Gisolf, Carolina Anna (1910-1993)

 
English | Nederlands

GISOLF, Carolina Anna (geb. Fort de Kock, Nederlands-Indië 13-7-1910 – gest. Amstelveen 30-5-1993), eerste Nederlandse vrouw met Olympische atletiekmedaille. Dochter van Karel Willem Gisolf (1870-1953), financieel inspecteur, en Margaretha Valkenburg (1887-1964). Lien Gisolf trouwde op 23-3-1940 in Baarn met Herman Dirk Verdam (1913-1955), bioloog. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Carolina (Lien) Gisolf werd geboren op Sumatra, waar haar vader als financieel ambtenaar werkte. Kort na haar geboorte vestigde het gezin zich in Den Haag. In 1913 werd daar haar enige broer Hendrik Jacob (1913-1943) geboren. Het gezin Gisolf verhuisde in 1919 naar Voorburg (Laan van Oostenburg 47).

Spelen van 1928

Lien Gisolf ging naar de Eerste HBS voor Meisjes in Den Haag. Het talent van de 1,81 meter lange scholiere werd door haar gymlerares Potharst ontdekt tijdens een sportdag van school. Lien sprong opmerkelijk hoger dan al haar klasgenotes en werd mede op aanraden van Potharst in 1927 lid van de Haagse Damesgymnastiekvereniging Hygiëa. Bij haar eerste wedstrijd sprong zij al 1,40 meter hoog en bij haar tweede wedstrijd, de interland België-Nederland (3-7-1928), behaalde zij met 1,582 meter een Nederlands record – en evenaarde daarmee het wereldrecord van dat moment. Datzelfde jaar ging ze naar de Olympische Spelen in Amsterdam, waar voor het eerst dames mochten meedoen met turnen en atletiek. Ze logeerde bij haar oom en tante in de stad, zodat ze op de dag van de wedstrijd niet vanuit Voorburg hoefde te komen.

Nederland nam deel met een atletiekploeg van 46 mannen en 14 vrouwen, met Ben Verwaal als coach. Van de zestig Nederlandse atleten was Lien Gisolf de enige die een podiumplek veroverde. Ze behaalde een zilveren medaille op het onderdeel hoogspringen, met een sprong van 1,56 meter. Gisolf was hiermee de eerste atlete van Nederland die een Olympische medaille won. Turnster Alie van den Bos en zwemster Zus Braun wonnen datzelfde jaar een gouden medaille in hun disciplines. Lien Gisolf ontving het eremetaal uit handen van prins Hendrik. Tegen een journalist verklaarde zij op latere leeftijd: ‘Uiteindelijk was ik hartstikke blij met mijn zilveren medaille, maar ik kan niet zeggen dat ik in mijn verdere leven iets aan die medaille heb gehad’ (Bijkerk en Paauw, 47).

Staande ovatie

Op de interland Nederland-België in 1929 in Maastricht sprong Lien Gisolf met 1,608 meter wederom een Nederlands record en een wereldrecord. Bij de Vrouwen Wereld Spelen in Praag (1930) werd ze tweede met een sprong van 1,57 meter. Tijdens die wedstrijd had Gisolf het publiek aan haar zijde. Doordat ze een spier scheurde, kon zij een laatste sprong tegen de Duitse Ellen Braumüller niet meer maken. Haar rivale danste van geluk bij het horen van dit nieuws. Het publiek strafte de winnares af door niet voor haar te applaudisseren maar de winnares van de zilveren medaille wel een staande ovatie te geven.

Gisolf verbrak haar eigen wereldrecord nog eens in 1932 bij het Internationaal Atletiek Concours in het Olympisch Stadion van Amsterdam met een sprong van 1,623 meter. Bij de Olympische Spelen in Los Angeles later dat jaar lukte het haar niet dit niveau te evenaren, want ze had op de heenreis op de boot een blessure opgelopen. De Amerikaanse Jean Shiley sprong het nieuwe wereldrecord (1,65 meter) en Lien Gisolf behaalde er een vierde plek met 1,58 meter. In het voorjaar van 1933 kondigde Gisolf aan te stoppen met hoogspringen. Zij liet aan de pers weten het na vier jaar wel genoeg te vinden. Ze bleef wel hockeyen bij de Haagse club HDM, maar deed dit louter als vrijetijdsbesteding. Naar verluidt gaf Gisolf maar weinig om het beëindigen van haar atletiekcarrière. In een interview in 1981 gaf Lien Gisolf zelfs af op het hoogspringen. ‘Zo verschrikkelijk leuk heb ik het niet gevonden. Die sport is zelf stomvervelend hoor’. Het speet haar dat volleybal tijdens haar jeugd nog niet bestond, dat had haar veel leuker geleken (NRC, 12-9-1981).

Toen Lien Gisolf eenmaal met atletiek was gestopt, verdween zij in de luwte. Het is onbekend of zij een studie volgde en welk beroep zij uitoefende. Kort voor de Tweede Wereldoorlog, in maart 1940, trouwde zij met Herman Dirk Verdam. Het echtpaar woonde eind jaren veertig in Oss, in 1952 in Eindhoven en na de dood van haar man – in 1955 – verhuisde Lien Gisolf naar Amstelveen. Gisolf overleefde hem bijna veertig jaar; ze stierf op 30 mei 1993 in Amstelveen, in de ouderdom van 82 jaar. Onder meer in Amstelveen, Haarlem en Heerhugowaard zijn straten naar haar vernoemd.

Literatuur

  • Het Volk, 16-3-1933.
  • NRC, 12-9-1981.
  • Ton Bijkerk en Ruud Paauw, Gouden boek van de Nederlandse Olympiërs (Haarlem 1996).
  • Aad Heere en Bart Kappenburg, 1870-2000, 130 jaar atletiek in Nederland (Nieuwegein 2000).
  • Paul van Gool red., Geschiedenis van Nederlandse wereldrecords (Arnhem 2014).

Illustratie

Lien Gisolf evenaart het wereldrecord hoogspringen van 1.60,8 meter, door onbekende fotograaf, 1929 (Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad).

Auteur: Ingrid van der Vlis

laatst gewijzigd: 01/11/2017