Gorter, Johanna Theodora Frederica (1888-1945)

 
English | Nederlands

GORTER, Johanna Theodora Frederica (geb. Assen 6-8-1888 – gest. Ravensbrück, Duitsland 16-2-1945/6-3-1945), verzetsvrouw. Dochter van Wijtze Gorter (1844-1897), rechter, en Hermina Woutera Viëtor (1857-1892). Dora Gorter bleef ongehuwd. 

De jeugd van Dora en Titia Gorter stond in het teken van veel verhuizingen en de vroege dood van hun ouders. Titia werd in 1879 geboren in Winschoten, als oudste van vier – twee meisjes en twee jongens – uit het tweede huwelijk van Wijtze Gorter, op dat moment rechter aldaar, met notaris­dochter Hermina Viëtor. Johanna Theodora Frederica (Dora) kwam in 1888 als jongste ter wereld in Assen, waar de vader inmiddels was benoemd. Vier jaar later verhuisde het gezin vanwege het werk van de vader naar ’s-Hertogenbosch, waar nog datzelfde jaar (1892) de moeder stierf – Titia was twaalf, Dora vier. Een jaar later verhuisde het gezin naar Dordrecht, waar Gorter president werd bij de rechtbank. Na zijn dood in 1897 werden de kinderen opgevoed door een tante (zus van hun moeder) in Haarlem.

Titia en Dora werden voorbereid op een leven waarin ze hun eigen kost moesten verdienen. Titia werkte korte tijd als onderwijzeres en vond daarna een baan bij de Haagse levensverzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, waar ze tot haar pensioen bleef werken. Op voorspraak van Titia kon ook Dora in dienst komen van dit bedrijf. Vanaf toen woonden ze samen op het adres Snelliusstraat in Den Haag.

Tweede Wereldoorlog en verzet

Titia deed ook literair vertaalwerk. Zodoende raakten de zusters Gorter bevriend met veel schrijvers, onder wie Menno ter Braak, en met de uit Duitsland gevluchte Jood Kurt Lehmann, pseudoniem Konrad Merz, die ook met Ter Braak bevriend was. In de jaren dertig namen ze stelling tegen het nationaal-socialisme en na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloten ze zich aan bij het verzet. Ze typten en verspreidden verzetskranten en regelden onderduikadressen. Ook verleenden ze onderdak aan personen die waren betrokken bij Contact Holland, een operatie waarbij geheim agent Peter Tazelaar vanuit Nederland contact moest leggen met Engeland. Verzetsstrijder Gerard Dogger was enige tijd bij hen ondergedoken, en Koos Vorrink, voorzitter van de SDAP, vergaderde in hun achterkamer.

Op 13 februari 1942 vielen de beruchte rechercheurs Slagter en Poos het huis van Titia en Dora Gorter binnen. Ze troffen daar de Duitse dienstweigeraar Helmut Salden aan en marconist Johannes ter Laak, die vanwege Contact Holland in 1941 in Nederland was gedropt. Titia en een paar dagen later ook Dora werden overgebracht naar het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen, waar ze werden verhoord. Titia slaagde erin op wc-papier een verslag van haar verhoor te schrijven en dit uit de gevangenis te laten smokkelen. Ook maakte ze met uit geweven stof losgetrokken draadjes borduurwerken waarop ze haar gevoelens op zelfverzekerde en zelfs humoristische wijze tot uitdrukking bracht. Deze borduurwerken stuurde ze aan vrienden buiten de gevangenis.

Begin 1943 werden Titia en Dora Gorter op transport gezet naar het vrouwenkamp Ravensbrück – Titia was toen 63 jaar oud, Dora was 54. Twee jaar hebben ze het er volgehouden. Hun sterfdatum is niet met zekerheid bekend, maar zeker is dat ze tussen 16 februari en 6 maart 1945 zijn geëxe­cu­teerd, samen met ande­re zieke en uitgeputte gevangenen. Mogelijk zijn ze vergast, maar ook dit is niet zeker. Anne Berendsen stelt in Vrouwenkamp Ravensbrück dat de groep vermoedelijk is gemitrailleerd (166).

