Embden, Wilhelmina van (1870-1959)

 
English | Nederlands

EMBDEN, Hendrika Wilhelmina Bernardina van, vooral bekend als Wilhelmina van Itallie-van Embden (geb. Den Haag 22-10-1870 – gest.  Trogen, Zwitserland 6-9-1959), feministe, politica en journaliste. Dochter van Arnold Moritz van Embden (1840-1929), ijzerhandelaar, en Louisa Frederika Wilhelmina Léon (1841-1873). Wilhelmina van Embden trouwde op 14-8-1894 in Den Haag met Leopold van Itallie (1855-1952), apotheker en hoogleraar. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Wilhelmina van Embden was na de vroeggestorven David (1869-1870) het tweede kind van de uit Zwolle afkomstige ijzerhandelaar Arnold Moritz van Embden en de deurwaardersdochter Louisa Léon. Nadat haar moeder in 1873 was overleden aan tuberculose, hertrouwde haar vader in 1874 met de Zutphense koopmansdochter Antje Fortuin. Uit dit huwelijk werd in 1875 opnieuw een David geboren. Het gezin Van Embden was joods, maar Wilhelmina herinnerde zich eigenlijk zonder religie te zijn opgevoed, ‘met nog enkele reminiscensen van joods-godsdienstige gebruiken’. Het bemiddelde gezin woonde onder andere aan het Hofspui in Den Haag, net buiten de joodse buurt. Haar vader zette zich via de Vereeniging Armenzorg en andere joodse en niet-joodse organisaties in voor minderbedeelde stadsgenoten.

Na de lagere school bezocht Wilhelmina de Hogere Burgerschool voor meisjes, waar zij vooral talent voor talen en literatuur bleek te hebben. Haar hart ging uit naar toneel, maar omdat dit voor een meisje uit haar milieu niet passend werd geacht, ging ze piano spelen en behaalde bij de Maatschappij voor de Toonkunst haar lo-akte. Ze publiceerde enkele verzen en een eenakter en studeerde één jaar letteren in Leiden. In 1894 trouwde ze met de Rotterdamse apotheker Leopold van Itallie, zoon van een joodse godsdienstonderwijzer. Met Leopold en hun in 1895 en 1898 geboren kinderen verhuisde Wilhelmina in 1902 naar Utrecht, en vervolgens naar Leiden, waar Leopold in 1907 tot hoogleraar in de toxicologie werd benoemd.

Feministe en pacifiste

Ook als getrouwde vrouw richtte Wilhelmina van Itallie-van Embden zich op het leven buitenshuis. In Rotterdam was ze bestuurslid van een toneelvereniging en medewerkster van de Vereniging Onderlinge Vrouwenbescherming (VOV), een organisatie die steun en onderdak verleende aan ongehuwde moeders. Zelf herinnerde Van Itallie-van Embden zich dat haar nieuwsgierigheid naar deze organisatie was gewekt door het bordje ‘Tehuis v.d. Onderlinge Vrouwenbescherming’ op een Rotterdams pand, maar vermoedelijk was ze lid geworden via haar schoonzuster M. van Itallie-Simons.

Via de VOV raakte Wilhelmina van Itallie-van Embden op velerlei manieren bij de ‘vrouwenzaak’ betrokken. Zo meldde ze zich nog in Rotterdam aan als lid van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht (VvK) en eenmaal in Utrecht trad zij toe tot het bestuur van de plaatselijke afdeling, waar zij als propagandiste in korte tijd veel nieuwe leden wierf. Al snel was zij ook lid van het hoofdbestuur van de VvK en als bestuurslid van de VOV trad zij in 1913 toe tot het bestuur van de Nationale Vrouwenraad, de koepel van vrouwenorganisaties. In de strijd voor een betere positie voor de vrouw vond Van Itallie-Van Embden echter vooral ook ruimte om zich te ontplooien als schrijfster en als spreekster. Op basis van uitvoerige knipseldossiers sprak zij tijdens ‘propagandatochten’ in het land en tijdens nationale en internationale kiesrechtmanifestaties over het kiesrecht, maar ook over kwesties als staatsmanskunst als vermeende mannelijke eigenschap of de veronderstelde misdadigheid van de vrouw. Haar stijl werd gewaardeerd: kranten prezen haar als een ‘bekend en bemind inleidster’ die ‘op beschaafde wijze zeggingskracht aan hare woorden weet te geven’ en ‘geen ogenblik argumenteert met gemeenplaatsen of holle frases’. Steeds bleef zij dus de beschaafde professorsvrouw.

