Hacquebard, Jozina Johanna (1946-2014)

 
English | Nederlands

HACQUEBARD, Jozina Johanna, bekend als Ineke Lambers-Hacquebard (geb. Deventer 12-3-1946 – gest. Roden 12-5-2014), politica, voorvechtster milieurecht en -beleid. Dochter van Pieter Cornelis Hacquebard (1906-1998), accountant, en Jozina van de Plasse (1913-1995). Ineke Hacquebard trouwde op 26-4-1968 in Bloemendaal met Cornelis Lambers (1945-2017), hoogleraar milieurecht. Het huwelijk bleef kinderloos.

Ineke Hacquebard groeide met haar oudere zus Anneke (1940) op in Bloemendaal, waar haar ouders kort na haar geboorte waren gaan wonen. Vader Hacquebard was hoofd van de accountantsdienst van de Ziekenfondsraad in Amsterdam. Na de Bornwaterschool in Bloemendaal ging Ineke naar het Kennemer Lyceum in Overveen, waar zij in 1964 het gymnasium-b diploma behaalde. In hetzelfde jaar ging ze rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1966 sloot Ineke zich als twintigjarige aan bij de dat jaar opgerichte partij D’66. In 1968, een jaar voor haar afstuderen, trouwde ze met Kees Lambers, die ze tijdens haar eerste collegejaar in Leiden had leren kennen en die haar passie voor het milieu deelde.

Van 1969 tot 1971 werkte Lambers-Hacquebard als beleidsmedewerker bij de directie elektriciteitsvoorziening van het ministerie van Economische Zaken. Daarna was zij korte tijd (1972-1973) wetenschappelijk medewerker aan de juridische faculteit van de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam en docente recht aan de heao in Groningen. Zij ging met haar man wonen in Opende, een dorp in het Groningse Westerkwartier. Van 1973 tot 1977 werkte Lambers-Hacquebard bij de gemeente Groningen, aanvankelijk op personeelszaken, daarna bij de afdeling milieu. In 1974 stelde zij zich kandidaat voor Provinciale Staten van Groningen maar werd niet gekozen.

Beter milieu

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van mei 1977 stond Lambers-Hacquebard voor D’66 op een verkiesbare plaats en werd gekozen. Tot haar portefeuille behoorden milieuzaken, verkeer en waterstaat, landbouw en energievraagstukken. Vooral kernenergie had haar belangstelling. Lambers-Hacquebard behoorde tot de linkervleugel van haar partij. In 1978 stemde ze met haar fractiegenote Elida Wessel-Tuinstra voor een motie van de PSP waarin een structurele verhoging van het defensiebudget werd afgewezen – de motie haalde het niet. In 1980 stemde ze, wederom met Wessel-Tuinstra en tevergeefs, voor een PPR-motie om de kerncentrales in Borssele en Dodewaard stil te leggen; de andere zes D’66’ers stemden tegen.

In 1981 groeide D’66 van acht naar zeventien zetels en werd Lambers-Hacquebard staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne in het tweede kabinet-Van Agt. Zij was vooral verantwoordelijk voor milieuhygiëne, maakte zich sterk voor het gescheiden ophalen van afval en inzamelpunten voor grofvuil en stelde een plan op voor een geïntegreerd milieubeleid. In het derde kabinet-Van Agt (mei-november 1982) was Lambers-Hacquebard opnieuw staatssecretaris. De Tweede Kamer stemde in met haar wetsvoorstel voor bodemsanering en met een wet die grensoverschrijdende luchtvervuiling moest tegengaan. In de zomer van 1982 weigerde ze een vergunning in te trekken voor het dumpen van radioactief ziekenhuisafval in de Atlantische Oceaan, waardoor ze in botsing kwam met de anti-kernenergiebeweging; wel ging zij op zoek naar alternatieven voor toekomstige opslag van dit afval.

Digitaal kunstenares

In de aanloop naar de verkiezingen van september 1982 kreeg Lambers-Hacquebard bij een ledenraadpleging van D’66 over de kandidatenlijst de meeste stemmen. Ze wilde echter geen lijsttrekker – en daarmee mogelijk fractievoorzitter – worden omdat kort daarvoor bij haar man multiple sclerose was geconstateerd. Doordat D’66 niet terugkeerde in het kabinet, kwam in november 1982 ook een einde aan haar periode als staatssecretaris, die veertien maanden had geduurd. In december werd ze benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Lambers-Hacquebard keerde nog wel terug in de Tweede Kamer, maar zette in augustus 1983 een punt achter haar kamerlidmaatschap om voor haar echtgenoot te kunnen zorgen. Ze werkte voortaan vanuit hun boerderij in Opende, die ze zelf hadden verbouwd; bouwvakkers hadden, zonder dat zij dit wisten, op het pannendak het D’66-logo aangebracht.

