Gemmeke, Brunita Josepha (1922-2010)

 
English | Nederlands

GEMMEKE, Brunita Josepha (geb. Amsterdam 3-6-1922 – gest. Den Haag 20-12-2010), actief in het verzet en geheim agente. Dochter van Franciscus Josephus Antonius Gemmeke (1894-1972), handelsagent in papier, en Eugenie Mathilde Marie Fissette (1898-1986). Josepha Gemmeke trouwde (1) in 1947 met Willem Fick (1913-1995), ingenieur; (2) in 1960 met Henri Marie van Weel (1912-1986), beroepsmilitair; (3) in 1971 met Johan Nicolaas Mulder (1915-1991), luchtmachtofficier. Uit huwelijk (1) werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Brunita Josepha (Jos) Gemmeke werd als jongste van twee dochters geboren in Amsterdam. Haar vader, die in de papiergroothandel zat, kwam oorspronkelijk uit Maastricht en haar moeder was geboren Belgische. Later verhuisde het gezin naar Den Haag omdat haar zus Mia last had van moeraskoorts. In het Bezuidenhout (Amalia van Solmsstraat 119) kreeg Josje een elitaire en streng katholieke opvoeding. Aan tafel werd Frans gesproken en haar moeder was plus catholique que le pape, aldus Jos Gemmeke in een interview (De Telegraaf, 3-9-1994). Zelf ontpopte Josje zich als een lastige puber die vanwege haar gedrag van school (een chic meisjeslyceum) werd gestuurd. Na de mulo vond ze werk als tandartsassistente.

Meteen op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, besloot de zeventienjarige Jos niet aan de zijlijn te blijven staan. Terwijl haar – naar eigen zeggen zeer vaderlandslievende – vader meevocht als reserve-officier, meldde zij zich bij het Westeinde Ziekenhuis om gewonden te wassen als hulpverpleegster. Na de capitulatie raakte Gemmeke via jeugdvriend Cock van Paaschen betrokken bij de verspreiding van een illegaal krantje – het latere Je Maintiendrai. Verontwaardiging over de Duitse inval was haar drijfveer voor toenemende verzetsactiviteiten. Onder haar schuilnaam Els van Dalen hielp ze onderduikers en smokkelde en distribueerde zij bonkaarten, zenders, wapens en gevoelige informatie. Hoewel ze haar operaties even moedig als koelbloedig uitvoerde, was het volgens haarzelf vooral veel geluk en voorzichtigheid waardoor ze de oorlog overleefde: Ik was erg security-minded. De meeste arrestaties zijn veroorzaakt door loslippigheid en domheid. Nooit heb ik een naam, adres of code op papier gehad. Alles zat in mijn hoofd (gecit.Terdege). Gemmeke was nooit aangesloten bij een vaste groep, maar had binnen het verzet een netwerk dat reikte tot Londen.

Na de mislukte operatie Market Garden, september 1944, kreeg het verzet vanuit het hoofdkwartier van prins Bernhard in Brussel een verzoek om informatie over troepenlocaties en Duitse V-1 en V-2 lanceerplaatsen. Jos Gemmeke bood aan de gevoelige informatie op microfilms door de linies te smokkelen, verstopt in haar schoudervullingen en poederdoos. De door de Duitsers streng bewaakte Maasbrug bij Heusden leek een onoverkomelijk obstakel totdat geallieerde vliegtuigen de brug onder vuur namen. In de chaos sprong ze op de fiets en zag kans de overkant te bereiken. Lang na de oorlog ontdekte ze dat haar latere echtgenoot Joop Mulder commandant was van het bewuste (320ste) squadron dat de brug onder vuur had genomen. Na de succesvolle overdracht van de geheime informatie in Brussel vertrok Jos Gemmeke naar Engeland. Toegevoegd aan het Bureau Bijzondere Opdrachten deed ze dienst als verbindingsofficier en volgde later een opleiding voor geheim agent. Onder codenaam Sphinx werd ze in de nacht van 10 maart 1945 afgeworpen bij Nieuwkoop, met wapens, voedsel en medicijnen. Slecht weer en slecht zicht dwongen haar tot een veel te lage afsprong, waarop een ongelukkige landing volgde: ze zou er blijvende rugklachten aan overhouden.

Voor haar verzetsactiviteiten kreeg Jos Fick-Gemmeke, inmiddels getrouwd en moeder, in 1950 de Militaire Willems-Orde (MWO). Ze was, en is, de enige vrouw naast koningin Wilhelmina die ooit deze onderscheiding voor betoonde moed kreeg. Eerder al kreeg ze het Verzetsherdenkingskruis 1940-1945 en de King's Medal for Courage in the Cause of Freedom opgespeld. Samen met haar derde echtgenoot, luchtmachtofficier Joop Mulder – eveneens drager van de MWO – vormde ze een uniek Riddersechtpaar: in hem vond ze eindelijk haar grote liefde en zielsverwant. Pas na de dood van haar man in 1991 trad Jos Mulder-Gemmeke uit de luwte die ze na de oorlog bewust gezocht had. Ze aanvaardde het voorzitterschap van de Koninklijke Vereniging van Ridders der Militaire Willems-Orde en was actief voor het Fonds 1815 voor hulpbehoevende oud-militairen en de Oorlogsgravenstichting. Veel tijd stak zij ook in het vice-voorzitterschap van de vereniging van voormalige werkers van het Bureau Inlichtingen en het Bureau Bijzondere Opdrachten.

Jos Mulder-Gemmeke stierf op 20 december 2010 in Den Haag. In haar overlijdensadvertentie stond: ‘Als het moest, zou ik het weer doen’. Haar uitvaart op 27 december 2010 werd opgeluisterd met militair eerbetoon en saluutschoten. Volgens haar laatste wens werd haar as vanuit een helikopter verstrooid boven de Noordzee, op een lengtegraad gebaseerd op haar geboortedatum: 3 graden, 6 minuten en 22 seconden (oosterlengte). In Voorschoten en Heemstede zijn straten naar Gemmeke genoemd, en in 2012 kwam er een Jos Gemmekepad in natuurgebied Ruygeborg: haar voormalige droppingszone bij Nieuwkoop.

Literatuur

  • Eddy de Roever, De Sphinx. Het verhaal van Jos Gemmeke, haar persoonlijke strijd tegen de Duitse bezetter als verzetsvrouw en gedropt geheim agente, 1940-1945 (Baarn 1987).
  • Leonoor Wagenaar en Patricia Steur, De laatste ridders (Den Haag 1990).
  • Paul van Beckum, Oranjehaven. Dertien sluipwegen naar de vrijheid (Naarden 1992).
  • Yvonne Laudy, 'De ongewone moed van de Sphinx’, De Telegraaf, 3-9-1994.
  • H. de Vries, 'Verzetsvrouw naast Wilhelmina', Terdege, 26-4-2000.
  • Jos Gemmeke [KRO-documentaire in de serie Profiel] 30-12-2011.

Illustratie

Foto, door onbekende fotograaf, 1945 (Nationaal Militair Museum, Soesterberg).

Auteur: Norbert-Jan Nuij

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 970

laatst gewijzigd: 15/07/2016