Ferrier, Joan Mary (1953-2014)

 
English | Nederlands

FERRIER, Joan Mary (geb. Paramaribo 14-12-1953 – gest. Oegstgeest 8-3-2014), orthopedagoge, onderneemster en feministe. Dochter van Johan Ferrier (1910-2010), pedagoog, laatste gouverneur en eerste president van Suriname, en Edmé Vas (1913-1997), onderwijzeres. Joan Ferrier trouwde op 12-9-1984 met Jan Timmermans (geb. 1955), socioloog. Het echtpaar had 1 pleegzoon.

Joan Ferrier groeide met haar jongere zus Kathleen (1957), de latere CDA-politica, op in een hechte Surinaamse familie. Ze had nog zes halfbroers en -zussen (onder wie de schrijfster Cynthia McLeod) uit het eerste huwelijk van haar vader. Van haar ouders – beiden onderwijzer – leerde Joan de waarden van maatschappelijke betrokkenheid en van onafhankelijkheid. In verband met het werk van de vader verhuisde het gezin regelmatig: in 1958 naar Den Haag, waar de vader raadsadviseur Wetenschappen werd op het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, in 1965 naar Biliton, waar hij directeur werd van de Nederlandse Bauxietmaatschappij, en in 1968 terug naar Paramaribo omdat hij tot gouverneur was benoemd.

Op haar zestiende ging Joan terug naar Nederland voor haar schoolopleiding. Op het Comenius College in Hilversum viel ze op als een van de weinige kinderen uit een etnische minderheidsgroep. Ze leerde er omgaan met het gegeven dat een zwarte vrouw zichzelf dubbel moet bewijzen en in zekere zin altijd een buitenstaander blijft. Ze had een hechte band met haar zus Kathleen, die in 1973 ook naar Nederland kwam. In 1973 behaalde Joan haar gymnasiumdiploma, waarna ze orthopedagogiek ging studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarbij richtte ze zich vooral op pedagogiek in de ontwikkelingslanden. Tijdens haar studie leerde ze de socioloog Jan Timmermans kennen – ze trouwden in 1984.

Opvanghuizen en E-Quality

In 1980 studeerde Joan Ferrier af. Ze wilde terug naar Suriname, maar de opkomst van Desi Bouterse verhinderde dat – in augustus kwamen haar ouders ‘tijdelijk’ naar Nederland. Vanaf 1981 doceerde ze transculturele orthopedagogiek aan de Hogeschool van Amsterdam en werkte ze bij het toenmalige opvanghuis Paloeloe (voor Surinaamse en Antilliaanse jongeren). Ze nam mede het initiatief voor het opzetten van twee nieuwe opvanghuizen: Darna (voor Marokkaanse jongens) en Darha (voor meisjes met een islamitische achtergrond). Tegelijk werkte ze aan haar boek De Surinamers, dat in 1985 uitkwam. Vanaf 1987 was Joan Ferrier als wetenschappelijk medewerker ook verbonden aan de vakgroep orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast gaf ze vanaf 1988 adviezen en trainingen op het gebied van diversiteit en interculturalisatie van organisaties en werkte ze mee aan publicaties zoals Geweld tegen kindermishandeling (1987) van de Vereniging tegen kindermishandeling en Social Work in the Netherlands (1994). In 1990 vestigde Joan zich met haar man in Oegstgeest, waar haar ouders vanaf 1980 woonden.

Per 1 januari 1998 werd Ferrier directrice van het nieuwe Instituut voor Gender en Etniciteit, dat in de loop van dat jaar werd omgedoopt in E-Quality, als uitkomst van een fusie van drie vrouwenorganisaties en een project voor zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. Zowel naar de buitenwereld toe als binnen de eigen organisatie droeg Ferrier uit dat gender en etniciteit vaak met elkaar verbonden zijn – ook streefde ze bewust naar diversiteit onder haar medewerkers. Ze introduceerde de ‘multiculti-dag’: een verlofdag die medewerkers naar eigen keuze konden inzetten, bijvoorbeeld voor het – islamitische – Suikerfeest. Bij de openingsbijeenkomst op 22 juni 1998 in het Tropeninstituut lanceerde ze het eerste product van E-Quality: Onderschat is onbenut, een video met interviews met tien zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen over hun werk.

Ferrier maakte van E-Quality een kenniscentrum met expertise in advisering, monitoring en beleidsbeïnvloeding aangaande gender- en etniciteitsongelijkheid. Onvermoeibaar streed ze voor een verbetering van de positie van zwarte, en migranten- en vluchtelingenvrouwen, zoals gelijk loon, eerlijke verdeling van werk en zorg, deeltijdwerk, zelfstandig verblijfsrecht en de doorstroming van meer vrouwen naar de top. Ferrier pleitte voor gelijke kansen voor iedereen, vrouwen én mannen, ongeacht sekse, huidskleur, etniciteit of seksuele identiteit. Namens E-Quality nam ze actief deel aan tal van Europese en internationale projecten, zoals het Europese project Be Equal – Be Different (over gendergelijkheid en diversiteit). In 2001 woonde ze de VN Wereldconferentie tegen Racisme (WCAR) in Durban (Zuid-Afrika) bij en zat ze samen met het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) de bijeenkomsten van de aanwezige Nederlandse NGO’s voor. Ook was zij jarenlang coördinatrice van de Nederlandse Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO’s) bij de jaarlijkse Commision on the Status of Women vergadering van de Verenigde Naties in New York.

