Hillesum, Esther (1914-1943)

 
English | Nederlands

HILLESUM, Esther (geb. Middelburg 15-1-1914 – gest. Auschwitz, Polen ca. 30-11-1943), schrijfster. Dochter van Levie Hillesum (1880-1943), leraar klassieke talen, en Riva Bernstein (1881-1943), lerares Russisch. Esther Hillesum bleef ongehuwd.

Esther (Etty) Hillesum werd geboren als oudste in een Joods gezin van drie kinderen. Hoewel de familie Hillesum tot 1937 lid was van de Joodse Gemeente, waren ze niet praktiserend gelovig. Ouders en kinderen gingen niet naar de synagoge, noch hielden zij zich aan de sabbat. In haar jeugd woonde Etty achtereenvolgens in Middelburg, Hilversum, Tiel en Winschoten, en vanaf haar elfde jaar in Deventer. Hier ging zij naar School A in de Zwolse straat, een lagere school voor beter gesitueerden, en in 1926 naar het gymnasium, waar haar vader conrector en later rector was.

Etty was op de lagere school een uitgelaten kind, maar op de middelbare school raakte ze meer in zichzelf gekeerd. Ze kreeg belangstelling voor de Russische taal en cultuur (Etty’s moeder was Russische) en las veel. Ze bracht uren door in de leeszaal van de bibliotheek en dacht al veel na over de diepere waarden van het leven. Een jeugdvriendin van Etty noemde haar later een lieve vriendin die intellectueel  haar leeftijdgenoten vooruit was: ‘een beetje filosofisch, een beetje dromerig’ (gecit. Regenhardt, 27). Een andere medeleerling van het gymnasium herinnerde zich Etty als een ‘knappe, lollige pycnica [:kort en gezet type], geestig, intelligent en met een heldere hoge stem’ (gecit. Van den Brandt, Denken met Etty Hillesum, 9).

De sfeer in huize Hillesum was onconventioneel en kunstzinnig: er was veel ruimte voor culturele zaken, boeken, muziek en spiritualiteit. Tegelijk had Etty regelmatig conflicten met haar temperamentvolle en chaotische moeder en had zij moeite met het gebrek aan structuur in het gezin. ‘Vroeger ging ik altijd kapot in dit gekkenhuis’ (gecit. Regenhardt, 29), schreef zij jaren later hierover.

Amsterdam

In 1932 verruilde Etty Hillesum Deventer voor Amsterdam, waar ze Nederlands recht ging studeren. Met dat vak had zij niet zoveel, maar ze genoot van een onbezorgd studentenleven. In 1939 behaalde ze haar doctoraal met weinig opvallende resultaten. Echt plezier had zij in de studie Slavische talen, die zij na haar kandidaats rechten was begonnen in Amsterdam en Leiden. Vooral genoot ze van de colleges Oudkerkslavisch van professor Nicolaas van Wijk bij hem thuis in Leiden. Zelf gaf zij Russische les aan kleine groepjes en aan de Volksuniversiteit.

In Amsterdam woonde Etty Hillesum op verschillende adressen, vanaf 1937 in de Gabriël Metsustraat 6, waar ze een kamer had op de eerste verdieping van het grote herenhuis van de veel oudere Han J. Wegerif  (Pa Han) – met hem kreeg zij ook een verhouding. In deze kamer schreef Etty Hillesum het grootste deel van het dagboek dat haar wereldberoemd gemaakt heeft. Dit werk, dat tussen 9 maart 1941 en 12 oktober 1942 tot stand kwam, is de weerslag van een intens persoonlijk en literair rijpingsproces en geeft een beklemmend beeld van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Etty Hillesum begon haar dagboek op advies van de uit nazi-Duitsland gevluchte Joodse psycholoog en psychochiroloog (handlezer) Julius Spier (1887-1942), bij wie zij begin 1941 in therapie was gegaan. Hij moest haar helpen om orde in haar innerlijke chaos te scheppen. Regelmatig had Etty last van hevig wisselende stemmingen en minderwaardigheidsgevoelens. Door een grondige analyse van haar persoonlijkheid wilde zij worden wat ze het liefst wilde zijn: romanschrijfster. Het dagboek was een eerste poging om deze ambitie te verwezenlijken. Door haar gedachten en gevoelens een literaire vorm te geven hoopte ze zich bovendien van haar innerlijke remmingen te bevrijden.

