Heek, Engelberta Augusta van (1876-1960)

 
English | Nederlands

HEEK, Engelberta Augusta van, vooral bekend als Bertha Jordaan-van Heek (geb. Enschede, 31-10-1876 – gest. Wettringen, Duitsland, 23-3-1960), schilderes, tekenares, weldoenster. Dochter van Gerrit Jan van Heek (1837-1915), textielfabrikant, en Christine Friederike Meier (1842-1920). Bertha van Heek trouwde (1) op 20-4-1904 in Enschede met Theodoor Emile ter Kuile (1875-1941), arts; (2) na echtscheiding (31-5-1905) op 9-11-1907 in Lonneker met Jan Jordaan (1873-1935), bankier. Uit huwelijk (2) werd 1 dochter geboren die bij de geboorte stierf.

Bertha van Heek was het tiende kind van de welvarende en invloedrijke Twentse textielfabrikant Gerrit Jan van Heek en zijn tweede – Duitse – vrouw, Christine Meier. Ze had vier broers en drie zussen, en drie halfbroers en twee halfzussen uit het eerste huwelijk van haar vader. Het gezin woonde in het ‘Huis met de hoge stoep’, prominent gelegen aan de Markt in Enschede, en in de zomer op landgoed ’t Stroot in het naburige Twekkelo. De vader was van 1869 tot 1895 lid van de Provinciale Staten van Overijssel en zat van 1895 tot 1903 in de Eerste Kamer.

Waarschijnlijk bezocht Bertha in Enschede de Fransche School voor Meisjes. Omstreeks 1894 zat ze op de kostschool Benvenuta in De Steeg en in 1895 woonde ze samen met haar oudere zus Tinie een aantal maanden bij een Engels dame in Dresden, waar zij muziek-, teken- en naailessen volgden en deelnamen aan het sociale leven.

In Enschede speelde Bertha’s leven zich vooral af binnen de eigen familie en in de ‘krans’ van leeftijdgenoten uit andere textielfamilies. Toen ze twaalf jaar was, werd een nieuwe stoommachine van de Boekelosche Stoomblekerij naar haar ‘Engelbertha’genoemd. Af en toe maakte ze een buitenlandse reis: in 1897 ging ze met haar vader, moeder en zus Gus naar Noorwegen en in 1900 reisde ze met Gus en broer Jan Herman naar Italië. Daarbij zaten ze alle drie veel te tekenen. Het snelle schetsen ging Gus beter af dan Bertha, die meer tijd en rust nodig had, aldus Jan Herman in zijn Herinneringen (1946). Ook bracht ze al voor de Eerste Wereldoorlog een bezoek aan Parijs.

Schilderen

Bertha kreeg haar eerste tekenlessen van de Enschedese schilder-fotograaf Lambertus Bruna. In Dresden kreeg ze schilderles aan de oevers van de Elbe. Daarna, rond 1895-1896, was ze korte tijd in de leer bij schilder Sieger Baukema in Heelsum – samen met Gus woonde ze bij hem in. In de jaren 1897-1900 was de in Amsterdam werkzame schilder Arnold Gorter haar leermeester. Ze ontmoette hem een paar keer per jaar. Daarnaast stuurde zij hem teken- en schilderwerk op, waar hij vervolgens per brief zijn oordeel over gaf. In het Louvre en het Rijksmuseum kopieerde Bertha werk van bekende meesters. Thuis werkte ze met Gus in een atelier op zolder. Ze schilderde in haar vroege jaren vooral stillevens van bloemen en jachttrofeeën, landschappen en portretten van Twentse boeren en boerinnen.

In 1904 trouwde Bertha van Heek met de arts Theodoor ter Kuile. Het huwelijk werd na ongeveer een jaar weer ontbonden. In 1907 trouwde ze opnieuw, nu met Jan Jordaan, telg uit een Twentse textielfamilie. Zelf was hij bankier in Parijs, vanaf 1909 bij zijn eigen bank Jordaan en Cie., waarin verschillende familieleden van Van Heek deelnamen. Het paar woonde een deel van het jaar in Neuilly sur Seine bij Parijs. Het huwelijk bleef kinderloos – het enige kind dat ze kregen, stierf vlak na de geboorte (10-6-1910), en werd in Enschedé begraven. Op de grafsteen stond een eendagsvlinder.

Mede dankzij erfenissen van hun ouders waren Bertha Jordaan-van Heek en haar man zeer bemiddeld. Jordaan-van Heek bezat huizen en land in Twente en kocht in 1918 in Bergen aan Zee het vakantiehuis Duinroosje. Begin jaren twintig liet het paar nabij het Duitse Welbergen de villa Rothenberghe bouwen. In 1929 kwam daar nog de van oorsprong middeleeuwse waterburcht Welbergen bij. Dankzij de inspanningen van Bertha Jordaan-van Heek werd dit huis grondig gerestaureerd en het archief geordend. Ook elders in de regio bezat het paar landerijen en goederen.

