Eichner, Regina Carla Luise (1914-1986)

 
English | Nederlands

EICHNER, Regina Carla Luise, ook bekend als Baby Harrison maar vooral als Jossy Halland (geb. Lübeck, Duitsland 9-6-1914 – gest. Argelès-sur-Mer, Frankrijk 14-9-1986), cabaretière. Dochter van Wilhelm Eichner (?-na 1952), operazanger, en Emilie Josephine Luise Voels (?-1943?), zangeres. Regina Eichner trouwde op 18-8-1936 in Oostende met Hieronymus Manfred Fraenkel (1910-2000), pianist. Het huwelijk bleef kinderloos.

Regina Eichner werd geboren als dochter van Pools-Joodse artiesten – haar ouders waren professionele zangers. Ze had een broer en een onbekend aantal zusters. Een deel van haar jeugd bracht Regina door bij een tante in Straatsburg, waar ze naast haar moedertaal Jiddisch ook Frans leerde. Op vierjarige leeftijd stond ze voor het eerst op het toneel: ze zong en danste kinderrollen in opera’s.

Jiddische ‘negrospirituals’

Zelf koos Regina Eichner voor de ‘kleynkunst’, zoals cabaret en revue in het Jiddisch omschreven werden. Via een Hongaarse balletgroep kwam ze in Warschau terecht bij ‘Theater Ararat’, een links-politiek cabaret in modernistische uitmonstering. Onder de naam Baby Harrison acteerde en zong ze Jiddisch repertoire, geïnspireerd door jazz, blues en ‘negrospirituals’. Het cabaret had enig succes, ook in West-Europa, maar vanwege onderlinge rivaliteiten en geldkwesties kwam er rond 1935 een einde aan Ararat.

Na de opheffing van Ararat week Regina Eichner uit naar Brussel, waar een Jiddisch Theater was. Daar verscheen ze ter auditie op decimeterhoge hakken, in een strakke witte broek, een tas met bladmuziek met zich meetorsend. Ze zong I love you en Happy feet in het Jiddisch, waarbij ze danste in de stijl van Ginger Rogers. De pianist die haar à vue moest begeleiden, was de Joodse Amsterdammer Jerôme (Romi) Fraenkel. Al snel waren ze onafscheidelijk en leefden ze samen het nomadische artiestenleven in steeds andere orkesten, revues en tingeltangels, vaak in Parijs, soms in Zwitserland of Scandinavië. In 1936, tijdens een engagement in Oostende, trouwden ze: voortaan noemden ze zich Jossy en Jacques Halland. Vanwege de toenemende Jodenvervolging weken ze in 1938 uit naar Nederland, waar ze in Groningen gingen wonen (Oosterstraat 37A). In de maanden van de mobilisatie toerden ze als duo langs legerplaatsen.

LiLaLo

In de meidagen van 1940 namen Jossy en Jacques Halland op een tandem de vlucht, samen met hun hond. Ze kwamen terecht in Montauban, in het zuiden van Frankrijk. Ze namen een Franse identiteit aan en verzwegen dat ze Joods waren. Jossy werkte af en toe als serveerster en Jacques sloot zich aan bij een verzetsgroep. Zo kwamen ze de oorlog door. Na de bevrijding pakten ze in Parijs hun artiestenbestaan weer op. Ze traden op in diverse clubs samen met veel Franse artiesten, zoals Mistinguett en Edith Piaf. Met een chansonprogramma toerden ze door Denemarken. Pas in 1952 vernam Jossy dat haar vader nog leefde; haar moeder en zusters waren omgekomen.

Jossy en Jacques Halland wilden een programma in het Jiddisch brengen, maar in Parijs lukte dat niet – de overgebleven Joden daar hadden weinig behoefte aan uitgaan, laat staan in een Joodse entourage. Zo richtten de Hallands hun blik op Amsterdam. In 1950 traden ze enige tijd op in Le Refrain, een café in Franse stijl in de Kinkerstraat, maar ze kregen hun plan zakelijk niet op de rails. Daarom reisden ze opnieuw door Europa met het Franse en Engels-Amerikaanse repertoire waarnaar gevraagd werd – maar de droom bleef.

