Maas, Nelly Jeanne (1931-2012)

 
English | Nederlands

MAAS, Nelly Jeanne (geb. Rotterdam 7-5-1931 – gest. Corsica, Frankrijk 24-4-2012), lerares, politica en staatssecretaris. Dochter van Victor Wilhelm Maas (1904-1972), ondernemer, en Cornelia Josina van den Broek (1906-1982). Nell Maas trouwde op 4-2-1954 in Rotterdam met Leendert Ginjaar (1928-2003), politicus, minister van Volksgezondheid en Milieu. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren.

Nelly Maas groeide op in een Nederlands-hervormd gezin in Rotterdam, als oudste van twee meisjes. Haar vader was directeur van een scheepsagentuur in Maassluis. In 1937 ging Nelly in Rotterdam naar de lagere school, tot de oorlog uitbrak: haar vader werd in Duitsland te werk gesteld en Nelly werd bij familie en vrienden ondergebracht. Ze bezocht zeven verschillende scholen, onder andere in Scheveningen en Harderwijk. Toen het gezin kon terugkeren naar Rotterdam, maakte ze daar de hbs-b af. In haar vrije tijd was Nelly lid van de Hockey Vereniging Victoria en zat ze bij de padvinderij.

Na het behalen van haar hbs-diploma (1948) ging Nell Maas scheikunde studeren in Leiden, waar ze ouderejaars en practicumbegeleider Leendert Ginjaar ontmoette. Ze trouwden in 1954 en gingen wonen op een zolderverdieping in Leiden. Kort na haar afstuderen werd zoon Willem (1956) geboren. Terwijl Leendert zijn dienstplicht vervulde, verdiende Nell de kost in het laboratorium van de universiteit.

Tweede Kamer

In 1957 verhuisde het gezin Ginjaar-Maas naar een flat in Rijswijk en kreeg Leendert een baan bij TNO. Nell Ginjaar-Maas solliciteerde bij het Haags Lyceum – vergeefs, want ze was zwanger. In 1960, na de geboorte van dochter Ineke (1958), werd ze wel aangenomen als docent scheikunde en maatschappijleer op de Rijswijkse Openbare Scholengemeenschap. Ginjaar-Maas werkte twaalf jaar in het onderwijs en gaf ook bijles aan huis – inmiddels een eengezinswoning. In 1966 werd dochter Petra geboren. Ginjaar-Maas was al enige tijd lid van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) toen ze zich in 1971 op een feestje door VVD-prominent Koos Rietkerk liet overtuigen om zich verkiesbaar te stellen voor de Tweede Kamer. Haar plaats op de lijst was in eerste instantie niet hoog genoeg voor een Kamerzetel, maar op 4 september 1973 – ze was 42 – kwam Ginjaar-Maas in de Tweede Kamer, als opvolger van de tussentijds vertrokken Rietkerk.

Ginjaar-Maas wilde woordvoerder onderwijs worden, maar moest wachten tot die plek beschikbaar kwam en deed eerst landbouw. Ze werkte met passie – zo sprong ze regelmatig naar de interruptiemicrofoon zonder haar schoenen aan te trekken. Ze nam het op voor vrouwenbelangen. In 1975 was ze een van de weinige VVD-fractieleden die vóór het amendement-Dolman stemden om WAO-uitkeringen van gehuwde vrouwen voortaan met een lager tarief te belasten. Ook pleitte ze voor gedegen beroepsonderwijs en vond ze dat iedereen moest kunnen doorleren om mee te kunnen doen in de maatschappij. In 1981 bracht ze een initiatiefwet over de mo-opleidingen tot stand, waarmee er een wettelijke grondslag kwam voor deze lerarenopleidingen in het voorgezet onderwijs. Terwijl Ginjaar-Maas in de Tweede Kamer zat, was haar man minister van Volksgezondheid en Milieu.

