Eyk, Henriëtte Catharina Maria van (1897-1980)

 
English | Nederlands

EYK, Henriëtte Catharina Maria van (geb. Amsterdam 15-2-1897 – gest. Amsterdam 21-11-1980), schrijfster. Dochter van Dirk van Eyk (1871-1934), bankier, en Anna Jacoba Muller (1874-1941), zangeres en muzieklerares. Henriëtte van Eyk trouwde op 11-1-1936 in Londen met Willem Johan Marie Lenglet (1889-1961), journalist en schrijver. Dit huwelijk, dat op 16-3-1946 werd ontbonden, bleef kinderloos.

Henriëtte (Jet) van Eyk werd in 1897 geboren als oudste dochter in een welgesteld Amsterdams bankiersgezin. Zij en haar twee jaar jongere broer Bert, werden enige jaren thuis geschoold door een gouvernante. Op haar zevende werd ze ingeschreven op het Heerema Instituut aan de Keizergracht, een particuliere school. Aan dit leven op stand kwam in 1911 een abrupt eind toen de bank van haar vader failliet ging. Dirk van Eyk vluchtte naar Amerika om zijn schuldeisers te ontlopen en nam zijn schoonmoeder, de stiefmoeder van zijn vrouw, mee. Geld voor alimentatie had hij niet meer. De ontdekking dat hij een affaire had met zijn schoonmoeder, moet de situatie extra pijnlijk gemaakt hebben. Henriëtte zou hem nooit meer zien. Haar moeder ging met steun van haar zusters aan het werk als zanglerares, hospita en woninginspectrice. Ze wist het huishouden draaiende te houden en dankzij de hulp van een achterneef konden Henriëtte en Bert zelfs terug naar het Heerema instituut. Van Eyk kreeg er al snel genoeg van de schijn op te moeten houden en trok zich terug uit de sociale kringen waar ze als kind toe had behoord. Ze zou altijd bang blijven voor financiële tegenslagen.

Huwelijk en carrière

Op haar zestiende ging Henriëtte van Eyk naar de HBS, waar ze hoge cijfers haalde voor tekenen en voor schrijven. Ook schreef ze als redactrice voor de schoolkrant. Ze wilde kunstenares worden, maar dit plan werd door haar moeder afgekeurd. Een letterenstudie was met haar HBS-diploma niet mogelijk, maar ze mocht in 1918 wel beginnen aan een biologiestudie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vulde haar studiebeurs aan met de verkoop van handwerk aan mensen in haar omgeving en met huiswerkbegeleiding. Ook werd ze lid van de Nederlandse Christelijke Studenten Vereniging (NCSV) en een meisjesdispuut.

Van Eyk deed lang over haar studie en zou hem nooit voltooien. In 1928 brak ze bij een ongelukkige val haar heup, waarna ze gedwongen was om anderhalf jaar het bed te houden. Haar tijd bracht ze door met lezen en ze begon te schrijven. Haar broer was al langer als toneelschrijver actief en aangesloten bij kunstenaarssociëteit De Kring. Hij en zijn kunstenaarsvrienden waren enthousiast over haar werk en spoorden haar aan haar verhalen te publiceren. Ze vond uitgever Andries Blitz bereid om haar eerste boek, De kleine parade (1932), uit te geven en tekende een contract. Toen deze satire op de hogere standen een onverwacht succes werd, kreeg ze spijt van de voorwaarden waar ze mee akkoord was gegaan, wat leidde tot een slepend conflict met Blitz. Later zou ze haar kant van het verhaal sterk aandikken, maar in werkelijkheid was het contract met Blitz niet zo slecht.

Na haar succesvolle debuut veranderde Van Eyks leven drastisch. Ze kon een eigen woning aan de Koninginneweg betrekken, werd een graag geziene gast op De Kring en genoot een actief sociaal leven. Bij haar tweede uitgever, Querido, eiste ze een beter contract. Van Eyk publiceerde in deze tijd verhalen in verschillende tijdschriften en haar tweede boek, Gabriel (1935), was opnieuw een succes. Voor Gabriel, dat geschreven is in de vorm van een parabel, ontving ze in 1937 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Voor de oorlog had ze verdere successen met boeken als Truus de nachtmerrie (1939) en Michiel. De geschiedenis van een mug (1940).

