Groshans, Alexandrina Petronella Johanna (1863-1944)

 
English | Nederlands

GROSHANS, Alexandrina Petronella Johanna, bekend als Suze Groshans (geb. Hardenberg 13-6-1863 – gest. Bussum 1-11-1944), voorvechtster mensen-, kinder- en dierenrechten, publiciste. Dochter van Frederik Casparus Michiel Groshans (1818-1902), controleur bij ’s Rijksbelastingen, en Wilhelmina Johanna Roldanus (1830-1903). Suze Groshans bleef ongehuwd.

Suze Groshans was het middelste kind in een groot Nederlands-hervormd gezin; enkele van haar broers en zusjes stierven op jonge leeftijd. Doordat haar vader als controleur bij ’s Rijksbelastingen regelmatig werd overgeplaatst, verhuisde het gezin vaak. Zo woonde ze als kind onder andere in Hardenberg, Leeuwen (Gelderland), Coevorden en Zwartsluis. Groshans volgde de kweekschool in Haarlem en was daarna enkele jaren werkzaam als onderwijzeres in Scheveningen en Den Haag. In Den Haag woonde ze samen met haar vriendin Marie Jungius, die ze waarschijnlijk op de kweekschool had leren kennen.

Jeugdliteratuur

Begin jaren negentig van de negentiende eeuw raakte Groshans, vaak samen met Jungius, betrokken bij talrijke idealistische initiatieven. Zo zette zij zich in 1897 in voor de afschaffing van de nachtarbeid voor bakkers en was ze betrokken bij de organisatie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid die in 1898 in Den Haag plaatsvond. Ook zat ze in het bestuur van onder meer de Nederlandsche Vereeniging voor Dierenbescherming, de Nederlandsche Bond tot Bestrijding van Vivisectie, de Stichting Marie Jungiusfonds en de Nederlandsche Kinderbond, die in 1891 in navolging van de Engelse en Amerikaanse ‘Bands of Mercy’ werd opgericht. Groshans was als voorzitster jarenlang de stuwende kracht binnen de Kinderbond: een organisatie die streefde naar ‘het aankweeken van rechtvaardigheid en meegevoel voor al wat leeft en de bestrijding van ruwheid en baldadigheid’, aldus de statuten. De bond organiseerde kinderclubs in tal van plaatsen, bevorderde de oprichting van volks- en kinderbibliotheken en gaf voorlichting over kinderboeken door middel van boekenlijsten en recensies in het Correspondentieblad van den Nederlandschen Kinderbond.

Suze Gronshans zette zich waar mogelijk in voor de verspreiding van goede kinderlectuur. Bij de organisatie van de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913 zat ze bijvoorbeeld in de commissie die een afdeling kinderboeken verzorgde. Van 1918 tot 1938 was ze voorzitster van het bestuur van de jeugdleeszaal Herman Costerstraat te Den Haag. Ze publiceerde ook over jeugdliteratuur. Groshans beschouwde kinderboeken in de eerste plaats als een middel om de geestelijke vermogens van kinderen te oefenen, ter voorbereiding op het (volwassen) leven. ‘Het negatieve en het schadelijke moet met kracht geweerd’, schreef ze in Het Kind (1904). Schadelijk achtte ze bijvoorbeeld de indianenverhalen van Gustave Aimard – te sensationeel – en School-Idyllen van Top Naeffonder meer wegens een gebrek aan ‘dieper gevoel’. En met de grapjes in Dik Trom van C. Joh. Kieviet was volgens haar ook ‘eenige voorzichtigheid’ geboden.

Dertig verenigingen

Groshans publiceerde tal van artikelen en pamfletten over alle mogelijke zaken die haar ter harte gingen en hield lezingen door het hele land. Door de combinatie van deze activiteiten en haar vele bestuurlijke taken bij diverse organisaties – op zeker moment was ze bestuurslid van dertig verenigingen – stond ze bekend als een schier onvermoeibare vrouw. Daarbij leefde ze uiterst sober. Voor luxe in welke vorm dan ook was geen plaats.

Halverwege de jaren twintig verhuisde Groshans naar Arnhem. Daar raakte ze begin jaren dertig oververmoeid. Samen met een van haar zusters belandde ze in het rusthuis van verpleegkundige Hendrika Johanna Vermazen, dat in 1940 naar Oosterbeek verhuisde. Haar lichamelijke en geestelijke gezondheid ging in de oorlogsjaren snel achteruit, vooral toen het rusthuis in het najaar van 1944 naar Bussum werd geëvacueerd. Suze Groshans stierf daar op 1 november 1944, 82 jaar oud.

