Have, Adriana van der (1912-1994)

 
English | Nederlands

HAVE, Adriana van der, vooral bekend als A. Nasoetion-van der Have (geb. Rotterdam 19-2-1912 – gest. Bandung, Indonesië 1994), eerste vrouw die de Nederlandse Staat vervolgde voor moord. Dochter van Pieter Kornelis van der Have (1874-1936), accountant, en Johanna Ida van der Dool (1873-1960). Adriana van der Have trouwde op 15-6-1938 met Masdoelhak Hamonangan Nasoetion gelar Soetan Oloan (1909-1948), jurist en politicus. Uit dit huwelijk werden 4 zoons geboren.

Adriana van der Have, de derde van vijf kinderen in een Rotterdams accountantsgezin – haar jongste zusje overleed kort na de geboorte in 1916 – werd na haar middelbare school opgeleid tot chemisch analiste. Haar vader gaf bijlessen aan studenten van de Handelshogeschool. Door een van hen, de economiestudent Mohammed Hatta, kwam ze in contact met de fel antikoloniale studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia. Na Hatta’s vertrek uit Nederland (1932) werd ze verliefd op de in 1930 aangekomen Sumatraan Masdoelhak Nasoetion. Onder druk van zijn adellijke familie, die zich tegen een verloving verzette, ging Nasoetion in Parijs journalistiek studeren, maar in 1938 trouwden ze toch. Ze gingen wonen in Zuilen bij Utrecht, waar Nasoetion aan een studie Indisch recht begon.

Adriana Nasoetion-van der Have werkte enige tijd bij het Utrechtse laboratorium van Volksgezondheid, maar werd ontslagen toen ze zwanger was. Na de geboorte van een levenloos kind – bij de Utrechtse burgerlijke stand per abuis ingeschreven met de achternaam ‘Masdoelhak’ – werd in 1941 haar zoon Soeloeng geboren, gevolgd door Tigor (1944) en Paroehoem (1945). Zodra Hatta en Soekarno zich in augustus 1945 in Jakarta hadden uitgeroepen tot vicepresident en president van de onafhankelijke Republiek Indonesië, werd Nasoetion, die in 1943 zijn doctorsgraad had gehaald, gevraagd als juridisch adviseur voor hun regering te werken. Het gezin Nasoetion woonde daarna afwisselend in de hoofdstad Jakarta en in het bergdorp Kaliurang bij Yogyakarta.

Moord

Kort nadat Adriana Nasoetion-van der Have in december 1948 was bevallen van zoon Anwar, werd ze met kraamkoorts opgenomen in het ziekenhuis in Yogyakarta. Het gezin woonde toen bijna permanent in Kaliurang, waar de Indonesische en Nederlandse regeringen al een jaar lang onderhandelden over de erkenning van de Republiek. Masdoelhak Nasoetion was secretaris van de Indonesische delegatie. Tezelfdertijd poogde de Nederlandse regering met gewelddadig militair optreden – onder het mom van een ‘politionele actie’ – het verzet tegen het oude koloniale gezag te breken. Zo werd Masdoelhak Nasoetion op 21 december 1948 thuis in Kaliurang overvallen door Nederlandse militairen. Zijn oudste zoon herinnert zich dat zijn vader toen juist zijn moeder in het ziekenhuis had bezocht en met geweld werd weggevoerd om – naar later bleek – met vier anderen in koelen bloede te worden vermoord (Vermeulen, NRC Handelsblad, 31-1-2017).

Nasoetion-van der Have werd op 29 december 1948 door een Nederlands militair konvooi naar Kaliurang teruggebracht. In haar geplunderde huis trof ze alleen haar kokkin met de drie oudste kinderen aan. Van buren hoorde ze dat haar man door de Nederlanders was meegenomen. Begin 1949 verhuisde ze naar Yogyakarta, waar een Nederlandse officier haar vertelde dat haar man waarschijnlijk gedood was en dat dit niet in Nederland bekend mocht worden, want daar was de ‘politionele actie’ van 1948 inmiddels zo omstreden dat de verantwoordelijke minister van Overzeese Gebiedsdelen had moeten aftreden. Via familie en vrienden in Nederland wist Nasoetion-van der Have toch diens plaatsvervanger te bereiken. Toen dit uitkwam, kreeg ze huisarrest in Yogyakarta, dat begin maart eindigde met de bevrijding van de stad door sultan Hamengkubuwono IX. Nasoetion-van der Have en haar kinderen konden nu terecht in Sibolga op Sumatra, waar haar man vandaan kwam. Ze woonden er tot 1950 bij diens moeder. In dat jaar werd Nasoetion-van der Have op voorspraak van Hatta, die nu premier was, lector aan de ingenieursopleiding chemische techniek van de Universitas Indonesia (voorheen: Technische Hogeschool) in Bandung. In die stad volgden haar kinderen een Nederlandse schoolopleiding.

Aanklacht

Begin 1950 schakelde Nasoetion-van der Have een Haagse advocaat in om compensatie voor de dood van haar man te eisen. In mei werd het ministerie van Oorlog aansprakelijk gesteld voor bijna tweehonderdduizend gulden. In september antwoordde het departement dat Nederland zich niet meer aansprakelijk achtte voor de haar aangedane ‘onrechtmatige daad’ omdat Indonesië door de soevereiniteitsoverdracht de rechtspersoonlijkheid van Nederlands-Indië had overgenomen.

