Dyserinck, Esther Welmoet (1876-1956)

 
English | Nederlands

DYSERINCK, Esther Welmoet, vooral bekend als Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck (geb. Den Helder 7-2-1876 – gest. Den Haag 11-11-1956), feministe, journaliste. Dochter van Johannes Dyserinck (1835-1912), predikant en letterkundige, en Alida Johanna Geertruida Welmoet Bok (1839-1923). Esther Dyserinck trouwde op 16-12-1897 in Rotterdam met Cornelis Johannes Wijnaendts Francken (1863-1944), filosoof en publicist. Dit huwelijk, dat op 10-11-1916 in Den Haag werd ontbonden, bleef kinderloos.

Welmoet Dyserinck groeide op als enig kind van de doopsgezinde predikant Johannes Dyserinck en zijn vrouw in achtereenvolgens Den Helder, Vlissingen en Rotterdam. Haar vader bewonderde geletterde vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis zoals Betje Wolff, Aagje Deken en Geertruida Bosboom-Toussaint, over wie hij ook publiceerde. Haar moeder was actief in de vrouwenbeweging. Met haar dochter was ze onder meer lid van de Vereeniging voor Verbetering van Vrouwenkleeding. In 1888 ging Welmoet, nadat ze haar vader daarvoor toestemming had gevraagd, als een van de eerste meisjes naar het Erasmiaansch Gymnasium in Rotterdam. Ze deed nooit eindexamen. Na de vierde klas begon ze met enige vriendinnen een eigen schooltje (een zogeheten Toynbeeklasje) voor meisjes van zes tot twaalf. Met dit soort volksonderwijs wilde ze de klassentegenstellingen tussen rijk en arm helpen verkleinen. In december 1896 richtte ze in Rotterdam een Toynbee-Vereeniging op. Het jaar daarop trouwde ze op 21-jarige leeftijd met de dertien jaar oudere filosoof Cornelis Francken, met wie ze naar de universiteitssteden Jena, Zürich, Parijs en Berlijn reisde om colleges te volgen – zij als toehoorster. Ze schreef erover in Belang en Recht, een feministisch blad waarin ook haar moeder publiceerde.

Lidmaatschappen

Terug in Nederland hield Wijnaendts Francken-Dyserinck vanaf 1902 spreekbeurten tegen het gedogen (in officiële termen: de reglementering) van prostitutie en de handel in blanke slavinnen. Het initiatief daartoe ging uit van de presidente van de Nationale Vrouwenraad, Mariane van Hogendorp. In hetzelfde jaar werd ze voorzitster van de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming, die de positie van ongehuwde moeders en buitenechtelijke kinderen financieel, politiek en juridisch wilde verbeteren. Ook werd ze lid van de Vrijzinnig-Democratische Bond, waar ze in 1902 in het hoofdbestuur kwam, en van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. In 1903/1904 was ze voorzitster van de afdeling Den Haag, maar in 1907 bedankte ze omdat de vereniging weigerde mannen als lid toe te laten. De nieuwe, door haar en anderen opgerichte Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht kreeg een bredere doelstelling en liet wel mannen toe. Van 1908 tot 1910 was ze presidente van de Bond. Haar brede maatschappelijke betrokkenheid leefde ze ook uit bij de Vereeniging tot Bestrijding van Woeker, bij het Roode Kruis en in acties tegen vivisectie. Toen ze in 1910 met haar man op reis ging door de Balkan, Afrika en West-Indië, kwam aan al dit werk een voorlopig einde. Deze ‘tweede huwelijksreis’, waarvan ze verslag deed in het Algemeen Handelsblad, was waarschijnlijk bedoeld om het huwelijk tussen de feministische activiste en haar behoudende man te redden. Hoewel ze in 1916 toch scheidden, bleven ze goed bevriend. Ze maakten samen nog verschillende reizen en Dyserinck bleef de naam van haar man voeren.

Na de scheiding werd Wijnaendts Francken-Dyserinck weer actief als journaliste en feministe. Ze schreef – soms onder het pseudoniem Waf of Estella – in talrijke dagbladen en tijdschriften en vertegenwoordigde de Nederlandse journalistiek op internationale vrouwencongressen. Als bestuurslid van de Unie voor Vrouwenbelangen pleitte ze vanaf 1919 voor moederschapszorg van overheidswege en gelijke rechten voor vrouwen in het huwelijk. Liberaal gezind als ze was, kwam ze in 1918 in het bestuur van de Economische Bond en later van de Vrijheidsbond, waarvoor ze in 1922 een vrouwengroep opzette. Voor de Vrijheidsbond (en later voor de Liberale Staatspartij) stond ze bij verschillende Kamer-verkiezingen kandidaat, maar tot haar ongenoegen steeds op een onverkiesbare plaats. Haar ideeën over de lichamelijke ontwikkeling van vrouwen en meisjes brachten haar in het bestuur van het Nederlandsch Padvindsters Gilde, waarvan ze in 1922 vicevoorzitster werd. In 1928 trad ze toe tot het Wereldcomité van de Wereldbond van Padvindsters. Ze stond aan de wieg van de Unie van Nederlandsche Soroptimistclubs, een internationale service-organisatie voor werkende vrouwen, waarvan ze in 1929 voorzitster werd. Op soortgelijke grondslag richtte ze in 1935 de Club voor Vrouwen Werkzaam in Bedrijf en Beroep op. In hetzelfde jaar werd ze lid van het Comité tot Verdediging van de Vrijheid van Arbeid voor de Vrouw en nam ze het initiatief voor het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) in Amsterdam.