Betekenis

Suze Groshans is vooral bekend geworden vanwege haar grote betrokkenheid bij allerlei maatschappelijke organisaties. Het Correspondentieblad van den Nederlandschen Kinderbond, dat in 1945 een speciale editie aan haar wijdde, schreef: ‘Zij cijferde zichzelf en hare verlangens volkomen weg en stelde zich zonder eenig voorbehoud in dienst van haar werk voor de onderdrukte menschheid. Haar ideaal was een wereld van barmhartigheid, maar in de eerste plaats van rechtvaardigheid’. Vanuit dat ideaal zette ze zich op een breed terrein in voor verschillende beroepsgroepen, vrouwen, kinderen en dieren.

Naslagwerken

Lexicon jeugdliteratuur.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor de Genealogie, Den Haag: persoonskaart.
  • Historisch Centrum Overijssel, Burgerlijke stand 1811-1960, Stad Hardenberg, Geboorten 1843-1882, Tienjarige tafels 1843-1882, afbeelding 360 van 642.
  • Atria, Amsterdam: brief betreffende de omstandigheden van het overlijden van Suze Groshans 1944 (Archief Johanna Margaretha de Jong-Paardekooper Overman); correspondentie met Elisabeth Carolina van Dorp (Archief Elisabeth Carolina van Dorp en Archief Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht).

Publicaties

  • Nachtarbeid van bakkers. Een woord aan alle ingezeten van ‘s Gravenhage (z.p.[Scheveningen] z.j. [1897]).
  • Een woord aan allen: een nationale tentoonstelling van vrouwenarbeid (Amsterdam 1897).
  • Iets over vrouwenkleeding en gezondheid (2 druk; Amsterdam 1898).
  • ‘Lectuur en uitspanning’, Het Kind. Veertiendaagsch blad voor ouders en opvoeders 5 (1904), 67-71.
  • ‘Kinderen en boeken’, Correspondentieblad van den Nederlandschen Kinderbond 6 (1904-1905) nr. 1, 1-2; nr. 2, 5; nr. 3, 9-11.
  • Vrouwenarbeid in den gemeentelijke telefoondienst in Nederland (Amsterdam z.j. [1905]).
  • ‘Inleiding’, Onderwerpen aanbevolen in de aandacht der commissieleden van den Nederlandschen Kinderbond. Met lijst van aanpassende lectuur (3 druk; Den Haag 1910).
  • Over beginsel en werking van den Nederlandschen Kinderbond (2 druk; z. pl. 1917).
  • Van dieren en hun vrienden: verhaaltjes voor kinderen verzameld door Suze Groshans en M. de Smeth van Alphen (’s Gravenhage z.j. [1917]).
  • ‘Jeugdlectuur’, Tentoonstelling ‘Opvoeding van de jeugd boven den leerplichtigen leeftijd’. Verslag van de tentoonstelling, het congres, de conferenties en de demonstraties, Den Haag 16 juli-14 augustus 1919 ( Den Haag z.j. [ca. 1919]), 663-666.

Literatuur

  • ‘In Memoriam Suze Groshans. 1 november 1944’, Correspondentieblad Nederlandschen Kinderbond 42 (1945) nr. 1.
  • Anne de Vries, Wat heten goede kinderboeken? Opvattingen over kinderliteratuur in Nederland sinds 1880 (Amsterdam 1989) 54-57, 137.
  • Saskia de Bodt, ‘Tegen het “zoetig gepeuterde”. Bevordering van goede prentenboeken in de praktijk, 1904-1918’, in: Saskia de Bodt en Jeroen Kapelle, Prentenboeken. Ideologie en Illustratie 1890-1950 (Amsterdam/Gent 2003) 26-37.
  • Marten Buschman, ‘Suze Groshans. Inspirator en organisatrice’, Historica 26 (2003) nr. 1, 19-21.

Illustratie

Suze Groshans (l) en Marie Jungius in de Industriezaal van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, door  onbekende fotograaf, 1898 (Collectie IAV-Atria kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis).

Auteur: Janneke van der Veer

laatst gewijzigd: 01/09/2017