Frank, Annelies Marie (1929-1945)

 
English | Nederlands

FRANK, Annelies Marie (geb. Frankfurt am Main, Duitsland 12-6-1929 – gest. Bergen-Belsen, Duitsland ?-2-1945), schrijfster oorlogsdagboek. Dochter van Otto Heinrich Frank (1889-1980), bankier en ondernemer, en Edith Holländer (1900-1945).

Anne Frank groeide samen met haar drie jaar oudere zus Margot op in een geassimileerd liberaal-Joods gezin in Frankfurt. Annes vader, Otto Frank, was daar directeur van de Michael Frank Bank. Nadat Hitler in Duitsland aan de macht was gekomen, vertrok de familie eind 1933 naar Amsterdam. Daar werd Otto Frank oprichter en directeur van de N.V. Nederlandsche Opekta Maatschappij, die zich toelegde op de verkoop van pectine, een natuurlijk geleermiddel dat wordt gebruikt bij de fabricage van jam. Het gezin Frank betrok een bovenwoning in de Rivierenbuurt (Merwedeplein 37), waar zich meer Joodse vluchtelingen uit Duitsland zouden vestigen. Anne en Margot gingen naar de nabijgelegen Montessorischool en maakten zich de Nederlandse taal en gewoonten sneller eigen dan hun ouders, die hun vrienden voornamelijk in Duitse kring hadden.

Het achterhuis

Met de Duitse bezetting (mei 1940) veranderde er aanvankelijk niet veel in het leven van de Franks. Maar toen begin 1941 de anti-Joodse maatregelen toenamen, begon Otto Frank het achterhuis van zijn kantoor annex pakhuis aan de Prinsengracht 263 te veranderen in een schuilplaats. De onderduik van de familie Frank begon op 5 juli 1942, de dag dat Margot Frank een oproep ontving zich te melden voor tewerkstelling in Duitsland. Drie weken daarvoor had Anne voor haar dertiende verjaardag een poëziealbum gekregen, dat zij als dagboek ging gebruiken. Zij deed dit in de vorm van brieven aan verscheidene imaginaire vriendinnen, maar uiteindelijk alleen aan ‘Kitty’. Deze naam is hoogstwaarschijnlijk ontleend aan Kitty Francken, een personage uit de meisjesboekenserie Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt. Uit verscheidene dagboekaantekeningen blijkt hoe dol Anne op het werk van deze schrijfster was.

Voor Anne Frank was haar dagboek haar vrijheid. Zij kon opschrijven wat ze wilde, haar gedachten en ideeën, zaken die zij leuk vond en die ze niet leuk vond. Zij schreef uitvoerig over haar onderduikbestaan, haar vriendinnen op school, haar familie en de andere bewoners van het achterhuis, onder wie Peter van Pels, de zestienjarige zoon van een Joodse werknemer van de firma Frank. Toen in december 1942 het poëziealbum vol was, zette Anne haar dagboek voort in schoolschriften. Ze schreef graag en wilde later journaliste of schrijfster worden. In 1943 begon zij aan korte verhaaltjes, die zich in het achterhuis afspelen, en aan sprookjes. Vanaf begin 1944 raakte ze steeds meer verliefd op Peter. Haar ouders keurden het voortdurend samenzijn met Peter af, maar Anne gaf niet toe. Ze werd heen en weer geslingerd tussen optimisme en pessimisme, en haar dagboekaantekeningen worden in deze periode filosofischer van aard.

Een nieuwe stimulans om haar dagboek bij te houden kreeg Anne op 28 maart 1944. Zij en haar huisgenoten luisterden veel naar Radio Oranje, en op die dag kondigde G. Bolkestein, de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van de Nederlandse regering in ballingschap, daar aan dat er na de bevrijding een inzameling van dagboeken en brieven over de bezettingsperiode zou worden gehouden. Anne Frank schreef hoe interessant het zou zijn wanneer haar dagboek bij wijze van roman zou worden uitgegeven. Zeven weken later voegde zij de daad bij het woord en ging ze haar dagboek herschrijven met het oog op een toekomstige publicatie. Omdat het moeilijk was nog schoolschriften te kopen, maakte Anne voor haar tweede versie gebruik van losse vellen (doorslag)papier. Alle brieven richtte ze nu consequent aan Kitty en ze gaf fictieve namen aan de mensen uit haar directe omgeving – onderduikers en hun helpers. Intussen bleef zij ook haar reguliere dagboek bijhouden.