Tot op hoge leeftijd koesterde Wijnaendts Francken-Dyserinck politieke ambities. In 1940-1941 was ze lid van de Nederlandsche Unie, maar ze trok zich terug toen die haar feministische eisen afwees. In 1951 werd ze bestuurslid van de rechts-liberale Partij voor Recht, Vrijheid en Welvaart, die echter niet lang daarna uiteenviel. In 1954 sprak ze de herdenkingsrede uit bij het zestigjarig jubileum van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Het jaar daarna overleed Welmoet Dyserinck in haar woonplaats Den Haag.

Reputatie

Hoewel ze in 1905 van zichzelf had gezegd geen verenigingsmens te zijn, heeft Wijnaendts Francken-Dyserinck zich vooral geweerd als oprichtster en bestuurster van talloze organisaties binnen de Nederlandse vrouwenbeweging. Haar grote voorbeelden waren Mina Kruseman en Mienette Storm-van der Chijs, voor wie zij in respectievelijk 1919 en 1955 herdenkingsmanifestaties organiseerde; beiden hadden immers de grondslag gelegd voor de latere vrouwenbeweging. Zelf was zij in menig conflict verwikkeld met feministen van haar tijd: onder anderen met Aletta Jacobs en Johanna Naber. Haar bewonderaarsters, onder wie collega-journaliste Emmy Belinfante en medestrijdster Elise van Dorp, vormden in 1936 een erecomité dat haar bij haar zestigste verjaardag een receptie aanbood in het Haagse hotel De Witte Brug. Bij haar overlijden, twintig jaar later, verschenen talloze, soms omstandige necrologieën. Daarna raakte ze echter snel in de vergetelheid. Vanwege haar liberale stellingname heeft de vrouwenbeweging die in de jaren zestig opkwam en meer links-radicaal georiënteerd was, haar waarschijnlijk niet als ‘erflaatster’ erkend. Op de huidige website van het mede door haar toedoen opgerichte IIAV (nu: Atria) is de ‘flamboyante Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck’ niettemin bedeeld met een uitvoerige pagina en wordt ze herdacht als ‘de tegenhanger van Aletta Jacobs’.

Naslagwerken

Atria; BWN; Levensberichten.

Archivalia

Atria, Amsterdam: Archief E.W. Wijnaendts Francken-Dyserinck.

Publicaties

  • De taak der vrouw (Den Haag 1900).
  • Over de sociale positie van de ongehuwde moeder en haar kind (Amsterdam 1905).
  • ‘Vrouwenkiesrecht’, Pro en Contra 2 (1906) 6.
  • [met E.C. van Dorp] Een knuppel in ’t hoenderhok (Haarlem 1907).
  • Het vivisectie-vraagstuk in het Nederlandsch Parlement (Den Haag 1908).
  • Met de huik naar de wind (Leiden 1909).
  • De vrouw uit de arbeidende klasse en het kiesrecht (Leiden 1910).
  • Iets over de ontwikkeling der vrouwenkiesrechtbeweging in ons land (Leiden 1911).
  • Vrouwenplicht en gemeenschapsdienst (Den Haag 1913).
  • ‘Vrouwendienstplicht (Hongarije-Japan)’, Vragen des Tijds 40 (1914) 192-204.
  • [met C.P. Gunning] Het gezinsloon. Verslagen […] over de voor- en nadelen van huwelijks- en kinderbijslag (Den Haag 1921).
  • Moederschapszorg (Haarlem 1924).
  • ‘Kameraadschapshuwelijk’, Pro en Contra [nieuwe serie] (1933) 7.
  • De strijd voor het vrouwenkiesrecht herdacht (Den Haag 1954).

Literatuur

  • Naast de bovengenoemde naslagwerken en een reeks necrologieën in kranten en tijdschriften:
  • W.H. Posthumus-van der Goot, ‘Een tijdperk en een vrouw: Welmoet Wijnaendts Francken-Dijserinck’, in: De Groene Amsterdammer 75 jaar rijp en groen (Amsterdam 1952) 62, 149.
  • Petra de Vries, ‘Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck en de strijd tegen prostitutie en vrouwenhandel’, in: Herman Beliën, Martin Bossenbroek en Gert Jan van Setten red., In de vaart der volken. Nederlanders rond 1900 (Amsterdam 1998) 173-182.
  • Agnes van Steen, ‘Vrouwenkiesrechtstrijd in Leiden. De knuppel in het hoenderhok’, Jaarboek der Sociale en Economische Geschiedenis van Leiden en omstreken 20 (2008) 177-220.
  • Agnes van Steen, ‘Welmoet Wijnaendts Francken, een temperamentvol journaliste’,  Nieuw Letterkundig Magazijn 31 (2012) nr. 1, 12-15.

Illustratie

Portretfoto, door H. Noack, 1901 (Collectie IAV – Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis).

Auteur: Fia Dieteren

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 832

laatst gewijzigd: 01/09/2017