Effectief emancipatiebeleid

Toen E-Quality in 2007 samenging met de Nederlandse Gezinsraad, werd Joan Ferrier directrice van het gefuseerde instituut, dat nu een onderzoekstaak erbij kreeg. Ferrier vond dat een effectief emancipatiebeleid rekening moest houden met de verschillende leefvormen en wensen van burgers in gezinsverband. Later volgden projecten en onderzoeken als Vaderschap 2.0, over opvoedingsondersteuning van vaders. Op vele fronten was ze actief. Zo was ze secretaris van de commissie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheden (AVEM), nu de ‘P teams’, lid van het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden en bestuurslid van het Oranje Fonds. In 2009 richtte ze ter nagedachtenis aan haar vader de Stichting Johan Ferrier Fonds op. Doelstelling van de Stichting: steun aan de maatschappij en cultuur van Suriname, met nadruk op onderwijs op alle niveaus, en stimulering van het besef van eigenheid en creativiteit.

Hoewel Joan sinds 2008 ziek was, zette ze vol verve en overtuiging haar werk voort. Na de fusie met Aletta in 2012 – waarmee Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, tot stand kwam – nam ze afscheid van E-Quality. In haar afscheidsspeech omschreef Ferrier zichzelf als een bevoorrecht persoon: samen met haar team had ze een bijdrage mogen leveren aan de verbetering van de positie van vrouwen. Vanaf mei 2012 had Ferrier een eigen consultancybureau. Voor haar inzet als bestuursvoorzitter voor de herdenking van 150 jaar slavernijverleden ontving ze in 2013 de Frans Banninck Cocq erepenning.

Op zaterdag 8 maart 2014, Internationale Vrouwendag, stierf Joan Ferrier in haar woonplaats Oegstgeest op zestigjarige leeftijd. Ruim zevenhonderd mensen waren bij de begrafenis aanwezig en herdachten haar leven en werk, onder wie haar zussen Kathleen Ferrier en Cynthia McLeod, wethouder Andrée van Es en juriste Lilian Gonçalves.

Betekenis

Joan Ferrier wist verschillende groepen mensen met elkaar te verbinden en ging de dialoog aan zonder te polariseren. Ze was een veelgevraagd spreekster bij allerlei bijeenkomsten en conferenties: niet alleen over onderwerpen als gender, diversiteit, gezin, opvoeding en kinderrechten, maar ook over dienend leiderschap. In de Johan Ferrierlezing van 2014 typeerde minister Liliane Ploumen haar als iemand die ‘scherp, maar altijd beschaafd’ voor emancipatie had gestreden: ‘Joan liet iedereen in zijn waarde en ging, met humor en overtuigingskracht, op zoek naar de dialoog’ (Post-2015 agenda).

In 2008 ontving Joan Ferrier de Award voor Zwarte Vrouwelijke Manager Nederland van de Businessclub Etnische Zaken Vrouwen Nederland (EZVN). In 2011 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ter ere van haar werk stelde het Oranje Fonds in 2014 het Joan Ferrier Emancipatiefonds in, dat initiatieven ondersteunt die de emancipatie van meisjes en vrouwen binnen het Koninkrijk der Nederlanden bevorderen.

Archivalia

Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, Amsterdam: Biografiemap Joan Ferrier, Map 5791; Archief E-Quality: dossier Joan Ferrier; nieuwsbrieven EQ Matters 2010-2012; jaarverslagen E-Quality 1998-2011.

Publicaties

  • De Surinamers (Muiderberg 1985).
  • ‘Kinderen uit allochtone gezinnen’, in: R. Haanstra, e.a. red., Geweld tegen kinderen, Opstellen over preventie van en hulpverlening bij kindermishandeling (Den Haag 1987).
  • ‘Darha, opvangcentrum voor islamitische meisjes’, in: G. van Dijk, red., Meidenhulpverlening (Amsterdam 1992).
  • ‘Lange mars door instituties nog niet voltooid. De positie van meisjes uit minderheidsgroepen’, Zeggenschap 10 (1999), nr. 2.
  • ‘Maatschappelijk werk en diversiteit’, in : Kijken in de spiegel van het verleden, maatschappelijk werk in historisch perspectief (Houten 2007).

Literatuur

  • Agnes Grond, ‘Emancipatie gaat niet langer alleen over vrouwen’, De Bazuin, 6-3-1998, 7-10.
  • ‘Nieuw instituut voor emancipatie opent deuren’, de Volkskrant, 23-6-1998.
  • Bea Ros, ‘Interview Joan en Kathleen Ferrier’, De Bazuin, 27-7-2001, 6-9.
  • Brigitte Leferink, ‘Multiculturele samenleving: kwestie van lange adem’, Denken & Doen, 93 (2009) nr. 5, 14-15.
  • Rudie Kagie, ‘Suriname vijfendertig jaar "vrij". De dochters van de president’, Vrij Nederland, 27-11-2010.
  • Renée Römkens, In memoriam Joan Ferrier. Wat blijft is de onbreekbare kracht van vrouwen, weblog, 10-3-2014.
  • Toespraak van minister Liliane Ploumen bij de Johan Ferrier Lezing, 3-10-2014 [URL https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2014/10/02/lilianne-ploumen-geeft-johan-ferrier-lezing; geraadpleegd 2-3-2017].

Illustratie

Joan Ferrier, door Claudia Kamergorodski, ongedateerd (Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

Auteurs: Renée Römkens en Roselle Servage

laatst gewijzigd: 13/04/2017