Gon, Cornelia van der (1644-1701)

GON, Cornelia van der (ged. Haarlem 23-11-1644 – gest. Amsterdam 25-1-1701), maakster van pronkpoppenhuizen. Dochter van Evert Claesz. van der Gon (1607?-1667), kastelein, en Cornelia van Deijl (1607?-1662). Cornelia van der Gon trouwde op 26-3-1684 in Diemen met David van der Plaes (1647-1704), portretschilder. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Cornelia groeide op in Haarlem in een gezin van zeven kinderen – vijf jongens en twee meisjes – van wie zij de jongste was. Haar moeder was afkomstig uit Wassenaar en zou daar later ook, vanuit Haarlem, begraven worden. Haar vader was kastelein in de Oude Doelen in Haarlem en liet bij zijn overlijden in 1667 een insolvente boedel na. Op enig moment – wellicht na de dood van haar vader – verhuisde Cornelia naar Amsterdam, waar zij de huishoudster werd van Adriaan Dor(t)sman (ca. 1636-1682), architect van onder meer de ronde Lutherse kerk en het – voormalige – Hospice Wallon aan respectievelijk het Singel en de Vijzelgracht. Vermoedelijk begon Cornelia van der Gon rond 1680 met het maken van poppenhuizen, waaraan Dortsman ook een bijdrage leverde: sommige nog bestaande details verraden qua stijl zijn hand.

Dortsman moet zeer gesteld zijn geweest op Cornelia van der Gon, want hij liet haar in 1682 het grootste deel van zijn bezit na, waaronder vier huizen aan de Herengracht en de Amstel. Twee van deze huizen verkocht ze vrijwel meteen, één verhuurde ze en in het vierde, aan de Binnen-Amstel bij de Blauwbrug (nu Amstel 210), bleef ze zelf wonen. Zij werd dus een welgestelde vrouw. Om die reden kon zij ook verdergaan met haar poppenhuizen. Een dergelijke bezigheid was immers alleen voor beter gesitueerde vrouwen weggelegd: het (laten) maken van alle benodigde miniatuurvoorwerpen was kostbaar.

In 1684, anderhalf jaar na de dood van Dortsman, trouwde Cornelia van der Gon met de drie jaar jongere David van der Plaes, een in zijn tijd bekend portretschilder. Hij portretteerde onder anderen Johanna Koerten en Adriaan Dortsman. Bij haar huwelijk gaf Cornelia haar leeftijd, wellicht per vergissing, een jaar jonger (38) op dan zij was (39). Het echtpaar, niet in gemeenschap van goederen getrouwd, ging wonen in haar huis aan de Amstel. Ook David van der Plaes werkte mee aan de poppenhuizen. Hij deed het decoratieve schilderwerk (portretjes zijn niet bekend), terwijl de landschapsschilder Jan Wijnants tekende voor enkele wandschilderingen.

Cornelia van der Gon was 56 toen zij overleed. Zij werd begraven in de Oosterkerk, in graf nr. 51. Dat was het graf dat Adriaan Dortsman – die het interieur van de kerk ontwierp – gekocht had voor hemzelf en zijn erven. Portretten van haar zijn niet bekend, maar moeten er wel (geweest) zijn. Via Jannetje van der Plaes, zus en erfgenaam van David, kwamen na haar dood in 1730 ten minste twee door hem gemaakte portretten van Cornelia terecht bij leden van de familie Van der Gon.

Poppenhuizen

Kort na de dood van David van der Plaes in 1704 werden Cornelia’s poppenhuizen geveild, nadat ze overigens al in 1700 en 1703 vergeefs te koop waren aangeboden. Uit een advertentie die David op 23 augustus 1703 in de Amsterdamse Courant plaatste voor deze ‘van lange jaren bekende kabinetten’ is enigszins op te maken hoe ze eruit zagen: de in totaal ‘elf wel gemeubileerde vertrekken, zodanig als in een vorstelijk huis eigen en is, zijn verdeeld in voorhuis, zij-, kraam- en gezelschapkamers; vervolgens porselein- en staatsiekamers, koken [: keuken], zolder en andere vertrekken, ieder rijkelijk gemeubileerd naar vereis derzelve, en zijn merkelijk in schikking, welstand als anders verbeterd en nu zo konstig en natuurlijk als ooit in de wereld gezien is’. Kennelijk had Van der Plaes de poppenhuizen verder verfraaid.