 

Anne Frank heeft de tweede versie van haar dagboek niet kunnen voltooien, want op 4 augustus 1944 viel de Grüne Polizei het achterhuis aan de Prinsengracht binnen, op zoek naar Joodse onderduikers – er moet dus verraad in het spel zijn geweest. Anne had op dat moment meer dan driehonderd vellen volgeschreven; met het bewerken was ze tot 29 maart 1944 gekomen. De acht onderduikers en twee van hun helpers werden eerst overgebracht naar de gevangenis van de Sicherheitsdienst (SD) aan de Euterpestraat. Vier dagen later werden de onderduikers op transport gesteld naar het doorgangskamp Westerbork. De twee helpers werden naar kamp Amersfoort overgebracht en zouden de Duitse bezetting overleven.

 

In Westerbork was het leven voor Anne en haar huisgenoten relatief vrijer dan in het achterhuis, maar dit duurde slechts vier weken. Op 3 september 1944 werden zij op transport gezet, met de laatste trein die vanuit dat kamp naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau zou gaan. Een kleine twee maanden later werden Anne en Margot Frank per trein naar Bergen-Belsen in Neder-Saksen overgebracht. Uit de schaarse ooggetuigenverslagen valt op te maken dat zij er bij aankomst al slecht aan toe waren, en in februari 1945 zijn zij kort na elkaar door uitputting en tyfus gestorven.Vader Frank was de enige van de acht onderduikers uit het achterhuis die de oorlog overleefde.

Het dagboek na de oorlog

Op 3 juni 1945 keerde Annes vader terug in Amsterdam. Toen duidelijk werd dat ook zijn dochters waren gestorven – hij wist al langer dat zijn vrouw in Auschwitz aan uitputting was bezweken – kreeg hij de dagboeken van Anne, die zijn secretaresse Miep Gies meteen na de inval in veiligheid had gebracht en zorgvuldig had bewaard. Otto Frank vervaardigde een manuscript, waarbij hij vooral Annes tweede versie gebruikte, aangevuld met delen uit haar eerste versie. Anti-Duitse opmerkingen, die ook op de medeonderduikers sloegen, liet hij weg, evenals passages waarin Anne onaardig was over haar moeder. Het was echter de Nederlandse uitgever – en niet Otto Frank – die volstrekt onschuldige seksuele uitlatingen schrapte. Op 25 juni 1947 publiceerde de Amsterdamse uitgeverij Contact Het Achterhuis. Dagboekbrieven, 12 juni 1942-1 augustus 1944 in een oplage van 1500 exemplaren. Het woord vooraf was van de historica Annie Romein-Verschoor.

 

Hoewel goed besproken, was Het Achterhuis niet onmiddellijk een succes. Niettemin verschenen er binnen vijf jaar vertalingen in het Duits, Frans en Engels. In 1955 ging op Broadway in New York The diary of Anne Frank in première, een door Frances Goodrich en Albert Hackett geschreven toneelstuk, dat was gebaseerd op Het Achterhuis. Het werd een daverend succes, en even succesvolle uitvoeringen in tientallen landen volgden. Meteen al werd geklaagd dat de schrijvers de Joodse kant hadden weggemoffeld, en veel later werd over ‘trivialisering’ en ‘Amerikanisering’ gesproken. Toch is deze bewerking uit de jaren vijftig decennia lang de enige toegestane toneeluitvoering van Annes dagboek, streng bewaakt door de erven Frank.

Pas na de toneelopvoeringen werd Het Achterhuis in de gehele wereld een bestseller. De kracht ervan is het ontbreken van een gesloten wereldbeeld, van een politieke overtuiging of geloofsovertuiging; zodoende kunnen miljoenen lezers Anne Franks dagboek naar eigen inzicht invullen. Het werd in meer dan zeventig talen vertaald, en er zijn inmiddels meer dan dertig miljoen exemplaren van verkocht. Naast het toneelstuk zijn er vele bioscoop- en televisieproducties van Het Achterhuis gemaakt. In 2014 ging het nieuwe toneelstuk Anne in première, dat Leon de Winter en Jessica Durlacher op verzoek van het Anne Frank Fonds Basel schreven ter gelegenheid van de zeventigste sterfdag van Anne en haar zus Margot.