Julius Spier werd Etty Hillesums grote liefde, leermeester en minnaar. De relatie met Wegerif verbrak zij echter niet. Spier was van grote betekenis voor haar intellectuele en spirituele ontwikkeling. Door hem kwam ze in aanraking met de Bijbel en Augustinus en leerde ze het werk van schrijvers als Rainer Maria Rilke en Fjodor Michailovitsj Dostojevski doorgronden. Was Hillesum als studente politiek en sociaal geïnteresseerd geweest en had zij in een links antifascistisch milieu verkeerd – zij was enige tijd aangesloten bij de Studentenliga tegen Oorlog en Fascisme – nu bezocht zij twee keer per week de lezingen die Spier voor een klein gezelschap van vaak religieus bevlogen vrouwen verzorgde, en volgde ze een therapie die deels uit onorthodoxe methoden als worstelpartijen en handlezen bestond.

Door het ingrijpende proces van zelfverwerkelijking en geestelijke groei dat Etty in de kring rond Spier doormaakte, vond ze innerlijke rust. Zij koos een koers van liefde en verdraagzaamheid, waarvan ze niet meer is afgeweken. Die keuze was bepalend voor haar besluit om niet onder te duiken (vrienden probeerden meermaals haar daartoe over te halen) en vrijwillig in Westerbork te gaan werken. Zij meende haar eigen lot en dat van haar volk te moeten en kunnen dragen: ‘Ik voel me sterk weet je. Die krachten die mij ter beschikking staan, heb jij in me vrijgemaakt’ (gecit. Nagelaten geschriften, 545), schreef ze aan Spier op diens sterfdag, 15 september 1942.

Westerbork en Auschwitz

Kort daarvoor, op 15 juli 1942, had Etty Hillesum  gesolliciteerd bij de Joodse Raad en was ze op eigen verzoek op 30 juli 1942 naar de afdeling ‘Sociale verzorging doortrekkenden’ van Westerbork overgeplaatst. Hier wilde ze haar ethische en morele principes in praktijk brengen. Vlak na haar vertrek schreef Wegerif aan een vriendin: ‘Innerlijk sterk, ja zelfs blijmoedig heeft ze zich aan het noodlot overgegeven, in de vaste overtuiging dat ze, waar ook geplaatst, lotgenoten kan steunen door haar innerlijke kracht’ (gecit. Regenhardt, 168).

Inderdaad deed Etty Hillesum goed en praktisch werk in Westerbork, waar zij met enige onderbrekingen (vanwege verlof of ziekte) tussen juli 1942 en september 1943 verbleef. Friedrich Weinreb zag daar hoe zij zich in de ziekenbarak voor anderen inspande: ‘En zo liep dan Etty Hillesum met een leren tas over haar schouder langs de bedden, bukte zich over iedere ziek liggende en zei: “Kan ik misschien iets voor u doen?”’ (gecit. Nagelaten geschriften, 797). Toch waren er ook kritische geluiden over haar inzet. Gerhard Durlacher, die haar in Westerbork meemaakte, was sceptisch over Etty’s mystieke idee dat een mens door innerlijke kracht boven het mensonterende kampleven kon uitstijgen, ook al was hij overtuigd van haar oprechtheid en diepe geloof. Die oprechtheid stond Hillesums realiteitszin overigens niet in de weg. Haarscherp beschreef zij in twee lange, in 1943 en 1944 onder pseudoniem in de illegale pers gepubliceerde brieven vanuit Westerbork de ellendige omstandigheden in het kamp en de rampzalige gevolgen van het anti-Joodse beleid van de nazi’s. Volgens een kampgenoot in Westerbork had zij niet de illusie veel te kunnen uitrichten, maar meende ze ‘dat het uitsteken van een helpende hand, al is het maar voor even, belangrijker was dan het redden van je eigen hachje’ (gecit. Regenhardt, 173).

