Duim, Maria (ca. 1712-1781)

 
English | Nederlands

DUIM, Maria (geb. Amsterdam? ca. 1712 – begr. Amsterdam 3-10-1781), toneelspeelster. Dochter van Izaak Duim de Oude (ca. 1671-1747), beeldhouwer en toneelspeler, en Elisabeth Hendrie (1673-voor 1722?). Maria Duim trouwde op 18-4-1738 in Amsterdam met Rieuwert Schmidt (1714-1775), diamantslijper en toneelspeler. Uit dit huwelijk werden 6 kinderen geboren, van wie er 3 jong overleden.

Maria Duim groeide op in een toneelmilieu. Haar vader speelde sinds ongeveer 1700 bij reizende toneeltroepen en kwam, inmiddels hertrouwd met Maria Junius, in 1723 als acteur bij de Amsterdamse Schouwburg. Evenals haar vijf jaar oudere zusje Hendrina ging Maria aan het toneel: ze was vijftien toen de Schouwburg haar in 1727 contracteerde om tegen 1,50 gulden per optreden te spelen, te zingen en/of te dansen. Zes jaar later, in 1733, trad ze op naast de – later beroemde – toneelspeler Jan Punt. Dat gebeurde op 27 augustus toen voor de opvoering van het treurspel Herodes en Mariamne de hoofdrolspeelster, Adriana Maas, niet kwam opdagen en moest worden vervangen: ‘Dit geschiedde door juffrouw Duim, die men zegt [...] zulks zo bevallig deed, dat men de illustre juffrouw van Schagen [nl. Adriana Maas] niet eens miste’ (Ett, 35: brief van J. Elias aan B. Huydecoper). Maria Duim moest Mariamne overigens spelen met het tekstboekje in de hand, want ze kende deze rol niet.

In die tijd werd Maria Duim beschouwd als een van de jongere actrices ‘wier zuivere toon en stem aan haar vaarzen klem gaven’ (Te Winkel 5, 276, zonder bronvermelding). Haar gage liep dan ook geleidelijk op: in 1734 kreeg ze 3,75 gulden per optreden. In 1738 trouwde Maria Duim met de 24-jarige, doopsgezinde Rieuwert Schmidt. Deze was behalve diamantslijper ook, sinds 1733, toneelspeler in treur- en blijspelen. Tussen 1738 en 1750 kreeg het echtpaar zes kinderen, van wie slechts drie in leven bleven: Christina (1738), Izaak (1740) en Maria (1750). Van Christina, de oudste en de enige die – drie maanden na het huwelijk van haar ouders – gereformeerd werd gedoopt, werd in 1770 gezegd dat niet Schmidt maar ‘de mennoniete heer Van Mekeren’ haar vader was (De kraam-maagd vertroost, 6 [aantekening]). Alle volgende kinderen van het echtpaar Schmidt-Duim werden thuis remonstrants gedoopt.

In 1742 werd de vroegere man van Maria’s overleden zuster Hendrina, Jan van der Sluys, gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan moord en het jaar daarop voor eeuwig verbannen uit Amsterdam (Dudok van Heel, 123). Maria’s vader en haar man kregen het voorlopige voogdijschap over de kinderen van Hendrina en Jan. Zo kreeg het echtpaar Schmidt-Duim, dat op dat moment zelf twee heel jonge kinderen had, drie kinderen – tussen de twaalf en zestien jaar oud – in huis. Van hen zou de oudste, Maria, ook aan het toneel gaan.

Maria Duim heeft net als haar vader Izaak en haar echtgenoot Rieuwert Schmidt heel lang in Amsterdam op de planken gestaan. Zij noch haar man ging mee met Jan Punt, toen die na de Schouwburgbrand van 1772  naar Rotterdam vertrok en een nieuw gezelschap begon (T.T., Brief). In 1774 ontving het echtpaar, inmiddels toch echt op leeftijd, nog een gezamenlijk traktement van 945 gulden. Ze woonden, in ieder geval al in 1775, bij hun zoon Izaak in op de Lijnbaansgracht, tussen de Leidsegracht en het Leidseplein. Daarvandaan werd in dat jaar Rieuwert Schmidt begraven. Daar overleed ook Maria Duim in 1781. Zij werd net als haar echtgenoot begraven op het kerkhof van de Westerkerk.

Rollen

Maria Duim speelde onder meer Zedigheid in De mode (zinnespel van Pieter Bernagie), en Sophia in De vriendschap van M. van der Winden. Dit laatste stuk was als zedenspel het eerste stuk in een geheel nieuw genre, een soort burgerlijk treurspel. Verder stond ze samen met haar man in Bernagies klucht De ontrouwe kantoorknecht en in Meid kapitein, schutter en tamboer. Laatstgenoemd stuk, een klucht van G. van Dulken, was volgens de Hollandsche Tooneelbeschouwer van 1762 ‘te slecht om bij een kwakzalver te vertonen, en het is jammer dat mr. Spatzier en mr. Schmit en zijn vrouw [nl. Maria Duim] in het zelve onverbeterlijk gespeeld hebben, want na mijn oordeel is het de moeite niet waard’.

Naslagwerken

Coffeng; NNBW; Te Winkel; Worp.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: DTB, Dopen [6 kinderen Schmidt]. DTB, Trouwen 580, p. 416 [otr. Duim en Schmidt]. Toegang 5061 (Schout en schepenen), inv. nr. 901 (Schepenen minuut register), 69rv [voorlopige toewijzing kinderen Van der Sluys aan Schmidt].
  • Het Utrechts Archief: toegang 87 (Familiearchief Huydecoper), inv. nr. 193 (Brieven van geleerden en dichters) [J. Elias Michielsz. aan Balthazar Huydecoper, d.d. 5-9-1733].

Literatuur

  • De Hollandsche Tooneelbeschouwer (1762) nr. 1, 31; nr. 2, 32.
  • De kraam-maagd vertroost. Een aartig anticqje in vaerzen. Toegezongen aan de liefhebbers van de Amsterdamsche en Haagsche schouwburgen (z.p. z.j. [1770]) [ex. met handschriftelijke aantekeningen, Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Port. ton. 10-3].
  • T.T., Brief van een heer te Rotterdam aan zyn’ vriend te Amsteldam (z.p. z.j. [1773]) 8.
  • Henri A. Ett ed., Verjaard briefgeheim. Brieven aan Balthazar Huydecoper (Amsterdam/Antwerpen 1956) 35 [collectie van brieven uit het Familiearchief Huydecoper in Het Utrechts Archief].
  • S.A.C. Dudok van Heel, ‘Bij het toneel in de 18e eeuw. De tonelisten families Van der Sluys en Duym’, Jaarboek Amstelodamum 62 (1970) 111-130.

Auteur: Malou Nozeman

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 479

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.