Hefting, Johanna Victorine Christine (1905-1993)

 
English | Nederlands

HEFTING, Maria Jacoba Aleide, vooral bekend als Johanna Victorine Catharina Hefting (geb. Utrecht 2-8-1905 – gest. Den Haag 23-8-1993), kunsthistorica en museumdirectrice. Dochter van Cornelius Hefting (1873-1951), huisarts, en Aleide Henrike Nijlke Klazina Piek (1881-1961). Victorine Hefting trouwde (1) op 12-8-1939 in Den Haag met Mari Louis Beerman (1902-1971), orthopedisch chirurg; (2) in 1950 met Lambertus Jozef Bakker (1912-1969), schrijver en uitgever. Uit huwelijk (1), dat op 12-2-1942 werd ontbonden, werd 1 dochter geboren; huwelijk (2), in 1964 ontbonden, bleef kinderloos.

Victorine Hefting werd als Maria Jacoba Aleide geboren in Utrecht, waar haar vader een huisartsenpraktijk aan de Koningslaan, aan het Wilhelminapark. Ze had een moeilijke jeugd. Om te beginnen liet haar moeder het gezin een week na Victorines derde verjaardag in de steek. Ze werd dan ook hoofdzakelijk door haar vader opgevoed, die in 1915 hertrouwde met Helena Nicolette van Weede. Toen ze elf was, liet hij de voornamen van Maria veranderen. Er werden nog drie kinderen geboren, van wie de eerste twee kort na hun geboorte overleden; alleen Victorines halfzus Wilhelmina (Tineke) bleef leven. Haar stiefmoeder, die haar uitschold en sloeg, bleek na verloop van tijd geestesziek te zijn en werd opgenomen. Door deze ervaring leerde Hefting zich aan te passen en abnormale situaties voor lief te nemen, zo verklaarde ze later tegenover biografe Nienke Begemann. Toen Victorine in de puberteit was, zocht haar biologische moeder weer contact met haar. Ze zagen elkaar daarna regelmatig, maar het bleef een moeizame verhouding.

Halverwege de vijfde klas van het gymnasium kreeg Victorine een ernstige voorhoofdsholteontsteking en werd ze naar een kostschool in Zwitserland gestuurd. Daar leerde ze haar moderne talen spreken, vooral Duits en Frans. Omdat ze de middelbare school niet had afgemaakt, kon ze niet gaan studeren. Ze ging naar de School voor Maatschappelijk Werk, waar ze op haar 21ste haar diploma haalde.

Carrière en eerste huwelijk

Aangezien men voor een baan in het maatschappelijk werk 23 jaar oud moest zijn – dan pas werd men geacht voldoende levenservaring te hebben om het geestelijk zware werk aan te kunnen – accepteerde Victorine Hefting in de tussentijd een betrekking als bibliothecaresse bij de afdeling kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, met als opdracht de boekencollectie te ordenen. Ondertussen haalde ze haar colloquium doctum en ging colleges aan de universiteit volgen om haar werk beter te kunnen doen. Kunstgeschiedenis bleek echter al gauw haar grote passie. Hoogleraar Willem Vogelsang was niet alleen een inspirerende mentor, maar ook een grote liefde van Hefting, hoewel hij getrouwd was en kinderen had. Uiteindelijk verbrak ze de relatie.

Na haar afstuderen – op de beschrijving van de kunstcollectie van Helene Kröller-Müller –  kreeg Victorine Hefting in 1938 een baan als wetenschappelijk assistente tweede klasse bij het Gemeentemuseum Den Haag. Ze had inmiddels de chirurg Lou Beerman leren kennen met wie ze in 1939 trouwde. Hij ontpopte zich echter als een gewelddadig man die haar bijna dagelijks mishandelde en ook hun in 1940 geboren dochter Aleida (Jopje) bedreigde. Ze ontvluchtte met haar dochter hun huis in Rotterdam en ging tijdelijk bij vrienden in Utrecht wonen. In 1942 werd de scheiding tussen Hefting en Beerman uitgesproken.

Toen ze trouwde, werd Hefting ontslagen vanwege het toen nog geldende arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen in overheidsdienst – een wet die pas in 1957 werd afgeschaft. Te midden van alle perikelen met Beerman, maar nog voordat de scheiding was uitgesproken, werd ze opnieuw aangenomen bij het Haags Gemeentemuseum. Ze verhuisde naar Den Haag, waar ze pal naast het museum ging wonen. Omdat het salaris te laag was – ze verdiende minder dan een suppoost – en ze de zorg droeg voor Aleida, verdiende ze bij met het geven van cursussen en lessen. Nadat in 1942 directeur Gerard Knuttel door de Duitse bezetter was vastgezet in het gijzelaarskamp St. Michielsgestel, nam Dirk Balfoort diens positie over, maar in de praktijk was de leiding over het museum in handen van Hefting. In 1948 werd ze officieel aangesteld als directrice.