Vanaf 1914 ging Van Itallie-Van Embden zich ook inzetten voor de wereldvrede. Ze deed bestuurswerk voor het Comité voor Vrede en Arbitrage, hield spreekbeurten en publiceerde. Met haar visie op de ‘taak van de vrouw na de oorlog’ riep ze binnen de vrouwenbeweging, zoals zij zelf noteerde, ‘lof en blaam’ over zich af: waar zij de vrouw vooral benaderde als opvoedster van vredelievender generaties, leek zij zich te verwijderen van de geestverwanten die in de eerste plaats een actievere maatschappelijke rol van de vrouw nastreefden.

Politica en journaliste

Rond 1918 – haar kinderen waren intussen volwassen – groeide de maatschappelijke rol van Van Itallie-Van Embden snel. Onder de titel ‘Sprekende portretten’ publiceerde ze interviews met bekende politici, feministen en wetenschappers in de Haagse Post en de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Ze werd geroemd om haar sfeerbeschrijving en menselijkheid. Daarom zijn haar interviews, die in 1924 en 1928 ook in boekvorm verschenen, wel getypeerd als het begin van een nieuw genre, waarbij zij gold als wegbereidster voor interviewers als Bibeb.

De carrière van Van Itallie-Van Embden als interviewster was van korte duur. Al in Utrecht had ze vergaderingen bezocht van de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), de partij waarvoor haar broer David actief was en die zich inzette voor gelijkstelling van mannen en vrouwen. Vanaf 1912 zat Van Itallie-Van Embden meermalen in het landelijk bestuur en in 1914 richtte zij met andere feministen een VDB-vrouwenclub op. In 1921 – de eerste verkiezingen waarbij ook vrouwen naar de stembus mochten – werd zij namens de VDB in de Leidse gemeenteraad gekozen. In 1926-1927 combineerde zij dit met het lidmaatschap van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. In 1928 trad zij vanwege het overlijden van S.J.L. van Aalten toe tot de Tweede Kamerfractie van de VDB. Zij was daarmee de tweede vrouw in de zevenkoppige fractie.

In de Tweede Kamer verwoordde Van Itallie-Van Embden standpunten die zij eerder al in spreekbeurten en brochures aan de orde had gesteld. Zo bekritiseerde zij het geschiedenisonderwijs als te militaristisch – juist vredelievendheid zou de jeugd moeten worden bijgebracht. Ook ijverde zij voor de toelating van vrouwen in rechterlijke functies, iets wat naar haar mening cruciaal was om dominante opvattingen over de misdadige natuur van de vrouw te veranderen. In de politiek van die tijd speelden dergelijke onderwerpen slechts een marginale rol: vooral de zorgen over de staatsfinanciën domineerden het debat. In 1933 besloot Van Itallie-Van Embden dan ook om zich niet herkiesbaar te stellen. Zij was naar eigen zeggen het oeverloze gepraat over financiën beu en stond haar plaats graag af aan een beter in de tijdgeest passende agrarisch specialist. De inmiddels 63-jarige politica keerde terug naar de plaatselijke politiek, waar zij nog tot 1938 voorzitter van de Leidse VDB-afdeling bleef. Ook haar vele bestuurswerkzaamheden voor verschillende vrouwenorganisaties en voor onder andere het Toneelverbond en de Vereniging voor Volkenbond en Vrede pakte zij weer op.

