Egges, Catharina (1750-1824)

 
English | Nederlands

EGGES, Catharina, ook bekend als de Wed. J. Dóll (ged. Wijdenes 4-1-1750 – gest. Amsterdam 20-4-1824), uitgeefster-boekverkoopster. Dochter van Johannes Egges (1710-1760), predikant, en Guurtje de Groot (1718-?). Catharina Egges (1) trouwde op 6-10-1767 in Medemblik met Willem Climmer Cloek (1740-1769), koopman, en (2) ging op 16-2-1770 in Amsterdam in ondertrouw met Jan Dóll (1742-1781), uitgever-boekverkoper. Huwelijk (1) bleef kinderloos, uit (2) werden 5 kinderen geboren.

Catharina Egges groeide op in Wijdenes, als derde van uiteindelijk vijf kinderen. In 1760 – Catharina was toen tien – overleed haar vader, ‘schielijk en onverwacht’. Kort daarop moet de weduwe Egges met haar kinderen uit de pastorie en ook uit Wijdenes vertrokken zijn. Waarheen is onbekend en hoe hun leven er de hierop volgende jaren uitzag evenzeer.

In 1766 kwam Catharina Egges in Medemblik wonen, mogelijk bij haar tante Bregje de Groot, echtgenote van Dirk Mol, raad van de vroedschap van Medemblik. In elk geval trad de laatste op als haar voogd toen zij het jaar daarop, zeventien jaar oud, in het huwelijk trad met de tien jaar oudere Willem Climmer Cloek, een in Haarlem woonachtige koopman afkomstig uit een Alkmaarse leerlooiersfamilie. Na korte tijd in Haarlem gewoond te hebben, vestigde het echtpaar zich in Medemblik, waar Cloek al in 1769 overleed. Enkele maanden later verhuisde Catharina Egges naar Amsterdam om daar begin 1770, kort na haar twintigste verjaardag en precies negen maanden na het overlijden van haar echtgenoot, in het huwelijk te treden met de 28-jarige Jan Dóll, beginnend uitgever en boekverkoper te Amsterdam.

Als zoon van een gouddraadtrekker was Jan Dóll net zomin in het boekenvak grootgebracht als Catharina Egges. Het is dan ook goed denkbaar dat zij nauw bij de opbouw van de uitgeverij betrokken was – de eerste uitgave verscheen in 1772 –  en samen met Dóll met de wereld van het boek bekend raakte. In elk geval was zij, toen Dóll in 1781 overleed, in staat om de boekhandel onder de firmanaam Wed. J. Dóll op eigen kracht voort te zetten. Dat was aanvankelijk een zware opgaaf, met haar vier jonge kinderen en nog een vijfde op komst. De drie kinderen die uiteindelijk de volwassen leeftijd zouden bereiken – Johannes, Hendrik en Catharina – groeiden op in het bedrijf en stonden haar na verloop van tijd ook terzijde. De leiding van het bedrijf hield ze echter tot haar dood in 1824, dus meer dan veertig jaar, in eigen hand.

Boekhandelaarster en uitgeefster

Toen Catharina Dóll-Egges in 1781 de leiding van de boekhandel op zich nam, zette zij de verschillende activiteiten van de firma Jan Dóll op dezelfde voet voort: zij gaf uit – meest boeken, soms ook prenten –, verkocht eigen uitgaven alsook die van anderen, en veilde met enige regelmaat nagelaten boek- en prentcollecties van verzamelaars. In het fonds, dat vooral op een publiek van geleerden en wetenschapsbeoefenaren was gericht, bracht zij aanvankelijk niet veel verandering. Zo zette de Weduwe Dóll de Algemeene bibliotheek voort, een tijdschrift met berichten uit de geleerde wereld, evenals de uitgave van een meerdelig handboek in de oeffenende heelkunde, en bleef ze vertalingen van het werk van verlichte theologen en pedagogen uitgeven.

Geleidelijk breidde de Weduwe Dóll het fonds én het beoogde publiek uit, allereerst met proza en poëzie van eigentijdse Nederlandse schrijvers, maar vooral ook schrijfsters, zoals Maria van Zuylekom en Adriana van Overstraten, die zij als eersten aantrok. In het verlengde daarvan bracht zij ook meerdere almanakken op de markt, waarmee zij een veel grotere groep schrijvers en vooral schrijfsters publicatiemogelijkheden bood en hen daarmee tevens aan zich verplichtte. Naast Van Zuylekom en Van Overstraten waren dat bijvoorbeeld Petronella Moens, Rebekka Dresselaer-Ooremans, Maria Petronella Woesthoven, Cornelia Anna Nozeman, en later ook Elisabeth Wolff-Bekker, Agatha Deken, Anna Barbara van Meerten-Schilperoort, Katharina Bilderdijk-Schweickhardt en Fenna Mastenbroek. Daarbij waren deze almanakken – op zichzelf al een genre voor het bredere publiek – ook nog eens toegesneden op verschillende doelgroepen, waarvan de Almanak voor vrouwen door vrouwen (1791-1822) wel de succesvolste en de bekendste is. Dat de Weduwe Dóll zich zo voor schrijvende én voor lezende vrouwen inspande, kan welbegrepen eigenbelang zijn geweest, maar zou daarnaast ook ingegeven kunnen zijn door ideeën over een gedeeld vrouwenbelang. Daarop lijkt in elk geval haar poging te wijzen om in 1794 het alleenrecht te verwerven op de vertaling van Mary Wollstonecraft, A vindication of the rights of woman (1792), en in 1798 nogmaals op haar Mary, or The wrongs of woman (1798), al bleef die ook beide keren zonder succes.