Onder Heftings leiding werd het museum al vlak na de oorlog weer geopend. Het was op dat moment de enige beschikbare grote ruimte in Den Haag en er werden daarom ook andere manifestaties en bijeenkomsten georganiseerd. Zo groeide het museum uit tot een cultureel én maatschappelijk middelpunt. Hefting organiseerde exposities waarbij lezingen, muziek, dans en toneel een voorname rol vervulden. Nieuw was ook dat ze kinderen bij de tentoonstellingen betrok.

Tweede huwelijk en Jongkind-studies

Vlak na de bevrijding maakte Victorine Hefting kennis met Bert Bakker, directeur en eigenaar van uitgeverij D.A. Daamen. In 1950 trouwden ze. Het echtpaar woonde aan de Haagse Koninginnegracht, in het pand waar ook de uitgeverij gevestigd was. Wederom werd ze ontslagen door de gemeente – eervol, maar dit keer definitief. Hefting ging bij de uitgeverij van Bakker werken en haalde daarom het uitgeversdiploma. Toch organiseerde ze nog enkele tentoonstellingen in het Haags Gemeentemuseum, zoals – met W.H. Gispen – ‘Kunst en kitsch’ (1951) en ‘Van pluche en plastic’ (1953), die internationaal de aandacht trokken. In 1952 werd ze presidente van de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Intussen bleek haar huwelijk met Bakker een nieuwe deceptie, samen te vatten in de kernwoorden impotentie, alcoholisme en bedrog. Om zijn uitbundige levensstijl te betalen, verbraste Bakker bovendien de erfenis die Hefting in zijn uitgeverij had geïnvesteerd.

Na haar scheiding van Bert Bakker in 1964 kreeg Victorine Hefting een verhouding met de anarchist Arthur Lehning, maar hij bleek weinig belangstelling te hebben voor haar werkzaamheden – ze werkte toen aan haar proefschrift – en de verhouding hield niet lang stand. In 1968 promoveerde Hefting, bijna zestig jaar oud, cum laude op de schilder Johan Barthold Jongkind. Twee jaar later overleed haar dochter Aleida aan een hersentumor. Het deed Hefting uiteraard veel verdriet, maar het brak niet haar levenslust of werkkracht. In 1971 organiseerde ze in het Institut Néerlandais in Parijs een expositie over Jongkind en in 1977 over Jan Toorop. Een jaar voor haar dood publiceerde ze haar derde studie over Jongkind. Victorine Hefting overleed op 23 augustus 1993 en werd bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats Soestbergen in Utrecht.

Waardering

In 1973 werd Victorine Hefting onderscheiden met de Prix Descartes, een hoge Franse culturele onderscheiding. Bij de inrichting van haar exposities besteedde Hefting veel aandacht aan de bloemdecoraties en droeg bij de openingen door Chiem van Houweninge ontworpen bloemcorsages. Tussen 1988 en 2006 bestond er een Victorine Hefting Prijs, bestemd voor een Haagse kunstenares. Naar Victorine Hefting is dan ook een helderroze, Japanse azalea vernoemd. In 1988, nog voor Heftings dood, publiceerde Nienke Begemann een biografie van haar, die veel stof deed opwaaien. Een jaar na Heftings dood verscheen de laatste en achtste druk van deze biografie.

Archivalia

  • Letterkundig Museum, Den Haag: archief Hefting [met o.a. persoonlijke documenten en brieven].
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: familieadvertenties Hefting.

Publicaties

  • ‘Professor Vogelsang: leermeester met geest en hart’, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 6 (1955) 3-6.
  • Jongkind d’après sa correspondance (dissertatie, Utrecht 1969).
  • Jongkind: sa vie, son oeuvre, son époque (Parijs 1975).
  • Schilders in Oosterbeek, 1850-1870 (Zutphen 1975).
  • Jan Toorop, een kennismaking (Amsterdam 1989).
  • J.B. Jongkind: voorloper van het impressionisme (Amsterdam 1992).
  • Kinderportretten (Rotterdam 1996).

Literatuur

  • Nienke Begemann, Victorine (Amsterdam 1988).
  • Pierre H. Dubois, ‘Victorine, een ongewone persoonlijkheid’, Ons Erfdeel 31 (1988) 575-577.
  • J. Sillevis, ‘In memoriam Victorine Hefting’, Jaarboek Die Haghe (1994) 187-189.

Illustratie

Foto, door onbekende fotograaf, 1950 (Haags Gemeentearchief).

Auteur: Joris van Groningen

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 912

laatst gewijzigd: 11/10/2017