In 1959 streken Jossy en Jacques Halland neer in Amsterdam-West, waar ze hun eigen café met Jiddisch cabaret LiLaLo (Hebreeuws 'voor mij, voor haar, voor hem’) begonnen op de hoek van de De Clerqstraat en de Agatha Dekenstraat. Er was plaats voor maximaal vijftig bezoekers. Jossy stond op een podium van één vierkante meter, Jacques zat opgevouwen achter zijn piano. De vensterbanken waren gedecoreerd met allerhande judaïca van eigen makelij, de wanden met beeltenissen van rabbijnen, van Spinoza en Einstein. Geschonken werd er met mate, want ze hielden niet van dronken bezoekers. Jossy zorgde voor ‘gefillte fish’ en bedacht een Mazzelcocktail.

In LiLaLo leverden Jossy en Jacques Halland hun eerbetoon aan de bijna verdwenen Joodse cultuur van Oost-Europa en aan het Jiddisch, voertuig van verdriet en gein. Hun repertoire waarschuwde, zoals in Briderlach, es brennt (Broertje, het brandt – over het getto van Krakau) en schrijnde, zoals in A Barg Schiach (Een berg schoenen – over het concentratiekamp Majdanek). Het was sentimenteel, zoals in My Jiddishe Mamme of satirisch, zoals in Tatte Blymenfeld. Tussendoor speelden ze repertoire in andere talen zoals I love you uit de musical Fiddler on the Roof of Seeräuber Jenny van Berthold Brecht en Kurt Weill. Jossy Halland overrompelde het publiek en acteerde een breed scala aan stemmingen, van uitbundig tot klagerig, van smekend tot pront. Ze kon hals over kop versnellen en vertragen. Jacques Halland ving al die dynamiek soepel op: hij omlijstte het met spitse verbindende teksten en moeiteloos pianospel.

Internationaal succes

De LiLaLo raakte voor de liefhebbers bekend in binnen- en buitenland; zelfs Picasso en Fellini zijn er geweest. Die bekendheid leverde hun uitnodigingen uit het buitenland op, vooral uit Duitsland. Ze moesten iets overwinnen om daarheen te gaan, maar ze hebben er nooit spijt van gehad. Vanaf 1970 traden ze op in meer dan zestig West-Duitse steden, ze kwamen er op televisie, er werden platen op de markt gebracht en ze werden hoog gewaardeerd. Ook brachten ze hun repertoire in Denemarken, Zwitserland en zelfs in de Sovjet-Unie.

In 1982 sloten Jossy en Jacques Halland LiLaLo – ze bleven wel boven het café wonen. Incidenteel gingen ze nog op tournee. Op 14 september 1986 overleed Jossy Halland op hun vaste vakantieadres in Argelès-sur-Mer in Frankrijk, in de ouderdom van 72 jaar.

Naslagwerken

Honig.

Archivalia

Stadsarchief Amsterdam: archiefkaarten.

Werk

  • LiLaLo. Jiddisch cabaret, Pegafoon, 1962 (EP).
  • Jossy und Jacques Halland, LiLaLo. Jiddisches Kabarett in Amsterdam. Live 1/2, Schuster Records, 1969 (LP’s).
  • LiLaLo, Live in Bellevue, Jossy en Jacques Halland en Stichting LiLaLo, 1984 (LP).
  • LiLaLo, Mameloschiade. Jiddischkeiten, Trikont, 1984 (LP).
  • LiLaLo, Masseltoffiade. Jiddeleien, Trikont, 1988 (LP).

Literatuur

  • Alfred Paffenholz, ‘Das Jiddische Kabarett de Clerqstraat 109’, Merian 31 (1978) nr. 7, 90.
  • Dick Walda, en Will Boezeman, ‘Mazzel en sores’. Uit het leven van Jossy en Jacques Halland en hun Jiddische cabaret Li La Lo (Amsterdam 1989).

Illustratie

Mameloschiade, 1984.

Auteur: Just Enschedé

laatst gewijzigd: 04/11/2016