Wit, Adriana de (1907-1993)

 
English | Nederlands

WIT, Adriana de, vooral bekend als Jeanne Fortanier-de Wit (geb. Den Haag 19-4-1907 – gest. Velsen 23-12-1993), politica. Dochter van Gijsbertus de Wit (1885-1934), bouwondernemer, later verzekeringsdirecteur, en Frederika Visser (1887-1961). Jeanne de Wit trouwde op 30-3-1932 in Den Haag met Guillaume Frédéric (Wim) Fortanier (1904-1994), econoom, directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amsterdam. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren.

Adriana de Wit – roepnaam Jeanne – groeide op als oudste van drie meisjes in het gezin van een bouwvakker, later aannemer, en een metselaarsdochter. Zij woonde in haar jeugd op verschillende adressen in het Haagse Valkenboskwartier, een buurt voor geschoolde arbeiders en middenstanders. Na de lagere school bezocht ze de driejarige gemeentelijke hbs en aansluitend de Rijkskweekschool voor Onderwijzers, beide aan de Raamstraat. Daar behaalde Jeanne in 1926, negentien jaar oud, haar diploma van volledig bevoegd onderwijzeres. Ze ging werken op een lagere school in de Haagse Schilderswijk en bereidde zich tegelijkertijd met de hulp van haar oud-leraar Frans voor op het staatsexamen MO-Frans. Of zij dat examen ooit heeft afgelegd, is niet bekend. Wel behaalde Jeanne in 1927 een LO-akte Frans.

Kort voor haar twintigste verjaardag scheidden de ouders van Jeanne de Wit. Jeanne bleef bij haar moeder wonen. Niet lang daarna hertrouwde haar vader met een vrouw die een jaar jonger was dan Jeanne (Agina Uittien, 1908-1991). Zelf leerde zij in deze tijd haar toekomstige echtgenoot Wim Fortanier kennen. Mogelijk hebben ze elkaar ontmoet op de korfbalvereniging Achilles, waar ze beiden actief in waren. Volgens de annalen van deze in 1922 opgerichte vereniging verzon het paar een nieuwe naam toen de club in 1929 promoveerde en er al een ‘Achilles’ in deze competitie bleek te spelen – de nieuwe naam werd ‘Sellicha’, een omkering van Achilles. Wim studeerde economie in Rotterdam. Opmerkelijk is dat Jeanne met haar verloofde mee op studeerde, maar niet bij de universiteit stond ingeschreven en dus nooit tentamens aflegde. Wel was ze lid van de Nederlandse Bond van Abstinent Studerenden (NBAS), een ‘blauwe’ – dus niet-socialistische – jeugdbeweging die zichzelf zag als een ‘bond van aanstaande geestelijk leiders van ons volk’. In 1929 werd ze lid van de Bond van Jong-Liberalen, de jongerenafdeling van de Liberale Staatspartij ‘de Vrijheidsbond’.

Jaren dertig en oorlog

Jeanne de Wit en Wim Fortanier trouwden op 30 maart 1932 in Den Haag en gingen wonen aan de Stadhoudersweg in Rotterdam. Jeanne stopte met werken, maar haar politieke activiteiten breidde zij uit. Zo werd zij lid van het hoofdbestuur van de Bond van Jong-Liberalen (1933-1937) en van het hoofdbestuur van Eenheid door Democratie (1938-1940), een volksbeweging die de parlementaire democratie verdedigde tegen zowel het nationaal-socialisme als het communisme. Hiernaast bleef ze actief in de Liberale Staatspartij. Jeanne Fortanier-de Wit – zoals zij zich na haar huwelijk noemde – bevond zich met haar jeugdig engagement aan de linkerkant van deze wat bedaagde en chique Vrijheidsbond. Zij beijverde zich onder meer voor de organisatie van liberaal-sociale congressen. In 1937 was ze kandidaat bij de Tweede Kamerverkiezingen, maar werd toen niet gekozen. Dat gebeurde wel toen zij in 1939 kandidaat was bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Op 15 oktober van dat jaar hield zij een lezing voor de AVRO-microfoon over ‘de rol van de vrouw in oorlogstijd’ waarin zij aangaf dat vrouwen ‘opgewekt hun verantwoordelijkheid moeten dragen’ en ‘het leven moeten aanvaarden’.

Na de Duitse inval in Nederland bleef Fortanier-de Wit actief als raadslid totdat de Duitsers de gemeenteraad in september 1941 ontbonden. Hierna pakte ze haar oude beroep van onderwijzeres onmiddellijk weer op. Tot de geboorte van haar zoon Guillaume Frédéric André (André) in 1945 had Fortanier-de Wit een betrekking aan een lagere school in het gebombardeerde deel van Kralingen (de Speelmanstraat). Daarnaast was zij in deze jaren secretaresse van de Vereeniging voor Industriescholen voor Meisjes.

