Gudema, Ida (1931-2006)

 
English | Nederlands

GUDEMA, Ida, vooral bekend als Ida Vos (geb. Groningen 13-12-1931 – gest. Amstelveen 3-4-2006), schrijfster, dichteres. Dochter van Joseph (Josie) Gudema (1901-1988), textielhandelaar en vertegenwoordiger, en Bertha Blok (1908-1975). Ida Gudema trouwde op 14-3-1956 in Den Haag met Samuel Wolf (Henk) Vos (1926-2008). Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 2 zoons geboren.

Ida Gudema werd geboren als oudste in een joods gezin. Drie jaar later volgde haar zusje Esther (Elly). In 1936 verhuisden de Gudema’s naar Rotterdam, waar ze het bombardement van mei 1940 meemaakten. Kort daarop vertrokken ze naar het veiliger Rijswijk (Broekslootkade 39). Vanwege haar vaders werk voor de Joodse Raad hoefde het gezin pas in april 1943 onder te duiken. Een jaar later werden de zusjes gescheiden van hun ouders bij onderduikgezinnen ondergebracht. Na de bevrijding werden de dertienjarige Ida en haar zusje herenigd met hun ouders. Het gezin woonde opnieuw in Rijswijk (Haagweg 140). Na de lagere school en een deel van de mulo mocht Ida zonder eindexamen af te leggen door naar de Kweekschool, waar ze de hoofdakte voor kleuteronderwijs behaalde. Ze werkte als kleuterjuf tot haar huwelijk in 1956 met Henk Vos, een jeugdvriendje dat net als zij in onderduik had gezeten. Henk en Ida Vos bleven in Rijswijk wonen. Ze kregen drie kinderen: Josephine (1957/1958), Karel (1960) en Bert (1968).

Over haar oorlogservaringen kon Ida Vos niet praten. Toen ze in 1973 depressief werd, zocht ze hulp bij het Centrum ’40-’45 te Oegstgeest. Ze werd drie maanden opgenomen. Daar leerde Vos zich te uiten: ze schilderde, beeldhouwde en schreef poëzie. Haar gedichten voor volwassenen publiceerde ze in eigen beheer onder de titel Vijfendertig tranen (1975). Dit debuut werd later bij diverse uitgevers herdrukt en ook voor twee volgende dichtbundels vond zij een uitgeverij. In de dichtbundel Schiereiland (1979) schreef Vos niet meer uitsluitend over haar oorlogsverleden, maar bijvoorbeeld ook over de belevenissen van haar kinderen. De gedichten in Miniaturen (1980) zijn gebaseerd op de beknopte Japanse dichtvorm haiku.

Jeugdboeken

Naar aanleiding van twee verhalen in de bloemlezing Uitverkoren (1979) vroeg de uitgever aan Vos een boek te schrijven over haar oorlogservaringen. Bevreesd voor pijnlijke herinneringen hield ze de boot af, maar uiteindelijk deed ze het toch. Ze vond het belangrijk om mensen in vrijheid iets te laten meevoelen van de angst van vervolgde kinderen. In het autobiografische Wie niet weg is wordt gezien (1981) beschrijft Vos in korte schetsen de oorlogsjaren vanuit de beleving van een kind. Ook in haar volgende jeugdboeken staan de ervaringen van joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan centraal. Pas in De sleutel is gebroken (1996) durfde ze ook minder fraai gedrag van onderduikouders te laten zien. In haar laatste boek, De lachende engel (2000), legde ze een verband tussen de Holocaust en de Jodenvervolging in zestiende-eeuws Portugal.

Behalve in haar boeken vertelde Ida Vos ook rechtstreeks aan kinderen wat oorlog is. Ze bracht minstens tweeduizend bezoeken aan scholen, waar haar werk leidde tot gesprekken over oorlog en onderdrukking. Vos ging de confrontatie met de antisemitische visie van sommige Marokkaanse en Turkse kinderen niet uit de weg; vaak wist zij hun vertrouwen te winnen. Na het uitkomen van de Duitse vertaling van haar prozadebuut (1987) sprak ze ook regelmatig in Duitsland.

Vos werd in 2003 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege haar werk als bruggenbouwer tussen verleden en heden en tussen verschillende culturen. Drie jaar later, op 3 april 2006, overleed ze in haar woonplaats Amstelveen aan de gevolgen van kanker. Twee dagen nadien werd Ida Vos begraven op de joodse begraafplaats aan het Kerkehout in Wassenaar.

Reputatie

Ida Vos behoorde tot de eerste Nederlandse kinderboekenauteurs die over hun eigen oorlogservaringen schreven. Kort na de oorlog werd de oorlogsjeugdliteratuur gedomineerd door heldenverhalen zonder diepgang. Vos gaf echter de psychologische ontwikkeling de ruimte en wist het kind een eigen stem te geven. Haar sobere stijl, waarin ze vooral excelleerde in haar debuut, werd geroemd door critici. Bekendheid kreeg Vos vooral met haar jeugdboeken. Wie niet weg is wordt gezien en Dansen op de brug van Avignon (1989) werden bekroond met een Vlag en Wimpel – voor laatstgenoemde titel kreeg ze ook de Wizoprijs voor het beste joodse kinderboek. Haar werk is vertaald in het Deens, Duits, Engels en Hebreeuws en kreeg zo ook buitenlandse erkenning. Zowel voor Dansen op de brug van Avignon als voor De sleutel is gebroken ontving ze de Amerikaanse Sydney Taylor Book Award, een prijs voor belangrijke jeugdboeken met een joodse achtergrond. In 2000 werd haar oeuvre bekroond met de Duitse Jugend-Medienpreis Das Rote Tuch.

Naslagwerken

Linders; Joden in Nederland; Lexicon jeugdliteratuur.

Archivalia

  • Letterkundig Museum, Den Haag: diverse brieven en typoscripten/drukproeven.
  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam: KB I - 10349 (Knipselcollectie Ida Vos-Gudema); KB II - 281 (Knipselcollectie kinderboeken; literatuur).

Publicaties

Behalve genoemde titels:

  • De bevrijding van Rosa Davidson (1984) [radiohoorspel TROS].
  • Anna is er nog (Den Haag 1986).
  • Witte zwanen, zwarte zwanen (Amsterdam 1992).
  • Ik ben er wel geboren, maar ik kom er niet vandaan (2003) [muziektheatervoorstelling].

Literatuur

  • Simone Jacobus, ‘Elke dag 4 mei’, HN Magazine 1996 (11 mei), 6-7.
  • Sonja Havermans, Terug in Rijswijk. Hoe de oorlog voelde voor Ida Vos (Rijswijk 2005).
  • Peter Brusse, ‘Oma én kind. Ida Vos: dichteres (1931-2006)’, de Volkskrant, 22-4-2006.
  • Maaike van Herwaarden, ‘Laten we onze ogen dichtdoen. Dan komen de dromen vanzelf’, Literatuur zonder leeftijd 20 (2006) 148-152.
  • Marga van Praag, ‘Een dappere oma van dertien’, in: Ida Vos, Wie niet weg is wordt gezien (7de druk; Amsterdam 2006) 145-152.

Illustratie

Ida Vos-Gudema, door Jaime Halegua, 2000 (Collectie Joods Historisch Museum / NIW001045310).

Auteur: Elizabeth Kooman

laatst gewijzigd: 01/06/2017