Dales, Catharina Isabella (1931-1994)

 
English | Nederlands

DALES, Catharina Isabella (geb. Arnhem 18-10-1931 – gest. Utrecht 10-1-1994), politica en burgemeester. Dochter van Teunis Dales (1903-1942), handelaar in bouwmaterialen, en Wilhelmina Bertha Holstege (of Holstigen, voor 1929-na 1942). Catharina Dales had een langdurige relatie met Elizabeth Maria Alida Schmitz (geb. 1938), politica en burgemeester.

Catharina (Ien) Dales was de oudste in een Nederlands Hervormd gezin met drie kinderen. Zij werd geboren in Arnhem, waar ze openbaar lager onderwijs genoot. Toen zij tien jaar oud was overleed haar vader aan een verwaarloosde blindedarmontsteking. Hierdoor moest haar moeder – een sterke, door het geloof geïnspireerde vrouw – de kost verdienen. Aan de Gemeentelijke HBS in Arnhem behaalde Ien in 1947 het diploma HBS-A. Omdat ze medicijnen wilde studeren, haalde ze in 1950 ook het diploma HBS-B. Voor de universitaire studie was echter geen geld, maar van de Nederlandse Hervormde Kerk kreeg ze een beurs voor de kaderopleiding kerkelijke arbeid (wika) aan de Academie Kerk en Wereld in Driebergen. Haar docent Willem Banning, religieus-socialist en medeoprichter van Kerk en Wereld en de Partij van de Arbeid (PvdA) heeft haar – sociaal-democratische – ideeën sterk beïnvloed. Met haar in 1953 behaalde diploma jeugdwerkleidster werkte ze twee jaar in het watersnoodgebied in Zeeland. In 1956 rondde ze bij Kerk en Wereld ook de opleiding ‘evangelisatie’ af. Als staflid van dit opleidingsinstituut werd ze achtereenvolgens cursusleidster, adjunct-hoofd en hoofd vormingswerk en in 1968 directrice. In dit laatste jaar werd ze tevens lid van de PvdA, in haar eigen woorden ‘een zeer late bezegeling van een al lang bestaand feit’ (Klaasen).

Als directrice van Kerk en Wereld trad Dales af en toe autoritair op. Zelf zei ze hierover: ‘Een beetje macht is er altijd en die kan maar het beste bij mij belanden’ (Van Meurs, 8). Intussen schreef ze zich aan de Universiteit van Amsterdam in als deeltijdstudent andragogie, een in die tijd populaire studie die zich bezighield met de ‘opvoeding’ van volwassenen. Toen Kerk en Wereld in 1971 een bezinningsweekeinde voor vredesactivisten organiseerde, begon het dagblad De Telegraaf een hetze tegen de instelling. In reactie hierop en onder druk van conservatieve leden van de Nederlandse Hervormde Synode zette Dales deze ‘subversieve’ activiteit stop. Haar ingrijpen ging ten koste van haar gezag bij de staf van Kerk en Wereld. Toenemend verzet van medewerkers tegen haar eigenmachtige stijl van leidinggeven leidde in 1974 tot haar vertrek.

Dales rondde in 1975 haar studie af met een afstudeerscriptie over de vergaderwijze van de Nederlandse Hervormde Synode. Na twee jaar praktijk als zelfstandig organisatieadviseur werd ze op 1 september 1977 directrice van de gemeentelijke Sociale Dienst in Rotterdam. Ze viel er middenin een fraudeschandaal rondom ambtenaren die zichzelf hadden verrijkt bij het uitbetalen van uitkeringen. Ze voerde een pijnlijke reorganisatie door, waarbij ze ook de bureaucratie verminderde. De dienst werd klantvriendelijker en ging pragmatisch om met frauderende bijstandscliënten. ‘Ik denk niet in wetten, ik denk in mensen’, zou ze later zeggen (NRC Handelsblad, 25-3-1991). Door haar werk in Rotterdam trok ze de aandacht van de landelijke PvdA-top. Partijleider Joop den Uyl vroeg haar in de zomer van 1981 als staatssecretaris voor het tweede kabinet-Van Agt (CDA-PvdA-D66). Hoewel ze het in Rotterdam naar haar zin had, accepteerde ze toch. Op 11 september kreeg ze de portefeuille sociale zekerheid op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij haar afscheid in Rotterdam werd ze onderscheiden met de Wolfert van Borselenpenning.

Evenals in Rotterdam viel Dales in Den Haag op haar directheid. Ze schrok niet terug voor harde en impopulaire, maar in haar ogen noodzakelijke maatregelen. Zo had het kabinet zich in 1982 vastgelegd op bezuinigingen op de sociale uitkeringen. Samen met minister Den Uyl stelde Dales voor de Ziektewetuitkeringen te beperken. Na hevig verzet van de vakbeweging ging dit plan niet door. Kort daarop viel het kabinet over de invulling van verdere bezuinigingen. Dales werd bij haar afscheid als staatssecretaris benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, maar had in de partij aan populariteit ingeboet: bij de vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen werd ze op een onverkiesbare plaats op de PvdA-kandidatenlijst gezet. Met 29.057 voorkeurstemmen verwierf ze desondanks een Kamerzetel. Ze werd fractiewoordvoerder voor sociale zaken, minderheden en politie en tevens lid van het landelijke PvdA-bestuur: van april 1983 tot november 1984 tweede ondervoorzitter en daarna tot november 1986 vicevoorzitter.

