Heyst, Maria van (1738-1820)

HEYST, Maria van (geb. IJsselstein 30-6-1738 – gest. Amsterdam 2-3-1820), liedjesschrijfster, dichteres. Dochter van David van Heyst (1713-1784), koopman, en Regina Elters (gest. 1782). Maria van Heyst trouwde op 6-4-1760 in Amsterdam met Abraham Vinkenra (ca. 1727-1786), koopman. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 2 dochters geboren, van wie 1 dochter de volwassen leeftijd bereikte. Het huwelijk liep op 23-10-1776 uit op een scheiding van tafel en bed.

Maria van Heyst was afkomstig uit een doopsgezinde familie in IJsselstein. Als haar geboortejaar wordt gewoonlijk, maar abusievelijk 1741 gegeven. Ze had één oudere en twee jongere zusters en twee jongere broers. In april 1760 trouwde Maria van Heyst met Abraham Vinkenra, een doopsgezinde koopman uit Frederikstad (Holstein, Duitsland). Het echtpaar kreeg tussen 1761 en 1772 zes kinderen, die allemaal tegelijk op 28 oktober 1772 werden ingeschreven in het geboorteregister van de doopsgezinde gemeente De Zon in Amsterdam. Bij de inschrijvingen van de vier zoons staat in een andere hand genoteerd: ‘overleden’. De begraafregisters over de jaren 1766-1772 van de Oude Kerk en de Oude Zijds Kapel vermelden de dood van vier zoons en een dochter. Zo was Regina Magdalena (1762-1824) het enige kind van Maria van Heyst en Abraham Vinkenra dat de volwassen leeftijd bereikte.

In de jaren 1760 woonde het gezin Vinkenra-van Heyst in de Warmoesstraat. Vermoedelijk verhuisden ze in 1774 naar het huis van Abrahams zojuist gestorven broer Isaac aan het Singel, schuin tegenover de nieuwe Lutherse Kerk. Een indicatie van hun welstand is Vinkenra’s legaat van zesduizend gulden aan zijn geloofsgemeente. Eind april 1776 verliet Maria van Heyst de echtelijke woning en begon een scheidingsprocedure, waarbij zij de rol van eisende partij op zich nam. Half oktober van datzelfde jaar kreeg hun ‘willige’ scheiding van ‘tafel, bed, bijwoning en goederen’ wegens ‘diversiteit van humeuren’ officieel haar beslag. Onbekend is, waar Maria van Heyst is gaan wonen. Bij haar mans dood in 1786 kreeg ze volgens zijn testament, onder strikte voorwaarden, het vruchtgebruik van twaalfduizend gulden toegewezen; hun dochter was zijn enig en universeel erfgenaam. Omdat Maria en Abraham alleen van tafel en bed waren gescheiden, kon Maria zich nadien weduwe Vinkenra noemen.

In 1785 werd Maria van Heyst donatrice van de in 1784 opgerichte Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, wat ze tot haar dood is gebleven. Ze droeg echter niet alleen geld bij. Voor de eerste vier bundels Volks-liedjens, tussen 1789 en 1794 uitgegeven door de Maatschappij, schreef ze enige tientallen stichtende en opvoedkundige liedjes onder uiteenlopende titels als ‘Buurpraatjen’, ‘Jezus verrezen’ en ‘Kermiszang’. Op 30 september 1790, bij de inwijding van het nieuwe gebouw van het genootschap Doctrina et Amicitia aan de Kalverstraat in Amsterdam, droeg zij een dichtstuk voor. In welke hoedanigheid ze dat deed, is niet duidelijk – het genootschap liet geen vrouwen toe. De connectie is waarschijnlijk de David Heijst die in 1788 thesaurier was van dat genootschap en die haar broer David (1742-1822) moet zijn geweest (Baar-de Weerd, 294).

Of Maria van Heyst na haar gedicht ter nagedachtenis van viceadmiraal Zoutman (1793) nog iets geschreven heeft, is niet bekend. Bij haar overlijden op 2 maart 1820 woonde ze op de Keizersgracht, bij de Spiegelstraat.

Naslagwerken

Van der Aa; NBAC.

Archivalia

Stadsarchief Amsterdam: DTB, Dopen 297, 2v, 21v, 48v, 130v, 207r [6 kinderen Vinkenra]. DTB, Trouwen 737, p. 192 [Van Heyst en Vinkenra]. DTB, Begraven 1066, 83v, d.d. 24-5-1786 [Vinkenra]. BS, Overlijden 1820, dl. 2, 185v [Van Heyst]. Toegang 752 (Coll. P. van Eeghen), inv. nr. 53 [genealogische gegevens fam. Van Heyst]. Toegang 877 (Doopsgezinde Gem. De Zon), inv. nr. 198 [legaat Vinkenra]. Toegang 5061 (Rechterlijk Archief), inv. nrs. 1442 en 1793 [scheidingsprocedure]. Toegang 5075 (Notarieel Archief), inv. nr. 14504 (not. Wessel van Kleef), akte nr. 470 [akte van consent tussen Van Heyst en Vinkenra]; inv. nr. 14506 (idem), akte nr. 6 [testament Vinkenra].

Publicaties

  • De liedjes, ondertekend Ma.V.H., verschenen in: Volks-liedjens, stukjes 1-4 (Amsterdam 1789-1794), uitgegeven door de Mij. tot Nut van ’t Algemeen [haar naam voluit in de inhoudsopgaven].
  • Maria van Heyst, wed. Vinkenra, 'Gedachten bij het overlijden van [...] Johan Arnold Zoutman', in: Ter nagedagtenis van wijlen zijne excellentie [...] Johan Arnold Zoutman (Gouda 1793).

Literatuur

  • Lijst der leden van de Nederlandsche Maatschappij [...] Tot Nut van ’t Algemeen, 1789 (z.p. z.j.) 33; Idem 1819, 1821 (z.p. z.j.)

  • Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen 4 (1794) dl. 1, 556-559, aldaar 557.
  • D.J. van Lennep, Feestrede ter viering van het vijftigjarig bestaan des genootschaps Doctrina et Amicitia (Amsterdam 1838) 53.
  • Claudette Baar-de Weerd, Uw sekse en de onze. Vrouwen en genootschappen in Nederland en in ons omringende landen (1750-ca. 1810) (Hilversum 2009) 294.
  • Anna de Haas i.s.m. Kees Rodenburg, ‘Op zoek naar Maria van Heyst. De vrouw op het pastel van Charles Howard Hodges’, Origine 20 (2012) nr. 1, 44-49.

Illustratie

Portret, door Charles Howard Hodges, ca. 1797 (Antiquariaat Kees Rodenburg, Dordrecht).

Auteur: Anna de Haas

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 520

laatst gewijzigd: 13/01/2014