Curjel, Luzia (1926-2011)

 
English | Nederlands

CURJEL, Luzia, vooral bekend als Luzia Hartsuyker-Curjel (geb. Karlsruhe, Duitsland 5-2-1926 – gest. Laren, NH 17-4-2011), architecte. Dochter van Hans Richard Curjel (1896-1974), kunsthistoricus en pianist, en Yella Fahrner (?-?), celliste en zangeres. Luzia Curjel trouwde op 26-5-1951 in Ascona (Zwitserland) met Enrico Hartsuyker (1925-2013), architect en beeldend kunstenaar. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 1 zoon geboren.

Luzia Curjel werd geboren in een gegoede intellectuele en kunstzinnige familie in Karlsruhe. Haar vader was Joods. Samen met haar jongere broer Casper groeide ze op in Berlijn, waar haar vader Hans werkte als artistiek directeur aan de Kroll Opera. Moeder Gabriëlla was gediplomeerd celliste en zangeres. Interesse in architectuur kreeg Luzia al van jongs af aan mee: haar grootvader was architect en de bijzondere indeling van haar ouderlijk huis zouden later een inspiratiebron zijn voor haar ontwerpen. De relatie met haar vader, die zijn kinderen streng opvoedde, was gecompliceerd. Vanwege de toenemende dreiging van de nazi’s vertrok het gezin Curjel in 1933 naar Zwitserland, waar ze in het kunstenaarscentrum Neubühl bij Zürich gingen wonen. Daar volgde Luzia van 1939 tot 1944 het gymnasium aan de Höhere Töchterschule. Direct daarna ging ze aan de Eidgenössische Technische Hochschule (ETH) architectuur studeren – ze had onder meer les van de kunsthistoricus Siegfried Giedion, een huisvriend van de Curjels. In 1949 verliet ze de ETH zonder diploma.

Biopolis en hydrobiopolis

Luzia Curjel trouwde in 1951 met de Nederlands-Italiaanse Enrico Hartsuyker, die ze aan de ETH had leren kennen. In 1953 verhuisde het echtpaar naar Amsterdam omdat ze geïnteresseerd waren in de baanbrekende architectuur en sociale woningbouw van die stad. Hier werden hun twee kinderen geboren: Manuela (1954) en Aram (1959). Enrico Hartsuyker ging werken bij Publieke Werken terwijl Luzia voor de kinderen zorgde. Het gezin woonde in een krappe woningwetwoning in de Watergraafsmeer, en zo begonnen Enrico en Luzia na te denken over alternatieve, open woningen met meer aandacht voor de ruimtelijke samenhang. Vanaf 1957 namen deze ideeën steeds vastere vormen aan en in 1960 begonnen de Hartsuykers een eigen architectenbureau. In 1965 gingen ze zelf wonen in een van hun projecten, de ruimtelijke rondloop- of atriumwoningen in Cannenberg in Amsterdam Buitenveldert.

De bouwkundige ideeën van Enrico en Luzia Hartsuyker culmineerden rond 1965 in hun vrije ontwerp van een compacte, duurzame en flexibele stad: Biopolis. De Hartsuykers waren fel gekant tegen de toen gangbare, modernistische functiescheiding van wonen, werken en recreëren en zochten naar alternatieven. Een gedetailleerd uitgewerkte versie van de Biopolis, Hydrobiopolis (1968), zou voor de kust van Wassenaar gestalte krijgen. De Hartsuykers hadden voor hun ontwerp ook een subsidie ontvangen van het ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk. Toch zijn Biopolis en Hydrobiopolis nooit gebouwd – de ontwerpen waren te baanbrekend. Een echo van Biopolis is zichtbaar in de Zonnetrap, een wooncomplex voor senioren in Rotterdam-Lombardijen dat de Hartsuykers tussen 1969 en 1975 ontwierpen voor de Woningstichting Lombardijen. In deze terraswoningen zijn allerlei, sociale voorzieningen gemeenschappelijk gemaakt. De bijbehorende winkels, ateliers en kleine bedrijven fungeren als ontmoetingsplek voor zowel de bewoners als voor de buurt.