Amsterdam en Den Haag

In oktober 1945 verhuisde Fortanier-de Wit met man en kind naar Amsterdam, waar haar echtgenoot directeur was geworden van het Gewestelijk Arbeidsbureau in de hoofdstad – hij zou dat tot zijn pensionering in 1969 blijven. Het gezin ging wonen in de Milletstraat. Ondanks deze verhuizing had Fortanier-de Wit tot de reguliere verkiezingen van juli 1946 namens de liberalen zitting in de tijdelijke gemeenteraad van Rotterdam. Intussen was ze actief betrokken bij de vorming van een nieuwe landelijke liberale partij. Zij behoorde tot de activisten die vonden dat de ‘oude’ staatspartij moest opgaan in een nieuwe liberale beweging, aanvankelijk Partij van de Vrijheid geheten. In Amsterdam vond Fortanier-de Wit geen aansluiting bij de plaatselijke liberale kiesvereniging. Men vond haar veel te progressief, wat zou blijken uit haar sociaal-liberale profiel en vooral uit haar uitgesproken kritische opstelling tegenover De Telegraaf, de krant waarmee de Amsterdamse liberalen nauw verbonden waren. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van juni 1946 voerde ze de PvdV-lijst aan in de kieskringen Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Maastricht en Tilburg, maar niet in haar eigen woonplaats. Een ‘Amsterdams’ Kamerlid werd zij dus niet toen zij dat jaar een Kamerzetel wist te bemachtigen voor de PvdV, die vanaf 1948 – na een fusie met vrijzinnig-democraten uit de PvdA – de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) heette.

In de Tweede Kamer beheerde Jeanne Fortanier-de Wit de portefeuilles onderwijs, koninkrijksrelaties, omroepzaken, ambtenarenzaken en sociale zaken. Bovendien was zij gedurende vrijwel haar gehele Kamerlidmaatschap fractiesecretaris. Fortanier-de Wit, die tot 1955 de enige vrouw in de liberale fractie was, onderhield uitstekende relaties met andere vrouwelijke Kamerleden. Vaak was zij eerste ondertekenaar van emancipatoire moties en trok zij op met collega’s als *Corry Tendeloo en *Marga Klompé. In het najaar van 1949 was zij vertegenwoordigster van het Nederlands Vrouwencomité in de Nederlandse delegatie tijdens de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York. Vanwege de behandeling van het wetsvoorstel over de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in de Tweede Kamer moest zij eerder terug naar Nederland.

In 1958 nam Fortanier-de Wit ontslag als Kamerlid omdat ze haar zoon wilde begeleiden tijdens diens middelbare schooltijd – het gezin woonde sinds 1948 aan de Ter Hoffsteedeweg in Overveen. Pas in 1966 werd zij weer politiek actief, ditmaal als lijsttrekker van de VVD voor de Statenverkiezingen in Noord-Holland, waar zij één termijn zitting had als Statenlid en fractievoorzitter. Naast haar werk als politica was Fortanier-de Wit maatschappelijk zeer actief. Zo zat ze decennialang in het bestuur van het Prins Bernhard Fonds.

Na hun beider pensionering verhuisden Jeanne en Wim Fortanier naar de Van Hogendorplaan in Velsen-Zuid. Fortanier-de Wit trok zich geleidelijk terug uit het openbare leven. Zij overleed op 23 december 1993, 83 jaar oud.

‘Lief, luimig en listig’

De reputatie van Jeanne Fortanier-de Wit als vooruitstrevend politica is onomstreden. De Tweede Kamerfractie van de VVD herdacht haar in De Telegraaf (27-12-1993) ‘als een der liberale pioniers’ die na de Tweede Wereldoorlog ‘op vooruitstrevende wijze uiting gaf aan het liberale gedachtengoed’. Volgens VVD-geschiedschrijver Henk Vonhoff genoot ze groot gezag in de Kamer. Met haar politiek vernuft, haar deskundigheid en haar vermogen om in debatten stevig van leer te trekken, was zij zeer succesvol in iedere politieke arena, aldus Vonhoff. In het oog sprong haar onafhankelijke opstelling. Zo stemde zij in 1954 als enig VVD-fractielid vóór het Koninkrijksstatuut, dat de gelijkwaardigheid van de verschillende gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden voor het eerst wettelijk regelde. In emancipatiezaken steunde zij alle moties ter bevordering van de onafhankelijkheid van de (getrouwde) vrouw.

Steevast kreeg Fortanier-de Wit in de pers het epitheton ‘charmant’. Bij een terugblik op veertig jaar vrouwenkiesrecht in Het Parool (5-3-1959) werd ze ‘de favoriete der vrouwelijke voorkeurstemmen’ genoemd en een toonbeeld van vrouwelijke charme. Dat laatste mede omdat zij geen ‘sluitzegelblouses’ droeg, zoals indertijd *Suze Groeneweg. En de Drenthse Courant riep Fortanier-de Wit (‘altijd tot in de puntjes gekleed’) op 24 mei 1956 uit tot ‘televisiester’. Bij haar afscheid in de Tweede Kamer karakteriseerde Het Parool Jeanne Fortanier-de Wit als ‘lief, luimig en listig’.

 

Naslagwerken

PDC

Literatuur

  • Provinciale Drentsche en Asser Courant, ‘Mevrouw Fortanier-de Wit, de charmante’, 24-5-1956.
  • N. Cramer, ‘In de Tweede Kamer speelt de vrouw de tweede viool’, Het Parool, 5-3-1959.
  • H.J.L. Vonhoff, Liberalen onder één dak. VVD: 50 jaar liberale vereniging (Den Haag 1998).
  • Jantine Oldersma, ‘Liberale vrouwen na de oorlog’, Liberale reflecties (mei 2019) 48-57.

Illustratie

Ongedateerde foto (ca. 1935-1940) door onbekende fotograaf. Stadsarchief Rotterdam.

 

Auteur: Frits Rovers

laatst gewijzigd: 22/03/2022