Dankzij De kleine parade leerde Henriëtte van Eyk de journalist Ed. de Neve (pseudoniem van Jean Lenglet) kennen. Hij zocht contact met haar nadat hij haar foto op de achterflap van haar boek had gezien en hij trok al gauw bij haar in. Van Eyk twijfelde lang of ze met hem moest trouwen. Hij was charmant, maar geen makkelijke man. Neve was vaak jaloers op zowel haar contacten met andere mannen als op haar literaire succes, en hij was kwistig met geld. Henriëtte moest een aantal keer zijn schulden afbetalen. Door haar eigen ervaringen met armoede kon ze dit niet goed verkroppen. Bovendien was hij al drie keer eerder getrouwd geweest. Toch wist hij haar over te halen met hem naar Londen te verhuizen, waar hij als correspondent werkte. Ze trouwden daar in 1936. Van Eyk had er veel moeite mee opeens volledig van hem afhankelijk te zijn en was opgelucht toen ze in september van dat jaar terugverhuisden naar Amsterdam. Er bleven spanningen in hun huwelijk en er zijn aanwijzingen dat het echtpaar in de jaren erna niet altijd onder één dak woonde.

Van Eyk en Neve waren in de jaren 1930 overtuigd antifascist en Neve werd in 1941 door de Duitsers opgepakt om zijn verzetsactiviteiten. Van Eyk moest haar huis verlaten en kraakte samen met Neves dochter Maryvonne en haar tante Charlot een pand aan de Reinier Vinkeleskade. Via haar kunstenaarsvrienden raakte ze in 1942 zelf betrokken bij het verzet als coördinator van de groep Kunstenaarssteun (later bekend als de Centrale Kunstenaars Commissie). Deze zamelde geld in voor kunstenaars die niet meer mochten werken, omdat ze weigerden zich in te schrijven bij de Kultuurkamer. Van Eyk hield het kasboek bij en werkte ook als koerierster. Naarmate de oorlog vorderde nam ze steeds meer taken op zich en haar huis werd een echt contactadres. Het geld was grotendeels afkomstig van het illegale, door de regering in ballingschap opgezette Nationaal Steunfonds en van verzetsuitgeverij De Bezige Bij. Voor haar werkzaamheden ontving ze in 1956 de kunstenaarsverzetprijs. Tijdens de oorlog stierven haar moeder en tante Charlot. Neve bracht de oorlog in gevangenschap door en kwam gebroken en verbitterd terug. Door zijn trauma viel er niet meer met hem te leven en de twee gingen op 16 mei 1946 vriendschappelijk uit elkaar.

 Na de oorlog

Van Eyk was in 1944 één van de oprichters en werd penningmeester van de coöperatie De Bezige Bij. In 1952 stapte ze op, mogelijk uit solidariteit met haar vriendin Willy Corsari (pseudoniem van Wilhelmina Angela Douwes-Schmidt), die een conflict kreeg met de uitgeverij. Verder was ze lid van verschillende kunstenaarsorganisaties en in 1950-1952 hoofdredactrice van het maandblad Elegance. In 1946 was ze een relatie aangegaan met Simon Vestdijk, die ze een jaar eerder op een lezing ontmoet had. Samen schreven ze Avontuur met Titia (1949). Na vele bezoeken en liefdesbrieven trok hij gedeeltelijk bij haar in, maar handhaafde ook zijn relatie met zijn huishoudster Ans. Het waren echter vooral zijn depressies die de relatie onder druk zetten. In 1954 vertrok Van Eyk voor enkele maanden naar Indonesië om haar broer Bert te bezoeken en beëindigde ze per brief de relatie. Ze schreef reisverslagen voor Het Vrije Volk en de Stichting Culturele Samenwerking (Sticusa) waarin ze vermeed te schrijven over de politieke situatie in Indonesië, hoewel ze zich eerder wel tegen de politionele acties had uitgesproken. Ze maakte zich vooral zorgen om haar broer en bleef twee maanden langer dan gepland. De reis had geen invloed op haar literaire werk. Wel zette ze zich nog jaren in voor Indonesische huisdieren die aan hun lot overgelaten dreigden te worden nadat hun baasjes werden gerepatrieerd.

