappelresten (Amsterdam 1893).

Literatuur

  • I.H. van Eeghen, ‘Het kookboek van Odilia Anne Corver, de laatste “Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid”’, Maandblad Amstelodamum 63 (1976) 52-58.
  • Femke Meijer, ‘Zuinigheid en vlijt. Beschavingsidealen in het Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool’ [ongepubl. doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam, 2006].
  • Joop Witteveen, ‘Aaltje and her publishers. Aaltje, de volmaakte en zuinige keukenmeid’, Quærendo 16 (1986) 281-297.

Illustratie

Aaltje: nieuw Nederlands kookboek (1891) [in bestelling].

 

Auteur: Floor Meijer

 

 

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 768

laatst gewijzigd: 13/01/2014