Behalve met werk voor en door vrouwen breidde de Weduwe Dóll haar fonds ook uit met omvangrijke series (vertaalde) toneelstukken van eigentijdse schrijvers. Intussen bleef zij haar geleerdenpubliek bedienen met taalkundige, filosofische, politieke en economische verhandelingen van bijvoorbeeld Willem Bilderdijk, Paulus van Hemert en Gijsbert Karel van Hogendorp.

Politieke kleur

Catharina Dóll-Egges heeft in onze tijd de naam orangistisch te zijn geweest. Die naam heeft zij niet altijd gehad, maar belangrijker is, dat haar uitgaven die ook zeker niet rechtvaardigen. De gepolitiseerde laatste twee decennia van de achttiende eeuw – voor de Weduwe Dóll jaren van relatieve bloei – heeft ze als een zakenvrouw uitgebuit door aan alle partijen stem te verlenen en werk van iedere politieke richting te verkopen. Zij deed dat vaak op het juiste moment: een reeks prenten ter viering van de verjaardag van Willem V in 1788, een Beschrijving van het Feest der Revolutie (van Pieter van der Breggen Pauw) in 1795, maar vaak ook tegen de keer: een Catechismus der egaliteit, en der rechten van den mensch in 1794, een Treurzang op de dood van Oranjezoon Frederik in 1799. Het is dan ook niet verbazend dat tot haar stal van auteurs en vertalers fervente patriotten als Moens, Wolff en Deken, en Samuel Wiselius, en onmiskenbare orangisten als Bilderdijk, Van Hogendorp en Geertruida Maria de Cambon-van der Werken behoren, naast schrijvers als Maria van Zuylekom en Jacob Eduard de Witte, die in de jaren 1780 en 1790 meermalen van politieke kleur verschoten. Men zou kunnen zeggen dat op Catharina Dóll-Egges de kenschets van ‘De ware patriot’ van toepassing was, zoals die in haar Almanak van vernuft en smaak voor het jaar 1793 te lezen was: ‘De ware patriot vervloekt de slavernij,/ Maar laat in denkenswijs zijn medeburgren vrij’.

Naslagwerken

  • A.M. Ledeboer, Alfabetische lijst der boekdrukkers, boekverkoopers en uitgevers in Noord-Nederland sedert de uitvinding van de boekdrukkunst tot den aanvang der negentiende eeuw (Utrecht 1876).
  • F.G. Waller, Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs (’s-Gravenhage 1938) 421-497, ‘Aanhangsel B’: ‘Uitgevers van prenten en kaarten’.
  • B.P.M. Dongelmans, Van Alkmaar tot Zwijndrecht. Alfabet van boekverkopers, drukkers en uitgevers in Noord-Nederland 1801-1850 (Amsterdam 1988).
  • J.A. Gruys en C. de Wolff, Thesaurus 1473-1800. Nederlandse boekdrukkers en boekverkopers, met plaatsen en jaren van werkzaamheid (Nieuwkoop 1989).

Archivalia

  • Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bijzondere Collecties: Bibliotheek van het boekenvak 55, Bedrijfsdocumentatie Weduwe J. Dóll.
  • Haags Gemeentearchief: archief 0046-01 [hierin brieven aan Kunstliefde Spaart geen Vlijt].

Publicaties

  • Uitgaven tot en met 1800: Short Title Catalogue Netherlands [raadpleegbaar via de sites van elke universiteitsbibliotheek en van de Koninklijke Bibliotheek].
  • Uitgaven na 1800: Nederlandsche bibliografie 1801-1832, 3 delen (Houten 1993) [met register op uitgever].
  • Veilingen: Bibliopolis (op: www.bibliopolis.nl).

Literatuur

  • P.J. Buijnsters, Wolff & Deken. Een biografie (Leiden 1984).
  • Briefwisseling van Betje Wolff en Aagje Deken, P.J. Buijnsters ed. (Utrecht 1987).
  • Marita Mathijsen, ‘Aan een schrijfster na een gesprek over uitgevers en recensenten’, in: Dick Welsink en Willy Tibergien red., Aarts letterkundige almanak voor het Betje Wolff-jaar 1988 en het Aagje Deken-jaar 1991 (Amsterdam 1991) 53-59.
  • Jacob Eduard de Witte, Fragmenten uit de roman van mijn leeven, Grietje Drewes en Hans Groot ed. (Hilversum 1993).
  • Angela Zengers, ‘De Almanak voor vrouwen door vrouwen’, Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 26 (2003) 118-126.
  • Myriam Everard, ‘Spraken Wolff en Deken Hongaars? To blictri, Wollstonecraft en andere raadsels in de Wolff-en-Dekenstudie’, in: Peter Altena en Myriam Everard ed., Onbreekbare Burgerharten. De historie van Betje Wolff en Aagje Deken (Nijmegen 2004) 141-151.
  • Myriam Everard, ‘Catharina Dóll-Egges te paard. Uitgeefsters tijdens de patriottentijd en de Bataafse Republiek’, Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis 12 (2005) 79-94.
  • Mr W. Bilderdijk’s briefwisseling 1798-1806, Marinus van Hattum ed. (Utrecht 2007) [in de brieven een groot aantal passages over de Weduwe Dóll].

Illustratie

Titelpagina van de Almanak voor vrouwen door vrouwen voor het jaar 1793 (Amsterdam, 1792) (Universiteit van Amsterdam, Bijzondere Collecties).

Auteur: Myriam Everard

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 555

laatst gewijzigd: 13/01/2014