Haar oudste zoon Soeloeng herinnert zich dat Nasoetion-van der Have in het daarop volgende jaar met ongeduld – en soms stampvoetend – op verdere stappen van haar advocaat wachtte. In de herfst van 1951 vroeg ze tenslotte advies aan de Leidse hoogleraar burgerlijk recht Eduard Meijers, een aangetrouwde neef van haar zus. Meijers vond het een schande dat Nederland zijn aansprakelijkheid ontkende en ried de weduwe met klem aan een betere raadsman te zoeken. Het werd de voormalige landsadvocaat Karel van Rijckevorsel, die de Staat direct aanklaagde namens de Indonesische staatsburger Adriana Nasoetion-van der Have. De Haagse arrondissementsrechtbank stelde in januari 1953 de Staat inderdaad aansprakelijk voor de schade die de weduwe had geleden en leed ten gevolge van de moord op haar echtgenoot. De Staat tekende beroep aan, maar ging uiteindelijk akkoord met een schikking van 149.000 gulden.

In deze civiele rechtszaak kwam ook het strafrechtelijke onderzoek ter sprake dat door de brief van Nasoetion-van der Have aan de plaatsvervangende minister in gang was gezet. Een auditeur-militair en twee officieren van justitie hadden vanaf april 1949 in Nederland en in Indonesië getuigen en verdachten van de moord gehoord. Van Rijckevorsel citeerde uit deze verbalen dat de betrokken commandant had bevolen Nasoetion en zijn medegevangenen ‘op te ruimen’. Hij en zijn ondergeschikten zijn hiervoor nooit vervolgd en het strafrechtelijke onderzoek speelde ook geen rol in de beslissing van de rechters. De rechtbank volgde Van Rijckevorsels argument dat uit de afwijzende beschikking van het ministerie viel te lezen dat de Staat de door militairen gepleegde feiten niet ontkende – en dat de weduwe derhalve recht had op schadevergoeding. Pas een jaar na het vonnis ontving Van Rijckevorsel het schikkingsbedrag op zijn derdenrekening.

Nasoetion-van der Have gaf na haar overwinning nog vijf jaar les in Bandung. Ze specialiseerde zich in de toegepaste radiochemie, ofwel het gebruik van radioactieve isotopen. Haar leven werd echter moeilijker toen president Soekarno zich na het aftreden van Hatta als vice-president in 1956 steeds vijandiger opstelde tegenover de Nederlanders – ook diegenen die Indonesiër waren geworden. Toen Soekarno in 1958 alle Nederlandstalige scholen liet sluiten, stuurde Nasoetion-van der Have haar zoons naar het Christelijk Jongensinternaat in Zeist. Zelf vond ze werk op haar vakgebied in Kiel (West-Duitsland). Haar oudste zoon Soeloeng voltooide daar zijn opleiding en keerde als zakenman terug naar Indonesië, waar Soekarno inmiddels was afgezet. Adriana Nasoetion-van der Have ging zelf na haar pensionering in Bandung wonen. Ze overleed er in 1994, 82 jaar oud.

Betekenis

De moord op Nasoetion is door de vastberadenheid van Adriana Nasoetion-van der Have uitgegroeid tot de juridische ‘zaak-Nasoetion’, maar heeft na het Haagse vonnis uit 1953 weinig aandacht getrokken. In de officiële Excessennota (1969) wordt ‘het doodschieten van Dr. Nasoetion’ slechts summier behandeld (Fasseur, 33-34). In 1995 kwam een van de andere ‘excessen’, de massamoord in het dorp Rawagede door Nederlandse militairen in 1947, uitgebreid in de publiciteit. In 2008 stelden overlevenden de Staat aansprakelijk. De landsadvocaat beriep zich tevergeefs op verjaring. Frank Vermeulen, correspondent van NRC Handelsblad in Duitsland, kwam in 2017 in Kiel in contact met Soeloeng Nasoetion, die hem op de overeenkomsten met de ‘zaak-Nasoetion’ wees. Dankzij de media-aandacht die hierop volgde, werd het verhaal van Adriana Nasoetion-van der Have aan de vergetelheid ontrukt.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, collectie persoonskaarten.
  • Het Utrechts Archief, archief Burgerlijke Stand.

Literatuur

  • Masdoelhak Hamonangan Nasoetion gelar Soetan Oloan, De plaats van de vrouw in de Bataksche maatschappij (Utrecht 1943).
  • C. Fasseur e.a., Nota betreffende het archievenonderzoek naar gegevens omtrent excessen in Indonesië begaan door Nederlandse militairen in de periode 1945-1950 (Den Haag 1969, heruitgave Den Haag 1995).
  • Frank Vermeulen, ‘Hoe een weduwe de Nederlandse staat deed buigen’, NRC Handelsblad 27-1-2017.
  • Frank Vermeulen, ‘Over de moord op mijn vader werd thuis niet gesproken’, NRC Handelsblad 31-1-2017.

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 01/05/2017