Hemmes, Fokkelientje Geertruida (1943-1994)

 
English | Nederlands

HEMMES, Fokkelientje Geertruida, vooral bekend als Fokkelien van Dijk-Hemmes (geb. Het Bildt 27-7-1943 gest. Utrecht 6-2-1994), feministisch theologe. Dochter van Hemmo Willem Hemmes (1913 -1997), predikant, en Akke Stoel (1915-2005). Fokkelien Hemmes trouwde op 27-5-1967 in Utrecht met Hans van Dijk (geb. 1939), neerlandicus. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 1 zoon geboren.

Fokkelien Hemmes groeide met haar jongere zus op in een harmonieus Nederlands-hervormd domineesgezin: zorgen voor mensen die het minder hebben, je best doen op school en op zaterdagavond stil zijn, ‘want vader werkt aan zijn preek’. Tot haar zesde jaar woonde het gezin in Het Bildt. Haar verdere jeugd speelde zich af in Schiedam, maar Friesland bleef een plek in haar hart houden – ze zou er vaak terugkomen. In Schiedam doorliep Fokkelien het Stedelijk Gymnasium en was ze zondagsschooljuf. Langzaam maar zeker ontwikkelde ze een bijbels geïnspireerd, uitgesproken links rechtvaardigheidsgevoel. Vanuit Schiedam nam ze in de vroege jaren zestig deel aan Ban-de-Bom-marsen.

Na een tussenjaar als au pair in Frankrijk ging Fokkelien Hemmes in 1962 theologie studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Tijdens haar studie werd ze sterk beïnvloed door Hannes de Graaf, hoogleraar ethiek en medeoprichter van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Ze werd lid van de Nederlandse Christelijke Studenten Vereniging (NCSV) en maakte daar actief deel uit van de linkervleugel, die contacten onderhield met Tsjecho-Slowakije en Oost-Duitsland. In het voorjaar van 1967 reisde ze naar Oost-Berlijn. In mei van dat jaar trouwde ze met de neerlandicus Hans van Dijk, met wie ze een dochter, Mariken (1967), en een zoon, Jasper (1971), kreeg. In de eerste jaren van haar huwelijk ving ze van huis weggelopen kinderen op in haar gezin en in 1970 was ze een van de oprichters van IMA (Informatie over Militaire dienst en Alternatieven), een hulpcomité voor dienstweigeraars.

Van 1971 tot 1975 werkte Van Dijk-Hemmes als lerares godsdienst en maatschappijleer in het middelbare onderwijs. Hierna werd ze docente ethiek en levensbeschouwelijke oriëntatie aan de christelijke sociale academie CICSA in Amsterdam. Ze bleef in Utrecht wonen.

‘De protestantse Tine’

Fokkelien van Dijk-Hemmes kwam omstreeks 1974 met het feminisme in aanraking door een lezing van – de katholieke Tine Halkes in Utrecht. De twee vormden al snel een strategisch duo dat de feministische theologie in Nederland op de kaart zette, aan universiteiten en hogescholen, maar ook in den lande. Van Dijk-Hemmes werd wel ‘de protestantse Tine’ genoemd. Ze had een grote aanhang in de zogenaamde Vrouw-en-Geloof beweging, waarvoor ze met de trein stad en land afreisde. Met haar aanstekelijke enthousiasme en vooral ook met keihard werken wist ze de weerstand tegen feministische theologie onder vakgenoten te overwinnen. Met Tine Halkes richtte ze in 1976 de Interuniversitaire Werkgroep voor Feminisme en Theologie (IWFT) op.

In 1981 kreeg Van Dijk-Hemmes een aanstelling als wetenschappelijk medewerkster Feministische Theologie aan de Theologische Faculteit van de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vijf jaar later was ze mede-oprichtster van de European Society of Women in Theological Research (ESWTR). Zij had zitting in de redactieraad van het Tijdschrift voor Vrouwenstudies (1980-1983) en van Mara. Tijdschrift voor Feminisme en Theologie (1988-1994) en zat in de redactie van het katern Vrouw en Theologie van het Werkschrift voor Leerhuis en Liturgie (1984-1987). Haar feministische engagement vergrootte haar toch al grote netwerk. Ook andere relaties bleef ze onderhouden. Zo bleef ze bestuurslid van Kerk en Wereld en bleef ze betrokken bij de radioprogramma commissie van de IKON.

