Gaastra, Jitske (1888-1963)

 
English | Nederlands

GAASTRA, Jitske (geb. Oldeboorn 3-1-1888 – gest. Arnhem 6-4-1963), eerste vrouwelijke deelnemer aan de Elfstedentocht. Dochter van Jan Jelles Gaastra (1855-1920), arbeider, en Geeske Jisses van der Werf (1855-1938), naaister. Jikke Gaastra trouwde op 18-5-1917 in Capelle (Noord-Brabant) met Jakob Minderhout (1892-1970), schoenmaker en fabrieksopzichter. Uit dit huwelijk werden 4 dochters en 1 zoon geboren.

Jikke Gaastra werd geboren in een eenvoudig, Nederlands-hervormd gezin in het Friese Oldeboorn (bij Heerenveen). Ze groeide op als een-na-jongste van vijf kinderen – twee jongens en drie meisjes. Vanwege de wisselende betrekkingen van vader Jan verhuisde het gezin vaak: eerst naar het nabijgelegen Akkrum, daarna naar Kampen (Overijssel) en in 1903 naar Leeuwarden. Daar ging Jikke werken als dienstbode bij een gegoede familie. In 1909 werd zij doopsgezind omdat de vrije leer en gemeenschapszin van deze gemeente haar aanspraken. Datzelfde jaar zag Jikke in Leeuwarden de finish van de eerste ‘officiële’ Elfstedentocht en als enthousiast schaatsliefhebster kreeg zij toen zin zelf ook eens mee te doen.

Tocht der tochten

De tweede Elfstedentocht werd georganiseerd op woensdag 7 februari 1912. Samen met haar oudere broer Jelle meldde de 24-jarige Jikke Gaastra zich ’s ochtends vroeg bij de start. Ze had twee dagen vrijaf gekregen: één om te schaatsen en één om uit te rusten. Van haar moeder had Gaastra een paar Friese doorlopers geleend, van haar mevrouw een fietsbroek. Verder droeg ze een nieuwe witte trui, lage schoenen, een groenfluwelen rok en een groene muts. Handschoenen droeg ze nooit. De weersomstandigheden waren zeer ongunstig: het regende, er stond een vrij krachtige wind en de dooi was ingevallen. Toch ging de Elfstedentocht door, met 37 tegen 28 stemmen – de organisatie had de deelnemers zelf laten beslissen.

Jikke Gaastra had tegengestemd, maar liet zich niet kennen en begon ‘onder een hoeraatje’ (Leeuwarder Courant, 8-2-1912) als eerste vrouw aan de tweehonderd kilometers. Met haar broer schaatste ze ‘opgelegd’ (ofwel ‘aan de stok’). Overal waar ze kwam, werd ze door het publiek toegejuicht en toegezongen. Mensen vroegen om haar handtekening en er werden zelfs ansichtkaarten met haar foto verkocht. Bij controleposten spraken burgemeesters haar toe, in Bolsward kreeg ze bloemen en in Sloten een speld met een zilveren schaats.

Gouden Elfstedenkruisje

De voortgang van de enige vrouwelijke deelnemer werd nauwlettend gevolgd door verslaggevers. Zo was Gaastra aan het einde van de middag in Stavoren nog ‘schijnbaar onvermoeid’ (Leeuwarder Courant, 8-2-1912) en werd ze geprezen als ‘kranige rijdster’ met een ‘uitstekende conditie’ (Winschoter Courant, 9-2-1912). Jikke en Jelle Gaastra hadden studentenhaver en stukjes worst bij zich en namen af en toe bij een controlepost warme chocolademelk of erwtensoep. Dikwijls werden ze door toeschouwers op de schouders genomen, zodat ze met hun doorweekte voeten – er lag een laag water op het ijs – niet hoefden te klunen. In Harlingen zette een vrouw Gaastra met haar voeten op een warme stoof.

De Elfstedentocht ging dat jaar ‘om de noord’, waardoor Sneek de laatste stad voor de finish was. Om zes minuten over zeven in de avond – het was inmiddels pikdonker – kwamen Jikke en Jelle Gaastra aan bij de Waterpoort. Daar werden zij opgeschrikt door een kanonschot en een daverend applaus. Slechts enkele minuten eerder was het ijs op de Leeuwarder Trekvaart onbetrouwbaar verklaard: Sneek werd het officiële eindpunt. Tot haar grote teleurstelling mocht de nog fitte Jikke Gaastra haar tocht niet voortzetten. Ze werd op de schouders van de mensenmassa naar de trein gebracht. In Leeuwarden ontving ze een speciaal gouden Elfstedenkruis en nam ze ’s avonds deel aan een bal in sociëteit De Harmonie. Naar eigen zeggen was ze niet eens moe – haar voeten waren alleen een beetje opgezet. Dagblad Het Centrum noemde Gaastra ‘de grote heldin van deze bewogen dag’.