‘Vrouwvriendelijk bouwen’

In de jaren tachtig ontwierp Luzia Hartsuyker – dit keer zonder haar echtgenoot – opnieuw enkele vooruitstrevende woonmodellen. Haar ‘vrouwvriendelijk bouwen’ werd gekenmerkt door onderling meer gelijkwaardige ruimtes, bijvoorbeeld door overal eenzelfde oppervlakte toe te passen, in plaats van de traditionele indeling gebaseerd op het bestaande ongelijke, hiërarchische gezinsmodel, zoals in de Muziekwijk in Almere (1990) en de Zwitserlandstraat in IJsselstein (1995). Met deze vernieuwende architectuur, haar bezwaren tegen de bestaande woningbouw en haar ideeën over nieuwe ontwikkelingen in de architectuur leverde Hartsuyker-Curjel een belangrijke bijdrage aan de Stichting Vrouwen Bouwen en Wonen (1983-1995).

Het echtpaar Hartsuyker bleef hun verdere carrière sleutelen aan woningplattegronden en -typologieën. Heel Nederland maakte kennis met hun ontwerpen, met name in en rond Amsterdam, Arnhem, Rotterdam en in Noord-Holland. In lezingen en artikelen propageerden zij hun visies. In 1984/85 ontving het echtpaar de prijs Beschermd Wonen Woerden. In 1990 werd de Euro-woningenprijs aan hun bureau toegekend en in 1992 volgde de Nationale Restauratieprijs voor de ombouw van het Amsterdamse Burgerziekenhuis tot een complex met woningen en bedrijfsunits speciaal voor vrouwen (Domselaerstraat).

In 1996 ging het echtpaar Hartsuyker met pensioen. Ze keerden terug naar Zwitserland, maar verhuisden rond 2008 naar het Rosa Spierhuis in Laren. Daar overleed Luzia Hartsuyker op 17 april 2011, twee jaar later gevolgd door haar man.

Betekenis

De betekenis van architecte Luzia Hartsuyker-Curjel is niet te bepalen zonder haar echtgenoot en partner te noemen. Privé konden ze botsen, maar in hun werk vulden ze elkaar uitstekend aan: Luzia als de creatieveling en Enrico als de theoreticus van het stel. Aan de eettafel ging het altijd over kunst en architectuur, herinnert zoon Aram zich (Het Parool, 21-1-2013). De huidige woningen zouden de inwoners belemmeren, aldus Hartsuyker-Curjel in een lezing in 1985. Bij het ontwerpen van volkswoningen zou het eigenlijk moeten gaan ‘over ruimte, en niet over ruimten, kamers’ (Het Vrije Volk, 1-2-1985). Enkele (lokale) overheden stonden positief stonden tegenover de ontwerpen van de Hartsuykers, maar door de regelgeving bleek de praktijk moeilijk. Lang niet alle bewoners waren tevreden over de ruimtelijke werking van hun interieurs en veel ervan veranderden ze terug in afgesloten ruimtes – de woonkamer bleef voor hen de belangrijkste ruimte in huis. Tegenwoordig staan hun multifunctionele, duurzame ontwerpen weer volop in de belangstelling.

Archivalia

Het Nieuwe Instituut (Architectuur, Design, Digitale Cultuur), Rotterdam: Hartsuyker, E. en Hartsuyker-Curjel, L. / Archief (HART).

Publicaties

  • [met E. Hartsuyker] ‘Biopolis’, De Europese Gemeente. Officieel Orgaan van de Raad der Europese Gemeenten (1969) nr. 5, 19-20.
  • [met E. Hartsukyer] ‘Hydrobiopolis’, Wonen 21 (1969) nr. 2, 24.
  • ‘Ongedefinieerd wonen voorziet in méér behoeften’, Bouw 38 (1983) 13, 74-75.
  • ‘Achtergronden en ideeën van de ‘andere driekamerwoning’’, in: S. Back e.a., red., Vrouwvriendelijke benadering van de woningplattegrond (Amsterdam 1990) 9-10.

Literatuur

  • Het Vrije Volk, 1-2-1985.
  • Wies van Moorsel en Dorothee Segaar-Höweler, Enrico Hartsuyker (*1925) en Luzia Hartsuyker-Curjel (*1926). Modellen voor nieuwe woonvormen (Rotterdam 2008).
  • Edith Andriesse, ‘De andere helft van een vermaard duo’, Het Parool, 21-1-2013.
  • Nederlands Architectuur Instituut, ‘Biopolis. Stad van de 21 eeuw’, 2011 [URL http://www.nai.nl/content/1088975/biopolis_stad_van_de_21ste_eeuw; geraadpleegd 22-3-2017].

Illustratie

Luzia Hartsuyker-Curjel achter de tekentafel. Anefo, Rob Bogaerts, 1987 (Nationaal Archief, Den Haag).

Auteur: Eva Moraal

laatst gewijzigd: 19/04/2017