Op 21 juni 1943 arriveerden Etty Hillesums ouders en broer Mischa (1920-1943/44) in Westerbork. Ze ontfermde zich liefdevol over hen, maar kon niet verhinderen dat zij op 6 september 1943 de oproep voor deportatie kregen. Ook haar eigen bijzondere status als lid van de Joodse Raad was nu ten einde en op 7 september 1943 moest het hele gezin op transport naar Auschwitz. Etty Hillesum heeft daar nog enkele weken geleefd. Haar exacte sterfdatum is onbekend, maar aangenomen moet worden, dat zij uiterlijk 30 november 1943 vermoord is.

Betekenis

Het heeft jaren geduurd voordat een uitgever bereid was de brieven en dagboeken van Etty Hillesum uit te geven. De eerste uitgave (in 1981), door Jan Geurt Gaarland, veroverde echter al snel de wereld, in vertalingen in het Frans, Duits, Engels, Hongaars en Sloveens. In het Nederlands zijn Hillesums geschriften talloze malen herdrukt. Willem G. van Maanen schreef een toneelstuk over haar, Etty (1988).

In Deventer werd in 1996 het Elly Hillesum Centrum (EHC) opgericht, dat onder meer exposities en lezingen organiseert rond thema’s als vrede, mensenrechten en intermenselijke verhoudingen. Samen met het Etty Hillesum Lyceum (de Deventer organisatie voor voortgezet onderwijs) en de Saxion Hogeschool IJsselland organiseerde het Centrum van 2000 tot 2006 de Etty Hillesum Lezing.

In 2006 werd het Etty Hillesum Onderzoekscentrum (EHOC) van de Universiteit van Gent (België) geopend, dat in 2008 zijn eerste congres hield. Het Centrum organiseert onder meer symposia en publiceert de Etty Hillesum Studies.

Naslagwerken

Van Bork/Verkruijsse; Joden in Nederland; Schrijvende vrouwen.

Publicaties

  • Het denkende hart van de barak. Brieven van Etty Hillesum, J.G. Gaarlandt ed. (Haarlem 1982).
  • In duizend zoete armen. Nieuwe dagboekaantekeningen van Etty Hillesum,
  • Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943, J.G. Gaarlandt ed. (Haarlem 1981) [een selectie uit het dagboek].
  • Etty. De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943, Klaas A.D. Smelik, G. Lodders en R. Tempelaars ed. (Amsterdam 1986; 5de herziene, aangevulde druk: 2008) [wetenschappelijke uitgave van het complete dagboek en de brieven. Ook opgenomen zijn brieven aan en over Hillesum. Met uitgebreide bibliografie].
  • Etty Hillesum, Het werk, 1941-1943, Klaas A.D. Smelik ed. (Amsterdam 2012).
  • The complete works, 1941-1943, Klaas A.D. Smelik en Arnold J. Pomerans ed. (Maastricht 2014).
  • Voor een volledige bibliografie van primaire en secundaire literatuur over Etty Hillesum zie www.ehoc.ugent.be.

Literatuur

  • Ria van den Brandt e.a., Etty Hillesum in facetten (Budel 2003).
  • Ria van den Brandt, Denken met Etty Hillesum (Zoetermeer 2006).
  • Ria van den Brandt en Klaas A.D. Smelik, Etty Hillesum Studies: Etty Hillesum in context (Assen 2007).
  • Patrick Woodhouse, Etty Hillesum. A life transformed (2de druk; London 2010).
  • EHC-reeks, nr. 2, Etty Hillesum Centrum red. (Deventer 2010).
  • Jan Willem Regenhardt, Mischa’s spel en de ondergang van de familie Hillesum (Amsterdam 2012).
  • Klaas A.D. Smelik e.a. red., Etty Hillesum, 1914-2014 (Antwerpen 2014) [verschenen na publicatie van dit lemma].
  • Janny van der Molen en Klaas Smelik, ‘Ik zou lang willen leven’. Het verhaal van Etty Hillesum (Amsterdam 2014) [verschenen na publicatie van dit lemma].

Illustratie

Portret, door onbekende fotograaf, 1940 (Joods Historisch Museum, Amsterdam).

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 944

laatst gewijzigd: 15/07/2016