Op de veiling in september 1704 kwamen de poppenhuizen waarschijnlijk in bezit van de leerkoper Johannes Wijmershoff en zijn echtgenote Rachel van Dantsich. Hun erven brachten ze in april 1743 opnieuw ter veiling. Een advertentie in de Amsterdamse Courant van 2 april benoemde twee van de drie te veilen poppenhuizen als ‘gemaakt onder het opzicht en bestiering van de konstschilder David van der Plaats’. Koopster was toen Sara Rothé, echtgenote van een rijke Amsterdamse koopman.

Sara Rothé hield de poppenhuizen van Cornelia van der Gon niet in stand, maar ontmantelde ze om met onderdelen haar eigen poppenhuizen samen te stellen. Uit een nog bestaand notitieboekje is te achterhalen welke voorwerpen en kamers Sara opnam in haar eerste eigen poppenhuis. Apart werd een eveneens per oorspronkelijk poppenhuis gespecificeerde lijst van al het zilveren poppengoed gemaakt. Zo blijken bijvoorbeeld de wandschilderingen, het zilver en de spiegel in de muziekkamer en vrijwel de gehele kraamkamer in Sara’s eerste poppenhuis afkomstig van Cornelia. Dit poppenhuis is tegenwoordig te zien in het Haags Gemeentemuseum. Sara’s tweede poppenhuis bevat eveneens onderdelen uit Cornelia’s huizen, zoals het voorhuis en een kabinetje in de dokterskamer. Ook dit poppenhuis is te bezichtigen, in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Helaas zijn ondanks de vele gegevens de oorspronkelijke poppenhuizen van Cornelia van der Gon niet meer te reconstrueren.

Archivalia

Gemeentearchief Amsterdam: Notarieel Archief, inv. nr. 8499, akte nr. 543 d.d. 13-10-1729 [codicil van Jannetje van der Plaes].

Zie verder A. Bredius, Künstler-Inventare, 1788-1797 (onder David van der Plas).

Literatuur

  • H.C. Gallois, ‘Van een oud poppenhuis’, Mededeelingen van den Dienst voor Kunsten en Wetenschappen der Gemeente ’s-Gravenhage 5 (1925) 178-194 [met de volledige tekst van Sara Rothé’s notitieboekje t.b.v. haar eerste poppenhuis].
  • I.H. van Eeghen, ‘De twee poppenhuizen van Sara Rothé, huisvrouw van Jacob Ploos van Amstel’, Maandblad Amstelodamum 40 (1953) 106-111.
  • I.H. van Eeghen, ‘Adriaan Dortsman en Jan Six’, Maandblad Amstelodamum 57 (1970) 152-159.
  • Sara Ploos van Amstel-Rothé. Poppenhuis (Zwolle 1998) [uitgave i.s.m. het Frans Halsmuseum].
  • H.H. Pijzel-Dommisse, Het Hollandse pronkpoppenhuis. Interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw (Zwolle 2000) [lijst van Cornelia van der Gons zilveren poppengoed op p. 393-394].

Illustratie

Kraamkamer in Sara Rothé’s eerste poppenhuis: de wand met schouw en lambrisering is afkomstig uit een van de poppenhuizen van Cornelia van der Gon. Ontwerp vermoedelijk van Adriaan Dortsman, beschildering wellicht door David van der Plaes (coll. Gemeentemuseum, Den Haag). Uit: Pijzel-Dommisse, Het Hollandse pronkpoppenhuis.

Auteur: Anna de Haas

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 331

laatst gewijzigd: 13/01/2014