Jarenlang schreef Van Eyk voor Elsevier de populaire column Het huis aan de gracht, die in 1956, 1957 en 1964 ook als bundel uitgegeven werden. Vanaf 1967 had ze een wekelijkse column in het damesblad Margriet. Ook schreef ze kinderboeken, waaronder De spookdiligence (1953), De monsters van Stone Valley (1970) en de verhalenbundel Het ulevellenlaatje (1975). Ze vond het vervelend om alleen te wonen en huurde ‘juffrouw’ Ansje Hartog in als gezelschapsdame. Samen namen ze autorijles en over hun ritjes schreef Van Eyk de bundel Blauwe Marietje (1971). In 1969 werd ze benaderd door Wim Sonneveld, die een musical wilde maken van De kleine parade. Voor Van Eyk voelde het succes van deze uitgeklede versie van haar debuut bitterzoet en ze ergerde zich aan De Telegraaf, die het afdeed als ‘een verhaaltje uit de jaren dertig’. In 1973 bracht ze haar memoires, Dierbare wereld, uit.

In 1979 onderging Van Eyk een heupoperatie, maar brak vervolgens in de revalidatiekliniek haar andere heup. Echt herstellen deed ze niet meer, ook omdat ze niet meer mee wilde werken aan haar revalidatie. Henriëtte van Eyk overleed op 21 november 1980, 83 jaar oud.

Reputatie

Henriëtte van Eyk publiceerde gedurende haar leven zo’n veertig boeken en een grote hoeveelheid korte verhalen. Haar eerste publicaties waren zeer vernieuwend en haar werk werd bijna altijd goed ontvangen. Na de oorlog kreeg ze wel eens de kritiek dat ze zich als schrijfster niet meer ontwikkelde, al erkende men wel dat ze haar eigen stijl meesterlijk beheerste. Binnen de Nederlandse letterkunde is ze wel vergeleken met uiteenlopende auteurs als Hildebrand, Nescio en Belcampo en gezien als voorloper van humoristische auteurs als Godfried Bomans en Annie M.G. Schmidt. Ook wordt haar werk wel vergeleken met dat van Hans Christiaan Andersen. In 1963 werd ze geridderd in de Orde van Oranje-Nassau. Momenteel werkt Aukje Holtrop aan een biografie van Henriëtte van Eyk.

Naslagwerken

Van Bork/Verkruijsse; BWN.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: toegang 810 (Archief familie Van Eyk en aanverwante families).
  • Letterkundig Museum, Den Haag: collectie Henriëtte van Eyk; persdocumentatie.

Publicaties

Voor een bibliografie zie: Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letterkunde. Verder:

  • Mededelingen van de Documentatiedienst van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum en het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven [kaartsysteem].
  • Vermij, Een literaire clown. 87-89.

Literatuur

  • H. van Eyk, Dierbare wereld (Amsterdam 1973).
  • L.Th. Vermij, Een literaire clown. Leven en werk van Henriëtte van Eyk (Nijmegen 1995).
  • M. Vogel, ‘Henriëtte van Eyk’, Kritisch lexicon van de moderne Nederlandstalige literatuur (Alphen a/d Rijn 1996) [augustus].

Illustratie

Henriette van Eyk, op de boekenmarkt van de Bijenkorf, door Mieke H. Hille, 1959.

Auteur: Fricke Oosten (met dank aan Aukje Holtrop)

 

 

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 899

laatst gewijzigd: 13/01/2014