Aan de nog altijd grote rol die Van Itallie-Van Embden in het openbare leven speelde kwam in 1940 abrupt een einde. Het voordien weinig religieuze echtpaar gold plotseling weer bovenal als ‘joods’. Dankzij hun vooraanstaande maatschappelijke positie kwamen zij de Tweede Wereldoorlog nog relatief beschermd door als leden van de zogenaamde ‘elitegroep’ die in Barneveld en later in Theresienstadt werd geïnterneerd. Na hun terugkeer uit deze kampen trok het echtpaar zich echter terug uit het openbare leven. Het huis in Leiden werd verruild voor een rusthuis in Heelsum en, na de dood van Leopold, het Zwitserse kuuroord Trogen, waar Van Itallie-Van Embden in 1959 overleed.

Betekenis

Bij het bereiken van de tachtigjarige leeftijd werd Van Itallie-Van Embden benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Kranten memoreerden haar bij die gelegenheid vooral als voorvechtster van het vrouwenkiesrecht. Zelf had zij in een terugblik op de vrouwenstrijd in 1919 al geschreven: ‘Och neen, een der “oudste” strijdsters ben ik niet! Jammer genoeg voor mij, mijn kinderen en later kleinkinderen’. Van Itallie-Van Embden trad inderdaad vooral in het voetspoor van die eerste strijdsters en maakte gebruik van de vele mogelijkheden die door hen bevochten waren. Zij miste het radicalisme van haar voorgangsters, maar nam wel de fakkel over en wist goed gebruik te maken van de geboden mogelijkheden om uiteenlopende maatschappelijke rollen te vervullen.

 

Naslagwerken

Atria: PDC.

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: archief H.W.B. van Itallie-van Embden; archief Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV), inv. nr. 472 (‘Veteranenenquêtes’), nr. 31.
  • Correspondentie van Van Itallie-Van Embden bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Bijzondere Collecties (met Albert Verwey, 1896, 1935); Letterkundig Museum, Den Haag (met Anthonetta Naeff, 1929; W.J.T. Kloos, 1927-1934; Herman Heijermans, 1924); Universiteitsbibliotheek Leiden (met De Gids, 1920; G.J.P.J. Bolland, 1919).

Publicaties

Naast vele artikelen in de (feministische) pers onder meer:

  • ‘Voorwoord’, ‘Dat staatsmanskunst een mannelijke eigenschap is, is nergens bewezen’, en ‘De misdadigheid van de vrouw, naar de gegevens van de Oostenrijksche statistiek’, in: F.S. van Balen-Klaar e.a. red., Studie-materiaal voor vrouwenkiesrecht (Amsterdam 1907) 1-2, 148-149 en 193-220.
  • ‘Heeft de huisvrouw en moeder het kiesrecht nodig?’, in: De tegenwoordige stand van het vrouwenkiesrechtvraagstuk. Rapporten en voordrachten uitgebracht op het Wereldcongres 15-21 juni 1908 te Amsterdam (Amsterdam 1909) 193-204.
  • Gelijk loon voor gelijke arbeid? (Leiden 1911).
  • Heeft de gehuwde vrouw het kiesrecht noodig? (Amsterdam 1915).
  • Peinzen over: de taak van de vrouw na den oorlog (Deventer 1916).
  • ‘Herinneringen’, in: E. van der Hoeven e.a. red.,Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, 1894-1919 (Amsterdam 1919) 144-145.
  • Sprekende portretten (Leiden 1924).
  • Sprekende portretten. Tweede reeks (Rotterdam 1928).

Literatuur

  • F.J. van Gelder-Droste, ‘In memoriam mevrouw H.W.B. van Itallie-Van Embden’, Vrouwenbelangen (1959) 101-102.
  • Y. Poppinga, Scriptie Staatkundig-Historische Studiën 630 [onuitgegeven doctoraalscriptie; op te vragen bij het Parlementair Documentatie Centrum, Den Haag].
  •  P. Hagen, ‘W. van Itallie-van Embden (1870-1959). “Argeloos zat de verteller model”’, in: Idem, Journalisten in Nederland. Een persgeschiedenis in portretten (Amsterdam 2002) 273-279.

Illustratie

Wilhelmina van Embden, door onbekende fotograaf, 1910 (Collectie IAV-Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

 

Auteur: Karin van Leeuwen

laatst gewijzigd: 17/08/2017