Icoon

De originele dagboeken van Anne Frank worden permanent tentoongesteld in het Achterhuis, waar de door Otto Frank opgerichte Anne Frank Stichting de idealen van Anne Frank uitdraagt, zoals zij die in haar dagboek verwoordde: ‘dat ook deze hardheid op zal houden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen’. In New York, Londen en Berlijn bevinden zich gelijksoortige stichtingen, terwijl het in Bazel gevestigde Anne Frank Fonds de rechten van de dagboeken beheert. Na de dood van Otto Frank (1980) werd het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) bij testament de eigenaar van de geschriften van Anne Frank. Dit instituut heeft in 1986 voor het eerst alle dagboekaantekeningen van Anne uitgegeven, zowel haar eerste als haar tweede versie. Tevens liet het instituut onderzoek doen door het Gerechtelijk Laboratorium naar de echtheid van de dagboeken, waaraan jarenlang door vooral neonazi’s werd getwijfeld.

Tot ver in de twintigste eeuw werd zeker in Nederland Het Achterhuis als een meisjesboek beschouwd en zag men in Nederland het ‘fenomeen Anne Frank’ als iets voor buitenlandse toeristen. Een serieuze receptie van het werk van Anne kwam pas laat op gang. In het bijzonder Amerikaanse historici namen daarbij het voortouw. Daarbij gaat het niet zozeer om haar teksten, maar bijvoorbeeld om de geschiedenis van de totstandkoming van het toneelstuk, of haar rol als symbool van de Holocaust. Was zij in de jaren vijftig vooral de belichaming van een optimisme tegen alle verdrukking in, een geloof in ‘de innerlijke goedheid van de mens’, tegenwoordig wordt Anne Frank vooral gebruikt als icoon om racisme en ander onrecht te bestrijden. Naast deze symboolfunctie van Anne Frank is er sinds enige decennia ook meer aandacht voor de literaire aspecten van haar werk.

Naslagwerken

BWN; Joden in Nederland.

Archivalia

  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam: collectie Anne Frank.
  • Anne Frank Stichting, Amsterdam: collectie Anne Frank.

Publicaties

  • De dagboeken van Anne Frank, Harry Paape, Gerrold van der Stroom en David Barnouw ed., met samenvatting van het rapport, opgesteld door H.J.J. Hardy, van het Gerechtelijk Laboratorium (Den Haag enz.1986) [volledige, tekstkritische en becommentarieerde uitgave].
  • Verhaaltjes, en gebeurtenissen uit het Achterhuis, Gerrold van der Stroom ed. (Amsterdam 2001).
  • Mooie-zinnenboek, Gerrold van der Stroom ed. (Amsterdam 2004).

Literatuur

  • Miep Gies en Alison Leslie Gold, Herinneringen aan Anne Frank. Het verhaal van Miep Gies, de steun en toeverlaat van de familie Frank in het Achterhuis (Amsterdam 1987) [ook verschenen in het Engels].
  • Willy Lindwer, De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank (Hilversum 1988).
  • David Barnouw, Anne Frank voor beginners en gevorderden (Den Haag 1998).
  • Carol Ann Lee, Roses from the earth. The biography of Anne Frank (Londen 1998).
  • Melissa Müller, Das Mädchen Anne Frank. Die Biographie (München 1998).
  • Hyman Aaron Enzer en Sandra Solotaroff-Enzer red., Anne Frank. Reflections on her life and legacy (Urbana enz. 2000).
  • Gerrold van der Stroom red., De vele gezichten van Anne Frank. Visies op een fenomeen (Amsterdam enz. 2003).
  • David Barnouw en Gerrold van der Stroom, Wie verraadde Anne Frank? (Amsterdam 2003).
  • Marion Siems, Anne Frank Tagebuch (Erläuterungen und Dokumente) (Stuttgart 2003).
  • David Barnouw, Het fenomeen Anne Frank (Amsterdam 2012).

Illustratie

Anne Frank, door Otto Frank, ca. 1941 (Anne Frank Stichting, Amsterdam).

Auteur: David Barnouw

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 984

laatst gewijzigd: 09/08/2017