Culp, Emilie Bertha (1868-1898)

 
English | Nederlands

CULP, Emilie Bertha (geb. Groningen 2-2-1868 – gest. Amsterdam 19-1-1898), zangeres. Dochter van Simon Baruch Culp (1817-1892), schoenmaker, muzikant, muziekmeester, en Judik de Jong (1822-1905). Emilie Culp had een relatie met Albertus Pieter van Nahuys (1866-?), marineofficier. Uit deze relatie werd 1 dochter geboren.

Emilie Culp kwam uit een Joodse familie van vocalisten en muzikanten. Haar vijf broers zaten allemaal in de muziek, evenals haar vader, die musiceerde naast zijn werk als schoenmaker. Op haar zestiende verving Emilie in Coevorden een zieke zangeres van het Concert-Tooneel- en Operetten-Gezelschap van haar broers; zo begon haar carrière als artiest. Ze ontpopte zich als een uitstekende zangeres met een prachtige stem, maar voor een operaopleiding was geen geld. Noodgedwongen ging ze lichte muziek zingen. In de periode 1887-1891 trad zij meestal op met het gezelschap van haar broers, op bescheiden locaties in Groningen en Assen. Daarnaast zong ze tijdens kermissen, regelmatig aangekondigd als de soubrette ‘Mejuffouw Emilie’ of ‘Emilia’. In het familiegezelschap waarin ze met haar broers en hun echtgenotes optrad, speelde zij ook in toneelstukjes, operettes en blijspelen.

Specialiteiten-gezelschap

De specialiteit van Emilie Culp bestond uit het zingen van komische liedjes en op de actualiteit betrekking hebbende ‘coupletten’. Daarmee wist ze het publiek al gauw in een vrolijke stemming te brengen. Vanaf november 1891 tot oktober 1893 stond Culp vaak op de planken van het variététheater Tivoli in Rotterdam. In 1892 trok ze in bij het gezin van broer Benjamin in Amsterdam, zelf een bekend fluitist. Vier jaar lang maakte Emilie Culp onder meer deel uit van het gezelschap van Frits van Haarlem, een theateragent die optredens door het gehele land regelde. Zo kwam ze in grote zalen als het Paleis voor Volksvlijt en Circus Oscar Carré in Amsterdam. Rond 1894 kreeg Culp een relatie met de marineofficier Albertus Pieter van Nahuys, met wie ze tijdelijk in Den Helder woonde. Datzelfde jaar werd hun dochter Alice Emilie (1894-1967) geboren, die naar familie in België werd gestuurd en pas in de Eerste Wereldoorlog naar Nederland zou terugkeren.

Tijdens optreden viel Emilie Culp op met haar schalkse lach maar immer beschaafde voordracht: het publiek hoorde en zag haar graag en riep haar vaak terug voor toegiften. Culps zuivere en duidelijke zang, vergezeld van een geestige mimiek, bezorgde haar de reputatie van een van Nederlands beste coupletzangeressen. Lovend was de recensent van het Leidsch Dagblad over haar optreden op 24 juli 1895: ‘Mejuffrouw Emilie Culp, u schijnt de harten der Leidenaren veroverd te hebben, want ge werdt ten minste met groot gejuich ontvangen, nog vóór we eenig geluid van u opgevangen hadden’. Ook in krantenadvertenties was men kwistig met superlatieven als ‘eerste Hollandsche variété-soubrette’, ‘Hollandsche, eerste en meestbegaafde coupletzangeres’ en ‘Nederlandsch vermaarde coupletzangeres’. Sommige van haar buitenlandse liedjes vertaalde Emilie Culp zelf in het Nederlands; andere vertalingen deed Benjamin. Voor veel van haar Nederlandstalige liedjes schreef Cornelis Pierre Thibault Bigot de tekst. Populaire liedjes waren ‘De Revue der Amsterdamsche Aprilfeesten’ (gezongen op de melodie van ‘Naar de Maliebaan’), ‘Kermis-Revue 1896’ en ‘O! Zoo’n Dikkert!’.

In 1896 verstuikte Emilie Culp bij het uitstappen uit een trein haar voet. In plaats van de nodige rust te nemen bleef zij avond aan avond optreden, waarbij een collega haar op het podium tilde en na afloop weer naar haar kleedkamer droeg. Ze kon niet meer over het podium dartelen zoals ze placht te doen, maar zwaaide in stilstand een beetje met haar armen. In juli 1896 trad Culp nog op in de Parkschouwburg in Amsterdam en een maand later in Sociëteit De Kroon in Haarlem, maar aan het eind van het jaar werd ze opgenomen in het Israëlietisch Gasthuis in Amsterdam vanwege de gevolgen van haar voetverstuiking. Toneelschrijver Herman Heijermans, die haar in het ziekenhuis bezocht, riep in De Telegraaf iedereen op haar bloemen te sturen. Haar fans reageerden massaal – de zangeres werd omringd door bloemen. Veertien maanden na haar ziekenhuisopname overleed Emilie Culp, op 19 januari 1898, een paar weken voor haar dertigste verjaardag. Twee dagen later werd ze ter aarde besteld op de Israëlietische begraafplaats bij Zeeburg.

Reputatie

Als zangeres genoot Emilie Culp een grote reputatie, maar ook haar acteertalent roemden de recensenten. In haar overlijdensbericht in de Middelburgsche Courant (21-1-1898) weerklonk oprechte bewondering: ‘Wanneer zij optrad op de planken van een specialiteiten-theater luisterde iedereen met onverdeelde aandacht, en nooit heeft ’t iemand een oogenblik berouwd naar haar geluisterd te hebben’. Er zijn geen opnamen van Culp – daarvoor stierf ze te vroeg.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: persoonsgegevens.
  • Groninger Archieven (Alle Groningers): geboorteakte.

Literatuur

  • De Amsterdammer, 12-7-1896.
  • S, Falkland (ps. van Herman Heijermans jr.), ‘Feuilleton Amsterdamsch Schetsboek’, De Telegraaf, 13-1-1898 en 20-1-1898.
  • Middelburgsche Courant, 21-2-1898.
  • Jacques Klöters, 100 jaar amusement in Nederland (Amsterdam/Den Haag 1987).
  • Beno Hofman, Julia Culp. Wereldberoemde Groninger zangeres (Groningen 2002).
  • Rosemarie Buikema en Maaike Meijer, Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1900-1980 (Den Haag 2003) 163.
  • Bart Wallet, Zeeburg. Geschiedenis van een joodse begraafplaats 1714-2014 (Hilversum 2014).

Illustratie

Foto uit overlijdensbericht, 1898. (Collectie Theater in Nederland).

Auteur: Martin Maas

laatst gewijzigd: 12/09/2017