Net als haar bezit was ook het leven van Jordaan-van Heek verdeeld over drie landen. In Parijs nam zij omstreeks 1930 les bij portretschilder Alexis Vollon en bloemenschilderes Blanche Odin. Ze was er lid van de Nederlandsche Vereeniging en exposeerde in 1931 en 1934 op de Salon des femmes-peintres. Intussen nam ze in december 1933 ook deel aan een tentoonstelling van Twentse schilderkunst in Rijksmuseum Twenthe. ’s Zomers was ze vaak in Bergen aan Zee, waar ze familie ontving en betrokken was bij de plaatselijke tennisvereniging. In de Duitse villa Rothenberge, waar zij vaak zonder Jordaan verbleef, had Jordaan-van Heek eveneens veel familieleden te gast, onder andere voor jachtpartijen. In de omgeving van Welbergen schilderde ze veel – daarbij verplaatste ze zich per woonwagen. Behalve portretten en bloemenaquarellen schilderde ze in deze tijd interieurs en landschappen. In 1935 stierf haar echtgenoot.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Bertha Jordaan-van Heek bij haar familie in Nederland. Duinroosje in Bergen en Rothenberghe in Welbergen waren door de Duitsers gevorderd. In april 1947 werd haar werk geëxposeerd in Rijksmuseum Twenthe, naar aanleiding van haar zeventigste verjaardag, een half jaar daarvoor. Toen Jordaan-van Heek in haar laatste jaren fysiek achteruitging en neerslachtig was, werd ze door een nicht verzorgd. Bertha Jordaan-van Heek stierf op 23 maart 1960 in villa Rothenberge.

Reputatie en nalatenschap

Bertha Jordaan-van Heek wordt omschreven als een hartelijke en gastvrije vrouw. Uit een brief van de schilder Gorter aan Bertha uit 1899 blijkt dat zij in haar jonge jaren ‘aandrang’ voelde ‘om iets te betekenen, om ook te strijden tegen al het kleinzielige en conventionele’ (gecit. Hammer-Stroeve 2001, 167). Zij was heel vrijgevig. Zo ondersteunde zij het pensioenfonds voor predikanten in Enschede, schold zij de katholieke parochie van Wettringen in 1937 een schuld van negenduizend gulden kwijt, en schonk zij geld aan de Nederlandse Vereniging in Parijs. In 1943 doneerde zij zevenduizend gulden ter ondersteuning van joodse onderduikers. Ook familieleden kregen regelmatig iets toegestopt, evenals hulpbehoevenden in de omgeving van Welbergen, waar zij bekend stond als ‘Tante Bertha’ of ‘Tante Bout’.

Met bezittingen in drie landen was Van Heeks financiële en fiscale positie erg ingewikkeld. Om de zaken beheersbaar te houden werd in 1947 in Enschede de Stichting Fondation Jordaan-van Heek opgericht. In 1959 volgde in Duitsland de Bertha Jordaan-Van Heek Stiftung. Deze stichtingen zetten zich in voor het behoud van Huis Welbergen en villa Rothenberge, steunen goede doelen in onder meer Oost-Nederland en Parijs, en bevorderen de culturele uitwisseling tussen Duitsland en Nederland. De Nederlandse stichting kent vanaf 1997 de Jordaan-van Heek Prijs voor de schilderkunst toe, tot voor kort in samenwerking met het Institut Néerlandais in Parijs. Bij het tienjarig jubileum van de Duitse stichting werd op Huis Welbergen een expositie van het werk van Bertha Jordaan-van Heek gehouden. In 1993 was daar opnieuw een overzichtstentoonstelling van haar werk te zien.

Naslagwerken

Jacobs (2000); Wie is Wie in Overijssel; RKD; Scheen.

Archivalia

  • Enschede, Stadsarchief: BS (geboorte, huwelijken, echtscheiding)
  • Edwina van Heekstichting: Archief E. Jannink Gzn. (brieven van en aan Van Heek en brieven van familieleden waarin zij wordt genoemd).

Werk

Werk van Bertha van Heek bevindt zich in particulier bezit, o.a. op Huis Welbergen en in villa Rothenberge.

Literatuur

  • ‘Vrijzinnige Protestanten te Parijs’, Algemeen Handelsblad, 17-2-1939, 17.
  • ‘Geert Groote herdacht. In de vergadering van Overijsschels Regt’, Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 16-10-1940, 3.
  • Jan Herman van Heek, Herinneringen aan en rondom het Van Heekshuis, 1942 (Enschedé 1946).
  • ‘Kunst. Schilderijententoonstelling’, Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant, 19-04-1947.
  • Paul Pieper, Henk Prakke, Frederike Maaldrink-Hers, Haus Welbergen (Welbergen 1980).
  • Jan van den Dungen, Vrouw zonder land. Levensschets van Bertha Jordaan-van Heek (Enschede 1993).
  • Peggy Breitbarth, ‘Eeuwig moment’, Dagblad Tubantia, 9-6-1993, 25.
  • Tina Hammer-Stroeve, Familiezoet. Vrouwen in een ondernemerselite, Enschede 1800-1940 (Zutphen 2001).
  • Andrea Lammers en Christopher Wartenberg, ‘Haus Welbergen’, in: Ulrike Frede en Britta Spies red., Kastelen & Schlösser (Steinfurt 2008) 126-137.
  • W. Nijhof, Kunst, katoen en kastelen: J.H. van Heek (1873-1957) (Zwolle 2008).
  • S.L. Rossel, ‘Gerrit Jan van Heek (1837-1915). Protestant, liberaal of patriarch?’, in: Paul E. Werkman en Rolf E. van der Woude red., Geloof in eigen zaak: markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw (Hilversum 2006) 53-96.
Illustratie

Portret van Bertha van Heek, door onbekende kunstenaar, ongedateerd (Huis Welbergen).

Auteur: Marloes Huiskamp

laatst gewijzigd: 14/06/2016