Sporen van bijbelse vrouwenteksten

In 1985 kreeg Fokkelien van Dijk-Hemmes een halve baan als universitair docente Vrouwenstudies en Oude Testament aan de faculteit Godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Utrecht. Was de bijbel in haar jeugd een bron van inspiratie om in actie te komen voor vrede en gerechtigheid, nu ontdekte ze het apert seksistische gehalte ervan. Dat maakte bij haar een ongekend schrijftalent los. In een stroom van wetenschappelijke en populairwetenschappelijke publicaties herlas ze de bijbel vanuit een feministisch perspectief. Kenmerkend voor haar leeswijze is wat zij een ‘dubbele hermeneutiek’ noemde: kritisch lezen op misstanden die in de tekst gelegitimeerd worden, maar tegelijk op zoek naar inspiratie. Daarbij was ze altijd ook zelfkritisch en open voor andere interpretaties: ‘De veelvormige eenzijdigheid van mannelijke interpretaties van de bijbel vraagt om een pluriform eenzijdig feministisch tegenwicht’ (Van Dijk-Hemmes, 1988).

De toenemende specialisatie van Van Dijk-Hemmes stond een interdisciplinaire samenwerking geenszins in de weg. Met name in kringen rond de Utrechtse Vrouwenstudies Letteren vond zij een kader voor onderzoek, uitwisseling en discussies over feministische theorievorming. In 1992 promoveerde ze bij Mieke Bal aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) cum laude op Sporen van vrouwenteksten in de Hebreeuwse bijbel, het resultaat van een geleidelijke verschuiving in de thematiek van haar onderzoek: van de werking van seksisme in en door bijbelteksten naar stemmen van vrouwen die in en achter die teksten hoorbaar zijn.

Fokkelien van Dijk-Hemmes bleef actief als altijd, in de strijd en aan de universiteit. In het voorjaar van 1993 gaf ze nog gastcolleges aan de Universiteit van West-Kaapland. Kort daarna werd bij haar een terminale vorm van kanker geconstateerd. Ze overleed op 6 februari 1994, vijftig jaar oud, op het moment dat alle lichten voor een succesvolle academische loopbaan op groen stonden. Ze was het er niet mee eens.

Reputatie en betekenis

Fokkelien van Dijk-Hemmes had een groot talent voor het aangaan en onderhouden van vriendschappen, ook met collega’s. Haar vriendin Athalya Brenner, hoogleraar Hebreeuwse Bijbel aan de UvA, noemde het opmerkelijk hoe zij alle facetten van haar leven wist te integreren. Mieke Bal, met wie zij sinds de jaren zeventig bevriend was, roemde haar ‘relativerende, humoristische, soms cynische, altijd betrokken wijsheid’ (Bekkenkamp en Dröes, 8).

Samen met Tine Halkes vormde Fokkelien van Dijk-Hemmes de motor achter de doorbraak van het feminisme binnen de theologie in Nederland. Als bijbelwetenschapper heeft zij bijgedragen aan de herlezing van de bijbel vanuit een feministisch perspectief en vooral ook aan het ‘tot spreken horen’ van in dit corpus verstopte maar wel degelijk aanwezige vrouwenstemmen. In 1995 verscheen een bundeling van de belangrijkste artikelen van Fokkelien van Dijk-Hemmes, met een inleiding door Jonneke Bekkenkamp en Freda Dröes.

Naslagwerken

Atria.

Archivalia

Atria, Amsterdam: Collectie Fokkelientje Geertruida van Dijk-Hemmes.

Publicaties

Selectie:

  • ‘Als H/hij tot haar hart spreekt. Een visie op (visies op) Hosea 2’, in: Ernst van Alphen en Irene de Jong red., Door het oog van de tekst. Essays voor Mieke Bal over visie (Muiderberg 1988) 121-139.
  • Sporen van vrouwenteksten in de Hebreeuwse bijbel (Utrecht 1992) [Proefschrift UvA].

Voor een complete bibliografie zie: Bekkenkamp en Dröes.

Literatuur

Jonneke Bekkenkamp en Freda Dröes, De dubbele stem van haar verlangen. Teksten van Fokkelien van Dijk-Hemmes. Verzameld en ingeleid door Jonneke Bekkenkamp en Freda Dröes (Zoetermeer 1995).

Illustratie

Fokkelien van Dijk-Hemmes (r) met Marijke Verhagen en Marina van Dalen tijdens het IWFT-weekend Richteren, door Marian Papavoine, 1982.

Auteur: Jonneke Bekkenkamp

laatst gewijzigd: 01/09/2017