Betekenis

Te midden van de diepe ellende van concentratiekamp Ravensbrück waren Titia en Dora Gorter een baken van kracht en troost voor hun medegevangenen. Ze probeerden de moed erin te houden en de andere vrouwen zo goed mogelijk te steunen, net zoals ze dat in Scheveningen hadden gedaan. Anne Berendsen noemt hen ‘twee van mijn liefste kampvriendinnen’ die stilzwijgend en ongewild ‘de middelpunten van onze kolonie’ waren (Vrouwenkamp Ravensbrück, 92). In het kamp schreef ze van hen beiden een liefdevol portretje dat ze met kerst 1944 aan de zusters cadeau deed: Titia kreeg Dora’s portret, Dora dat van Titia. In 1946 nam ze die stukjes integraal als bijlage op in haar boek Vrouwenkamp Ravensbrück. Medegevangene To Frank-Stoltz maakte in het kamp een tekening van de twee vrouwen (zie ill.) Sonja Prins, ook geïnterneerd in Ravensbrück, schreef na de oorlog een hoorspel over de gevangenschap en dood van de zusters. In de zomer van 2011 was in het Verzetsmuseum in Amsterdam een tentoonstelling te zien, getiteld Elke dag een draadje… Borduren in gevangenschap 1940-1945, waar ook de borduurwerken van Titia en Dora Gorter te zien waren.

Archivalia

  • Part. Coll. Paul Prinsen, Oregon (VS): Brief van Titia Gorter over haar verhoor op 17-6-1942, op wc-papier; levensbeschrijving van Titia Gorter door Teddy Clay-Jolles; Titia Gorters jeugdherinneringen (1879-1890); Dagboeken van Titia Gorter, onuitgegeven.
  • NIOD, Amsterdam: Toegang 297, Boellaard, W.A.C.H., inv. nr. 167 Stukken over Dora en Titia Gorter; Knipselcollectie KB I 2667, Gorter, Dora en Gorter, Titia.

Literatuur

  • Anne Berendsen, Vrouwenkamp Ravensbrück (Utrecht 1946) o.a. 92, 107-108, 198-208.
  • Kurt Lehmann, ‘Titia en Dora Gorter, twee grote figuren uit het verzet’, Het Vaderland, 26-2-1955.
  • Jelte Rep, Englandspiel, spionagetragedie in bezet Nederland 1942-1944 (Bussum 1977).
  • Sonja Prins, Aan de verzetsvrouwen die stierven in Ravensbrück (Amsterdam 1979).
  • Gerard Dogger, De vierkante maan. Een persoonlijk oorlogsrelaas (Amsterdam 1979) 80,104.
  • Jolande Withuis, Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001), het leven van een verzetsheld (Amsterdam 2008).
  • Victor Laurentius, De grote Tazelaar, ridder & rebel (Stichting Peter Tazelaar 2009).
  • Elke dag een draadje [URL: http://www.verzetsmuseum.org/museum/nl/exposities/tijdelijk,geweest/elke_dag_een_draadje, geraadpleegd 22-12-2015].
  • W.B. van der Grijn Saten, ‘Konrad Merz, der Mann, der ,,fünf Minuten berühmt” war. Überlegungen zu einem winzigen Teil aus dem ausgedehnten Archiv des Kurt Lehmann’, Neophilologus 96 (2012) nr. 2, 263-285, aldaar 280-285.

Illustraties

  • Dora (m) en Titia (r) Gorter op het kantoor van de afdeling Leven van de Nederlanden van 1845, door onbekende fotograaf, ca. 1920 (Historisch Archief Nationale-Nederlanden).
  • Borduurwerk van Titia Gorter, gemaakt in het Oranjehotel, 1942-1943 (Verzetsmuseum, Amsterdam / foto Peter Smith).

Auteur: Martha Kist (met dank aan Paul Prinsen)

laatst gewijzigd: 19/09/2017