Haverman, Margaretha (1692/1693-na 1739)

HAVERMAN, Margaretha (ged. Breda 28-10-1693 – gest. Frankrijk na 1739), schilderes van fruit- en bloemstillevens. Dochter van Daniël Haverman, kapitein in het Deense leger en later directeur van een jongensschool te Amsterdam, en Margaretha Schellinger [ook: Scheffinger] (gest. 1720). Margaretha Haverman ging op 25-7-1721 in Amsterdam in ondertrouw met Jacques de Mondoteguy (gest. 1739), architect en koopman. Uit dit huwelijk zouden enkele kinderen zijn geboren.

Het leven van Margaretha Haverman, dat door twee schandalen wordt getekend, begon in 1693 in Breda. Zij werd luthers gedoopt en na haar zouden nog minstens een broer en een zusje geboren worden. Twee eerder geboren zusjes stierven al heel  jong. Voor of in 1703 moet Margaretha naar Amsterdam zijn verhuisd, waar haar vader, die in Breda nog kapitein was bij de Deense troepen, ‘een school hield voor jonge heren’ (Van Gool, 32). Daar kwam zij in de leer bij de beroemde stillevenschilder Jan van Huysum, die eigenlijk nooit leerlingen aannam, maar zich hiertoe had laten overhalen door Margaretha’s vader. Margaretha bleek een gedreven en talentvol leerlinge te zijn die haar leermeester al snel naar de kroon dreigde te steken. De jaloerse Van Huysum probeerde meermalen zich van zijn leerlinge te ontdoen, maar Margaretha’s vader wist dit steeds te voorkomen. Een ‘slechte daad’ die ‘de luister van haar bekwaamheden niet weinig benevelde’ bood Van Huysum uiteindelijk toch de gelegenheid haar de deur te wijzen, waarbij hij aan iedereen die het maar horen wilde vertelde wat er was gebeurd. Wat dat precies was is onduidelijk. Er was in ieder geval sprak van ‘toegebrachte schade’ die Margaretha’s vader tevergeefs trachtte te vergoeden en het schandaal was volgens Van Gool van dien aard, dat het ‘haar vader in ’t graf [sleepte], en ’t hele huisgezin in ’t verderf’ (Van Gool, 32-33). Vaak is gesuggereerd dat het om een amoureuze aangelegenheid ging. Mogelijk speelde Jacques de Mondoteguy, ook wel vermeld als Mondotige, Monteguy et cetera, hierbij een rol. Margaretha ging op 25 juli 1721 te Amsterdam in ondertrouw met deze man. Mondoteguy, die zowel architect als koopman wordt genoemd, was sinds maart 1720 weduwnaar en vader van een aantal kinderen.

Met Mondoteguy moet Margaretha vertrokken zijn naar Parijs, waar zij op 31 januari 1722 werd ingeschreven als lid van de Académie Royale. Bij haar toelating toonde de schilderes een bloemstilleven in de stijl van Van Huysum en kreeg zij de opdracht voor een nieuw schilderij. Le Mercure van februari 1722 geeft een uitgebreide beschrijving van het getoonde stilleven en weet te melden dat Haverman in Parijs bezoekers aan huis ontving die haar werk kwamen bewonderen. Volgens de Almanach national van 1723 woonde zij in die tijd ‘à l'entrée de la rue Baillet, du côté de la rue de la Monnoye, chez M. le Large d'Eaubonne’. Le Mercure noemt overigens behalve Van Huysum, bij wie Haverman drie of vier jaar voor haar plezier zou hebben gewerkt, ook de Vlaamse schilder Antoon Schoonjans, fameux peintre de lempereur Léopold’, als haar leermeester. Schoonjans was in ieder geval in 1706 in Amsterdam. Het is de vraag of Margaretha als dertienjarige reeds les van hem zal hebben gehad.

Vreemd genoeg had Haverman een jaar later nog niet aan deze opdracht voldaan. Hierdoor ontstond het vermoeden dat het stuk waarmee zij zich bij de Académie had gepresenteerd, niet door haar zelf was geschilderd. Daarom werd ze geroyeerd als lid. Enkele negentiende-eeuwse bronnen melden dat Haverman op 29-jarige leeftijd stierf, maar dit kan te maken hebben met het feit dat zij op die leeftijd werd geroyeerd. Volgens andere bronnen is zij met haar man vertrokken naar diens geboorteplaats Bayonne (Bénézit 2006). In de volkstelling van 1730 wonen daar in een ‘Maison de la Ve Lanne’ een ‘Mr Mondoteguy, Son Epouse, 3 enfans, 2 Servantes’. Na het overlijden van Mondoteguy in 1739 zou Margaretha met haar kinderen Bayonne hebben verlaten.

