Haarlem, Divara van (ca. 1511-1535)

HAARLEM, Divara van, ook bekend als Dieuwertje Brouwersdr. (geb. Haarlem? ca. 1511 – gest. Münster 7-7-1535), door haar huwelijk koningin van de wederdopers in Münster. Dochter van N.N., brouwer. Divara (1) leefde in concubinaat met Jan Matthijsz. van Haarlem (gest. 1534), bakker, profeet van de wederdopers; (2) trouwde in 1535 in Münster met Jan Beukelsz. van Leiden (1509-1536), kleermaker, profeet van de wederdopers. Uit (1) werd ten minste 1 dochter geboren.

Het korte leven van Dieuwertje van Haarlem was nooit bekend geworden als zij niet de – ongetrouwde – vrouw was geweest van Jan Matthijsz. uit Haarlem, een van de toonaangevende profeten van de doperse beweging in de Nederlanden. Het was deze Jan Matthijsz. die in 1533 zijn officiële vrouw verliet om verder met Dieuwertje in ‘geestelijke gemeenschap’ op te trekken en met zijn apocalyptische voorspellingen de leiding over de doperse beweging in handen nam. Dit doet vermoeden dat zij al voor haar relatie met Jan Matthijsz. een volgeling was van de wederdopers. Over haar achtergrond is alleen bekend dat zij afkomstig was uit Haarlem en dat haar vader brouwer was.

In februari 1534 arriveerden Dieuwertje Brouwersdr. en Jan Matthijsz. in de stad Münster, waar volgens Jans profetie met Pasen (5 april 1534) de Heer op aarde terug zou keren. De volwassenendoop werd gedecreteerd en wie deze weigerde, kreeg tot 27 februari de tijd om de stad te verlaten. Door het stadhuis en de marktplaats te bezetten namen de dopers de stad in bezit. Hierop sloeg de bisschop van Münster onmiddellijk een beleg rond de stad. Toen er op 5 april – de dag van de grote verwachtingen – niets gebeurde, deed Jan Matthijsz. met een troepje mannen een gewapende uitval uit de stad, waarbij hijzelf sneuvelde.

In juli 1534, dus enkele maanden na de dood van Jan Matthijsz., trouwde Diewertje met Jan Beukelsz., de nieuwe profeet van het geïsoleerde Münster, beter bekend als Jan van Leiden. Deze trachtte van de stad een theocratie te maken, voerde de polygamie in en liet zich in september tot koning uitroepen. Haar nieuwe echtgenoot had dan wel zestien bijvrouwen, onder wie Elisabeth Wandscherer, dat nam niet weg dat zij de eerste en belangrijkste vrouw van Jan van Leiden was. Dieuwertje gold als ‘de mooiste’ en was ook de enige die zich koningin mocht noemen: voortaan heette zij Divara. Zij droeg ‘gulden laken klederen’, een gouden ketting en een gouden kroon, en ze had een eigen hof met een eigen hofhouding (Hortensius). Toen op 13 oktober 1534 met alle inwoners van Münster – schattingen spreken van zesduizend vrouwen en tweeduizend mannen – het Heilig Avondmaal werd gevierd op het kerkplein, mocht Divara het brood en de wijn mee uitdelen. Het is het enige officiële optreden dat van haar bekend is.

Op 24 juni 1535 kwam er een eind aan de eerbiedwaardige positie van Divara. Op die dag werd de stad door de belegeraars ingenomen. Achthonderd mannen werden gedood, en honderden mannen en vrouwen gevangengenomen. Divara was één van hen. Er is geen verhoor van haar bewaard gebleven, en zodoende is er nauwelijks informatie over de rol die zij als koningin heeft gespeeld. Op 7 juli 1535 werd zij samen met vier andere vrouwen onthoofd. Ze moet ongeveer 24 jaar oud zijn geweest.

Over het leven van Divara is in 1993 een opera gecomponeerd door José Saramago en Azio Corghi, getiteld Divara – Wasser und Blut.

Literatuur

  • Lambertus Hortensius, Oproeren der Wederdoperen, geschiet tot Amsterdam, Munster en in Groeningerlandt (Amsterdam 1661) 84.
  • Jochem Luckhart en Angelika Lorens, Heinrich Aldegrever und die Bildnisse der Wiedertäufer. Tentoonstellingscatalogus Westfälisches Landesmuseum (Münster 1985) 121-123 [over de ingekleurde houtsnede (zie afb.)].
  • Kristina Hegner, ‘Die Bildnisse des Wiedertäuferskönigs Jan van Leiden und der Divara von Haarlem im Staatlichen Museum Schwerin’, Hefte für Geschichte, Kunst und Volkskunde 71 (1993) 186-193.
  • Marion Kobelt-Groch, ‘Divara of Haarlem’, in: C. Arnold Snyder en Linda A. Huebert Hecht red., Profiles of anabaptist women. Sixteenth-century reforming pioneers (Waterloo, Ontario 1996) 298-304.
  • Luc Panhuysen, Jantje van Leiden (Hilversum 2003) 60-63.

Illustratie

Fantasieportret met wapen (met zwaard doorboorde rijksappel met drie angstaanjagende beesten), pendant van een portret van Jan van Leiden. Ingekleurde houtsnede naar Heinrich Aldegrever, gedrukt door H. Wandereysen, ca. 1535 (Westfälisches Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte, Münster). Uit: Luc Panhuysen, Jantje van Leiden.

 

Redactie

 

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 107

laatst gewijzigd: 13/01/2014