Haar bestuurlijke ambities deden Dales al kort na de Kamerverkiezingen uitzien naar andere publieke functies. In 1982 liet ze het ambt van commissaris van de koningin in Drenthe aan zich voorbijgaan, maar in 1983 solliciteerde ze naar het burgemeesterschap van Amsterdam. Hoewel tienduizend Amsterdammers in een petitie om haar benoeming vroegen, werd het haar partijgenoot Ed van Thijn. Er kwam een nieuwe kans toen de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1986 voor het eerst de grootste partij werd in het tot dan toe door rooms-katholieken bestuurde Nijmegen. In 1987 werd Dales hier de eerste socialistische burgemeester – en de eerste vrouw op die post. Om haar onopgesmukte verschijning en droge humor noemde men haar al snel ‘Ma Flodder’ (naar de excentrieke bijstandsmoeder in de speelfilms van Dick Maas). Ze trok de achterstandswijken in voor werkbezoeken. Soms riep haar autoritaire bestuursstijl ook hier weerstanden op. In het debat over een gedoogzone voor prostitutie negeerde ze de bezwaren van het bedrijfsleven en bij haar plannen voor stadsuitbreiding toonde ze zich ongevoelig voor argumenten van omringende gemeenten.

Dales’ burgemeesterschap duurde nog geen duizend dagen. Tijdens een werkbezoek in Japan in 1989 werd ze gevraagd voor het kabinet-Lubbers III (CDA-PvdA) en op 7 november trad ze aan als minister van Binnenlandse Zaken. In het parlement trad ze even direct als hautain op. Haar dossierkennis was beperkt en ze deed kritiek het liefst af als ‘onzin’, ‘belachelijk’ of ‘flauwekul’. Ook tussen Dales en de pers boterde het niet. Al tijdens de kabinetsformatie had ze wachtende verslaggevers afgesnauwd met de woorden: ‘Zeg heren, wilt u me bij de auto laten, verdikkeme!’ Bij gebrek aan financiële middelen kwam er weinig terecht van Dales’ belangrijkste beleidsvoornemen, de zogeheten ‘sociale vernieuwing’: het op lokaal niveau bestrijden van misdaad, verslaving, onderwijsachterstand en werkloosheid. Kritiek hierop vanuit de PvdA-fractie werd in maart 1991 gesmoord door partijleider en vicepremier Wim Kok. Zo kon Dales later dat jaar een nationaal debat over het minderhedenbeleid initiëren, dat in 1993 uitmondde in de Wet Gelijke Behandeling. Samen met minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) loodste ze de nieuwe Politiewet door het parlement. Ze privatiseerde het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en opende in 1992 de discussie over een integriteitsbeleid voor het openbaar bestuur met een daverende speech onder het sindsdien gevleugelde motto: ‘Een beetje integer bestaat niet’.

Ien Dales schermde haar persoonlijke leven grotendeels af. Sinds haar Rotterdamse jaren had ze een relatie met wethouder Elizabeth Schmitz, de latere burgemeester van Haarlem en staatssecretaris van Justitie. Hoewel Dales in de jaren 1980 actief was in de Nederlandse Raad van Kerken, hield zij haar geloof op de achtergrond. In 1979 zei ze hierover: ‘Er is natuurlijk een verband tussen je overtuiging en je werk, maar ik wil dat niet in detail uitleggen. Dat vind ik niet juist’ (Veltman). De plotselinge dood van Ien Dales op 10 januari 1994 ten gevolge van een hartaanval schokte velen. De publieke waardering bleek uit de grote belangstelling bij haar uitvaart.

Reputatie

Premier Lubbers herdacht Ien Dales bij haar uitvaart als ‘een pronte vrouw, die lastig kon zijn maar ook onvergetelijk trouw aan de publieke dienst. Zij had geuzenbloed in zich. Vrij, maar met inzet. Soms bruusk, maar altijd met toewijding’ (Van Meurs, 26). Naar haar is de tweejaarlijkse Ien Dales Award voor integriteitsbeleid genoemd, toegekend door de Stichting Ien Dales Leerstoel (‘de overheid als arbeidsorganisatie’) aan de Universiteit van Amsterdam. Haar tiende sterfjaar is in 2004 herdacht met een seminar en een boek onder de titel Een beetje integer bestaat niet.

Naslagwerken

BWN; PDC.

Archivalia

Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: familieadvertenties Dales en Holstege.

Publicaties

‘Het water was veel te diep…’, in: K. van Oosterzee en H. Zunneberg red., Terugblik voor de toekomst. Opstellen aangeboden aan dr. J.M. van Veen (Kampen 1986) 87-97.

Literatuur

  • Interview door Cees Veltman, in Hervormd Nederland, 1-9-1979.
  • Interview door Gerard Klaasen, in Tijd & Taak, 25-6-1983.
  • M. van Meurs, Arnhemse verhalen en gebeurtenissen van 1940 tot heden (Utrecht 1998) 25-27.
  • M. Derks, ‘Ien Dales’, Jaarboek Numaga 51 (2004) 34-35.
  • Th.H. Dragt e.a. red., ‘Een beetje integer bestaat niet.’ Minister Ien Dales: een leven tussen geloof en dienen (Den Haag 2004).
  • Alexander van Kessel, ‘Bestuur en politiek in de twintigste eeuw. Van “Monnikendam” tot “Havana” aan de Waal’, in: J. Brabers red., Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 3 (Wormer 2005) 504-583.
  • Zie ook de verwijzingen naar artikelen en necrologieën in dag- en weekbladen in het BWN.

Illustratie

Portretfoto, door Ger Dijkstra, ongedateerd (Nationaal Archief / Spaarnestad Photo).

Auteur: Alexander van Kessel

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 988

laatst gewijzigd: 13/01/2014