In achttiende- en negentiende-eeuwse veilingcatalogi worden verschillende werken van Margaretha Haverman genoemd. Tegenwoordig zijn er slechts twee gesigneerde bloemstillevens van haar hand bekend. Een ervan, in het Metropolitan Museum te New York, is 1716 gedateerd. Beide stukken tonen behalve de invloed van Jan van Huysum ook het talent van Margaretha zelf. Op basis hiervan worden nog enkele andere stukken aan haar toegeschreven, maar het gehele oeuvre is klein. Het kan zijn dat zich onder de aan Van Huysum en diens familie toegeschreven werken ook stukken van Margaretha bevinden. Hoe het ook zij, het debâcle bij de Académie zal Margaretha’s carrière geen goed hebben gedaan en was misschien voor haar zelfs reden om te stoppen met schilderen. Waar en wanneer Margaretha Haverman is gestorven, is niet bekend.

Naslagwerken

Van der Aa; Delvenne; DWA (lit.); Van Gool; Kramm; Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen; De Regt; Thieme; Willigen/Meijer; Wurzbach.

Archivalia

  • Stadsarchief Breda: Collectie DTB Breda, deelnr. 93, Dopen Luthers 1649-1745, p. 44v, d.d. 28-10-1693 [Margaretha Haeverman, thuis gedoopt].
  • Stadsarchief Amsterdam: DTB, Dopen, 171 p. 39, d.d. 05-08-1687 [overleden zusje]; 174, p. 105, d.d. 27-01-1690 [overleden zusje]; 187, p. 36, nr. 3, d.d. 22-09-1703 [zus]; 190, p. 11 (folio 6), nr. 11, d.d. 01-10-1706 [broer]; Trouwen, 712, p. 440, d.d. 25-7-1721 [ondertrouw Margaretha Haverman en Jacques de Mondoteguy]; Begraven (Nieuwe Kerk en Engelse Kerk), d.d. 26-08-1720 [vader en moeder].

Werken

  • Vaas met bloemen, Metropolitan Museum, New York (zie illustratie).
  • Vaas met bloemen, doek, 56,7 x 47,5 cm, gesigneerd, Kopenhagen, Statens Museum for Kunst (inv. nr. KMSST 88).

Literatuur

  • ‘Academie Royale de Peinture et Sculpture’, Le Mercure (febr. 1722) 111-116.
  • ‘Liste des noms et demeures de Messieurs les Officiers de l'Académie Royale de Peinture et Sculpture’,  Almanach national, annuaire officiel de la République française (Parijs 1723) 251-255.
  • L. Dussieux, ‘Academie de Peinture et Sculpture, Liste chronologique des membres de l'académie...’, Archives de l'art francais..., deel 1 (Parijs 1851-1852) 357-398, i.h.b. 381.
  • F. Villot, Notice des tableaux exposés dans les galeries du Musée impérial du Louvre. 2e partie. Écoles allemande, flamande et hollandaise (Parijs 1853) 121.
  • A. de Montaiglon, Table des procès-verbaux de l’Académie Royale de peinture et de sculpture 1648-1793, deel 4 (Parijs 1881) 328.
  • O. Fidière, Les femmes artistes à l’Académie Royale de peinture et de sculpture (Parijs 1885) 27.
  • H. Mireur, Dictionnaire des ventes d’art faites en France et à l’étranger (Parijs 1911) dl. 3, 414; dl. 4, 96.
  • M. Salinger, ‘Early flower paintings’, The Metropolitan Museum of Art Bulletin, N.S. 8-9 (1950) May, 253-261, aldaar 253, 256, 259-260.
  • P. Gammelbo, Dutch still-life painting from the 16th to the 18th centuries in Danish collections (Kopenhagen 1960) nr. 180.
  • P. Mitchell, European flower painters (Schiedam 1981) 129-130.
  • H. Iglesias, l’Onomastique du secteur littoral de Bayonne-Anglet-Biarritz au XVIIIe siècle (Bayonne 2000) Annexes, 94.
  • E. Bénézit, Dictionary of artists deel 6 (Parijs 2006) 1251.
  • S. Segal e.a., De verleiding van Flora. Jan van Huysum 1682-1749 (Zwolle/Delft /Houston 2006) 22, 54-55, 66, 69, 313-316, 337, 339, 348, 352 (lit.).
  • K. Alen, Margareta Haverman (Breda,1693/1694 - Bayonne (?), na 17 22): schilderend tussen passie en flora (masterscriptie KU Leuven, 2010).

Illustratie

Vaas met bloemen, paneel, gesigneerd en gedateerd ‘Margareta. Haverman fecit / A 1716’ (The Metropolitan Museum of Art, New York).

Auteur: Marloes Huiskamp

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 444

laatst gewijzigd: 13/01/2014