‘Een slimme meid…’

Na drie termijnen kamerlidmaatschap werd Ginjaar-Maas in november 1982 staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen in het eerste kabinet-Lubbers. Ze zat niet om die functie te springen, want ze zou zware bezuinigingen moeten doorvoeren en hield niet van de bureaucratie en hiërarchie van het ministerie. Veel liever trok ze het land in om maatregelen en onderwijsvernieuwingen te verdedigen: ze wilde het onderwijs ‘emanciperen’. Haar doel was het creëren van betere kansen voor jongens en meisjes in alle opleidingen, zodat ze later in hun eigen onderhoud konden voorzien. Ze was er bovendien van overtuigd dat er op termijn te weinig arbeidskrachten zouden zijn om de technologische maatschappij in stand te houden zolang alleen jongens voor techniek kozen. Ginjaar-Maas had daarom het liefst de bètavakken voor alle leerlingen verplicht gesteld, maar dat plan bleek onhaalbaar. Ook bedacht ze met minister Wim Deetman het idee van de ‘basisvorming’ in het voortgezet onderwijs: alle leerlingen zouden gedurende de eerste drie jaren dezelfde dertien vakken krijgen, op twee niveaus – dit plan kwam evenmin van de grond. Wel introduceerde ze met succes de campagneleuzen ‘Kies Exact’ en ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’.

In maart 1986 bracht Nell Ginjaar-Maas een regeling tot stand waarmee scholen in het voortgezet onderwijs docenten konden bekostigen voor onderwijs in de eigen taal en cultuur aan scholieren met een niet-Nederlandse achtergrond – vanaf 1985 was er al de mogelijkheid dat bijvoorbeeld een vak als Moluks-Maleis op een basisschool werd gegeven als genoeg ouders daar om vroegen. Voor Ginjaar-Maas paste dit bij het vergroten van de kansen van deze kinderen en ze nam het op tegen partijgenoten die hier anders over dachten. Toen het kabinet Lubbers-II viel, kwam Ginjaar-Maas eind 1989 terug in de Tweede Kamer, als woordvoerder midden- en kleinbedrijf; tot 1993 was ze voorzitter van de betreffende vaste Kamercommissie. In 1993 verliet ze de Kamer omdat ze voorzitter kon worden van de stuurgroep profiel tweede fase havo/vwo. Ook werd ze lid van de Onderwijsraad, het adviesorgaan van de regering op onderwijsgebied.

Eind jaren tachtig verhuisde het echtpaar Ginjaar-Maas uit hun woonplaats Leidschendam naar Westerschouwen (Zeeland). Nell Ginjaar hield van de ruimte, de buitenlucht en van tuinieren. Ze werd voorzitter van de Raad van Toezicht van het University College Roosevelt en de Hogeschool Zeeland. Ook was ze voorzitter van de plaatselijke bridgeclub. Nadat haar man in 2003 onverwachts was gestorven, richtte ze zich op haar sociale activiteiten en kleinkinderen. Ze hield niet van thuiszitten en het huishouden.

Nell Ginjaar-Maas overleed in haar slaap op 24 april 2012, op vakantie in Corsica. Ze is tachtig jaar geworden.

Reputatie

Ginjaar-Maas was een eigenzinnige vrouw met humor. Ze hield warme pleidooien vol details uit de praktijk over haar ideeën voor het onderwijs. Ze kon slecht tegen onrecht en had weinig op met de ambtelijke cultuur. In 1989 werd Ginjaar-Maas benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, en in 2000 ontving ze een eredoctoraat van de Engelse Bradford University vanwege haar verdiensten voor het onderwijs. In 2006 werd de Ginjaar-Maas prijs ingesteld voor projecten die werkenden en werkzoekenden stimuleren tot verder leren om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Naslagwerken

PDC.

Literatuur/bronnen

  • ‘Moluks-Maleis leerkrachten’, Nederlands Dagblad, 12-2-1986.
  • Marianne Janssen, ‘Meisjes op scholen te vaak waterdragers’, De Telegraaf, 15-3-1986.
  • ‘Deetman wil verplichte basisvorming vanaf 1994’, Limburgsch Dagblad, 20-12-1986.
  • Mirjam van Zuilen, ‘Nel Ginjaar-Maas’, Zeelandboek, 29-9-2005.
  • Jan Franssen, ‘In memoriam Nell Ginjaar-Maas (1931-2012)’, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis (2012) 167-168.
  • ‘Een ontwapenend bestuurder met humor’, BN De Stem, 25-4-2012.
  • ‘VVD-politica Nell Ginjaar-Maas (80) overleden’, Brabants Dagblad, 24-4-2012.
  • Dick van Rietschoten, ‘In Memoriam - Nell Ginjaar-Maas (1931-2012)’, Nederlands Dagblad, 24-4-2012.
  • ‘Nel Ginjaar overleden’, Science Guide, 24-4-2012.

Illustratie

Nell Ginjaar Maas. Anefo, 1976 (Nationaal Archief Den Haag).

Auteur: Monique van de Griendt

laatst gewijzigd: 04/09/2017