Na haar afscheid van de Haagse politiek bleef Lambers-Hacquebard actief in natuur- en milieuorganisaties, waaronder de Natuurbeschermingsraad en de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. Ze was ook voorzitter van de UNEP-Conferentie Milieugevaarlijke Stoffen, rechter-plaatsvervanger in Assen, voorzitter van het college van bestuur van de Rijkshogeschool (de latere Hanzehogeschool) in Groningen en inspecteur van het hoger onderwijs. Lambers-Hacquebard ontpopte zich ook als kunstenares. Ze legde zich toe op digitale kunst, waarbij ze zich baseerde op meetkundige principes, zoals onder andere de zogeheten Sangakukunst. Regelmatig exposeerde ze en vertelde enthousiast over wat ze maakte. Ze zat in het bestuur van de stichting Ars et Mathesis en was jarenlang redacteur en vormgever van het blad Arthesis. Actief was zij ook in de Digitale Grafiek Groep Noord-Nederland, waarvoor ze een boekje over digitale technieken schreef.

Vanaf de jaren negentig kampte Lambers-Hacquebard met ernstige gezondheidsproblemen, onder meer hernia. Haar man zat inmiddels in een rolstoel. Met zelfspot sprak ze van ‘duo Kreuk en Deuk, firmanten in aandoening en ongemak’ (de Volkskrant 23-12-1995). In 2002 verhuisde het echtpaar naar een aangepaste bungalow in Roden, waar Ineke Lambers-Hacquebard op 12 mei 2014 overleed, 68 jaar oud.

Bevlogen en vasthoudend

Ineke Lambers-Hacquebard heeft als Tweede Kamerlid en staatssecretaris belangrijk bijgedragen aan de wet- en regelgeving op het gebied van milieu en energie. De verslechtering van het milieu moest een halt worden toegeroepen, en daarbij waren wetten en regels cruciaal. Volgens partijgenoot Jan Terlouw was ze ‘een faire, hardwerkende, integere vrouw, met uitgesproken meningen’ en met een ‘sterk ontwikkeld sociaal gevoel’ (Terlouw, 163-164). Michiel Scheltema, collega-staatssecretaris (van Justitie), noemde haar bevlogen en vasthoudend. ‘Zij kon daarbij heel principieel zijn, en haar mening doorzetten, ook als een politiek compromis beter had gespoord met de lijn van de partij of van het kabinet’ (Scheltema, In memoriam). Ook toen Ineke Lambers-Hacquebard en haar man ernstige gezondheidsproblemen kregen, bleef zij actief betrokken bij alles wat met milieu te maken had.

Naslagwerken

PDC.

Publicaties

Een selectie:

  • ‘Wetgeving en bestuurlijke organisatie als instrument van milieubeheer’, in: C. Lambers, Handboek Milieurecht (Deventer 1977).
  • ‘Bouwstenen voor een toekomstig milieubeleid’, Tijdschrift voor Milieu en Recht (1978) nr. 3.
  • [met H.E. Bröring] ‘Geen weg terug – milieu en overheidsterugtreden. Wenselijkheden en werkelijkheid’, in: De terugtredende overheid (Zwolle 1994) 66-146.
  • [met Cees Swart en Ed Ubels] Digitale grafiek. Een hele kunst (Opende 2000).
  • Diverse bijdragen aan Arthesis, uitgave van de stichting Ars et Mathesis.

Literatuur

  • Jan Tromp, ‘Geluk gehad’, de Volkskrant, 23-12-1995.
  • Jan Terlouw, ‘In memoriam Ineke Lambers-Hacquebard (1946-2014)’, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis (2014) 163-165.
  • Michiel Scheltema, ‘In memoriam Ineke Lambers-Hacquebard’, D66-website 14-5-2014 [URL https://d66.nl/memoriam-ineke-lambers/; geraadpleegd 10-7-2017].
  • Peter de Waard, ‘Ineke Lambers-Hacquebard’, de Volkskrant 3-6-2014.
  • ‘In memoriam Ineke Lambers’, Nieuwsbrief Ars et Mathesis (2014), september.
  • Rob Velthuis, ‘Kees Lambers (1945-2017) droeg zijn lijden moedig’, Trouw 20-2-2017.
  • Albert van der Schoot, ‘Arthesis zonder Ineke; Szófia Ruttkay, Inekes digitale grafiek’, Arthesis 21 (2007) 17-18.

Illustratie

Ineke Lambers-Hacquebard, door Marcel Antonisse, 1981 (Nationaal Archief / Anefo).

Auteur: Jan de Roos

laatst gewijzigd: 01/11/2017