Latere leven

In de weken en maanden na de Elfstedentocht kreeg Jikke Gaastra brieven en cadeautjes uit alle windstreken, zelfs uit het buitenland. Enkele jaren na haar deelname vond ze een dienstje in Amsterdam. Zeer waarschijnlijk ontmoette ze daar de vier jaar jongere Zeeuwse schoenmaker Jaap Minderhout. Ze trouwden in 1917, woonden kort in Capelle, maar verhuisden al snel naar Hilversum, waar hun dochters ter wereld kwamen: in 1918 Louwerina (Rien) en twee jaar daarna de tweeling Geeske Trijntje en Ruurdtje Maria. Geeske Trijntje leefde slechts vijf dagen. Een vierde meisje, ook Geeske Trijntje genaamd, werd geboren in 1921. Vier jaar later verhuisde het gezin naar Meppel, waar Minderhout een baan kreeg als fabriekschef en in 1928 zoon Abraham Jacob (Bram) werd geboren. Drie jaar later stierf Ruurdtje Maria op elfjarige leeftijd aan open tuberculose.

In 1934 werd Jakob Minderhout hoofdopzichter bij de rubberfabriek in Heveadorp, tussen Doorwerth en Oosterbeek. Het gezin woonde in een moderne rietkapwoning aan de Dunolaan (het zogenaamde ‘bazenlaantje’). Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de Heveafabriek deel uit van de Duitse oorlogsmachine en toen het bedrijf in september 1944 in de geallieerde vuurlinie kwam te liggen, vertrok Gaastra met man en kinderen halsoverkop naar Friesland. Na de oorlog keerde het gezin terug naar Heveadorp, waar Gaastra tot haar dood met haar man woonde. Schaatsen deed ze op latere leeftijd niet meer, maar als het goed vroor, controleerde ze uit gewoonte altijd het ijs.

Jikke Gaastra stierf op 6 april 1963 op 75-jarige leeftijd in Arnhem en werd begraven op de Algemene Begraafplaats Noord te Oosterbeek.

Betekenis

Jikke Gaastra maakte naam als de eerste vrouwelijke deelnemer aan de Elfstedentocht en was een voorbeeld voor latere rijdsters. Hoewel diverse toeschouwers bij de tocht van 1912 – onder wie haar eigen moeder – het gekkenwerk vonden dat zij ondanks de barre weersomstandigheden door bleef schaatsen, dacht zij niet aan opgeven. Zij was naar eigen zeggen immers een ‘Friese stijfkop’ (Margriet). Haar nuchterheid, doorzettingsvermogen en eigenzinnigheid gaven Gaastra ook de kracht om grote tegenslagen in haar latere leven te doorstaan. Haar schaatsen en een herinneringsbord, dat broer Jelle in 1960 liet maken, worden bewaard in het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaarten Jikke Gaastra en Jakob Minderhout.
  • Drents Archief, Assen: akte van registratie Jakob Minderhout, Jikke Gaastra en kinderen, overlijdensakte Ruurdtje Maria Minderhout.
  • Familiearchief Fennema-Minderhout-Gaastra: geloofsbelijdenis Jikke Gaastra, foto’s Jikke Gaastra en Jakob Minderhout, muts Jikke Gaastra, interview met Jikke Gaastra in De Courant/Nieuws van de Dag, 1-8-1953.
  • Historisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarden: verscheidene aktes van registratie Jan Jelles Gaastra, Geeske Jisses van der Werf en kinderen.
  • Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Heusden: huwelijksakte Jakob Minderhout en Jikke Gaastra.

Literatuur

  • ‘De Elf Stedentocht en -wedstrijd’, De Telegraaf, 8-2-1912.
  • ‘De Elf-Steden-Wedstrijd’, Leeuwarder Courant, 8-2-1912 en 9-2-1912.
  • ‘De Elfstedentocht in 1912’, Nieuwsblad van Friesland, 5-2-1937.
  • Johannes Lolkama, De Friesche Elfstedentocht 1909-1989. Een ijsklassieker van formaat (Akkrum 1989).
  • Johannes Lolkama, It sil heve. 100 jaar Elfstedentocht. Ontstaan en ontwikkeling van een schaatsklassieker (Amsterdam 2009).
  • Harm Kuper, De Elfstedentocht 1909-1997. De tochten, de winnaars, de snelste vrouwen (Exloo 2015) [met weergave van artikelen uit o.a. Het Centrum, 8-2-1912; Winschoter Courant, 9-2-1912; interview in Margriet 1959].
  • Meindert Schroor e.a. red., Nieuwe encyclopedie van Fryslân. A > E (Gorredijk/Leeuwarden 2016).

Illustratie

Jikke Gaastra met haar schaatsen, door Joseph Dwinger, 1912 (familiearchief Fennema-Minderhout-Gaastra, privébezit auteur).

Auteur: Sietske van der Veen (met dank aan Jitske Fennema).

laatst gewijzigd: 28/05/2017